maandag 14 oktober 2019

De jonge filosoof René Descartes




–  Er is één ding dat ik hier met de grootst mogelijke nadruk wil zeggen, namelijk dat iedereen zich er stellig van moet overtuigen dat kennis, hoe verborgen ook, niet uit gewichtige en obscure, maar alleen uit gemakkelijke en algemeen voorkomende dingen moet worden afgeleid. –

René Descartes (1629)


Ben je in filosofie geïnteresseerd? Zo ja, heb je wel eens een boek van René Descartes (1596-1650) gelezen? Flinke kans van niet, er zijn verschillende tendensen in de filosofie die een andere kant op kijken.
     Bijvoorbeeld de vrij massale omhelzing van Spinoza in Nederland, waardoor soms Descartes wel overgeslagen lijkt te kunnen worden. Sterker nog speelt het uit diverse populaire aanvankelijk door vooral buitenlandse bronnen opgediende postmodernisme. Nog algemener misschien is de veronderstelling dat wat rationalisme genoemd wordt kan leiden tot een onkritisch bijeen knutselen van ideeën die inhoudelijk en maatschappelijk onjuist zijn. Rationalisme klinkt eenzijdig.

Dit, terwijl Descartes’ inzet nu was de wetenschap te bevrijden van onhelder denken. Hij wil een heldere filosofie, geen scholastieke kronkels en disputen meer. Liever een nieuwe start maken, uitgaan van wat evident helder is, en daarom een basis kan vormen voor ware kennis. Op zoek naar stevigheid en helderheid in filosofie en wetenschap.
     In feite gaat het om kennistheorie, die zich niet alleen richt op kwesties rondom de termen waarheid en onwaarheid, maar vooral ook op het zoeken naar een praktische methode om tot kennis te komen..

Deze inzet van Descartes start al vroeg in zijn leven. In 1629, dus op vrij jonge leeftijd, schrijft hij het niet afgemaakte werk ‘Regels om richting te geven aan het verstand’. Daarin, met wisselende accenten van belangrijkheid, is al veel te vinden dat in de latere meer bekende werken naar voren komt.
    Vrij jong was Descartes dus nog. Wel vaker zijn jonge filosofen scherp en verdient hun jeugdwerk alle aandacht. Bijvoorbeeld om later werk beter te kunnen plaatsen, vaak ook om inhoudelijke noties. Denk bijvoorbeeld aan Spinoza of Marx. Bijna altijd gaat het dan ook om onafgemaakt werk. De filosoof zoekt nog en weegt af, kan nog geen consistent verhaal afronden, of vindt al gauw zijn vroegere werk niet meer van belang, wanneer rijpere versies mogelijk blijken.

Descartes zoekt in zijn ‘Regels’ uitgangspunten en methodes. De waarneming speelt in het kenproces een rol, maar leidt niet automatisch tot inzicht. Het verstand speelt de rol te bezien wat in de waarnemingen en ideeën zeker is. Wat evident en zeker is, is vaak eenvoudig, dus ook eenvoudig in te zien, en van deze basiskennis moeten verdere inzichten logisch worden afgeleid.
    Het verouderde scholastieke denken zal vervallen wanneer de wetenschapper en filosoof zich inderdaad richt op wat zeker en helder is, daarin bestaat de basiswaarheid. Dit herhaalt Descartes meer dan eens als de kern van zijn betoog in de ‘Regels’ zoals in Regel IX: ‘We moeten ons geestesoog geheel op de kleinste en gemakkelijkste dingen richten en daar lang bij stilstaan, totdat we eraan gewend raken de waarheid helder en onderscheiden in te zien. (p. 282)
    En let op de mooie term ‘geestesoog’, waarnemen en denken tegelijk?

Dus het gaat om de gemakkelijkste dingen (?). Het is de strijdbare aanname van de jonge filosoof die quasigeleerdheid bestrijdt. Kennis moet nuchter zijn. Letterlijk wijst hij obscurantisme af: ‘Er is één ding dat ik hier met de grootst mogelijke nadruk wil zeggen, namelijk dat iedereen zich er stellig van moet overtuigen dat kennis, hoe verborgen ook, niet uit gewichtige en obscure, maar alleen uit gemakkelijke en algemeen voorkomende dingen moet worden afgeleid.’ (p. 283)
    De wetenschap dient zorgvuldig te zijn en overhaastheid wordt aan de kaak gesteld. De waarheid vereist inspanning: ‘Sommige mensen hebben immers vaak zo’n haast met het onderzoeken van stellingen dat ze met een dwalend verstand aan de oplossing beginnen, voordat ze hebben opgemerkt aan welke kenmerken ze het gevraagde kunnen herkennen als ze erop stuiten.’ (p. 316)

Descartes’ ‘Regels’ loopt vooruit op het daarna verschenen werk, op zijn verdere kennistheorie, met dezelfde ingrediënten, waarbij soms verder strekkende uitwerkingen worden genoemd. Denk aan zijn dualistische visie en aan een ‘bewijs’ van het bestaan van god. Vooral loopt het, ook door de gekozen bewoordingen vooruit op zijn expliciete accent op het bestaan als zekerheid voor het denken, ‘Ik denk, dus ik ben.’ Descartes’ beroemde ‘Cogito’.
      Dat is dan een principe dat zich richt op verdere zekere kennis, maar dat ook altijd leidt tot veel discussie, want wat vermag het verstand, de ratio nu eigenlijk? Het verstand kan de basis vormen van een heel kritische filosofie, maar ook van rotsvaste dogma’s. Hoe dan ook, Descartes inzet is kritisch, zoekend naar zekerheden wanneer de oude middeleeuwse dogma’s losgelaten moeten worden.

Hier ontstaan wezenlijke vragen waarover tot op de dag van vandaag discussies gaande zijn. Als te vaak wordt dan Descartes’ aanpak gelijkgesteld met ‘het rationalisme’, waarna vanuit die ‘samenvatting’ het goede, het kind met het badwater wordt weggegooid. Maar als je ‘Regels’ leest zie je dat zijn rationalisme in ieder geval niet betekent dat je alle bedachte fantasieën maar moet volgen.
      Descartes bestrijdt juist de obscure dingen van de toen bestaande wetenschap en sluit aan bij de stroom van nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, waarbij hij zelf een belangrijke rol vervult in de wiskunde. Het gaat er in zijn rationalisme eerder om dat er ideeën zijn die zo helder zijn dat ze een uitgangspunt voor verdere visies kunnen vormen, mits correct afgeleid. Zoals over ideeën over het reële bestaan van de mens en de natuur, met alle voortvloeisels van dien.

Vanuit Descartes’ denken worden de denktradities opgebouwd, waarin veel latere kennistheoretische thema’s opduiken, zoals bij Immanuel Kant, Georg Hegel en in kentheoretische discussies in het marxisme. Dit tegelijk in kritische interactie met andere visies, zoals het Britse empirisme.
    Maar óók – misschien onverwacht – lijkt ‘de rationalist’ Descartes hier als een voorloper van de logisch-positivistische Wiener Kreis en Ludwig Wittgenstein op te treden. Immers, hij zoekt naar eenvoudige, basale, zekere uitgangspunten, waarop de meer gecompliceerde waarheden logisch van moeten worden afgeleid. Dat moet leiden tot een consistente en sluitende systematiek.
     Het is het zoeken naar een consistente logica die zowel bij Descartes als de logisch-positivisten uiteindelijke vastloopt omdat alle (maatschappelijk) leven zich niet in één eenvoudige logica laat vangen. Althans tot nu toe, maar zoekt de hedendaagse natuurkunde niet nog altijd naar enkele fundamentele basisprincipes van alle bestaande? Het woord rationalisme, dat lijkt te zeggen dat de ratio de dingen bedenkt, schiet tekort om Descartes’ inzet in diskrediet te brengen, maar ook om deze inspanning voldoende te verdedigen.

Descartes is interessant. Zij vroege werk pleit voor een onderzoekende houding die noodzakelijk is als het om niet onbelangrijke zaken gaat. Hij is eerlijk in zijn redeneren. Waar het betoog hapert, kan de lezer het volgen. Daar konden erop volgende denkers kritisch op voortbouwen, zoals Spinoza, Leibniz en Hegel.
     Zo stapelt de kennis zich op, bij voorkeur op basale uitgangspunten, die blijven inspireren. Latere denkers sluiten zich daarbij aan, ook al zijn er altijd weer beslissende inhoudelijke verschillen.
    Descartes’ ‘rationalisme’ doet er nog toe, zolang dat rationele niet tot een rotsvast dogma wordt. Dat was het bij hem zelf ook niet.
    Op een praktisch alledaags niveau gedacht: is het zo gek te doen wat Descartes’ idee was, van kleine heldere waarheden ‘de rest’ afleiden? Consistent denken gevraagd! Best nog nuttig vandaag de dag.






Bron: Erik-Jan Bos, Han van Ruler (red.), René Descartes, Bibliotheek Descartes in acht banden, Band 1, daarin o.m. Regels om richting te geven aan het verstand, ingeleid en geannoteerd door Han van Ruler, Uitgeverij Boom, Amsterdam. De drie citaten op pp. 282, 283, en 316.





 
René Descartes (1596-1650)









vrijdag 11 oktober 2019

Attendering: Nu ook deel 3 van ‘Das Kapital’ vertaald!


‘Nu al?!’ Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) had dát kunnen zeggen. Hij bewerkte in 1881 gedeelten van Deel 1 van Marx’ beroemde en beruchte boek ‘Het Kapitaal’. Nadien moest de Nederlandstalige lezer wel heel lang wachten op een verdere vertaling van alle delen.

Dan nu ineens, in 2019, zijn zowel Deel 2 als Deel 3 vertaald in goed leesbaar Nederlands. ‘Het Kapitaal’, het politiek-wetenschappelijke levenswerk van Karl Marx. Na diens dood afgemaakt door zijn strijdmakker Friedrich Engels.

‘Nu al?!’ Een cadeautje. kun je wel zeggen. Want 2019 is ook het jaar waarin de 100ste sterfdag van Domela Nieuwenhuis herdacht wordt. Zijn vroege Nederlandse bewerking van ‘Het Kapitaal’ wordt zo ook herinnerd en geëerd.

Aan de vertalingen hebben meerdere mensen gewerkt, Leendert Erkelens, David C.A. Danneels en Adrien Verlee. Een arbeid, die slechts met grote zorgvuldigheid gedaan kon worden, en we spreken hier bovendien wel over boeken van 450 en 700 bladzijden.
    En hoewel je natuurlijk de lezer kunt aanmoedigen alles ineens te lezen, met behulp van de heldere politieke ‘Inleiding’ in Deel 3 van Ernest Mandel (1923-1995) en de overzichtelijke inhoudsopgaven zijn ook bepaalde delen uit te selecteren, die op zich al zeer lezenswaardig zijn.
    Zoals in Deel 3 de hoofdstukken over ´De wet van de tendentiële daling van de winstvoet’, die revolutionaire verwachtingen hebben versterkt, en nog tot op de dag van vandaag economische en politieke discussies afdwingen.

