zondag 18 augustus 2019

Terschelling, Koffieboon en Eendenmossel






Is het niet mooi om middenin de zomer wat van dat zomerse beleven fotografisch vast te leggen? Hier gepresenteerd, wat beelden van Terschelling.

Om te beginnen staat bovenaan een foto van een Ongevlekt Koffieboontje (Trivia arctica). Een van mijn leukste vondsten op het Waddenstrand dit jaar. Een soort die op een kauri lijkt, grijs want oud, waarschijnlijk fossiel.
      Ze heten niet erg zeldzaam te zijn, maar er ligt op de Waddeneilanden niet zo vaak meer van dat hoorntjesgruis waarin je het koffieboontje soms vindt. Dit schelpje lag middenin wat prut met kleine schelpjes, gruis, heremietkreeften-restantjes en wier, dus in wat fijn aanspoelsel. Het fraaie schelpje lag bij paal 22, op 29 juli. Slechts 8 mm lang, dus zoiets zie je pas liggen met wat geluk.
      Overigens bestaan er ook Gevlekte Koffieboontjes. Zou je op zo’n grijze schelp nog vlekken kunnen zien? Dat is maar de vraag. De verse, levende Koffieboontjes die soms op voorwerpen aanspoelen zijn echter soms wel gevlekt.
    Wil je zoiets ook eens vinden? Als je zuidelijker gaat, bijvoorbeeld in Frankrijk of Portugal zoekt aan de Atlantische kust, is de kans groot dat je ze wel een keer vindt. Dan geen grijze maar roze.

De volgende foto lijkt een wat doods bos, zeker als dit een kleurenfoto moet voorstellen. Toch  gewoon het Hoornsebos.
      Dat dit helemaal niet doods is bewijst de volgende foto, ook daar genomen, een orchideetje, de Dennenorchis (Goodyera repens). Ook al klein genoeg om over het hoofd te zien. Maar kijk goed, zie de rijkdom van dit bos, deze orchideeën staan er met honderden of nog meer. Op het moment van de foto waren de meeste al uitgebloeid.









Over orchideeën gesproken. Aan de randen van sommige schelpenpaden stonden bloeiende Breedbladige Wespenorchissen (Epipactis helleborine). Ze houden van kalkrijke grond, dus dat ze juist hier staan is niet toevallig. Een mooie romantische ansichtkaart, deze orchidee.






Op een ochtend op de Boschplaat landden flinke groepen vogels vlakbij. Vooral Rosse Grutto’s, Bontbekplevieren en Drieteenstrandlopers. Op de Drietenen ben ik gek. Als je zelf vrijwel stilstaat komen ze soms heel dichtbij. Snellopende wandelaars die deze vogels alleen maar weg zien dribbelen of wegvliegen zullen dat beeld misschien niet herkennen. Maar als je zelf heel rustig vrijwel in het eten van de Drietenen staat, blijken ze vaak helemaal niet zo schuw, al blijven ze alert. Maar ik was de enige op dit stuk strand en keek het eens rustig aan wat al die vogels gingen doen.
    Nu kon ik in een klein half uurtje zo’n honderd foto’s van dichtbij nemen, waarvan hier enkele. Zie hier drie keer de Drieteenstrandloper (Calidris alba). Vervolgens de Bontbekplevier (Charadrius hiaticula), die wilde een pasfoto.
    De derde Drieteenfoto vind ik opmerkelijk. Meestal kijken deze Strandlopers naar beneden of vooruit, zien ze er bijna uit als een bolletje, met voor de veiligheid een scheve blik omhoog. Maar deze op de foto staat rechtop alsof hij wat wil zeggen. Daardoor rees de twijfel of het wel een Drieteen was, maar ik weet er niets beters van te maken. (Wie het anders of beter weet mag gerust reageren.)















Nog een paar strandobservaties ter afsluiting. Het rommelpotplaatje is een aangespoelde ouwe schoen. Erop, er middenin zie je de Schilferige dekschelp (Heteranomia squamula). Een teer schelpje, zeker de platte kant is kwetsbaar. Dus voorzichtigheid geboden als je die los wilt peuteren en heel mee wilt nemen. Zeldzaam zijn ze trouwens niet. Kijk op aangespoelde spullen, zoals plastic.
    Als toetje zaten op een aangespoelde pallet Eendenmosselen (Lepas anatifera). Een restantje, je kon aan de afdrukken zien dat het pallet er vol mee gezeten moet hebben. Eendenmosselen zijn geen weekdieren, al hebben ze een schelp. Ze behoren tot de Kreeftachtigen. Maar vooral óók behoren ze in zuidelijke landen tot de lekkerste delicatessen, al vind je misschien dat ze er niet zo appetijtelijk uitzien. Zie de recepten op het wereldwijde web.









De natuur met alles erop en eraan verdient respect. Onder meer omdat je overal met een beetje inzoomen veel en veelvormig leven ontmoet en de mooiste beelden kunt vastleggen.















dinsdag 13 augustus 2019

Een exotisch krabbetje


‘Een exoot’ zegt men. Dit keer een exotisch krabbetje. De ‘Hoekige krab’ (Goneplax rhomboides).
    Een goede kennis op Terschelling vroeg me twee weken geleden of ik de Hoekige krab al gezien had. Neen natuurlijk. Nooit van gehoord.
    Maar zo’n vraag zet vaak wat in beweging. Op de computer is makkelijk te vinden hoe het beest eruit ziet. Lang niet lelijk. Als het een exoot is ‘Welkom dan’, zou ik zeggen. Nog een bewijs misschien voor de opwarming, maar dat kan de krab niet helpen. Wellicht hoort hij juist bij de twee graden warmere zee.
    De krab leidt tot diverse besprekingen, makkelijk op internet te vinden. Zoals over de leefwijze in symbiose met andere dieren.

Daarmee heb je de krab nog niet gezien natuurlijk. Maar duurt dat lang? Zeker is dat hij vaker voorkomt op de Wadden, gezien de diverse meldingen, zoals op Waarneming.nl, en gemeld door de Waddenvereniging.
      Nederlandse vissers zien het dier al sinds 2003 en de eerste strandmelding is van Ameland in 2016. Of de opwarming de echte oorzaak is wordt her en der nog besproken, bewijs het maar eens. Dat deze krab niet al te koud water prefereert lijkt echter wel een rol te spelen.

Mijn onuitroeibare strandse zwerflust hielp gelijk mee de krab tegen te komen. Op Terschelling, 8 augustus bij paal 6.600 om 8.20 uur. Zie de foto’s.
    Het dier is gewond, mist zijn grote linker schaar, zoals je ziet. Overigens zagen we een dag later zo’n 10 kilometer oostelijker in de vloedlijn nog twee onderdelen van deze soort ronddobberen.
    Het dier van 8 augustus, gewond weliswaar, was niet dood. Reageerde licht maar duidelijk op aanrakingen.

Zoals zo vaak kan een beetje kennis leiden tot boeiende observaties. Ook deze is om over na te denken. Waar het heengaat met de natuur en de rol van de mens hierin. En over de toegenomen snelheid waarmee dat nu gebeurt.











De Hoekige Krab













zaterdag 13 juli 2019

Hegel – ‘Filosofie is haar tijd in gedachten gevat’


Een uitspraak om in de zomervakantie eens over na te denken. In het ‘Voorwoord’  van zijn boek ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’  geeft Georg Hegel (1770-1831) een karakterschets van filosofie: ‘De filosofie is haar tijd in gedachten gevat.’
    Al klinkt het eenvoudig, er zitten veel kanten aan deze gedachte, zelfs als we dat voorwoord nu niet verder bespreken. De filosofie kan niet boven haar tijd uit. Helemaal niet? De filosofie is een uitdrukking of afspiegeling van de tijd waar ze geformuleerd wordt. Een passieve afspiegeling, of juist een kritische? De tijd, een tijdperk kan worden begrepen door de filosofie ervan te begrijpen, los van een instemming of afkeuring ervan. Het gaat om filosofie en de tijd, en vooral ook nog om het vatten in gedachten, als nauwkeurige ‘waarheid’ of juist niet. Of om nog wat anders?

Ik dacht hierover na toen ik bij de plaatselijke boekhandel in de zomeropruiming een paar boeken had gekocht. Onder andere een tamelijk recent en heel mooi uitgegeven deel van de verzamelde werken van René Descartes. Ik verbaas me eigenlijk zeer. Waarom ligt zo’n boek nu al in de opruiming? Bijten mensen hun tanden niet meer stuk op een grondige – al is ze mogelijk bekritiseerbaar – filosofische beschouwing? Het gaat hier weliswaar niet in de eerste plaats om heden ten dage veel besproken levenskwesties en dilemma’s, maar heeft Hegel niet gelijk dat we de moderne tijd juist beter leren kennen door geschriften uit die tijd te lezen? Zoals uit de ontstaansperiode ervan?
    In deze boekhandel lagen in de opruimingsbak ook twee exemplaren van de Dikke Thomas Piketty ‘Kapitaal in de 21e eeuw’.  ‘Geen filosofie’, kun je zeggen, ‘maar wel een tijdsbeeld dat indringend aan de orde komt’, kun je dan antwoorden. Lezen mensen alleen de samenvatting of zelfs die niet? Op dat boek heeft de uitgever een citaat voor de vlotte verkoop gezet waarin staat dat dit het belangrijkste boek van het jaar 2014 is. Ja, heel lang geleden ....
    Meer algemeen pieker ik zo over de ‘hele’ filosofie. De tijd in gedachten gevat, of liever onze tijd in gedachten gevat. Ik denk dan over bladen als Filosofie Magazine waar vaak een overmaat aan morele en psychologische levensvragen van het hedendaagse individu aangestipt worden, maar grotere vragen waar Kant, Hegel of Marx het over hadden zelden nog de volle aandacht krijgen.

Onze tijd in gedachten gevat? Is individualisme deze tijd? Of is juist het einde van het individualisme de vraag? Of het einde van veel meer, van een groot tijdperk, in bange afwachting van het nieuwe? Zeg dat niet te snel, je weet het niet zomaar, zolang filosofie zich echt in de problemen van haar tijd verdiept.
    Een mooie wandeling toegewenst met daarna een herfst zo fris als het voorjaar en wat minder ‘filosofisch’ individualisme.