De socialisten, Domela Nieuwenhuis voorop, en die erna volgden in de arbeidersbewegingen, de communistische, socialistische en linkse partijen en groeperingen, én natuurlijk de vakbeweging, konden en kunnen hun voordeel doen met dit werk.
      Een dogma hoeft niemand ervan te maken, wanneer je deze boeken goed leest. Karl Marx en de ‘bezorger’ van de delen 2 en 3 Friedrich Engels waren streng wetenschappelijk ingesteld, daar is geen dogma bij nodig.

Over de grote problemen door en van het stelsel van de kapitalistische economie weet ‘Het Kapitaal’ veel te zeggen.
    Veel dat de discussies van vandaag kan helpen verdiepen. De vermeende eeuwigheid van het kapitalisme wordt hier grondig ter discussie gesteld.





De boeken kosten € 29,50 per deel en zijn te koop bij:

Voor Nederland, te koop in Amsterdam bij: International bookshop Het Fort van Sjakoo.
Zie het adres op internet, dit is ook het adres om eventueel te bestellen met verzending per post.

In Groningen te koop bij boekhandel Godert Walter en boekhandel Van der Velde.











maandag 7 oktober 2019

Miskende naties, wapenwedloop, klimaat en vredesbeweging


Een oude dialectische slogan, vaak genoeg genoemd én misbruikt, is dat ‘alles met elkaar samenhangt’. Als we de situatie in de wereld vanuit enkele actuele maatschappelijke invalshoeken bekijken is het echter wel een houtjetouwtjesamenhang.

Houtje touwtje. Op tal van terreinen is de stabiliteit zoek, terwijl ‘de dingen’ wel veel met elkaar te maken hebben. Dat tekent tal van risico’s.
   Dat ‘de wereld een dorp is’, is ook al zo vaak gezegd. Dat de klimaatverandering een groot drama in zich bergt weten we al zo lang, maar lijkt nu pas echt door te dringen in de massapolitiek. Zowel bij de zogeheten leiders als onder de volkeren. Dat de aandacht groter en sterker wordt dan het wegkijken vanuit valse, vermeende economische belangen.
   Zie bovendien de sociale ongelijkheid en onderdrukking, die nog op tal van plaatsen bestaan, en door gevolgen van de klimaatsveranderingen vooral maar toe lijken te nemen, zeker dat risico in zich heeft.

Ongelijkheid, niet alleen op het kleinere maatschappelijk niveau. Ook vroegere ongelijkheden en onderdrukking werken door. Zo zijn er tal van landen die zich de koloniale onderdrukking herinneren. Of ze memoreren het feit dat ooit een ander land ‘hun gebied’ heeft ingepikt. Moet dat niet teruggedraaid worden?
    Voor de gevolgen zie bijvoorbeeld de ‘onrust’ in Hongkong, een etalage van de potentieel levensgevaarlijke gevolgen van vroeger ‘beleid’, in dit geval ook de koloniale overheersing.
    En zie China zelf, dat zich oude onderdrukkingen herinnert en dat koppelt aan de wens oude machtsposities terug te winnen. Of vanuit de vroegere miskenning nu meent in de macht eindelijk eens een volwaardige dominante rol te moeten spelen.
    Het gaat hier niet zozeer om China, dat is een van de vele mogelijke voorbeelden. Hoeveel naties zijn er niet waarin een besef bestaat historisch tekort gekomen te zijn? Bij landen in Azië, Amerika, Afrika en ook zeker wel in Europa en Australië, dus overal kan dit spelen.

Miskende naties, of althans waar een zeker zich miskend voelen door kan spelen zijn er volop. Dat raakt het denken over de toekomst. Over de kansen en bedreigingen. Moet er nog geschiedenis bijgesteld, ‘gecorrigeerd’ worden? Veel mensen zullen bij navraag dat beamen, omfloerst of niet, direct of indirect. Echte of vermeende onrechtvaardigheden bijstellen. ‘Eindelijk …’ zullen sommigen denken.

En daarvoor zijn heel veel mogelijkheden voorhanden, in toenemende mate. Vreedzame mogelijkheden, bijvoorbeeld vanuit een machtige of minder machtige Verenigde Naties. Maar vooral ook veel minder vreedzame, eenzijdige, gewelddadige, enzovoorts. Door de digitalisering, de vele nieuwe ongecontroleerde wapensystemen, en de hele technologische en biotechnische ontwikkeling.
    Moet dit nader uitgelegd worden? Het bombardement op de olie-installaties in Saudi-Arabië, zoiets kan toch overal? Zonder afzender zelfs, maar ‘ergens’ wel met een bedoeling.
    Zo’n ongekende aanval wekt – zoals bleek – echter veel minder verwondering op dan je zou mogen verwachten. Alsof de chaos langzamerhand het enige stuur is dat draait. En omdat dit nu eenmaal zo is, veel mensen zich er maar bij neerleggen, passief, vervreemd.

Vele soorten nieuwe oorlogen zijn denkbaar, de intentie ervan, de veelvormigheid ervan en vooral de grote impact. Zowel voor de mens als heel de natuur. Vormen van oorlog die de mens nog nauwelijks kent, zijn deze nog af te stoppen? Vormen die bedacht zullen worden met de schier oneindige digitale mogelijkheden, zoals oorlogen met gestolen identiteiten van mensen.
    Er bestaat een grote bewapening met tal van bijna nog onvermoede grote gevolgen, voor alle plekken ter wereld. Met een grote impact – bovenop alles wat er menselijk gezien al speelt – voor het klimaat, de biodiversiteit, de ecologische kansen en bedreigingen, het land en de zee.

Kijk dan eens naar de filosofie, vooral de zogenaamde publieksfilosofie. Staan daar de zorgen voor de toekomst wel voldoende centraal? Tal van discussies richten zich op de levensstijl van de hedendaagse burger, de persoonlijke verbetering, het genot, de festivals, allerlei nog half besproken emoties, het al dan niet nog bestaan van privacy, de leuke dingen en hoe die in ons leven zo vaak een beetje gedwarsboomd worden.

Ik geef het toe, het is hier wat kort door de bocht, en van alles mag, maar waar is bij het grote verhaal van hierboven het sterke verzetsverhaal daartegenover gebleven?
    De op zich meer eenvoudige verhalen van de kernbewapening en de kruisraketten brachten zo’n veertig jaar geleden de halve wereld in beweging. Kan zoiets nu niet meer, is het allemaal zó ingewikkeld dat alleen wegkijken vanzelfsprekend lijkt? Waar is de vredesbeweging?

Het gaat om de rechten van volkeren, over strijd tegen ongelijkheid, om de regulering van en de controle op de talloze technologische vernieuwingen, om het leven, de vrijheid, de vrede, de duurzame ecologische verhoudingen. Kortom, het gaat om de wereld.
    Bij de milieuacties en politieke bewegingen horen in toenemende mate vredesacties, en een pleidooi voor een sterke Verenigde Naties. En een rem op het wegkijken, waarvan de media én de filosofie zich meer bewust van zouden moeten zijn. Niet alleen kleine, maar ook de grotere noodzakelijke doelen benoemen, die uiteindelijk ook het particuliere leven van de mensen zullen bepalen.

Houtje touwtje en tegelijk zoveel bedreigingen. Slordigheden kunnen de wereld in brand zetten. Het is geen vanzelfsprekendheid dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Dat vraagt echter wel om actie, op vele plaatsen, op verschillende politieke, wetenschappelijke en technologische niveaus.
    Tegenwoordig spreekt men weer hardop en vaak in stevige termen over emancipatie. De natuur en de vrede bewaren, en de vrijheid respecteren is ook emancipatie. Dat wordt wel eens vergeten.




Voor hoopvolle acties, zie het positieve werk van Stop Wapenhandel, PAX, Milieudefensie en anderen. Zij verdienen alle steun. Voor meer gegevens zie het internet.

















zondag 22 september 2019

De paradox van de traditie die zich steeds maar vernieuwt


Een kleine bespiegeling over traditie en identiteit. ‘Traditie’, het klinkt als iets van vroeger dat nog steeds maar behouden moet blijven. Dan moet je eerst zeggen: ‘Wat precies?’
    ‘Identiteit’, die is veel in discussie, en om wat dat is te bepalen wijst men graag weer naar de tradities. Of naar ‘cultuur’, nog zo’n woord.

Het Sociaal Cultuur Planbureau (SCP) heeft het pas nog onderzocht. Het is kennelijk urgent, wat maakt Nederland tot Nederland? De ondervraagden denken dan aan vroeger, de tradities, kennelijk wordt de Nederlandse identiteit bepaald door klompen en molens (?).
    ‘Hoho!’, klompen en molens staan helemaal niet gelijk in de traditie. Voor velen zijn klompen inderdaad iets voor souvenirwinkels en plaatjes van vroeger, terwijl de molens, de windmolens vooral, steeds in discussie zijn. Immers, die zijn doorontwikkeld, modern, mogelijk zelfs noodzakelijk, zo vreselijk hedendaags dat ze er nog niet eens allemaal staan.
      Oude traditie en spannende toekomst vallen hier drastisch samen.

Achter het onderzoek van het SCP naar ‘onze identiteit’ (tja ..) steekt natuurlijk het politieke gewoel. Het populisme versus het kritische verstand. De discussie binnen en buiten de politiek gaat heden ten dage nogal veel over het eigene dat heel erg behouden moet blijven versus ach het valt wel mee.
    Wat dan ook nog opvalt is dat zo’n behouden traditie veelal gezien wordt als iets dat vastligt of vastlegt, een verandering blokkeert.

Maar wat is er nu sterk, een identiteit die zich verder vormt en dus ook krachtiger kan worden, of een stellingname die weinigs nieuws meer toelaat, die zelfs angst toont voor het nieuwe?
    Of je nu spreekt over de eigen identiteit of de mooie traditie, historisch wordt altijd bevraagd hoe ‘het’ ontstaan is. En dat brengt je vaak naar spannende situaties, naar momenten van strijd en verandering, van risico’s, van lef nieuwe invullingen te zoeken. Vernieuwing toentertijd.

Het klinkt paradoxaal, maar traditie sluit vernieuwing niet uit, en identiteit ook niet. Het zijn – zoals vandaag de dag opnieuw blijkt – ook ideologisch-culturele termen die wel degelijk een reële inhoud aanwijzen, maar die welbeschouwd vaak eerder verandering dan stilstand garanderen of markeren.
    Hoe kan een traditie sterk zijn als ze geen veranderingen toelaat? En is een identiteit altijd gehuld in dezelfde gedaante?

En concreet, hoe zit dat dan met migranten, mensen uit andere culturen, met andere religies, andere gewoonten en in andere kledij, met vast en zeker geen klompen? Onvermijdelijk is dat culturen vroeger, nu en later door elkaar worden gehusseld. Nu door de globalisering, door oorlogen, door de popmuziek of gewoon door ambities of zo. Dat heeft allemaal invloed op identiteit en traditie.
      Maar dat dit op zich bedreigend is kan toch moeilijk worden gesteld. Want de traditie kan verbreed worden en toch behouden, dus worden versterkt. De identiteit idem dito. Een sterke identiteit kan de verandering aan. Meer nog, een sterke identiteit draagt de verandering.

De cultuur, de identiteit, zijn er dan nooit bedreigingen? Natuurlijk, maar die moeten dan concreet worden benoemd. Een cultuur, traditie of identiteit kan verdwijnen door te grote, gewelddadige, massale of overhaaste verdringing.
      Maar men neemt echter veel eerder aan dat dit speelt dan de werkelijkheid laat zien. Angst is overbodig als zo’n verdringing niet speelt of teruggedrongen wordt. Het is een angst die vooral ontstaat door valse, overmatige verhalen.
      De conservatieve ideologie roert haar trom, dat het allemaal te veel is. Voor wie eigenlijk? Concrete problemen zijn meestal oplosbaar, valse verhalen gaan echter vaak ook langer mee dan voor een levendige traditie wenselijk is.

Een sterke uitkomst evenwel kan slechts bestaan als tradities en zeker de identiteit het oude bewaren in samenhang met vernieuwing, dus niet onder de kaasstolp liggen.
      Wees blij dat er identiteiten bestaan, juist omdat ze niet heilig zijn, maar kunnen blijven veranderen. Een sterke identiteit kan verandering aan. Een werkelijk sterke traditie wordt heus niet vergeten in de nog zo woelige wereld.

Traditie, identiteit, een ander nabijliggend woord is ‘cultuur’. Cultuurpolitiek heeft altijd een grote rol gespeeld in de machtspolitiek, maar daarmee vormt de macht nog geen levendige en duurzame cultuur, breekt deze soms eerder af.
      Dit is te zien in tal van landen door de geschiedenis heen. Zie de exploitatie van de folklore in de Russische politiek de afgelopen honderd jaar. Hielp die de opbouw te ondersteunen of de stagnatie te verdoezelen? Cultuur kan een conserverende en verstarrende functie vervullen. Dan komt er echter beslist een moment waarop een nieuwe cultuur van buiten doorbreekt. Niet meer te stuiten. Of toch van binnen, of beide, niet te stuiten.

Een probleem dat populisme en rechtsnationalisme voedt, is dat men de werkelijke kracht van de cultuur niet kent of onvoldoende bespreekt. Dan gaat de angst zijn grote rol spelen en gaat men iets verdedigen dat helemaal niet verdedigd hoeft te worden. Geen teken van kracht dus, maar van zwakte. Met uitwassen als het grote risico, zie de voorbeelden uit de geschiedenis.
      Een sterke traditie kan nieuwe cultuur integreren en daarin als cultuur herkenbaar, gevoeld en beleefd blijven.
      Het is zelfs een levensnoodzaak: Tradities moeten vernieuwd worden, anders sterven ze uit!

Alle deuren dicht is de dood in de pot en zeker niet houdbaar. Bepaalt traditie de identiteit? Neen, identiteit omvat meer en klinkt ook dynamischer, al kunnen tradities ook vernieuwen met behoud van een zekere kern, dus weer als een medebepalende identiteit.
    Er bestaat aldus een paradox van de traditie die zich vernieuwt. Dan is een traditie pas sterk en blijft die voortbestaan, al zullen haar verschijningsvormen niet altijd dezelfde blijven.
      Dat zien de populisten dus fout, wanneer zij de traditie alleen maar willen afschermen. Helemaal afschermen leidt zoals gezegd op den duur tot uitsterven! Een sterke traditie is materieel geworteld, in het alledaagse leven ingebed en kan nooit helemaal afgeschermd worden, wand juist dan zou die echt in het voortbestaan worden bedreigd.
      Wordt ze betekenisloos? Tradities moeten vernieuwd worden, anders sterven ze uit!

Een volk, natie, provincie, stad of dorp heeft wel degelijk een soort identiteit, uiterlijk en innerlijk. Echter beslist niet één die nooit verandert. Dan zou die al op sterven na dood zijn, niet iets om voor op te komen.
      Het zijn juist de tradities die moeten veranderen, meer dan de bijkomstigheden. Tradities moeten zich vernieuwen.

Identiteit, tradities? Moet je wat vroeger zo was nu zo laten? Ach, dat gebeurt toch niet.
    Het is een paradox: sterke tradities en identiteiten hebben juist verandering nodig. Daarin bestaan ze, daarin bloeien ze op.












woensdag 11 september 2019

Bouwt de SP een vaste achterban op?


De SP in de herbezinning, na minder mooie verkiezingsuitslagen. Een tweede blog hierover, nu wat meer intern gericht. Nou ja, in de politiek bestaat het onderscheid extern naar buiten treden en intern een stevig verhaal vertellen nauwelijks. Beide hangen onverbrekelijk samen. Maar wat accenten aanbrengen kan geen kwaad.

De min of meer vaste achterban van een politieke partij is kleiner dan het aantal kiezers. Maar er zit wel ontwikkeling in, wellicht een parallelle ontwikkeling. Echte aanhangers, ware socialisten en mensen die niet van ideologie houden maar wel van een sociale politiek, vormen de ruggegraat van de partij.
      Zij – lid of geen lid – zijn de mensen die naast het verrichten van de nodige hand en spandiensten, op plekken waar discussies plaatsvinden met overtuiging zeggen: ‘De SP is mijn partij.’ Ook als het even niet meezit.

Van zo’n achterban krijg je (er) nooit genoeg. En daar zit wel een probleem, dat overigens ook internationaal speelt, bij zusterpartijen, en dat ongetwijfeld samenhangt met de moderne media, de digitalisering, de klimaatproblemen, de migratie, de (geopolitieke) dreiging van oorlogen, enzovoort.
      Of anders gezegd, een probleem dat samenhangt met de enorme economische kapitalistische macht waartegen het moeilijk opboksen is, ondanks crises die delen van het kapitaal raken. Dat kapitaal, hoe verderfelijk ook, weet zich maatschappelijk sterk te presenteren, vanuit zijn sterke verworven ideologische en politieke posities, zoals in de media.
      Voor een socialistische partij is daar tegenover goed zichtbaar en herkenbaar blijven een hele kunst, maar ook een noodzakelijkheid.

Maar we blijven nu in Nederland. De vraag naar de achterban van de SP.
      Toen ik zo’n vijftien jaar terug lid werd van de SP kwam ik in mijn afdeling Groningen levendige discussies tegen. Een warm bad. Politiek en divers, soms chaotisch, velen wel heel betrokken.
      Maar het probleem wat ik zag en zie ligt niet zo zeer bij de inhoud, maar bij de betrokkenheid op de langere termijn. Elke bijeenkomst zaten er nieuwe mensen, en dat is mooi. Maar elke bijeenkomst miste je ook mensen. Die eerder actief waren en niet meer kwamen opdagen. Natuurlijk verloop, of ging dat niet wat al te snel?

Je mag hopen dat het een lokale kwestie is van een universiteitsstad met veel jonge mensen, maar de doorstroming is gewoon té snel. Hoe moet dit beklijven? Alsof je steeds met een andere partij te maken hebt.
      Dit betreft niet zozeer de enorm hard werkende kern van bestuursleden en volksvertegenwoordigers, maar er mist een politieke cultuur eromheen. Dus vooral ook een cultuur die uitstraling geeft. De SP lijkt soms gewoon een saaie boel, te plichtmatig, zeker inhoudelijk.

Als er zoveel leden en sympathisanten afhaken kan een democratische volkspartij op den duur zich niet of maar moeilijk handhaven. Immers, als het leger afhakers groter wordt dan de blijvers, krijg je een omgekeerde uitstraling. Bij de Provinciale Statenverkiezingen heb ik meerdere malen mensen ontmoet die zeiden ‘dit keer niet’ op de SP te stemmen.
      Vaak hoorde je dat met een vrij zwakke, weinig profilerende argumentatie, maar het ‘deze keer niet’ was wel een overeenkomst. Vaak ging het niet eens zozeer om één bepaald item van bijvoorbeeld de landelijke politiek, maar een gemis aan echte profilering van de partij. De strijdbaarheid, de spanning wordt gemist. De SP niet meer spannend?
      Deze mensen zeiden dit wél hardop op een bijeenkomst over politiek met veel jongeren. Niet vijandig bedoeld ongetwijfeld, maar antireclame voor de SP.

Hier kun je tegenin brengen dat het afhaken misschien eerder ligt aan het gebrek aan het behalen van concrete resultaten. Maar daarin moet je jezelf niet onderschatten, al moet je van de andere kant gezien, je zelf daarbij zeker ook niet overschreeuwen.
      Veel mensen voor wie je knokt zijn realistisch. Zij weten echt wel dat de resultaten vaak niet 100% haalbaar zijn, maar waarderen de strijd, de inzet en de solidariteit tóch. Dan moet je daarbij wél het langere termijn verhaal kunnen vertellen, het verdere perspectief ontwikkelen.

Hoe dan ook, een waarlijk democratische volkspartij kan niet zonder ‘verhaal’. En dit ‘verhaal’ moet je breed vatten. Wat dus iets anders is dan het eenmalig voor X-aantal jaren een nieuwe tekst vastleggen.
      Het gaat om politieke cultuur, om alle mogelijke vormen van discussie, debat, intern, extern, met jezelf, met de leden, de voorbijgangers, de bewoners, de armen, de rijken, de linkse partijen, bepaalde ondernemers, de vakbonden, met herhaling, zonder herhaling, met beslissingbevoegdheid, een andere keer dat weer niet, over geschiedenis, over de toekomst, en nog veel meer vormen en inhoudelijke punten. Enzovoort.
    Dus eigenlijk gaat het om dat wat er wel is, maar te veel een bijkomstig incident is geworden. Of de hunkering naar een debat dat kennelijk ergens plaatsvindt, maar net niet bij de lokale SP. Er wordt tegenwoordig wel veel gesproken over ‘het debat’, maar daar wordt vooral de verbale terreur van bekende Nederlanders en journalisten mee bedoeld.