Georg Hegel




Van Hegels ‘Voorwoord’ van ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’  zijn meerdere vertalingen in het Nederlands.
In de eerste plaats de volledige vertaling van dat werk, uitgegeven door Uitgeverij Boom (in hetzelfde jaar als Piketty’s meesterwerk).
Een vertaling met uitgebreid commentaar (door Ad Peperzak) is in 1981 uitgegeven door AMBO. Dat is antiquarisch vast nog wel te vinden.










maandag 8 juli 2019

Portugal en een pleidooi voor langzaam socialisme


Heb je ooit een serieus socialistisch pleidooi gehoord om het met het socialisme maar wat rustig aan te doen? Ik wil daar graag voor pleiten.
      In mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid’  wijs ik op de gevaren van cynisme en corruptie in de politiek. En hangen die vaak niet samen overhaast handelen, opgeklopte en onhaalbare beloftes en daarbij nog de sterke behoefte alles in één keer te veranderen? Het gaat dan om een houding die keer op keer tot falen leidt, tot verlies van macht en aanzien, en niet zelden eindigt in terreur als voorbode van een reactionaire terugval met een jarenlange nasleep.

Zou een samenwerking niet zó realistisch kunnen worden opgezet dat je weet en uitlegt of zelfs ‘bewijst’ dat de noodzakelijke sociale verandering hard en langdurig werken betekent? Realistisch en eerlijk, de zachte en harde krachten bundelen, het niet mooier voordoen dan het is? Socialisten en socialisme zouden zeer gebaat zijn bij een langzame, maar duurzame politiek, hoe urgent alle spelende kwesties ook mogen zijn. Overspeel je hand niet.

In De Groene Amsterdammer van 6 juni jl. komt de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos uitgebreid aan het woord. Na heel Europa besproken te hebben komt hij bij Portugal uit, met enkele zeer leerzame opmerkingen.
      Hij wijst op de Portugese ‘geringonça’, een scheldwoord van rechts dat veranderde in een linkse geuzennaam. De Portugese samenwerkende socialisten maakten wat in de politieke discussie misschien eerst ‘een onbegrijpelijk zooitje’ leek tot een stabiele sociale politiek. In Portugal werken socialisten, communisten en het Bloco de Esquerda hieraan al een aantal jaren samen. Zonder opgeklopte verhalen, maar wel gericht tegen de neoliberale lijn van de kapitalistische trojka, het economisch beleid van de Europese Unie.

De Sousa Santos over de oprichters van het Links Blok: ‘Ze zeiden: we gaan de privatiseringen stoppen, houden de verlagingen van de lonen en de pensioenen tegen, en we gaan langzaam een sociaal beleid opbouwen. Ofwel, het tegenovergestelde van het neoliberale recept van de trojka.’
    ‘Langzaam een beleid opbouwen.’ Revolutionair bezien klinkt het als een verspreking. Maar misschien wel de beste die er is. Is samenwerken en een antikapitalistisch beleid uitvoeren geen kwestie van langere adem en moet je niet dáárop mobiliseren, eerder dan alleen maar op de klachten van vandaag de dag?

Het bundelen van sociale krachten, ook aan de basis in discussies en scholingen, zal veel oproepen. Veel meer dan alleen maar aanduiden waar de verschillen in visies tussen deze en gene bestaan. Dergelijke debatten kunnen vruchtbaar zijn, een rem op een cynische afloop.
      Portugal is wat dat betreft een aangenaam en lichtend voorbeeld. Helaas een schaars voorbeeld, dus daarom des te belangrijker.

In Portugal zie je op straat openlijk de tekenen van links, van de Socialistische Partij, de PCP en het Links Blok. Gewoon de muurschilderingen en de borden langs de wegen. Wat in Nederland ongewoon lijkt is daar heel gewoon, de uitingsvormen van de politiek zichtbaar houden, ook buiten verkiezingstijd. Het is goed achter die tekenen te kijken. Actief socialisme vereist een pleidooi om hechter samen te werken, en vervolgens de daadwerkelijke uitvoering ervan. Ook als het langzaam gaat.
      Het is misschien ongebruikelijk, maar kan een verademing zijn in een tijd waar elk nieuw politiek item in de media onmiddellijk geframed wordt tot het belangrijkste politieke onderwerp van de dag, waarbij de strijd voor echte sociale verbetering en tegen ongelijkheid keer op keer wordt verdoezeld.

Langzaam socialisme, er is moed voor nodig, nou en ...? En is langzaam socialisme niet té gematigd? Snelheid en grote verwachtingen garanderen geen resultaat, en zeggen uiteindelijk dus heel weinig over matiging of werkelijke radicalisering. Beter stap voor stap naar een betere sociale en duurzame wereld dan steeds weer terugval.
      En verliezen verschillende partijen hun identiteit niet als ze samenwerken en onderling discussies aangaan? Daar is op zich geen reden toe en ze bouwen er ook hun organisatie mee op.

Resteert de paradoxale vraag: ‘Is er wel tijd voor langzaamheid?’ Niet altijd, de samenwerking en de discussies dwingen ongetwijfeld een temporeel verschil af bij verschillende kwesties. Dat hoeft niet verkeerd te zijn en zal soms onvermijdelijk zijn. Maar nog geen reden het er maar bij te laten. Langzaam vooruit, je moet maar durven.

























dinsdag 2 juli 2019

Kwallen en vogels van Portugal



Pas weer het geluk geproefd samen enige dagen rond te kunnen scharrelen in Portugal. Vakantie met veel zee, schelpen, vogels en nog zo wat.
     Enkele foto’s wil ik de blog-lezer niet onthouden. Een greep, er is zoveel natuur te zien, overal.





Op het strand bij Peniche lag een Portugees Oorlogsschip (Physalia physalis). Vaak een kwal genoemd, maar eigenlijk een vernuftige samenwerking van verschillende soorten poliepen.
      Waar mensen bij kwallen denken aan bang-zijn, mag dit hier zeker. Deze soort is echt gevaarlijk en heeft tentakels die tot 50 meter lang kunnen worden. Je hoort een waarneming van het gevaar te melden, maar als zo vaak denk je dan op het grote lege strand, bij wie?





Ook vervaarlijk, zeker op de uitvergroting van de foto, maar vooral heel mooi is het Bezaantje (Velella velella). Ook al een soort poliep, en in dit geval helemaal niet gevaarlijk of giftig. Zo leer je weer wat bij, want we kenden het Bezaantje nog niet.
      Even gedacht – maar fout geschat – dat het misschien een juveniel Portugees Oorlogsschip was. Niet dus. Vrij veel Bezaantjes op het noorderstrand bij Peniche. Het heeft een soort zeiltje om voort te bewegen. De natuur staat voor niets.





In Portugal kijk ik aan het strand meestal even bij de rotsen, of er nog Kleine Alikruiken (Melarhaphe neritoides) zitten. Deze kleine slakjes wonen in de spatzone van de rotsen of dijken. Dat wil zeggen vlak boven de hoogwaterlijn. In Nazaré waren ze weer makkelijk te vinden. Gewoon laten zitten, de foto is duidelijk genoeg.





In de Algarve zijn in en nabij de zoutpannen en het verdere waddengebied veel vogels te zien. Je kunt met een fototoestel in de hand hier maar moeilijk nalaten de Steltkluten (Himantopus himantopus) voor de zoveelste keer op de foto te zetten.
      Ze zijn fraai en trekken volop aandacht als zij hun nesten en jongen verdedigen. Als ze foerageren pikken ze soms klonten klei op die ze daarna met een fraaie zwiep aan de kant gooien.





Wat is dit dan? In het waddengebied vrij dicht bij de vliegveld van Faro zat deze steltloper, op z’n eentje. Hij liep even, liet zien zwarte poten te hebben, maar bleef vooral lange tijd roerloos zitten. Wie het beter weet mag het zeggen, maar ik kom uit op een Rosse Grutto (Limosa lapponica).
      Soms zie je in de Algarve zomers vaker een Grutto, maar zijn familie zit toch vooral om deze tijd (half juni) in de toendra of taiga. Het dier op de foto (foto’s) lijkt een mannetje en heeft een vrij lichte kop, misschien een vrij jong dier? Nakomertje van het vorig broedseizoen? Misschien iets voor de Grutto-experts.





Audouins kuikens, ofwel een boel kuikens van Audouins Meeuw (Larus audouinii). Op 22 juni ontmoetten we op Ilha Deserta mensen van een project die deze meeuwensoort, die daar broedt, van ringen te voorzien. Dus werden de kuikens verzameld door vrijwilligers, die na het ringen weer losgelaten konden worden.
      Dit Portugese project staat onder Nederlandse leiding. We hebben het nog niet op internet kunnen traceren. Dat is jammer, want hebben nog een paar relevante foto’s van (dode) meeuwen (vooral Geelpootmeeuwen, Larus cachinnans) op het strand genomen, nabij de kolonie van de Audouins Meeuwen. Dus wie het weet, laat het even horen.





Mevrouw Torenvalk (Falco tinnunculus) zit op een draad. Kijkt ze wel de goede kant op? Vlak boven haar zit een Groenling (Carduelis chloris). Kennelijk harmonieert het wel tussen die twee, ze zitten lange tijd elkaar positief te negeren. Een Groenling is tenslotte ook geen muis.
      Het mooie van Portugal zijn niet alleen de vogels, maar ook al die draden waar ze op kunnen zitten, dat verruimt de blik van de vogelaar.





Gele Kwikstaart (Motacilla flava). Als ik zomers door Oost-Groningen fiets zie ik ze ook vaak. Deze Portugese lijkt aan de donkere kant. Dat klopt wel. De Gele Kwik kent verschillende varianten, waarbij de Iberische (Motacilla flava iberiae) wat donker uitvalt, met name de kop.
      Dat zal dan wel, in ieder geval vliegt hij mooi golvend, zoals de kwikstaarten het hier ook doen. Herkenbaar.






Strandplevier en kleintje Strandplevier (Charadrius alexandrinus). Een lange naam voor een kleine vogel. Klein maar dapper, overal in het kustgebied zagen we de Strandplevier. Lijkt iets meer aan de mens gewend dan zijn Nederlandse broeders en zusters, die ik een heel enkele keer zie op Terschelling en Schiermonnikoog.
    De volwassen vogel houdt op een dijkje in de zoutpannen zo te zien de wacht. Het kuiken doet alsof dat niet meer nodig is. Al heel parmantig loopt het al pikkend rond. Samen met twee andere, die net even de foto uitliepen.





Tot slot onze Algarve-lieveling, de Dwergstern (Sterna albifrons). Altijd fotogeniek. Soms al jagend op de foto gekregen, dit keer zat hij mooi in ruststand. Het leken er dit jaar wat minder dan in andere jaren. Hopelijk is dit in zijn algemeenheid niet waar, want deze stern vertegenwoordigt zijn sternen-ras in Portugal. Veel sterns zijn immers vooral meer noordelijke vogels.
    Net als de Strandplevier zijn het helden van het open strand. Ze broeden er en stellen zomers alles in het werk indringers te laten horen dat ze nu even moeten ophoepelen.








 







zaterdag 29 juni 2019

Franz Kafka over identiteit en uitsluiting


Wanneer veel discussie bestaat over identiteit is dat vaak geen goed teken. Want identiteit, verheven tot een soort vast gegeven, speelt mee als het gaat om uitsluitingsprocessen. Dan lijkt geen echte rationele legitimering meer nodig van de uitsluiting en kan een poging daartoe al beangstigend zijn.

Identiteit aan de orde? Daar wordt het dus meestal niet prettiger van. Zo’n honderd jaar geleden, in een vertelling – nog geen bladzijde lang – schreef Franz Kafka (1883-1924) over ‘De Gemeenschap’.
    De vertelling gaat over vijf vrienden die samenleven in een huis en daarin geen zesde persoon toelaten, moreel niet en feitelijk niet. Klinkt dit echt als honderd jaar oud?

‘Sindsdien leven we samen en het zou een vredig leven zijn als zich er niet steeds een zesde mee zou bemoeien. Hij doet ons niets, maar hij is ons tot last, dat is erg genoeg; waarom dringt hij zich op, waar hij niet gewenst is? We kennen hem niet en willen hem niet in ons midden opnemen.’
‘…, breedvoerige uitleg zou al bijna opname in onze kring betekenen, we leggen liever niets uit en nemen hem niet op.’

Niets uit te leggen dus, maar het helpt toch niet: ‘Ook al pruilt hij nog zo met zijn lippen, we stoten hem weg met onze ellebogen, maar hoe hard we hem ook wegstoten, hij komt terug.’





Bron: Franz Kafka, Metamorfose, Vertellingen, vertaald door Wil Boesten, BoekWerk, Groningen 1999, pp. 115-116.















woensdag 26 juni 2019

Politieke discussie die nooit stil zal staan


‘Dit is het begin, wij gaan door met de strijd.’ Een van de allerbekendste actieleuzes, vooral geklonken in de jaren zestig en zeventig. En de leuze klopt nog helemaal, zelfs als er even, oppervlakkig beschouwd, geen strijd te bekennen is.

Bij het referendum van de vakbonden over het pensioenakkoord gaven velen aan de keuze als opgedrongen, of zelfs als chantage te zien. Een dwangsituatie. En dat is het zeker, want de grote thema’s vloeien voort uit de klasse- en belangentegenstellingen van arbeid en kapitaal.
      Die dwingen tot actie, ook na perioden van versagen van de strijd. Die dwang komt er ook op neer dat op een zeker moment winst en verlies genomen of verworpen moeten worden. Het draait dan niet alleen om inhoud, zeker ook om de macht. Heeft de strijd de machtsposities van de werkenden versterkt, en is dat voldoende? Is er een beter perspectief van inhoud en macht voorhanden? De strijd zal inderdaad weer doorgaan, maar vanuit welk nieuw uitgangspunt? En wie reikt een nieuw goed werkend gezichtspunt aan?

Opmerkelijk is dat bij het referendum het om de inhoud ging, op zich terecht, maar er betrekkelijk weinig over de macht is gesproken. Maar gevoeld werd hij wel! Veel vakbondsleden stemden voor het behaalde akkoord, met verstand en intuïtie wetend dat soms het behaalde resultaat het sterkste is of lijkt. Wijzend op de inhoud, terecht kritisch en vaak afwijzend was er echter nauwelijks sprake van een verder reikend actieperspectief, de strijd om verdere versterking van de machtspositie met reële mogelijkheden nu nog meer resultaat te behalen. Feiten, inhoud, het doet ertoe, maar niet zonder meer. Jammer, maar realistisch.
    En als de macht nog niet toereikend is, telt de leuze weer. ‘We gaan door met de strijd.’

Grote politieke thema’s nu zijn en waren de transities in de zorg, het pensioen (en de lonen) en het klimaat. Ook de zorg kende een drastisch doordrukken van een rechts bezuinigingsbeleid. Vastgelegd in schijnbaar harde wetten. Met de pensioenen gaat dit nu gebeuren. Het klimaat ‘komt er aan’. De milieubeweging is nu al sceptisch. Terecht. Gaat de klimaatwet echt leiden tot de noodzakelijke verandering en betalen de vervuilers voldoende?
      Alweer noodgedwongen dringen nieuwe keuzes of zelfs chantage zich op. Als je het aan ‘de vervuilers’ overlaat, komt er dan überhaupt iets terecht van klimaatverbetering? Voldoende?

Maar we gaan door met de strijd. Na de transities in de zorg, ingegaan in 2015/2016, worden nu alweer tal van lapmiddelen uit de kast gehaald om feitelijke tekortkomingen die schreeuwen om een aanpak dan toch maar weer op de agenda te zetten. Zeker wanneer druk en actie ontstaat, en dat speelt nu permanent. Denk bijvoorbeeld aan de jeugdzorg, waar de uitvoering zichtbaar stagneert en gemeenten onvoldoende kennis en middelen hebben. Iets vergelijkbaars zal ook gebeuren met de pensioenen en het klimaat.
      Wat breed gevoeld wordt krijgt op een zeker moment zijn uitwerking. Maar niet zonder strijd, actie en organisatie.

Chantage of niet, de klassentegenstellingen roepen steeds weer nieuwe beginpunten en strijdvormen op. Daarbij is het nodig niet te vergeten dat de strijd natuurlijk om de inhoud gaat, maar ook om politieke macht. Zonder visies op de macht, op de noodzaak van grote democratische sociale macht, wordt een strijd, hoe terecht ook inhoudelijk, onnodig van haar kracht beroofd. Wat wordt het vervolg? Is dat duidelijk? Wat is er mogelijk?
      De politieke discussie komt hoe dan ook, altijd weer terug. Omdat de situatie dat afdwingt, je kunt het chantage of klassenstrijd noemen, het gebeurt.














zondag 2 juni 2019

Post van Darwin aan Marx. Draaien zij zich nu om in hun graf?


‘Ofschoon onze onderzoeksgebieden zo verschillend zijn, hoop ik dat wij beiden hartstochtelijk naar de uitbreiding van de wetenschap verlangen en dat dit per slot van rekening zonder twijfel het geluk van de mensheid zal dienen.’


Woorden van Charles Darwin. Aan Karl Marx, een brief van 1 oktober 1873. Twee universeel denkende wetenschappers kort ‘in gesprek’ in een bedankbrief. Waar ging het om?
      Marx stuurde Darwin ‘Het kapitaal’ toe. In 1873, waarschijnlijk dus de tweede druk van het eerste deel, dat toen net uitkwam. Darwin bedankt Marx hiervoor en verwoordt een verwantschap.

Karl Marx en Friedrich Engels waren geweldig onder de indruk van Darwins werk. Marx stelde zelf bij verschillende gelegenheden dat de basis van Georg Hegels dialectiek, de alles omvattende dynamiek der dingen, niet in de eerste plaats in het denken, maar in de materiële werkelijkheid, dus zeker ook in de levende natuur moet worden gezocht. Darwins evolutieleer bewijst nu deze ontwikkeling als de enig ware. Zijn theorie overtreft volledig alle statische beelden van de werkelijkheid.

Marx en Engels lezen Darwins ‘Het ontstaan van soorten’ meer dan eens en spreken er vaak met elkaar over. Marx noemt dat boek ‘ganz famos’, schitterend.
      Engels schrijft, met betrekking tot het dialectisch denken: ‘Hier moet men in de eerste plaats Darwin noemen, die de metafysische natuurbeschouwing de geweldigste stoot heeft gegeven door te bewijzen dat de hele organische structuur – planten en dieren, en daarmee ook de mens – het product is van een ontwikkelingsproces dat miljoenen jaren heeft geduurd.’

Engels was van plan een ‘Dialectiek van de natuur’ te schrijven. Het is immers de tijd van de grote ontdekkingen op het gebied van de biologie, de antropologie en de natuurwetenschappen, alle met geweldige maatschappelijke consequenties. Zijn die in één materialistisch dialectisch systeem samen te vatten?
      Marx en Engels zagen een grote verwantschap met hun eigen visie op de geschiedenis. Engels’ plan is niet volbracht, het was nogal een opgave. Alle consequenties van Darwins visie en van andere vooraanstaande natuurwetenschappers goed te doordenken vergde meer dan op dat moment mogelijk was, áls het al kan.

Hoe dacht Darwin eigenlijk inhoudelijk over Marx? Had hij daar een mening over? Mijn nu – binnen het bestek van deze blog – beschikbare bronnen schieten tekort, ik weet het niet. Vindt hij inhoudelijk ook dat Marx’ revolutionaire visie bijdraagt aan het geluk van de mensheid? Een mooie onderzoeksvraag. Over sociaal-darwinisme is veel geschreven, maar dat geeft nog geen antwoord op deze concrete vraag.

Maar dat Marx met Darwin het ontwikkelingskarakter van de natuur onderschrijft en daarmee tegelijk de noodzakelijkheid van veel ruimte voor biodiversiteit erkent, lijkt na wat al gezegd is een open deur.
    Dan kun je stellen dat ‘zich omdraaien in hun graf’ weliswaar niet past bij de evolutieleer, maar er toch volop reden is dat toch te doen. De beeldspraak als waarschuwing. In de zeer aan te raden Nieuwsbrief Nature Today van 24 mei jl. staat namelijk: ‘De Europese Unie ging in 2011 van start met een robuuste strategie die de achteruitgang van de biodiversiteit een halt moest toeroepen. Per 2020 zou de EU aantoonbare stappen hebben gezet naar ecologisch herstel. Uit een analyse van Birdlife International – waarvan Vogelbescherming de Nederlandse partner is – blijkt nu dat daarvan vrijwel niets terecht is gekomen.’

Als je dat ‘door de ogen’ van Marx en Darwin leest kan deze conclusie niet anders dan grote ongerustheid oproepen. De ontwikkeling van de aarde, heel de natuur en de toekomst van de mens zijn aan de orde.
      Luister naar de wetenschap! Je hoeft niet per se alle details te kennen, wel de kern ervan begrijpen, dat het voortbestaan en de ontwikkelingsmogelijkheden van heel veel soorten in het geding zijn.
      Overduidelijk, luister naar Darwin en Marx tegelijk. Biedt alle ruimte voor ontwikkeling, voor biodiversiteit. Er moet een echt robuuste strategie worden uitgevoerd, zonder dralen, in eigen land en overal.
      Niet slechts besproken dus, maar daadwerkelijk uitgevoerd.