Er kan veel meer. Ooit projectleider en opbouwwerker geweest in wat heette een aandachtswijk. En keurig woord omdat men het woord achterstand niet wilde noemen. Bij de aanvang veel scepsis. Maar er bleek dat overal mensen graag willen praten en meedenken. Zich gehoord willen voelen.
      En dat op alle niveaus, in de straat en buurt, maar daar niet alleen. Ook over zware of ideologische zelfs wereldbeschouwelijke vragen. Het draait erom dat wat gezegd wordt door mensen serieus genomen moet worden.

Hoort dit ook niet zo bij de SP? De achterban, lid of (nog) geen lid, laat hen samen een verhaal vormen. Gericht op een sociale toekomst. Er is zoveel meer mogelijk.
    Debat is vaak te veel verworden tot een discussievorm waar bijvoorbeeld ieder slechts een paar regeltjes mag uitspreken en verder maar geluisterd moet worden. Dan haakt men op den duur zeker af. Met meer lef kan het leuker, interessanter en van groter politiek gewicht worden.

Het gevaar van de karikatuur ligt dan op de loer. Bij mijn boek ‘Actief socialisme, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking’  krijg je als eerste reactie soms de karikatuur. Een PvdA’er riep gelijk dat ‘ik de PvdA wil opheffen’. Alsof opheffing nu de interessantste discussie is die linkse partijen en organisaties kunnen voeren. Koudwatervrees, het komt onder socialisten en linkse mensen voor.
    Een eigen verhaal staat niet haaks op samenwerking. Het omgekeerde ook niet. Samenwerking met andere organisaties en initiatieven zal (ooit) leiden tot verandering. Als de politieke inhoud sterk is zullen beide bestaan en zich blijven ontwikkelen, zowel de politieke samenwerking als het eigen verhaal. Gericht op opbouw én resultaten.

Over de vorm valt veel te zeggen, net als over de inhoud. Maar de vorm moet vrij zijn. En de inhoud vernieuwend maar ook stevig, misschien zelfs klassiek, dat valt niet vooraf te bepalen.
    Een grondige scholing door deskundigen is soms noodzakelijk, maar niet de (enige) oplossing van de problemen, daarvoor speelt er teveel. Het gaat erom leden en de achterban mee te nemen in de politieke beoordeling waarmee een vuist gemaakt kan worden.

Grondige scholing? Je kunt jezelf ook tekort doen door te weinig gebruik te maken van wat er al is. Een blad als Spanning van het wetenschappelijk bureau leent zich goed voor lokale scholings- en discussiebijeenkomsten met leden, sympathisanten en anderen. Inhoudelijk verdiepen, het debat aangaan, goed gebruik maken van wat de partij al bezig houdt en produceert. Met een beperkte voorbereiding kan dat heel interessant zijn.
    Dit kan dan ook weer bijdragen aan het versterken van de herkenbaarheid naar buiten toe en het leggen van nieuwe contacten.

De SP werft goed, maar weet vaak de leden niet echt praktisch en inhoudelijk te binden. Het lijkt niet meer bij deze tijd te passen? Vergis je niet, inhoudelijke en bereflecteerde betrokkenheid zal altijd gewaardeerd worden. Vorm je verhaal, maar leer vooral van de ander, zoals de bewoners, de werkers, de migranten en de klimaatactivist.
    Waar blijft de belangenstrijd in dit verhaal? Het opkomen voor mensen die maatschappelijk onder druk staan? Zij staan niet naast dit verhaal, de SP moet de partij zijn van beide, in samenhang: actie, belangenstrijd én een groter politiek verhaal.

Het moet een verhaal zonder einde zijn. Met zowel openheid én betrokken en besproken standpunten.
      Vroeger dachten sommige socialisten wel eens dat bij ‘het socialisme’ het verhaal zou eindigen. Het verhaal kent echter nooit een einde. Wél een begin: vandaag, op basis van de maatschappij zoals die zich tot nu toe gevormd heeft als kapitalistische maatschappij.
      Het hier en nu moet dus een verhaal vormen zonder einde, met een echt sociaal perspectief. Hoop als rem tegen afhaken. Dat verhaal kan alleen samen worden verteld. Dan pas wordt het interessant, aantrekkelijk en inspirerend.

Als dat lukt vertelt de achterban dat ook verder aan wie het nog niet gehoord hadden. Wervingskracht groot, maar bindingskracht klein? Uiteindelijk bepaalt het tweede het eerste.
















zaterdag 7 september 2019

Het politieke hart van de SP


De SP zit in de herbezinning. Gelukkig niet alleen dát, de partij is actief als voorheen. De slechte verkiezingsresultaten van dit jaar dwingen echter tot verder nadenken. Met de nodige bijeenkomsten en een positiebepaling op het komende congres.
      In twee blogs een kleine bijdrage, dit is de eerste.

Waar ligt het hart van de SP? Bij het volk, bij de onderdrukten. SP-ers, de radicalen en minder radicalen, hebben één ding gemeen. Ze kunnen niet tegen onrecht, en vooral niet tegen ongelijkheid. Als het gaat om strijd tegen het kapitaal, hoor je altijd doorklinken dat het gaat om de ongelijkheid en armoede die ontstaat door de macht en de uitwassen van het kapitaal. Vaak wordt dat – al dan niet terecht – aangeduid met ‘de rijken’.

Daarom voert de SP consequent, ook al zijn er flinke lokale verschillen, strijd aan de zijde van de huurders, de uitkeringsgerechtigden, de mensen die van zorg afhankelijk zijn, enzovoort.
      Daarom zal (vrijwel) elke SP-er het terecht vinden dat nu in de Gemeente Oldambt de SP de stekker uit het college van B&W trekt. De andere partijen willen bezuinigen op de mensen die van maatschappelijke ondersteuning afhankelijk zijn, en dat moest nu juist niet. In moeilijke tijden moet je juist voor die mensen opkomen.
      Zelf steun ik die keuze ook, het hart van de SP ligt daar waar de mensen het diepst geraakt worden.

Veel SP-ers verwachten dat door deze gezamenlijke sociale inzet en strijd bij verkiezingen veel mensen die maatschappelijk getroffen worden ook op de SP zullen stemmen. Maar de geschiedenis leert dat dit geen automatisme is, dat bij parlementaire verkiezingen vooral ook het parlementaire verhaal, het verhaal over de macht met kracht moet worden verteld. Op een herkenbare en aansprekende manier.
      Gebeurt dat onvoldoende dan stemmen veel mensen die de SP in het dagelijks leven zeker wel als bondgenoot zien, toch op een andere partij. Of ze stemmen niet.
      Waar de actieve SP-er een link ziet tussen het dagelijkse leven in dorp en stad én het parlement, bestaat er geen enkele garantie dat door de bevolking dat verband ook wordt gezien. Of ze vinden dat geen hoopvol verband, voelen feilloos aan dat ook de SP er zelden slaagt het mooie-woorden-circus te doorbreken.
      Dat verband lijkt voor de politiek georganiseerde vanzelfsprekend, maar is dat niet voor iedereen. Dat leert de geschiedenis. Het lastigste is dat deze scepsis op zich niet irrationeel is.

Ja, de geschiedenis is leerzaam, en moet niet worden vergeten. Ik denk hier vooral terug aan het jaar 1977. Zelf toen actief in de CPN. Deze partij was in veel buurten en wijken populair, zeer actief, en kreeg tot vlak voor de verkiezingsdatum tal van positieve reacties. Nieuwe leden stroomden toe, zo leek het. En deze partij had een sleutelrol vervuld in de zeer massale, brede en succesvolle vredesacties.
      Het resultaat was een totale verrassing. De CPN ging van 7 naar 2 Kamerzetels. In feite stortte de partij in één keer volledig in. Dat leidde natuurlijk tot de bijbehorende ideologische discussies, maar de echte oorzaak was zeker ook de parlementaire ineenstorting, waardoor ook de leidinggevenden hun posities verloren.
      De CPN had hierbij in ieder geval een kapitale fout begaan. Haar leuze ‘Van Agt eruit, de CPN erin!’ had zich gefixeerd op het regeren, niet op het geheel van actie en sterk parlementair optreden. Een voorbeeld van zich parlementair overschreeuwen, waar de ‘gewone mensen’ in de wijken zich niets nuttigs bij konden voorstellen. Hoe hier vertrouwen in hebben?

Er spelen verwachtingen, oorzakelijke verbanden tussen actie en parlementarisme, de logica die de één ziet en een ander helemaal niet, zeker niet als vanzelfsprekend.
      Het lijkt vreemd, het lijkt onredelijk, maar de kiezer in de burgerlijke democratie laat zich altijd weer verleiden door makkelijke verhalen en (loze) beloften, herhaaldelijke presentaties in de media, praatprogramma’s met een quasi kritische insteek, en tot wat men op straat zoal roept. En daar zit – in de huidige politieke situatie – een enorm stuk defaitisme en cynisme.

Realistisch zijn betekent niet nu alles maar overboord gooien. Het rode hart van de SP-er ligt nog altijd in de solidariteit met de onderdrukten, en is gericht tegen sociale ongelijkheid. Het vraagt wel om analyses. Zoals analyses die je samen met niet-leden maakt. En simpelweg om doorzettingskracht. Die ontstaat niet vanzelf, maar slechts door volhardend werken. De vaste achterban is altijd kleiner dan het aantal van het best behaalde verkiezingsresultaat.

Er bestaat wel een zekere overeenkomst met de CPN-leuze uit 1977 ‘Van Agt eruit, de CPN erin!’ De SP voerde in sommige verkiezingsmateriaal bij de Provinciale Staten-verkiezingen leuzes als ‘Dit is jouw kans om Rutte weg te sturen’ met een foto erbij uit de landelijke politiek in plaats van de provinciale lijsttrekker.
      De kiezer zal dit vaak hoogmoed vinden, onrealistisch. Of ziet het zo vluchtig gepresenteerde verband niet. Het politiek bewuste lid ziet het verband en het enthousiasme groeit misschien, de man in de straat ziet er niets in.

Het programma van de SP moet stevig zijn en blijven. De solidariteit en antikapitalistische strijd mag nooit worden weggemoffeld. Een werkelijk sociale samenleving kan alleen bestaan als de kapitalistische macht wordt beteugeld. Overschreeuwen daarbij helpt niet, de leuzes te groot en onrealistisch maken stoot af, ook al zal de kiezer misschien zelf niet zien wat erin nu zo afstoot.
      In de discussie en presentatie duidelijk een voorhoede zijn, tijdig aanwezig zijn – ook bij zware punten als migratie en klimaat – is wel van belang. Anders wordt de partij niet meer gezien. Ook dat heeft laatste tijd meegespeeld.

Over het hoe en wat ervan nog iets meer in de volgende blog. Zeker is dat de principes verdoezelen de oplossing niet is. Dat doen al genoeg partijen. Op anderen lijken, daar zijn geen socialisten voor nodig. Samenwerken is een ander verhaal, maar ook dan moet de socialist herkenbaar blijven.

Kortom, vaak ziet de kiezer ziet het verband niet, dat de SP-er vanzelfsprekend vindt. De kiezer laat zich leiden door de media. Helaas, maar grotendeels waar. Dat wetend betekent ook dat geen paniek nodig is als uitslag tegenvalt. Wel tegenkrachten ontwikkelen, ook in de media en sociale media.
      En vooral niet denken dat er nu één oplossing is voor alle tegenvallers. De oplossingen liggen in je kop erbij houden en de strijd blijven voeren.

Mensen leggen vaak het verband niet vanzelf dat de SP wél maakt of moet maken. De verbondenheid van actie en parlement vraagt permanente aandacht. Het hart van de SP ligt bij het volk. Maar het hart van het volk niet evenredig bij de SP, althans niet op parlementair niveau.
      Veel mensen verwachten weinig van parlementaire politiek. Dus de eigen (te) grote nadruk daarop doet vertrouwen eerder afnemen dan toenemen.






(Met dank aan Aristoteles en Machiavelli)















dinsdag 3 september 2019

Een piepklein stukje aandacht voor de Jeugdzorg


Op 2 september demonstreerden 4000 werkers in de Jeugdzorg. Met de Jeugdzorg krijgen honderdduizenden jongeren en families te maken, zo niet meer. Sinds 2015 zijn de gemeenten hiervoor verantwoordelijk en moeten zij met een ingeperkt budget de jongeren van hun eigen zelfredzaamheid overtuigen.
      En dat lukt niet, want dat kan niet. Een commissie onder leiding van Micha de Winter concludeerde onlangs dat er grote misstanden in de Jeugdzorg bestaan. Daarover wilde de pers wel wat schrijven.
      Begrijpelijk komen de werkers nu samen in beweging. Dan verwacht je heel wat ondersteuning van zo’n actie en aandacht door de pers. Met leuke foto’s en een inspirerend verhaal van de werkers die graag aan de slag willen voor onze jeugd en zich uit de naad werken.

Een uitgebreid verslag nu de actie gestalte krijgt? Dit stukje hierboven telt 123 woorden. Het verslag van de actie van Jeugdzorgwerkers in de Volkskrant vandaag – 3 september 2019 – telt de helft, 61 woorden. Wat een omvang, wat een aandacht! Gaat het om een actie waar deze krant weinig woorden aan vuil wil maken?
      De hedendaagse pers heeft vaak meer aandacht voor eigen verhalen, columns en meningen dan voor acties in de samenleving, zoals vakbondsacties. Die komen er bekaaid van af. Jammer! De balans is zoek, nog steeds. Geeft persvrijheid geen grotere verantwoordelijkheid?
















donderdag 29 augustus 2019

Ernest Mandel over een fundamentele fout


Kort geleden is op de website www.marxists.org de Nederlandse vertaling verschenen van een inleiding in Marx’ Kapitaal door de Belgische marxist Ernest Mandel. Een tekst uit 1976.
    Deze inleiding bevat veel en is niet te lang waarmee het heel wat van dergelijke inleidingen in helderheid overtreft.
    Lees het zelf, klik op:
https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1867/kapitaal/inleiding.htm
    Je kunt daarvandaan ook doorklikken naar Marx’ werk in originele vorm.

Met veel plezier las ik het einde van deze tekst, paragraaf 11, ‘Kapitaal en de toekomst van het kapitalisme’. Die gaat in op de duizenden keren gestelde vraag of Het Kapitaal nu de socialistische revolutie voorspelde of niet, en daaraan vastgeplakt de ouwe vraag, zo wél en is die revolutie er nog steeds niet, klopt dan heel Marx’ werk niet?

Mandel slaagt erin in korte trekken hierop een bevredigend antwoord te geven, door op de onzinnigheid van de vorm van sommige vragen en antwoorden te wijzen. Je kunt niet een enkel aspect van de ontwikkeling van de kapitalistische productiewijze eruit pikken om aan de hand daarvan heel Marx’ theorie waar of ongeldig te verklaren.
      Marx laat zwakten van de kapitalistische productiewijze zien, maar ook de voorwaarden waaronder fundamentele veranderingen mogelijk kunnen worden. Inderdaad ‘kunnen worden’, er zijn wel macht of machten nodig dergelijke veranderingen te voltrekken.
      Trek dus geen algemene en verstrekkende conclusie aan de hand van enkele factoren. Mandel schrijft: ‘Dat soort argumenten maakt meestal een fundamentele fout: ze trachten te veel te bewijzen.’

Dat is me uit het hart gegrepen. Zeer verstrekkende betogen imploderen vaak volledig, wanneer de geschiedenis net even anders loopt.
    Marx laat in de laatste stukken van Het Kapitaal (deel 1) fundamentele zwakheden van het kapitaal zien, maar – daar wijst Mandel helder op – dat leidt nog niet tot onwrikbare waarheden voor de toekomst, en dus niet onvermijdelijk tot één en slechts één uitkomst.
      Ook wijst Marx erop dat al is een productiewijze die zich louter richt op private verrijking in wezen historisch absurd geworden is, er nog altijd bewuste doodgravers van het kapitaal nodig zijn. Ofwel klassen, groepen, mensen, partijen, vakbonden enzovoorts die een ontwikkeld politiek bewustzijn hebben om doelgericht te strijden en te organiseren voor een politiek die fundamenteel anders gericht is en tot resultaten, structurele veranderingen leidt.

Aan dat laatste ontbreekt het nog in velerlei opzichten. Organisatie, vereniging, de subjectieve factor een richting geven. Dat kan beter, waarbij al te individualistische eigenzinnigheid, mede door discussies in de media aangewakkerd, vaak zo in de weg staat.

De lezer merkt het al, Mandels’ slotbeschouwing over ‘Kapitaal en de toekomst van het kapitalisme’ geeft alle aanleiding tot politieke overwegingen en discussie. Pak Het Kapitaal erbij, de laatste hoofdstukken, en bijvoorbeeld een tekst van Marx als Loon, prijs en winst en je zit gelijk in de discussie. En dan Marx niet vergeten, zijn – deels impliciete – oproep tot organisatie en actie.
      De wereld is nog altijd te winnen, maar kritiek of theorie, onmisbaar weliswaar, kan dat niet alleen voor elkaar krijgen.





Ernest Mandel










vrijdag 23 augustus 2019

Kan de Palestijnse zaak helpen politiek cynisme te doorbreken?


Wat zou het mooi zijn wanneer de Palestijnen een volwaardige eigen staat zouden hebben. Maar sommige machthebbers kunnen niet eens meer aan mooie dingen denken.
      En wat zou het toch fantastisch zijn dat de ramp van een permanente impasse omgebouwd zou worden tot een voorbeeld dat gevolgd zou worden.
      Sterker nog, nu de wereldvrede steeds meer in het geding komt door economische crises, grote klimaatproblemen, grondstoffenschaarste en tal van geopolitieke kwesties die voortvloeien uit de overhaaste hyperdigitalisering, technologische en biotechnologische ontwikkeling smacht de wereld naar meer eenheid en overzicht, naar het doorbreken van het alom bestaande cynisme.
      En de wereld smacht naar voorbeelden die een echte stap betekenen op het gebied van vrede, vrijheid en welzijn.
    Het zou geweldig zijn als de meest cynische verhoudingen zouden leiden tot een serieuze inzet dát te doorbreken. Om te beginnen bij Palestina en op andere concreet te noemen plaatsen.

Met een rol voor de Verenigde Naties natuurlijk. Maar net zo goed thuis, hier, waar je wat kunt doen. Bijvoorbeeld daar waar cynisme openlijk wordt beleden, dat benoemen en zeggen ermee te stoppen! Maar ten aanzien van Palestina is het cynisme zo diep ingesleten dat het lijkt dat politici niet eens meer weten wat dat is.
    In de Nieuwsbrief van The Rights Forum van 20 augustus, staat dat politici van CDA, VVD, FvD, PVV, SGP en CU van mening zijn dat Nederland geen VN-resolutie over schending van mensenrechten zou mogen steunen, wanneer je zo’n schending in andere landen óók niet aan de kaak stelt.

Dat laatste nu, is de doodlopende weg van de jij-bak in de politiek. Met dit argument, als dat consequent wordt gehanteerd, zou je nooit gerichte actie tegen bepaalde, dus specifieke schendingen aan de orde kunnen stellen. Elk onrecht bestaat immers elders ook.
      Alle onrecht is verderfelijk, maar vaak is de wereld slechts in stukken en brokken verbeterbaar. Dat moet men onder ogen zien, dat maakt het moeilijk, maar niet onmogelijk. Dat is een politieke strategie die vaak onvermijdelijk is en die juist aan kracht zou winnen door ook de moeilijkste vragen en het grootste onrecht aan de orde te stallen. En waarbij altijd gezegd moet worden dat ander onrecht ook telt. Dan moet je niet pleiten voor passiviteit, maar voor aandacht en actie, die zich op dat moment richt op een keuze, dat kan niet anders.

In de praktijk blijkt het steeds verwijzen naar elders tot passiviteit te leiden. Of erger, tot een poging actie te ondermijnen. Deze politici kunnen heel goed weten dat als je de resolutie verbreedt de nu aan de orde gestelde kwestie minder aandacht en inspanning zal krijgen, en bovendien de vraagstukken of groepen die toegevoegd worden er meestal ook geen baat bij hebben. Dat versterkt een opinie van ‘het helpt allemaal toch niet’.
      Het versterkt cynisme. Het gaat verder dan het ondermijnen van een politiek die zich richt op een waardige en eerlijke oplossing van het Palestijnse vraagstuk, het maakt elke politiek arbitrair en passief ten aanzien van verbeteringen van bestaande verhoudingen.
      Alsof je pas wat moet doen als je alles tegelijk kunt doen. Dan wint de absurditeit het van de ethiek en strijd voor vrede.

Genoemde partijen zullen menen dat zij Israël een dienst bewijzen met hun standpunt. Zijn zij zo door in hun eigen standpunt gevangen dat zij niet meer zien dat ook Israël voor de toekomst zich moet ontwikkelen tot een solidaire sociale staat, wil zij voortbestaan en generaties lang de eigen bevolking en de regio welzijn en stabiliteit zal moeten bieden?
      Cynisme betekent veelal de ondermijning van de eigen positie. Vaak duurt het lang dit in te zien en te erkennen. Laat anderen het daarom hardop en duidelijk zeggen.
      Voor de Nederlandse, Europese en internationale politiek zal het voor de toekomst van groot belang zijn juist de moeilijkste kwesties goed onder ogen te zien en het zoeken naar echte oplossingen geen moment uit de weg te gaan. Niet wegkijken, een voorbeeld vormen.