Opmerking: het citaat van Darwin ontleen ik aan een Russische biografie van Marx die ik – met wat ik nu aan materiaal bij de hand heb – niet voor 100% kan staven. Daarom laat ik de bronnen hier verder achterwege. Overnemen vraagt dus om hetzelfde voorbehoud. Wil je verder zoeken om alle bronnen te checken? Zie dan vooral ook de MEGA (Karl Marx, Friedrich Engels Gesamtausgabe, Berlin, etc.) Aan de MEGA wordt nog steeds gewerkt. Ik weet daarom niet of de onderhavige correspondentie in de al gereed zijnde delen verschenen is. Over verdere discussies over evolutie, wereldbeschouwing, arbeidersbeweging, socialisme, sociologie, geschiedenis etc. bestaat op zich veel literatuur.

Voor de website van Nature Today met tal in interessante links over natuur en biodiversiteit, zie: https://www.naturetoday.com/intl/nl/home












vrijdag 24 mei 2019

De klassieke politieke partij heeft toekomst


De verkiezingen weer voorbij, restant van slagveld overzien, hier en daar nog wat gebabbel over oorzaken en gevolgen, alles wat nieuw was betrof de buitenkant, de mannetjes en het stoere gepraat.
    Ik blijf erbij, of het nu chaotisch is of niet, de rol van de klassieke partij is niet uitgespeeld. Bouwen, leden binden en vooral een goed verhaal hebben. Dat niet pas vertellen als er naar gevraagd wordt, maar dat hebben, ontwikkelen, met veel mensen bediscussiëren, en leden en sympathisanten binden door visies die ertoe doen. Niet op hol slaan, de kop erbij. En voor links in de basis, de sociale en socialistische politiek, samenwerken en de verschillen ook ontwikkelen in standpunten die uit te leggen zijn.
      Dat alles óók in het tijdperk van de sociale media. Die doen er enorm toe, maar raken vaak toch niet de kern. De vorm telt, jazeker, maar de vorm verandert waar je bij staat, veel ervan beklijft niet.
      Voor de media is de politiek ogenschijnlijk een spelletje, een hilarisch universum met op de achtergrond de angst onder het volk, en die moet bespeeld worden. Ideologie telt, de belangen erachter ook, de gewone én de extreme. Dat de hele politiek op een pubquiz moet gaan lijken is de schijn die bedriegt. Het gaat wél om meer dan spelletjes.

Mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking’ pleit voor het doorbreken van het vanzelfsprekende. Daarvoor is een overtuigend, zich ontwikkelend verhaal een onmisbaar fundament. Niet pas reactief een verhaal hebben, niet achter de feiten aan. Hoofdstuk 10 gaat over Rosa Luxemburg én over de partij en partijopbouw. Ook greep ik er terug op een ouder artikel ‘Geen smoel, geen functie’ (op pag. 101).
      De socialistische c.q. linkse partij moet een gezicht hebben en houden. Laten zien wat je functie is in de tijd van nu, en van de toekomst. Dat hoeft geen moeilijk verhaal te zijn, het mag groeien, en helemaal klaar komt het nooit, dat kan niet anders. Het moet besproken worden, met iedereen, keer op keer, en niet pas als de parlementaire toestanden en de media ertoe uitdagen.

De functie van de klassieke partij is nog lang niet verdwenen, ook al bestaan er mogelijk tal van andere democratische vormen, naast de minder democratische trouwens. Ook de klassieke thema’s van kapitaal en arbeid bestaan nog altijd, reëel. Al veranderen de woorden die erover gaan.
    In die opvatting werd ik gesterkt door een interview dat De Groene Amsterdammer op 2 mei jl. hield met Étienne Balibar. Die zegt nog gewoon, ook wijzend op tal van veranderingen die plaatsvinden: ‘Het is niet zo dat ik mijn communistische idealen heb opgegeven, al is de situatie natuurlijk totaal anders dan veertig jaar geleden.’ (pag. 15) En ja, denk ik dan: internationale solidariteit, loonstrijd, sociale huisvesting, antifascisme en tegenwoordig natuurlijk vooral het klimaat en de biodiversiteit, we weten toch allemaal waar het om gaat? Tenzij je wegkijkt.
      Juist in de verandering de continuïteit waar nodig bewaken, ervoor strijden, het gaat om de waardigheid van de mens.

Het verkiezingscircus doet ertoe, maar is uiteindelijk de marge van de realiteit, zelfs als er in die marge veel gebeurt. Het gaat uiteindelijk om sociale rechten en waarden, goed leven, solidair en vreedzaam. Bereidheid mensen die moeten vluchten te helpen, dat blijven doen, en erover nadenken wat dat betekent voor de toekomstige maatschappij. De klassiek georganiseerde partij is slechts een voertuig, maar zonder dat kom je niet vooruit.







Lees: Jasper Schaaf, Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Doorbreek de vanzelfsprekendheid, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018, ISBN 978 94 6340 142 5.
Te bestellen in elke boekhandel, bij de uitgever of bij de auteur, zie www.jasperschaaf.nl.




















maandag 20 mei 2019

Marx in Friesland


Pas vroeg Omrop Fryslân mij in het programma IepenUP Live een inleiding te komen houden over Karl Marx. Over Marx? Ja, ze durven daar in Leeuwarden gewoon een anderhalf uur durend discussieprogramma live op TV te houden over Marx en het socialisme.
      Kunnen we zonder kapitalisme? Is een betere samenleving mogelijk, één met minder tegenstellingen tussen arm en rijk? En inhoudelijk: had Karl Marx gelijk?

Daar komen dan ook nog eens zo’n honderd mensen op af die met heel uiteenlopende opvattingen de discussie aangaan. Veel jonge mensen die het woord nemen. Op 15 mei jl.

Zo’n aanpak, gewoon een open discussie na een filosofische en politieke inleiding, is dat ook niet wat voor iedereen? Zie de link als je het programma wilt zien. Je kunt er anderhalf uur voor gaan zitten.

Naar het programma: https://www.youtube.com/watch?v=VA2d3oc5TMc

















maandag 13 mei 2019

Houd je button op! - Nu al felicitaties voor een vroeger pensioen


Een nieuw fenomeen. Ik loop met mijn vrouw door de stad en steeds zijn er jonge mannen van ca. 30 jaar die haar hartelijk feliciteren. Huh??

De vakbond voert actie tegen het verder ophogen van de pensioengerechtigde leeftijd. De AOW op 66 jaar en niet later. Er zijn al diverse acties, de regering weigert dit serieus te nemen. Op 28 en 29 mei zijn er verdere acties. Economen zijn er verdeeld over, maar dat het kan, daarvoor bestaan uitstekende argumenten. Daartegenover wordt angst gepredikt voor iets van de wel heel verre toekomst. En kunnen de pensioenpremies niet weer wat hoger en de werkgevers meer betalen? Men wil niet, maar het kan wel. Klassenstrijd.

De lezer snapt het al. Wij doen mee aan de actie. Dat is niet de eerste keer. Boven ons bed hangen honderden buttons, veel wat ouder, maar echt niet alleen van vroeger. Stop de N-Bom en leve het Fretilin! Ja soms droeg je dagelijks meer dan één actie mee.

Dat zit nu allemaal op Twitter, Facebook en nog zo wat, maar de button bestaat nog, niet helemaal uitgestorven. Tegenwoordig draagt men dat ding anders. Na de demonstratie worden ze vaak direct afgedaan en zeker een dag later zie je ze nauwelijks meer. Dat lijkt toch gek, zo’n ding? Hoezo dat dan?

Gek? Mijn vrouw vindt van niet. Zij draagt de button fier elke dag en hij past mooi bij de kleur van haar blauwe jas. Actie, gewoon permanente actie. En aangezien niet iedereen dat nog doet, roept dat reacties op. Eigenlijk maar één reactie. ‘Mevrouw, gefeliciteerd!’ Vooral jongeren reageren, feliciteren spontaan met haar leeftijd en dus met de actie. De button valt op, de actie valt op. Doe ook mee!

Een paar week terug liepen we een strandpaviljoen bij Kijkduin binnen. 'Mevrouw,  gefeliciteerd!' Huh waarmee? U bent toch jarig? Neen we voeren actie voor een beter pensioen. ‘O, op die fiets …’ Dat was prachtig, dat gezegde had ik in geen jaren gehoord, deze jongeman kende dat nog!

Ook als ik er niet bij ben, steeds weer felicitaties met haar 66-jarige leeftijd. Afgelopen zaterdagavond de stad in. In de Nieuwe Weg voor een restaurantje, een groepje. ‘Mevrouw, gefeliciteerd.’ Uren later lopend naar huis, maar even de drukke Meikermis overgelopen. Heel wat groepjes hangen daar. En jawel hoor, het is donker maar de heldere button doet zijn werk. ‘Mevrouw, gefeliciteerd.’ Niemand vindt het gek, het is toch kermis.

Sybrand Buma wil dat iedereen ‘Goedemorgen’ zegt. De vakbond weet wel beter en anders mijn vrouw wel, ‘Gefeliciteerd met het spoedig te behalen actieresultaat.’ In elk strandpaviljoen, op straat en op de kermis bij dag en bij nacht.
    Niets mis mee, geen valse schaamte, button op doen.
















donderdag 2 mei 2019

Rustig in Groningen? Schijn die bedriegt


Onveiligheid door aardbevingen beoordelen? ‘Daar hebben we geen model voor…’


Op 19 januari 2018 liepen 12.000 demonstranten in een grote fakkeloptocht na de zware aardbeving bij Zeerijp. Een massale actie, werd het daarna stil? De demonstranten toonden hun woede tegen de arrogantie van de NAM, die steeds weer probeerde het kortetermijnbelang van Shell, ExxonMobil en de staatskas voorop te stellen. Tal van families en personen kwamen terecht in ellenlange juridische procedures, zonder dat hun woning of bedrijf daadwerkelijk werd versterkt en hersteld.
    Het gaat hierbij om zo’n 100.000 mensen met schade en om 10.000 met gezondheidsklachten. Op een zonnige dag en kijkend van afstand lijkt het mee te vallen, maar van dichtbij of in de woningen blijkt een enorme schade. En dat individuele aspect laat ook zien dat gezamenlijk actie voeren lastig is, waar mensen zo met geweld op het eigen bestaan worden teruggeworpen. De grote bevingen van Huizinge op 16 augustus 2012 en Zeerijp op 8 januari 2018 zijn bekend. Maar er is veel meer aan de hand.