Voor The Rights Forum en genoemde Nieuwsbrief, zie https://rightsforum.org












zondag 18 augustus 2019

Terschelling, Koffieboon en Eendenmossel






Is het niet mooi om middenin de zomer wat van dat zomerse beleven fotografisch vast te leggen? Hier gepresenteerd, wat beelden van Terschelling.

Om te beginnen staat bovenaan een foto van een Ongevlekt Koffieboontje (Trivia arctica). Een van mijn leukste vondsten op het Waddenstrand dit jaar. Een soort die op een kauri lijkt, grijs want oud, waarschijnlijk fossiel.
      Ze heten niet erg zeldzaam te zijn, maar er ligt op de Waddeneilanden niet zo vaak meer van dat hoorntjesgruis waarin je het koffieboontje soms vindt. Dit schelpje lag middenin wat prut met kleine schelpjes, gruis, heremietkreeften-restantjes en wier, dus in wat fijn aanspoelsel. Het fraaie schelpje lag bij paal 22, op 29 juli. Slechts 8 mm lang, dus zoiets zie je pas liggen met wat geluk.
      Overigens bestaan er ook Gevlekte Koffieboontjes. Zou je op zo’n grijze schelp nog vlekken kunnen zien? Dat is maar de vraag. De verse, levende Koffieboontjes die soms op voorwerpen aanspoelen zijn echter soms wel gevlekt.
    Wil je zoiets ook eens vinden? Als je zuidelijker gaat, bijvoorbeeld in Frankrijk of Portugal zoekt aan de Atlantische kust, is de kans groot dat je ze wel een keer vindt. Dan geen grijze maar roze.

De volgende foto lijkt een wat doods bos, zeker als dit een kleurenfoto moet voorstellen. Toch  gewoon het Hoornsebos. En dat de Terschellinger bossen helemaal niet doods zijn bewijst de volgende foto, ingezoomd in de berm van de 'Longway', prachtig Rond Wintergroen (Pyrola rontundifolia). Klein genoeg om over het hoofd te zien.









Over mooie planten gesproken. Aan de randen van sommige schelpenpaden stonden bloeiende Brede Wespenorchissen (Epipactis helleborine). Ze houden van kalkrijke grond, dus dat ze juist hier staan is niet toevallig. Een mooie romantische ansichtkaart, deze orchidee.






Op een ochtend op de Boschplaat landden flinke groepen vogels vlakbij. Vooral Rosse Grutto’s, Bontbekplevieren en Drieteenstrandlopers. Op de Drietenen ben ik gek. Als je zelf vrijwel stilstaat komen ze soms heel dichtbij. Snellopende wandelaars die deze vogels alleen maar weg zien dribbelen of wegvliegen zullen dat beeld misschien niet herkennen. Maar als je zelf heel rustig vrijwel in het eten van de Drietenen staat, blijken ze vaak helemaal niet zo schuw, al blijven ze alert. Maar ik was de enige op dit stuk strand en keek het eens rustig aan wat al die vogels gingen doen.
    Nu kon ik in een klein half uurtje zo’n honderd foto’s van dichtbij nemen, waarvan hier enkele. Zie hier drie keer de Drieteenstrandloper (Calidris alba). Vervolgens de Bontbekplevier (Charadrius hiaticula), die wilde een pasfoto.
    De derde Drieteenfoto vind ik opmerkelijk. Meestal kijken deze Strandlopers naar beneden of vooruit, zien ze er bijna uit als een bolletje, met voor de veiligheid een scheve blik omhoog. Maar deze op de foto staat rechtop alsof hij wat wil zeggen. Daardoor rees de twijfel of het wel een Drieteen was, maar ik weet er niets beters van te maken. (Wie het anders of beter weet mag gerust reageren.)















Nog een paar strandobservaties ter afsluiting. Het rommelpotplaatje is een aangespoelde ouwe schoen. Erop, er middenin zie je de Schilferige dekschelp (Heteranomia squamula). Een teer schelpje, zeker de platte kant is kwetsbaar. Dus voorzichtigheid geboden als je die los wilt peuteren en heel mee wilt nemen. Zeldzaam zijn ze trouwens niet. Kijk op aangespoelde spullen, zoals plastic.
    Als toetje zaten op een aangespoelde pallet Eendenmosselen (Lepas anatifera). Een restantje, je kon aan de afdrukken zien dat het pallet er vol mee gezeten moet hebben. Eendenmosselen zijn geen weekdieren, al hebben ze een schelp. Ze behoren tot de Kreeftachtigen. Maar vooral óók behoren ze in zuidelijke landen tot de lekkerste delicatessen, al vind je misschien dat ze er niet zo appetijtelijk uitzien. Zie de recepten op het wereldwijde web.









De natuur met alles erop en eraan verdient respect. Onder meer omdat je overal met een beetje inzoomen veel en veelvormig leven ontmoet en de mooiste beelden kunt vastleggen.















dinsdag 13 augustus 2019

Een exotisch krabbetje


‘Een exoot’ zegt men. Dit keer een exotisch krabbetje. De ‘Hoekige krab’ (Goneplax rhomboides).
    Een goede kennis op Terschelling vroeg me twee weken geleden of ik de Hoekige krab al gezien had. Neen natuurlijk. Nooit van gehoord.
    Maar zo’n vraag zet vaak wat in beweging. Op de computer is makkelijk te vinden hoe het beest eruit ziet. Lang niet lelijk. Als het een exoot is ‘Welkom dan’, zou ik zeggen. Nog een bewijs misschien voor de opwarming, maar dat kan de krab niet helpen. Wellicht hoort hij juist bij de twee graden warmere zee.
    De krab leidt tot diverse besprekingen, makkelijk op internet te vinden. Zoals over de leefwijze in symbiose met andere dieren.

Daarmee heb je de krab nog niet gezien natuurlijk. Maar duurt dat lang? Zeker is dat hij vaker voorkomt op de Wadden, gezien de diverse meldingen, zoals op Waarneming.nl, en gemeld door de Waddenvereniging.
      Nederlandse vissers zien het dier al sinds 2003 en de eerste strandmelding is van Ameland in 2016. Of de opwarming de echte oorzaak is wordt her en der nog besproken, bewijs het maar eens. Dat deze krab niet al te koud water prefereert lijkt echter wel een rol te spelen.

Mijn onuitroeibare strandse zwerflust hielp gelijk mee de krab tegen te komen. Op Terschelling, 8 augustus bij paal 6.600 om 8.20 uur. Zie de foto’s.
    Het dier is gewond, mist zijn grote linker schaar, zoals je ziet. Overigens zagen we een dag later zo’n 10 kilometer oostelijker in de vloedlijn nog twee onderdelen van deze soort ronddobberen.
    Het dier van 8 augustus, gewond weliswaar, was niet dood. Reageerde licht maar duidelijk op aanrakingen.

Zoals zo vaak kan een beetje kennis leiden tot boeiende observaties. Ook deze is om over na te denken. Waar het heengaat met de natuur en de rol van de mens hierin. En over de toegenomen snelheid waarmee dat nu gebeurt.











De Hoekige Krab













zaterdag 13 juli 2019

Hegel – ‘Filosofie is haar tijd in gedachten gevat’


Een uitspraak om in de zomervakantie eens over na te denken. In het ‘Voorwoord’  van zijn boek ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’  geeft Georg Hegel (1770-1831) een karakterschets van filosofie: ‘De filosofie is haar tijd in gedachten gevat.’
    Al klinkt het eenvoudig, er zitten veel kanten aan deze gedachte, zelfs als we dat voorwoord nu niet verder bespreken. De filosofie kan niet boven haar tijd uit. Helemaal niet? De filosofie is een uitdrukking of afspiegeling van de tijd waar ze geformuleerd wordt. Een passieve afspiegeling, of juist een kritische? De tijd, een tijdperk kan worden begrepen door de filosofie ervan te begrijpen, los van een instemming of afkeuring ervan. Het gaat om filosofie en de tijd, en vooral ook nog om het vatten in gedachten, als nauwkeurige ‘waarheid’ of juist niet. Of om nog wat anders?

Ik dacht hierover na toen ik bij de plaatselijke boekhandel in de zomeropruiming een paar boeken had gekocht. Onder andere een tamelijk recent en heel mooi uitgegeven deel van de verzamelde werken van René Descartes. Ik verbaas me eigenlijk zeer. Waarom ligt zo’n boek nu al in de opruiming? Bijten mensen hun tanden niet meer stuk op een grondige – al is ze mogelijk bekritiseerbaar – filosofische beschouwing? Het gaat hier weliswaar niet in de eerste plaats om heden ten dage veel besproken levenskwesties en dilemma’s, maar heeft Hegel niet gelijk dat we de moderne tijd juist beter leren kennen door geschriften uit die tijd te lezen? Zoals uit de ontstaansperiode ervan?
    In deze boekhandel lagen in de opruimingsbak ook twee exemplaren van de Dikke Thomas Piketty ‘Kapitaal in de 21e eeuw’.  ‘Geen filosofie’, kun je zeggen, ‘maar wel een tijdsbeeld dat indringend aan de orde komt’, kun je dan antwoorden. Lezen mensen alleen de samenvatting of zelfs die niet? Op dat boek heeft de uitgever een citaat voor de vlotte verkoop gezet waarin staat dat dit het belangrijkste boek van het jaar 2014 is. Ja, heel lang geleden ....
    Meer algemeen pieker ik zo over de ‘hele’ filosofie. De tijd in gedachten gevat, of liever onze tijd in gedachten gevat. Ik denk dan over bladen als Filosofie Magazine waar vaak een overmaat aan morele en psychologische levensvragen van het hedendaagse individu aangestipt worden, maar grotere vragen waar Kant, Hegel of Marx het over hadden zelden nog de volle aandacht krijgen.

Onze tijd in gedachten gevat? Is individualisme deze tijd? Of is juist het einde van het individualisme de vraag? Of het einde van veel meer, van een groot tijdperk, in bange afwachting van het nieuwe? Zeg dat niet te snel, je weet het niet zomaar, zolang filosofie zich echt in de problemen van haar tijd verdiept.
    Een mooie wandeling toegewenst met daarna een herfst zo fris als het voorjaar en wat minder ‘filosofisch’ individualisme.





Georg Hegel




Van Hegels ‘Voorwoord’ van ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’  zijn meerdere vertalingen in het Nederlands.
In de eerste plaats de volledige vertaling van dat werk, uitgegeven door Uitgeverij Boom (in hetzelfde jaar als Piketty’s meesterwerk).
Een vertaling met uitgebreid commentaar (door Ad Peperzak) is in 1981 uitgegeven door AMBO. Dat is antiquarisch vast nog wel te vinden.










maandag 8 juli 2019

Portugal en een pleidooi voor langzaam socialisme


Heb je ooit een serieus socialistisch pleidooi gehoord om het met het socialisme maar wat rustig aan te doen? Ik wil daar graag voor pleiten.
      In mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid’  wijs ik op de gevaren van cynisme en corruptie in de politiek. En hangen die vaak niet samen overhaast handelen, opgeklopte en onhaalbare beloftes en daarbij nog de sterke behoefte alles in één keer te veranderen? Het gaat dan om een houding die keer op keer tot falen leidt, tot verlies van macht en aanzien, en niet zelden eindigt in terreur als voorbode van een reactionaire terugval met een jarenlange nasleep.

Zou een samenwerking niet zó realistisch kunnen worden opgezet dat je weet en uitlegt of zelfs ‘bewijst’ dat de noodzakelijke sociale verandering hard en langdurig werken betekent? Realistisch en eerlijk, de zachte en harde krachten bundelen, het niet mooier voordoen dan het is? Socialisten en socialisme zouden zeer gebaat zijn bij een langzame, maar duurzame politiek, hoe urgent alle spelende kwesties ook mogen zijn. Overspeel je hand niet.

In De Groene Amsterdammer van 6 juni jl. komt de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos uitgebreid aan het woord. Na heel Europa besproken te hebben komt hij bij Portugal uit, met enkele zeer leerzame opmerkingen.
      Hij wijst op de Portugese ‘geringonça’, een scheldwoord van rechts dat veranderde in een linkse geuzennaam. De Portugese samenwerkende socialisten maakten wat in de politieke discussie misschien eerst ‘een onbegrijpelijk zooitje’ leek tot een stabiele sociale politiek. In Portugal werken socialisten, communisten en het Bloco de Esquerda hieraan al een aantal jaren samen. Zonder opgeklopte verhalen, maar wel gericht tegen de neoliberale lijn van de kapitalistische trojka, het economisch beleid van de Europese Unie.

De Sousa Santos over de oprichters van het Links Blok: ‘Ze zeiden: we gaan de privatiseringen stoppen, houden de verlagingen van de lonen en de pensioenen tegen, en we gaan langzaam een sociaal beleid opbouwen. Ofwel, het tegenovergestelde van het neoliberale recept van de trojka.’
    ‘Langzaam een beleid opbouwen.’ Revolutionair bezien klinkt het als een verspreking. Maar misschien wel de beste die er is. Is samenwerken en een antikapitalistisch beleid uitvoeren geen kwestie van langere adem en moet je niet dáárop mobiliseren, eerder dan alleen maar op de klachten van vandaag de dag?

Het bundelen van sociale krachten, ook aan de basis in discussies en scholingen, zal veel oproepen. Veel meer dan alleen maar aanduiden waar de verschillen in visies tussen deze en gene bestaan. Dergelijke debatten kunnen vruchtbaar zijn, een rem op een cynische afloop.
      Portugal is wat dat betreft een aangenaam en lichtend voorbeeld. Helaas een schaars voorbeeld, dus daarom des te belangrijker.

In Portugal zie je op straat openlijk de tekenen van links, van de Socialistische Partij, de PCP en het Links Blok. Gewoon de muurschilderingen en de borden langs de wegen. Wat in Nederland ongewoon lijkt is daar heel gewoon, de uitingsvormen van de politiek zichtbaar houden, ook buiten verkiezingstijd. Het is goed achter die tekenen te kijken. Actief socialisme vereist een pleidooi om hechter samen te werken, en vervolgens de daadwerkelijke uitvoering ervan. Ook als het langzaam gaat.
      Het is misschien ongebruikelijk, maar kan een verademing zijn in een tijd waar elk nieuw politiek item in de media onmiddellijk geframed wordt tot het belangrijkste politieke onderwerp van de dag, waarbij de strijd voor echte sociale verbetering en tegen ongelijkheid keer op keer wordt verdoezeld.

Langzaam socialisme, er is moed voor nodig, nou en ...? En is langzaam socialisme niet té gematigd? Snelheid en grote verwachtingen garanderen geen resultaat, en zeggen uiteindelijk dus heel weinig over matiging of werkelijke radicalisering. Beter stap voor stap naar een betere sociale en duurzame wereld dan steeds weer terugval.
      En verliezen verschillende partijen hun identiteit niet als ze samenwerken en onderling discussies aangaan? Daar is op zich geen reden toe en ze bouwen er ook hun organisatie mee op.

Resteert de paradoxale vraag: ‘Is er wel tijd voor langzaamheid?’ Niet altijd, de samenwerking en de discussies dwingen ongetwijfeld een temporeel verschil af bij verschillende kwesties. Dat hoeft niet verkeerd te zijn en zal soms onvermijdelijk zijn. Maar nog geen reden het er maar bij te laten. Langzaam vooruit, je moet maar durven.

























dinsdag 2 juli 2019

Kwallen en vogels van Portugal



Pas weer het geluk geproefd samen enige dagen rond te kunnen scharrelen in Portugal. Vakantie met veel zee, schelpen, vogels en nog zo wat.
     Enkele foto’s wil ik de blog-lezer niet onthouden. Een greep, er is zoveel natuur te zien, overal.





Op het strand bij Peniche lag een Portugees Oorlogsschip (Physalia physalis). Vaak een kwal genoemd, maar eigenlijk een vernuftige samenwerking van verschillende soorten poliepen.
      Waar mensen bij kwallen denken aan bang-zijn, mag dit hier zeker. Deze soort is echt gevaarlijk en heeft tentakels die tot 50 meter lang kunnen worden. Je hoort een waarneming van het gevaar te melden, maar als zo vaak denk je dan op het grote lege strand, bij wie?





Ook vervaarlijk, zeker op de uitvergroting van de foto, maar vooral heel mooi is het Bezaantje (Velella velella). Ook al een soort poliep, en in dit geval helemaal niet gevaarlijk of giftig. Zo leer je weer wat bij, want we kenden het Bezaantje nog niet.
      Even gedacht – maar fout geschat – dat het misschien een juveniel Portugees Oorlogsschip was. Niet dus. Vrij veel Bezaantjes op het noorderstrand bij Peniche. Het heeft een soort zeiltje om voort te bewegen. De natuur staat voor niets.





In Portugal kijk ik aan het strand meestal even bij de rotsen, of er nog Kleine Alikruiken (Melarhaphe neritoides) zitten. Deze kleine slakjes wonen in de spatzone van de rotsen of dijken. Dat wil zeggen vlak boven de hoogwaterlijn. In Nazaré waren ze weer makkelijk te vinden. Gewoon laten zitten, de foto is duidelijk genoeg.





In de Algarve zijn in en nabij de zoutpannen en het verdere waddengebied veel vogels te zien. Je kunt met een fototoestel in de hand hier maar moeilijk nalaten de Steltkluten (Himantopus himantopus) voor de zoveelste keer op de foto te zetten.
      Ze zijn fraai en trekken volop aandacht als zij hun nesten en jongen verdedigen. Als ze foerageren pikken ze soms klonten klei op die ze daarna met een fraaie zwiep aan de kant gooien.





Wat is dit dan? In het waddengebied vrij dicht bij de vliegveld van Faro zat deze steltloper, op z’n eentje. Hij liep even, liet zien zwarte poten te hebben, maar bleef vooral lange tijd roerloos zitten. Wie het beter weet mag het zeggen, maar ik kom uit op een Rosse Grutto (Limosa lapponica).
      Soms zie je in de Algarve zomers vaker een Grutto, maar zijn familie zit toch vooral om deze tijd (half juni) in de toendra of taiga. Het dier op de foto (foto’s) lijkt een mannetje en heeft een vrij lichte kop, misschien een vrij jong dier? Nakomertje van het vorig broedseizoen? Misschien iets voor de Grutto-experts.





Audouins kuikens, ofwel een boel kuikens van Audouins Meeuw (Larus audouinii). Op 22 juni ontmoetten we op Ilha Deserta mensen van een project die deze meeuwensoort, die daar broedt, van ringen te voorzien. Dus werden de kuikens verzameld door vrijwilligers, die na het ringen weer losgelaten konden worden.
      Dit Portugese project staat onder Nederlandse leiding. We hebben het nog niet op internet kunnen traceren. Dat is jammer, want hebben nog een paar relevante foto’s van (dode) meeuwen (vooral Geelpootmeeuwen, Larus cachinnans) op het strand genomen, nabij de kolonie van de Audouins Meeuwen. Dus wie het weet, laat het even horen.





Mevrouw Torenvalk (Falco tinnunculus) zit op een draad. Kijkt ze wel de goede kant op? Vlak boven haar zit een Groenling (Carduelis chloris). Kennelijk harmonieert het wel tussen die twee, ze zitten lange tijd elkaar positief te negeren. Een Groenling is tenslotte ook geen muis.
      Het mooie van Portugal zijn niet alleen de vogels, maar ook al die draden waar ze op kunnen zitten, dat verruimt de blik van de vogelaar.





Gele Kwikstaart (Motacilla flava). Als ik zomers door Oost-Groningen fiets zie ik ze ook vaak. Deze Portugese lijkt aan de donkere kant. Dat klopt wel. De Gele Kwik kent verschillende varianten, waarbij de Iberische (Motacilla flava iberiae) wat donker uitvalt, met name de kop.
      Dat zal dan wel, in ieder geval vliegt hij mooi golvend, zoals de kwikstaarten het hier ook doen. Herkenbaar.






Strandplevier en kleintje Strandplevier (Charadrius alexandrinus). Een lange naam voor een kleine vogel. Klein maar dapper, overal in het kustgebied zagen we de Strandplevier. Lijkt iets meer aan de mens gewend dan zijn Nederlandse broeders en zusters, die ik een heel enkele keer zie op Terschelling en Schiermonnikoog.
    De volwassen vogel houdt op een dijkje in de zoutpannen zo te zien de wacht. Het kuiken doet alsof dat niet meer nodig is. Al heel parmantig loopt het al pikkend rond. Samen met twee andere, die net even de foto uitliepen.