Dat betekent echter nog niet dat gezamenlijkheid ontbreekt. De Groninger Bodem Beweging organiseert personen en groepen, het Groninger Gasberaad doet dat ook, samen met uiteenlopende organisaties en lokale overheden. Daarbij zijn de FNV, Milieudefensie, de SP en soms andere politieke partijen actief.
    Op 17 en 18 april jl. kwamen een aantal organisaties en bewoners bij de Raad van State met hun bezwaren tegen minister Eric Wiebes’ beleid. Inzet is het ‘Instemmingsbesluit Groningen gasveld 2018-2019’. Uitspraak wordt half juli a.s. verwacht. Eerder, op 15 november 2017, heeft de Raad van State het vorige ministeriële besluit vernietigd, vooral vanwege de ‘onordentelijke argumentatie en motiveringsgebreken’ ervan. De appellanten van nu zien deze gebreken nog steeds. Want wat is nu de echte afweging, de veiligheid voorop of de gaslevering en het economisch belang daarvan?
    En de aardbevingen zelf? Je hoort er misschien niet veel meer over, zijn ze gestopt? Niets is minder waar. Iedere week zijn er kleinere bevingen die plaatselijk schade aanrichten en daar wel degelijk worden gevoeld. In 2018 waren er 87 geregistreerde aardbevingen, na 1 januari 2019 waren dat er al meer dan twintig. En ook kleine bevingen zijn niet onschuldig. Een bewoner zei hierover: ‘Juist al die kleine bevingen vreten mijn huis langzaam op.’

Wiebes’ winningsbesluit en de schijn van redelijkheid

Op 14 november 2018 legde minister Wiebes het ‘Instemmingsbesluit Groningen gasveld 2018-2019’ ter inzage. In de inleiding hiervan staat onder meer: ‘Het uitgangspunt voor de gaswinning voor de komende jaren is om niet meer gas uit het Groningenveld te winnen dan noodzakelijk is voor de leveringszekerheid. Het kabinet verwacht dat de gaswinning in 2022 al kan dalen tot onder de 12 miljard kuub en dat vanaf 2030 de gaswinning geheel beëindigd zou kunnen worden.’
    Op het eerste gezicht klinkt dit redelijk, want die 12 miljard kuub werd door het ‘Staatstoezicht op de Mijnen’ genoemd als een bij benadering veilige winning, met minder kans op grote aardbevingen. Of dit zo zeker is, daarover bestaat nog volop discussie. En Wiebes’ redelijk klinkende ‘uitgangspunt’ bevat nog meer onzekerheden die dat hele uitgangspunt teniet kunnen doen. Naast deze term zelf zitten valkuilen verpakt in woorden als ‘niet meer dan noodzakelijk’, ‘leveringszekerheid’, ‘verwacht’ en ‘zou kunnen worden’. Veel slagen om de arm, daar staan geen harde garanties tegenover.
    Wiebes’ ‘Instemmingsbesluit’ gaat uit van 19,4 miljard kuub gaswinning bij een gemiddeld warm jaar. Het kan leiden tot een lagere winning van ca. 15 miljard, maar door diverse omstandigheden ook tot een aanzienlijk hogere, in het ongunstige geval hoger dan 20 miljard. Dat zou een piek zijn, met nieuwe risico’s op zware bevingen.
      De grote onzekerheden bij het op het eerste gezicht zo mooi klinkende verhaal leverde een reeks van beroepschriften op van organisaties, lokale overheden en personen. Aan de hand daarvan werd Wiebes’ verhaal op 17 en 18 april uitgebreid bij de Raad van State besproken, onderzocht en soms gefileerd. Hoe zeker is het nu eigenlijk dat de winning snel teruggaat naar een (vermeend) veilig niveau? Wat zijn de risico’s toch weer door te gaan met een hoge winning, zoals afgelopen jaren steeds gebeurde? Voldoet het ‘Instemmingsbesluit’ aan door de Raad van State eerder gestelde eisen van rechtmatigheid? Bestaat er goed flankerend beleid ter vermindering van de winning en verhoging van de veiligheid?
      Hoe belangrijk deze vragen en bezwaren zijn wordt duidelijk als wat verder wordt ingezoomd op het leven van de mensen in het aardbevingsgebied.

89 keer ‘Ik wacht’

De landelijke media besteden maar betrekkelijk weinig aandacht aan de bevingen, of er moet weer een opmerkelijk heftige zijn. Het regionale Dagblad van het Noorden doet dat wel. De aardbevingen hebben een enorme impact op het leven, zeker in de kernen, de epicentra van de aardbevingen. Maar ook daarbuiten. Kaarten van de omvang van het getroffen gebied laten vrijwel de hele provincie Groningen zien, ook de stad, en een flink deel van Drenthe. Daar wonen meer dan 500.000 mensen. Ca. een kwart daarvan heeft grote of kleinere schade. Soms zo groot dat mensen niet meer in hun eigen huis mogen wonen. Veel mensen wachten al jaren, soms meer dan zeven jaar op schadeafhandeling en versterking van hun woning.
    Het Dagblad heeft een serie persoonlijke impressies, waarvan er nu 89 afleveringen zijn, onder de titel ‘Ik wacht’. Zie deze op internet: https://www.dvhn.nl/dossier/ik-wacht.
      De verhalen zijn kenmerkend voor de ernstige situatie, het getraineer van de NAM en de bureaucratie. Zo is er een boer in Den Ham, ver van het centrum van het aardbevingsgebied, die op een breuklijn woont met daardoor een al in 2013 vastgestelde ernstige schade. De NAM paste echter bevindingen van schade-experts eigenmachtig aan, ontkende de relatie met de aardbevingen, weigerde steeds de reële kosten te betalen en probeert via druk op de gemeente onder motto van een ‘acuut onveilige situatie’ hem uit zijn boerderij te krijgen (DvhN 20-4-2019). Deze boer zegt: ‘Wiebes maakt goede sier met zijn verhaal dat de gasputten dichtgaan. Maar tot 2030 wordt er nog zeker 200 miljard kuub uit de bodem gehaald. En de kleine bevingen gaan maar door. Die zijn erger dan één grote beving. Want al die kleine bevingen vermalen je bedrijf.’
    Een mevrouw uit Ten Boer zit – en met haar de hele straat – al 1400 dagen te wachten op een nieuw huis. Meer nog: ze wacht op de dag dat ze weer naar bed of naar haar werk kan zonder de vrees dat bij een volgende beving haar huis het begeeft. Met alle gevolgen van dien, voor haarzelf, haar dochter van 14 en de zoon van 10 (DvhN 13-2-2019).
    Nieuwe schades worden niet meer door de NAM beoordeeld, maar door de ‘Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen’. Maar de NAM speelt nog steeds een rol, vaak een kwalijke.

Wat doet dat met het kind dat zijn hele jeugd met onveiligheid wordt geconfronteerd?

Bij het voorbeeld uit Ten Boer werd op de gevolgen voor kinderen gewezen. Kinderen die opgroeien in een onveilige woning, waar de ouders door de beving ziek of gestrest zijn, waar iedereen steeds praat over procedures, de NAM en het onrecht. Waar op school ook andere kinderen over die situatie praten. Situaties waar ze soms al zeven jaar inzitten. Dat is geen onbevangen jeugd, zoals die hoort te zijn.
    Over deze situatie zijn – onder meer – rapporten geschreven door de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman. En kinderen komen uitgebreid aan het woord in het onderzoek van Elianne Zijlstra c.s. (RUG e.a.) ‘Een veilig huis, een veilig thuis’. Zo zegt een kind van 15: ‘Nou, als het zo doorgaat zie ik de toekomst als een stuk puin.’ (pag. 49)
    Deze visie over de gevolgen voor kinderen en hun opvoeding speelde een rol in de zitting van de Raad van State. De minister spreekt over veiligheid, maar heeft hierover een veel te beperkt begrip. De Raad van State vroeg hier heel kritisch op door.
    Maar de jongeren zijn zelf ook heel kritisch, een 19-jarige: ‘Zij hebben er geen last van, wat kan hun het een reet schelen. Zij verdienen er gewoon geld aan. En dat is hoe het kapitalistische systeem, zo werkt dat. En dat vind ik diep triest.’

Een afweging van niks ….


Het ‘Instemmingsbesluit 2018-2019’ is in verschillende opzichten zwak en onzeker. Dit besluit gaat uit van de onveilige winning van 19,4 miljard kuub per jaar, die door verschillende factoren kunnen oplopen tot een hoger niveau. Met dus ook meer kans op zwaardere aardbevingen. In dit besluit – en ook in het latere verweer van de kant van de minister – ontbreekt het aan een goed gemotiveerde afweging van belangen. De leveringszekerheid krijgt als het erop aan komt duidelijk voorrang boven de veiligheid en leefbaarheid, zonder dat een deugdelijke en expliciete afweging wordt gemaakt. De minister schrijft in zijn conclusie: ‘Hiertoe stel ik de productiehoeveelheid vast op 19,4 miljard kuub bij een jaar met een gemiddeld temperatuurprofiel, waarbij ik de nodige flexibiliteit geef om altijd aan de leveringszekerheid te voldoen.’
      Aan de ene kant worden de veiligheidsrisico’s en de inbreuk op grondrechten van bewoners niet echt in de afweging betrokken; de minister formuleert de hoopvolle, maar volstrekt onrealistische wens dat er nu snel verbeteringen met betrekking tot de aardbevingen zullen optreden. En neemt dan zelf tegelijkertijd besluiten die strijdig zijn met het verhogen van de veiligheid, zoals het stil leggen van de versterkingsoperatie.
      Aan de andere kant blijkt de leveringszekerheid toch minder onveranderlijk dan de minister in het ‘Instemmingsbesluit’ doet voorkomen. Het feit dat de vraag naar Gronings gas sneller afneemt dan voorzien, laat zien dat het mogelijk is om veel voortvarender toe te werken naar het relatief veilig geachte niveau van 12 miljard, als tussenstap naar versnelde volledige afbouw. In de argumentatie van de minister missen de overwegingen op dit punt: waarom zou het niet mogelijk zijn, gezien het belang van veiligheid voor de bevolking, actiever stappen te zetten naar minimalisering van de gasvraag? Laat de minister de regie nemen en komen met een stevig een plan voor versnelde terugdringing van de gasbehoefte, inclusief scenario’s die anticiperen op eventuele pieken in de gasvraag. Veiligheid moet daarin zwaarder wegen dan leveringszekerheid.
      En wat is die leveringszekerheid nu precies? De Raad van State vroeg hiernaar. Een echt antwoord kwam er niet. Wel vroeg de landsadvocaat zich (wanhopig?) af: ‘Moet de winning dan afhankelijk worden van veiligheid en versterking?’ Dat kon hij zich niet voorstellen. Onbegrip: hier botsen de verschillende logica’s van sociaal leven en die van de markt.

…. dat leidt dus niet tot een veilige situatie

Bij de Raad van State stellen ca. 30 overheden, organisaties en bewoners (deels gebundelde) bezwaren aan de orde, die alle vragen het winningsbesluit van de minister te vernietigen. Zij wijzen op conclusies van deskundigen die ingaan tegen het hele beleid van de minister en de NAM bij de winning, de aanpak van schadeafhandeling en de versterkingsoperatie.
    Zo is er kritiek van deskundigen op de NAM-aanpak die precies zegt te weten of een scheur in een muur al ouder was of door de bevingen is ontstaan. De NAM heeft keer op keer geroepen dat schade andere oorzaken had, tot grote frustratie van eigenlijk iedereen. Deskundigen zijn hier heel helder over. Je kunt niet alles weten, dus is er maar één faire oplossing: alle schade moet worden vergoed.
    Bij de versterkingsoperatie wordt uitgegaan van het HRA-model (Hazard and Risk Assessment). Dit is echter door de NAM opgesteld, en aldus waarschijnlijk mede door ‘Shell legal’, het juridisch bureau van de Shell. Aan de onafhankelijke beoordeling van kapotte huizen en verdere risico’s wordt daarom door menigeen getwijfeld. De NAM zou toch ‘op afstand’ worden gezet?
      Ook op andere rekenmodellen bestaat kritiek én soms op het juist ontbreken daaraan. Zoals dat veiligheidsrisico’s alleen geschat en afgewogen kunnen worden in termen van overlijdenskansen. De landsadvocaat aan het woord voor de Raad van State: ‘Een bredere visie op veiligheid en onveiligheid? Daar hebben we nu eenmaal geen model voor.’ Veiligheidsbeleid wordt in dat denken gereduceerd tot het risico op dodelijke slachtoffers en procedureel correct handelen.
    Daarbij komt dat de bevingen nog steeds doorgaan. Deskundigen verwachten tot 2033 nog 80 bevingen boven 1,5 op de Schaal van Richter, waaronder 3 zware van 3.0 of 4.0. Ook wat dit betreft is de veiligheid in het geding.
    De zittingen bij de Raad van State gingen dan ook vooral over de termen veiligheid versus leveringszekerheid. Ofwel over een sociaal beleid versus economisch profijt. De leden van deze Raad hebben deze en samenhangende begrippen scherp ontrafeld aan de hand van vele vragen aan de appellanten die vragen Wiebes’ besluit te vernietigen en met vragen aan de landsadvocaat. Deze laatste waagde zich geen millimeter buiten de door de minister hanteerde formuleringen, inclusief een zeer benepen en beperkte versie op veiligheid en leefbaarheid. Met de versterkingsoperatie zou het nu zeker goed komen, de garantie daarop werd echter niet gegeven.

12 miljard kuub moet de eerste stap zijn

Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft – met wat voorbehoud – een gaswinning van 12 miljard kuub een veilige winning genoemd. Of dat werkelijk zo is zal nog moeten blijken. Het is echter wel een perspectief om nu naar toe te werken. Daar werken de overheid en de NAM niet echt aan mee. Hun idee van leveringszekerheid is dat bij koude periode er meer gas gewonnen zou moeten worden, terwijl zo’n piek juist weer grote aardbevingen kan veroorzaken. Want het idee is dat een ‘vlakke’, zo regelmatig mogelijke winning minder pieken in de bevingen zal veroorzaken, wat pleit voor een regelmatige daling en afbouw van de hele winning.
    Hierbij kan ook de vraag worden gesteld wat de rol van Gasterra is. Nederland moest immers de ‘Gasrotonde’, de gashub van Europa worden, en zo een grote, strategische rol spelen in de mondiale energiehandel. En dan valt met het Groninger gas opeens een flink deel van het eigen aanbod weg? Het is de vraag of alle belangen wel open op tafel liggen. Dat Shell en Esso in het verleden een cruciale rol speelden en een flink deel van de winst opeisten is wel duidelijk. Maar is hun toekomstbeeld zo anders?
    Alles pleit ervoor de winning zo snel mogelijk te stoppen. Verminderde verkoop aan het buitenland, met name Duitsland en België is op korte termijn mogelijk. Naar 12 miljard als stap en een directe aanpak van de versterkingsoperatie! Waar schade is geen discussies meer, gewoon vergoeden, ongeacht de prijs!

Actief voor Groningen, toekomstgericht

In de jaren zeventig van de vorige eeuw liep de CPN voorop in de strijd om van Groningen geen wingewest te maken. Voor partijen als de PvdA en de PSP, en voor de vakbeweging  was dat ook een thema maar toonden zij zich meestal minder actief en meer volgzaam ten aanzien van het Haagse beleid. Maar Groningen werd wel een wingewest. Afgelopen periode maanden kregen de SP en de SP-Gedeputeerde het verwijt in het gasdossier ‘te activistisch’ te zijn. Ook hier keken andere partijen vooral naar Haagse ideeën. Zij waren inderdaad niet activistisch, te passief, terwijl veel mensen nog op de afhandeling van de schade en versterking van hun woningen zaten te wachten.
    Al dat wachten leidt onder de bevolking tot een wisselend beeld. De Groninger Bodem Beweging en het Groninger Gasberaad, en soms dus linkse partijen, kleinere groepen, de FNV, Milieudefensie en tal van personen zijn zeker actief, maar er wordt keer op keer geprobeerd hen aan het lijntje te houden en oplossingen naar de toekomst te verwijzen.
      In 2018 zette de minister de versterkingsoperatie stil onder het motto dat hij minder gas wilde winnen en dat dan – zei hij – ook de versterking minder nodig zou zijn. Al dat gezwam en getraineer kan niet anders dan passiviteit in de hand werken. Bij de verkiezingsuitslag voor de Provinciale Staten is er dit keer dan ook geen sprake van een ‘beloning’ van de meest actieve partij en werd vooral het miserabele standaardbeeld zichtbaar dat het slechts verkiezingen waren voor de Eerste Kamer.
    Dit is een schets, het beeld van actie en optreden is wisselend. Lokale bestuurders komen op voor hun gemeente en ook bij de Raad van State werd scherp geanalyseerd hoe Wiebes’ politiek tekort schiet en gestopt moet worden. Tegelijk ligt het gevaar van moedeloosheid en achterkamertjespolitiek steeds op de loer.
      Hierbij komt dat ook de Groningers weten dat een nieuw beleid een duurzaam beleid moet zijn, maar zijn ze het beu zijn steeds voor voldongen feiten geplaatst te worden. Dat blijkt bijvoorbeeld in de acties tegen grote windmolenparken. Je kunt voor windmolens zijn en toch enorm de pest erin hebben wanneer plotseling en geheel ongevraagd een grote industrie in de achtertuin dreigt te verrijzen. Dan blijkt er geen participatiesamenleving te bestaan. Met alle gevolgen, reacties én acties van dien.
      De gaswinning verhoogt het grote risico van defaitisme, maar per saldo zijn er nog honderden mensen actief betrokken bij organisaties als het Groninger Gasberaad en de Groninger Bodem Beweging.




Deze blog is ook verschenen op www.solidariteit.nl
De auteur is mede appellant bij de Raad van State, zoals beschreven in deze blog.

















vrijdag 19 april 2019

Het jaar van de wulp


De wulp heeft het verdiend. Prachtige weidevogel, in de ruime betekenis van het woord, want je komt hem ook op heidevelden en in duingebieden tegen. Steltloper, de grootste die we hebben.
    Dus is 2019 ‘Het jaar van de wulp’.

Dat hij mooi en vrij groot is, is helaas geen garantie voor de toekomst. Ook de wulp neemt als broedvogel af, zo meldt de recente ‘Vogelatlas van Nederland’. Maar weg zijn ze gelukkig nog lang niet. Buiten broedtijd pleisteren er nog meer dan 700.000 wulpen in Europa, een groot deel ervan in Nederland.

De onvolprezen website Nature Today bracht de wulp pas onder de aandacht met als kop ‘Wie is de wulp?’
    Die titel bevalt me zeer. De wulp wordt zowat als persoon voorgesteld. Zijn trotse of zo je wilt statige kop steekt boven het artikel uit. Een heer, of een dame is het. Dat is duidelijk. Bekijk het artikel maar eens.
    ‘Wie is de wulp?’ besteedt ruim aandacht aan de functionaliteit van de wulp z’n kromme snavel. De wulp kan dat lange kromme ding ‘ver voor zich uit de grond in steken, voordat de wormen zijn voetstappen horen.’

‘Voetstappen’ klinkt ook al behoorlijk deftig. Als worm wil je toch wel door zo’n heerschap opgegeten worden, zou je denken. Dat in werkelijkheid niet natuurlijk, en daarom heeft de natuur zo’n lange snavel ook van wat nadelen voorzien, zoals de breekbaarheid ervan.
    Het artikel legt het keurig en geïllustreerd uit. Duidelijk is dat de wulp aandacht verdient en beschermd moet worden. Leve ‘Het Jaar van de wulp’.

Het artikel toont de kromme snavel als actief werktuig. Mooie foto’s. Vanuit het duinlandschap vóór de stuifdijk nabij het strand bij paal 10 op Schiermonnikoog kan ik nog een foto toevoegen.
      Onderstaande vogelkop met de kromme snavel vond ik daar een keer. Te mooi om te laten liggen en de natuur had de kop al geheel van zijn omhulsel ontdaan. Fraai en krom, vergaan en toch heel, uit een gebied waar ik de wulpen vaker heb gehoord dan gezien.






Genoemd boek over de wulp: Sovon Vogelonderzoek Nederland (meerdere auteurs), Vogelatlas van Nederland, Sovon, Nijmegen en Kosmos, Utrecht/Antwerpen 2018, pp. 262-263.

Kijk vooral op de website van Nature Today ‘Wie is de wulp?’ via de link. Het artikel is afkomstig van Vogelbescherming Nederland.
https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=25033
















zaterdag 13 april 2019

Palestina – Weg met het cynisme – Lees Van Agt


Cynisme is een vijand. Cynisme verheft zich op een valse manier boven sociale betrokkenheid. Het is dikdoen en verhullen. Verhullen dat men zelf niet meer durft. Cynisme betekent afhaken. Een cynische houding demobiliseert. Het roept natuurlijk niet meer op, maar het is veel erger, het roept vooral op niets meer te doen. Wegkijken met een uitroepteken.
      Het is vluchtgedrag, het lijkt soms stoer maar is een vervreemding. Bijvoorbeeld een angst om de rechtse hoofdstroom te verlaten, tegen die stroom op te gaan roeien. De cynicus weet misschien nog dat hij ooit tegen de stroom in wilde gaan. Daar had hij argumenten voor, die hij nu wegstopt achter zijn of haar cynisme.
      Het is ook een drogreden, het wijst met geringschatting in woord en houding op de ander die nog wel durft, maar het gaat vooral om de eigen capitulatie. Cynisme, het is onvrij. Cynisme voert weg van de inhoud, ver van de zaken waar het echt om gaat.

In mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid’  stel ik dat er in de politiek ‘twee fatale C’s’ aan de orde kunnen zijn, die alles kunnen verknoeien: cynisme en corruptie. (pp. 123-124) Deze twee horen vaak bij elkaar. Kort gezegd: wanneer men de eigen politiek zelf niet meer gelooft treedt vaak antisolidaire zelfverrijking op en een cynische houding en machtspolitiek die dat goedpraten en toedekken.
      Het gaat dan om cynisme ten aanzien van menselijk leven, waarden en alle cultuur. Vaak samen met corruptie, het vermeende eigenbelang extreem laten gelden, want ‘Iedereen doet dat toch immers?’ Hoeveel is er in landen waar socialistische veranderingen of sociale revoluties plaatsvonden niet ten onder gegaan door corruptie en cynisme?
      Maar niet alleen daar. In onze huidige kapitalistische samenleving bestaat deze houding ook en is dat in de politiek, de journalistiek en de (sociale) media een drama. Het ontneemt (onder meer) heel veel vertrouwen in de mogelijkheden zelf wat te betekenen. Als cynisme wordt uitgedragen, waar moet de burger dan nog in geloven?

Soms staan er van die halfcynische stukjes in de kranten. Zijn ze misschien ook nog leuk bedoeld? Ze kunnen net zo erg zijn als de openlijk cynische, zo los van elke engagement en nog betweterig ook. Bijvoorbeeld als een soort oproep vooral niet meer de oude strijd te voeren, ook al is die feitelijk nog volop gaande.
    Vrijdag 12 april jl. schrijft Arnout Brouwers in De Volkskrant over het nieuwe boek van Dries van Agt ‘Palestina in doodsnood’.  De journalist beschrijft de sfeer van de presentatie en zijn beeld is duidelijk: nog wat heel oude mensen voeren een achterhoedegevecht. Terwijl de mislukking allang vaststaat: ‘Een handvol gepensioneerde zwaargewichten uit de vaderlandse politiek zit gebroederlijk naast een handvol linkse activisten – tastbaarder dan zo kan de teloorgang van de Palestijnse zaak niet worden.’
    Enzovoort. Terwijl het artikel zwijgt over de betekenis van de inhoud die Van Agts boek heeft, eigenlijk wordt alleen de sfeer van de presentatie op tendentieuze wijze belicht.

Cynisch bedoeld of niet, het hele artikel voert wég van de inhoud, weg van de betrokkenheid, weg van de solidariteit en zelfs weg van de kritische vragen die daarbij ook kunnen worden gesteld.
      Wég van Van Agts sterke oproep solidair te blijven, dat niet op te geven. Palestina, natuurlijk is er veel vertwijfeling. In het boek laat Van Agt dat goed zien, feitelijk, overzichtelijk, thematisch, genuanceerd en kritisch over fouten die ook Palestijnen begaan hebben. Dat laatste is belangrijk, juist de waarheid moet onder ogen worden gezien. Maar dat is toch geen reden om elke solidariteit met het Palestijnse volk op te geven?

Van Agt is genuanceerd en zelfs bijna mild over het feit dat er vaak zo weinig aandacht over is voor de Palestijnse zaak. Hij meent dat door oorlogen en noden elders ‘de aandacht voor de kwestie Israël-Palestina (is) verschrompeld.’ (p. 6)
      Het boek toont zo naar diverse kanten begrip, maar laat wel steeds de feiten tellen. Bijvoorbeeld over de kwalijke passieve of in wezen zelfs illegale handelspolitiek van de Europese Unie: ‘Heel wrang is het dat de EU aanzienlijk meer producten importeert uit de (illegale) Israëlische nederzettingen in Palestina, dan producten van Palestijnse makelij.’ (p. 50) De Europese Unie blijkt dus als heler van gestolen goederen op te treden.

Hoe moeilijk ook, er zijn wegen te bewandelen, zoals de BDS-beweging doet. Deze richt zich op economische boycot, vergelijkbaar met de acties destijds tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregiem. Die boycot droeg bij aan het verzwakken van de apartheidspolitiek. Zijn er betere wegen? Denk erover na, dat is de oproep die Van Agt uitdraagt.
    Het boek is dun, maar heel feitelijk en helder, inclusief de aandacht voor discussiepunten die het moeilijke politieke onderwerp zal oproepen. Zo’n oproep is gewoon heel belangrijk. Voor de hele wereld. Volkeren opgeven? Ze in hun eigen sop laten gaarkoken?

De inhoud en de oproep tellen. Cynisme is een droevige houding. Anti-engagement. Respectloos voor de inhoud van het vraagstuk. Hoe lang kan iemand zich vrolijk maken over het feit dat ‘gepensioneerde zwaargewichten’ nog wel actief zijn, waar anderen de moed opgeven? Of over het feit dat blijkt dat heel uiteenlopende politieke richtingen elkaar wél kunnen vinden als het om de menselijke waardigheid gaat?
    Lees dus liever Dries van Agt, ‘Palestina in doodsnood’.





Genoemde boeken:
- Dries van Agt, Palestina in doodsnood, Uitgeverij Vantilt, Nijmegen 2019,
ISBN 9789460044427, € 10,-
- Jasper Schaaf, Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Doorbreek de vanzelfsprekendheid, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018.


Veel meer informatie over de Palestijnse zaak, zie https://rightsforum.org/














zondag 7 april 2019

Nogmaals Machiavelli


– En verder is het met machtsposities die plotseling ontstaan, net als met alle andere dingen in de natuur die ontkiemen en snel tot wasdom komen, zo gesteld dat zij nooit zo diep wortel hebben kunnen schieten en zich zo ver hebben kunnen vertakken dat de eerste de beste storm hen niet weer omver werpt. –

Niccolò Machiavelli (1)


Is het erg een denker die al vaker genoemd werd in deze weblog nogmaals voor het voetlicht te brengen?
      Wanneer politiek je interesseert kun je eigenlijk niet om Machiavelli heen. Hij was niet de eerste filosoof die leerde hoe je scherpe politieke analyses kunt  maken. Denk maar aan Aristoteles. Maar in zijn tijd was Machiavelli ongeëvenaard.
      Scherpe analyses. Hij is niet cynisch over politiek, hoe hard sommige van de uitkomsten ook lijken of daadwerkelijk zijn. Het gaat uiteindelijk om een beleid dat gedragen of in ieder geval erkend wordt door de macht van het volk. Het volk, de massa, heeft uiteindelijk veel macht. En dat heeft de heerser die er zit ook, en hij kan met Machiavelli’s aanwijzingen zijn macht verstevigen. In een sterke samenleving moeten deze krachten in balans zijn. In extreme situaties daarentegen zijn sterke of soms zelfs buitensporige ‘oplossingen’ onvermijdelijk. Dat is niet mooi, het gebeurt in de praktijk wel. Daarom is ook een realistische analyse nodig die bij voorbaat kan helpen deze extremen te vermijden teneinde een sterke staat of gezonde samenleving te vormen.

De macht van de massa telt. Machiavelli’s analyses laten zien wat dat betekent, wanneer samenlevingen op drift lijken te zijn. Politiek van de massa is een serieuze zaak. In Nederland, Venezuela en Turkije?
      Ook hier raken de veranderingen de klassieke grondslagen van gezag en macht. Goed Machiavelli hierover weer te lezen. Dat kan ook letterlijk, zijn teksten zijn vertaald en goed leesbaar.


Van de nieuwe tijd is het Niccolò Machiavelli (1469-1527), de nog altijd door politici graag gelezen denker, die van de politiek een wetenschap maakt. (2) Hij onderzoekt consequent de machtsmechanismen. Soms lijken er tegenstrijdigheden te bestaan door tegen elkaar indruisende adviezen, maar de voornaamste inzet is consequent: hoe kan de macht, het heersen bestendigd worden in uiteenlopende situaties? De concrete situatie waarbinnen meer algemene principes een rol spelen, wordt onderzocht. De wisselende omstandigheden maken soms uiteenlopende adviezen noodzakelijk.
      Voor de filosoof die een vast algemeen principe zoekt kan die differentiatie onbevredigend zijn, maar Machiavelli’s denken getuigt hier nu juist van een zelden geëvenaard realisme. Dit lijkt ten koste te gaan van het afgewogen morele oordeel, want dat wordt ‘slechts’ een aspect in de bredere afweging. Het wordt echter een meer plausibele benadering, als we bedenken dat die moraliteit wel mede een rol speelt, ook in gewelddadige tijden. Machiavelli’s algemene doel is de handhaving van de macht, het heersen ten gunste van het algemeen belang. Het volk wil ook dat er geheerst wordt en dat hun belang daarin wordt gediend.

Machiavelli’s ‘De heerser’  is voor politici, maar ook voor critici een waardevol middel. Het is een goed doordacht handboek van de politiek en tegelijk een psychologie van de macht. Het laat zien dat je empirisch te werk moet gaan en realistisch moet blijven, of straffe van het verlies van de macht: ‘Daarom moet een heerser, wanneer hij zich wil handhaven, leren om niet goed te zijn. En dit vermogen dient hij wel of niet in praktijk te brengen al naargelang de omstandigheden hem daartoe dwingen.’ (3) Machiavelli zegt hiermee niet dat je maar slecht moet zijn, maar zo nodig moet je ermee om kunnen omgaan.
      Overheersend in de analyse is dat de heerser van alle morele markten thuis moet zijn en machtsmechanismen moet doorzien om adequaat te kunnen reageren. Theorie én praktijk ineen. Het is een radicaal realisme, dat met voorbeelden wordt onderbouwd en met betrekking tot veel consequenties doordacht is. Deze politieke analyse legt het bestaande speelveld van belangen, verlangens en krachtsverhoudingen bloot en de mogelijkheden hierop te acteren. Macht en onmacht, overwegingen en handelingen, oorzaken en gevolgen, Machiavelli toont nuchter de doorwerking van de politiek in de praktijk.

Basaal is dat mensen vaak ondankbaar en wispelturig zijn, uit op geldelijk gewin en ander kortzichtig eigenbelang. Omdat de mens een egoïst is moet dit bij de gehanteerde machtsmechanismen worden ingecalculeerd. Er past een weloverwogen wantrouwen. Als de heerser te veel luistert naar een verstandige adviseur met ogenschijnlijk louter goede bedoelingen zal ‘de man die een dergelijke heerser zou leiden, hem algauw van zijn macht beroven.’ (4) Mensen gedragen zich slecht, tenzij tot het goede gedwongen. Dat heeft als consequentie dat het heersen nauwelijks als lust naar voren komt, eerder als noodzakelijk kwaad. Want waar moet je al niet op letten om de macht te kunnen behouden?
      De visie over het eigen gewin is overigens genuanceerd, want Machiavelli stelt ook: ‘Want het doel dat het volk nastreeft, is hoogstaander dan wat de aanzienlijken beogen, aangezien deze laatsten willen onderdrukken en het volk alleen maar niet onderdrukt wil worden. Daarbij komt nog dat hij die de hoogste macht bezit, zich nooit tegen het volk veilig kan stellen wanneer dit hem vijandig gezind is, omdat het uit te veel mensen bestaat.’ (5) Hoe egoïstisch is de gewone mens nu eigenlijk? Logisch roept dit misschien vragen op, maar Machiavelli legt een brede schakering van de hoedanigheden van het menselijk handelen bloot.

Het principe van ‘verdeel en heers’ is uit de geschiedenis van de heersers en hun macht bekend. Wordt dit echter wel voldoende begrepen en goed toegepast? Dat moet efficiënter kunnen. Daarom wordt dit idee op diverse plaatsen doorgeëxploreerd. Bijvoorbeeld kan het verdelen letterlijk worden genomen. Wanneer je als heerser een gebied verovert moet je er kolonies stichten. (6) Je pakt dan land af van enkelen en dat stelt de groep die numeriek de meerderheid vormt tevreden. Daarmee wordt de macht verzekerd, een principe dat tot op de dag van vandaag wordt uitgevoerd.
      Een heerser staat nog sterker in zijn schoenen als hij laat zien tegenstand de baas te kunnen. Immers, dan onderwerpt hij niet alleen, maar laat zijn kracht zien en bindt daardoor velen aan zich die voordeel denken te hebben bij hun loyale aansluiting bij de sterkste partij. Machiavelli gaat zelfs zover dat hij aanbeveelt zo nodig met opzet tegenstand tegen zichzelf aan te wakkeren. (7) Dan kan hij die overwinnen, waarna de macht is gegroeid. Het verdeel en heers is dus een bewuste manipulatie van de bestaande notie van vermeend eigenbelang onder de mensen. Dat eigenbelang per individu kan als het ware opgeteld worden en je moet er dus genoeg van aan de macht binden om numeriek voldoende draagvlak voor de eigen positie te organiseren. Het ‘verdeel en heers’ kan een kracht vormen, bruut geweld daarentegen juist niet: ‘Maar als men zijn medeburgers vermoordt, zijn vrienden verraadt en geen trouw, respect of geloof kent, kan men toch moeilijk van morele kracht spreken.’ (8) En die heeft de heerser voor een bestendige macht nodig, om zich te kunnen handhaven.
      Dit machtsbegrip is qua terminologie eenvoudig en alledaags: je hebt de macht al dan niet ‘in handen’. (9) Toch speelt duidelijk ook een visie mee op de juiste balans en de morele kracht als gezindheid en levenshouding. Een belangrijke term in Machiavelli’s werk is ‘virtù’, deugd of kwaliteit. Dit wordt bedoeld als een breed scala van karaktertrekken die een mens wijs en moedig, onderzoekend en doortastend maakt. De ware heerser voldoet daaraan. Het is een term die aan de ‘middenwegen’ van Confucius of Aristoteles doet denken.

Machiavelli’s analyse heeft in sterke mate een a-moreel karakter, een zekere waardevrijheid binnen het kader van het hogere doel, de maatschappelijke orde. Hij pleit niet voor één bepaalde norm van goedheid en soms moet de mens ‘slecht’ handelen, weliswaar alleen als de noodzaak ertoe bestaat. Immers, als immoreel handelen de norm wordt verliest de heerser zijn draagvlak bij de massa weer en zal hij zijn macht moeten afstaan of nog meer geweld moeten gebruiken. De goede analyse moet dat juist voorkomen, want werkelijk heersen vormt een stabiele macht.
      Bij het rekening houden met de omstandigheden kan zelfs de klassieke vraag naar het al dan niet bestaan van een ‘vrije wil’ genuanceerd benaderd worden. Machiavelli: ‘Maar om de vrije wil van de mens niet te ontkennen, wil ik hier toch als mijn mening naar voren brengen dat het waarschijnlijk zo is dat het lot de helft van onze zaken in handen heeft, maar dat het de andere helft of praktisch de andere helft aan onszelf overlaat.’ (10) Een prachtige nuance, ‘praktisch de andere helft’. Zelf draagt het mede door zijn eigen boek versterkte inzicht er ongetwijfeld toe bij dat die andere helft voor de heerser wat groter wordt. Deze scherpzinnige analyse beschrijft immers kansrijke handelingsmogelijkheden voor hem. Die kan dus vaker zijn wil opleggen, als is hij daarmee nooit absoluut vrij. Machiavelli’s voorstel is aantrekkelijk als hij resoluut & klip en klaar stelt: ga er wel van uit dat je eigen wil wel wat bepaalt, maar natuurlijk niet alles.

De machtsuitoefening is nooit vanzelfsprekend. Het is een evenwicht tussen de heerser en de in de samenleving aanwezige macht. De belangrijkste counterpart – de tegenpool van de macht van de heerser – is de gezamenlijke macht van het volk. Het volk, de massa of de menigte (multitude) is een bundeling van individuen met elk een stukje macht. Als deze in één richting samenkomt bestaat een enorme macht die de heerser het gezag kan brengen, maar het hem ook kan afnemen. Als de heerser zijn macht niet goed gebruikt en het volk in weerzin daartegen zijn macht bundelt, is die laatste macht doorslaggevend. Er moet – in hedendaagse taal – dus draagvlak zijn, in verstrekkende zin. Het is in laatste instantie een noodzakelijke voorwaarde.
      Maar als de counterpart, het volk de macht grijpt, is de balans ook verdwenen. Het is dan net alsof twee mensen of groepen trekken aan een touw en de een plotseling loslaat, waardoor de andere partij plotseling hard valt. Als de macht van de heerser wegvalt is er een direct risico van wanorde, die ook ten koste gaat van het volk. Zonder georganiseerde macht, namelijk gebundeld in de persoon van de heerser die het algemeen belang in meer of minderde mate dient, zal er immers geen orde en regelmaat zijn, geen norm, geen beschaving, veiligheid noch welzijn. De menigte kan dus veel bepalen, maar zal weer een heerser, een machthebber nodig hebben om effectief beslissingen te nemen. Er zal zo snel mogelijk weer een centrale of in ieder geval herkenbare en grotendeels geaccepteerde macht moeten ontstaan.
      Het beste is dus dat de heerser heerst, dat hij dat goed doet in de bestuurlijke zin van het woord, dat hij de macht houdt met alle noodzakelijke middelen, en dat er een sterke continuïteit bestaat. Daarom mag de heerser ver gaan in zijn machtshandhaving, niet uit machtswellust, maar vanwege de maatschappelijke noodzaak van een centrale, geaccepteerde macht. Immers, de vooronderstelling op de achtergrond blijft steeds dat er bij velen een egoïsme bestaat dat getemperd moet worden.

Zo speelt de massa een rol, zij het vaak impliciet, op de achtergrond en door de kleine details heen. Machiavelli zegt: ‘Want ook al beschikt iemand over zeer sterke legers, toch heeft hij altijd de welwillendheid van de inwoners van een gebied nodig om er binnen te kunnen komen.’ (11) Deze bewoners zullen op hun beurt vaak te veel verwachten van de nieuwe heerser. Deze moet dat feit direct onder ogen zien en maatregelen nemen om de welwillendheid zo veel mogelijk te bewaren. Hier kan pressie bij nodig zijn, maar brute macht alleen geeft nooit een duurzaam draagvlak, het moet slim gebeuren. Hier onderkent Machiavelli een scherpe dichotomie als consequentie: men moet ‘de mensen strelen of uitroeien.’ (12) Dat laatste slaat dan vooral op een minderheid, zodat er een meerderheid – dus weer als optelsom – bestaat waarop de heerser zijn macht kan bouwen.
    Wanneer een heerser goed regeert en er continuïteit bestaat, zal zijn machtspositie niet gauw worden aangetast. Wel zal deze positie aan veel voorwaarden moeten voldoen. Daarom valt het verwerven van macht beslist niet gelijk met een duurzame macht. Bestendigen van macht is anders en vergt veel meer dan het veroveren ervan. Snelle machtswisselingen zijn risicovol. Machiavelli: ‘En verder is het met machtsposities die plotseling ontstaan, net als met alle andere dingen in de natuur die ontkiemen en snel tot wasdom komen, zo gesteld dat zij nooit zo diep wortel hebben kunnen schieten en zich zo ver hebben kunnen vertakken dat de eerste de beste storm hen niet weer omver werpt.’ (13)

Machiavelli meent: ‘dat er in elke staat twee stromingen zijn: die van het volk en die van de elite; …’ (14) Dat roept de vraag op voor wie hij eigenlijk schrijft, want het verhaal over het verwerven en behouden van macht kan vanuit de vorst, de elite, maar omgekeerd ook vanuit het perspectief van het volk worden bekeken. Twee eeuwen na Machiavelli heeft Jean-Jacques Rousseau hier een uitgesproken mening over: ‘Machiavelli deed alsof hij de koningen lessen gaf, maar intussen heeft hij de volken belangrijke lessen gegeven. ‘De heerser’  van Machiavelli is het boek van de republikeinen.’ (15)
    De massa telt. Maar het vertrouwen behouden is een hele opgave.





Noten

(1)  Niccolò Machiavelli, De heerser, 24e druk, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2009, p. 86.
(2)  Zie hierover o.m. Frans van Dooren, Inleiding bij Niccolò Machiavelli, De heerser, 24e druk, p. 30. Een uitleg van de hier weergegeven ideeën van Machiavelli vindt men ook in Jasper Schaaf, Het speelveld van de vrijheid, Uitgeverij Damon, Budel 2014.
(3)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 130. Zie ook p. 159.
(4)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, pp. 170-171.
(5)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 102.
(6)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, pp. 64-65.
(7)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 158.
(8)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 96.
(9)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, pp. 135-136. In een dialectische opvatting zal men eerder moeten spreken over een macht en machten als werking binnen bepaalde verhoudingen, al dan niet bewust toegepast, een opvatting die op zich bij Machiavelli aan de orde is. Macht is geen ding en niet slechts op één plaats lokaliseerbaar. Dat vraagt om een verdere uitwerking, die deels buiten de gemaakte keuzes bij de opzet van dit boek valt. Een gedifferentieerd en dynamisch machtsbegrip vindt men ook in de geschriften van Michel Foucault en in de visie van Mauk Mulder.
(10)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 174.
(11)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 62.
(12)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 65.
(13)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 86.
(14)  Zie Niccolò Machiavelli, Discorsi, Gedachten over staat en politiek, 5e druk, Ambo, Amsterdam 2007, p. 103.
(15)  Zie Jean-Jacques Rousseau, Het maatschappelijk kontrakt of beginselen van het politiek recht, Uitgeverij  Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1977, p. 72.






 
Niccolò Machiavelli