Tot slot onze Algarve-lieveling, de Dwergstern (Sterna albifrons). Altijd fotogeniek. Soms al jagend op de foto gekregen, dit keer zat hij mooi in ruststand. Het leken er dit jaar wat minder dan in andere jaren. Hopelijk is dit in zijn algemeenheid niet waar, want deze stern vertegenwoordigt zijn sternen-ras in Portugal. Veel sterns zijn immers vooral meer noordelijke vogels.
    Net als de Strandplevier zijn het helden van het open strand. Ze broeden er en stellen zomers alles in het werk indringers te laten horen dat ze nu even moeten ophoepelen.








 







zaterdag 29 juni 2019

Franz Kafka over identiteit en uitsluiting


Wanneer veel discussie bestaat over identiteit is dat vaak geen goed teken. Want identiteit, verheven tot een soort vast gegeven, speelt mee als het gaat om uitsluitingsprocessen. Dan lijkt geen echte rationele legitimering meer nodig van de uitsluiting en kan een poging daartoe al beangstigend zijn.

Identiteit aan de orde? Daar wordt het dus meestal niet prettiger van. Zo’n honderd jaar geleden, in een vertelling – nog geen bladzijde lang – schreef Franz Kafka (1883-1924) over ‘De Gemeenschap’.
    De vertelling gaat over vijf vrienden die samenleven in een huis en daarin geen zesde persoon toelaten, moreel niet en feitelijk niet. Klinkt dit echt als honderd jaar oud?

‘Sindsdien leven we samen en het zou een vredig leven zijn als zich er niet steeds een zesde mee zou bemoeien. Hij doet ons niets, maar hij is ons tot last, dat is erg genoeg; waarom dringt hij zich op, waar hij niet gewenst is? We kennen hem niet en willen hem niet in ons midden opnemen.’
‘…, breedvoerige uitleg zou al bijna opname in onze kring betekenen, we leggen liever niets uit en nemen hem niet op.’

Niets uit te leggen dus, maar het helpt toch niet: ‘Ook al pruilt hij nog zo met zijn lippen, we stoten hem weg met onze ellebogen, maar hoe hard we hem ook wegstoten, hij komt terug.’





Bron: Franz Kafka, Metamorfose, Vertellingen, vertaald door Wil Boesten, BoekWerk, Groningen 1999, pp. 115-116.















woensdag 26 juni 2019

Politieke discussie die nooit stil zal staan


‘Dit is het begin, wij gaan door met de strijd.’ Een van de allerbekendste actieleuzes, vooral geklonken in de jaren zestig en zeventig. En de leuze klopt nog helemaal, zelfs als er even, oppervlakkig beschouwd, geen strijd te bekennen is.

Bij het referendum van de vakbonden over het pensioenakkoord gaven velen aan de keuze als opgedrongen, of zelfs als chantage te zien. Een dwangsituatie. En dat is het zeker, want de grote thema’s vloeien voort uit de klasse- en belangentegenstellingen van arbeid en kapitaal.
      Die dwingen tot actie, ook na perioden van versagen van de strijd. Die dwang komt er ook op neer dat op een zeker moment winst en verlies genomen of verworpen moeten worden. Het draait dan niet alleen om inhoud, zeker ook om de macht. Heeft de strijd de machtsposities van de werkenden versterkt, en is dat voldoende? Is er een beter perspectief van inhoud en macht voorhanden? De strijd zal inderdaad weer doorgaan, maar vanuit welk nieuw uitgangspunt? En wie reikt een nieuw goed werkend gezichtspunt aan?

Opmerkelijk is dat bij het referendum het om de inhoud ging, op zich terecht, maar er betrekkelijk weinig over de macht is gesproken. Maar gevoeld werd hij wel! Veel vakbondsleden stemden voor het behaalde akkoord, met verstand en intuïtie wetend dat soms het behaalde resultaat het sterkste is of lijkt. Wijzend op de inhoud, terecht kritisch en vaak afwijzend was er echter nauwelijks sprake van een verder reikend actieperspectief, de strijd om verdere versterking van de machtspositie met reële mogelijkheden nu nog meer resultaat te behalen. Feiten, inhoud, het doet ertoe, maar niet zonder meer. Jammer, maar realistisch.
    En als de macht nog niet toereikend is, telt de leuze weer. ‘We gaan door met de strijd.’

Grote politieke thema’s nu zijn en waren de transities in de zorg, het pensioen (en de lonen) en het klimaat. Ook de zorg kende een drastisch doordrukken van een rechts bezuinigingsbeleid. Vastgelegd in schijnbaar harde wetten. Met de pensioenen gaat dit nu gebeuren. Het klimaat ‘komt er aan’. De milieubeweging is nu al sceptisch. Terecht. Gaat de klimaatwet echt leiden tot de noodzakelijke verandering en betalen de vervuilers voldoende?
      Alweer noodgedwongen dringen nieuwe keuzes of zelfs chantage zich op. Als je het aan ‘de vervuilers’ overlaat, komt er dan überhaupt iets terecht van klimaatverbetering? Voldoende?

Maar we gaan door met de strijd. Na de transities in de zorg, ingegaan in 2015/2016, worden nu alweer tal van lapmiddelen uit de kast gehaald om feitelijke tekortkomingen die schreeuwen om een aanpak dan toch maar weer op de agenda te zetten. Zeker wanneer druk en actie ontstaat, en dat speelt nu permanent. Denk bijvoorbeeld aan de jeugdzorg, waar de uitvoering zichtbaar stagneert en gemeenten onvoldoende kennis en middelen hebben. Iets vergelijkbaars zal ook gebeuren met de pensioenen en het klimaat.
      Wat breed gevoeld wordt krijgt op een zeker moment zijn uitwerking. Maar niet zonder strijd, actie en organisatie.

Chantage of niet, de klassentegenstellingen roepen steeds weer nieuwe beginpunten en strijdvormen op. Daarbij is het nodig niet te vergeten dat de strijd natuurlijk om de inhoud gaat, maar ook om politieke macht. Zonder visies op de macht, op de noodzaak van grote democratische sociale macht, wordt een strijd, hoe terecht ook inhoudelijk, onnodig van haar kracht beroofd. Wat wordt het vervolg? Is dat duidelijk? Wat is er mogelijk?
      De politieke discussie komt hoe dan ook, altijd weer terug. Omdat de situatie dat afdwingt, je kunt het chantage of klassenstrijd noemen, het gebeurt.














zondag 2 juni 2019

Post van Darwin aan Marx. Draaien zij zich nu om in hun graf?


‘Ofschoon onze onderzoeksgebieden zo verschillend zijn, hoop ik dat wij beiden hartstochtelijk naar de uitbreiding van de wetenschap verlangen en dat dit per slot van rekening zonder twijfel het geluk van de mensheid zal dienen.’


Woorden van Charles Darwin. Aan Karl Marx, een brief van 1 oktober 1873. Twee universeel denkende wetenschappers kort ‘in gesprek’ in een bedankbrief. Waar ging het om?
      Marx stuurde Darwin ‘Het kapitaal’ toe. In 1873, waarschijnlijk dus de tweede druk van het eerste deel, dat toen net uitkwam. Darwin bedankt Marx hiervoor en verwoordt een verwantschap.

Karl Marx en Friedrich Engels waren geweldig onder de indruk van Darwins werk. Marx stelde zelf bij verschillende gelegenheden dat de basis van Georg Hegels dialectiek, de alles omvattende dynamiek der dingen, niet in de eerste plaats in het denken, maar in de materiële werkelijkheid, dus zeker ook in de levende natuur moet worden gezocht. Darwins evolutieleer bewijst nu deze ontwikkeling als de enig ware. Zijn theorie overtreft volledig alle statische beelden van de werkelijkheid.

Marx en Engels lezen Darwins ‘Het ontstaan van soorten’ meer dan eens en spreken er vaak met elkaar over. Marx noemt dat boek ‘ganz famos’, schitterend.
      Engels schrijft, met betrekking tot het dialectisch denken: ‘Hier moet men in de eerste plaats Darwin noemen, die de metafysische natuurbeschouwing de geweldigste stoot heeft gegeven door te bewijzen dat de hele organische structuur – planten en dieren, en daarmee ook de mens – het product is van een ontwikkelingsproces dat miljoenen jaren heeft geduurd.’

Engels was van plan een ‘Dialectiek van de natuur’ te schrijven. Het is immers de tijd van de grote ontdekkingen op het gebied van de biologie, de antropologie en de natuurwetenschappen, alle met geweldige maatschappelijke consequenties. Zijn die in één materialistisch dialectisch systeem samen te vatten?
      Marx en Engels zagen een grote verwantschap met hun eigen visie op de geschiedenis. Engels’ plan is niet volbracht, het was nogal een opgave. Alle consequenties van Darwins visie en van andere vooraanstaande natuurwetenschappers goed te doordenken vergde meer dan op dat moment mogelijk was, áls het al kan.

Hoe dacht Darwin eigenlijk inhoudelijk over Marx? Had hij daar een mening over? Mijn nu – binnen het bestek van deze blog – beschikbare bronnen schieten tekort, ik weet het niet. Vindt hij inhoudelijk ook dat Marx’ revolutionaire visie bijdraagt aan het geluk van de mensheid? Een mooie onderzoeksvraag. Over sociaal-darwinisme is veel geschreven, maar dat geeft nog geen antwoord op deze concrete vraag.

Maar dat Marx met Darwin het ontwikkelingskarakter van de natuur onderschrijft en daarmee tegelijk de noodzakelijkheid van veel ruimte voor biodiversiteit erkent, lijkt na wat al gezegd is een open deur.
    Dan kun je stellen dat ‘zich omdraaien in hun graf’ weliswaar niet past bij de evolutieleer, maar er toch volop reden is dat toch te doen. De beeldspraak als waarschuwing. In de zeer aan te raden Nieuwsbrief Nature Today van 24 mei jl. staat namelijk: ‘De Europese Unie ging in 2011 van start met een robuuste strategie die de achteruitgang van de biodiversiteit een halt moest toeroepen. Per 2020 zou de EU aantoonbare stappen hebben gezet naar ecologisch herstel. Uit een analyse van Birdlife International – waarvan Vogelbescherming de Nederlandse partner is – blijkt nu dat daarvan vrijwel niets terecht is gekomen.’

Als je dat ‘door de ogen’ van Marx en Darwin leest kan deze conclusie niet anders dan grote ongerustheid oproepen. De ontwikkeling van de aarde, heel de natuur en de toekomst van de mens zijn aan de orde.
      Luister naar de wetenschap! Je hoeft niet per se alle details te kennen, wel de kern ervan begrijpen, dat het voortbestaan en de ontwikkelingsmogelijkheden van heel veel soorten in het geding zijn.
      Overduidelijk, luister naar Darwin en Marx tegelijk. Biedt alle ruimte voor ontwikkeling, voor biodiversiteit. Er moet een echt robuuste strategie worden uitgevoerd, zonder dralen, in eigen land en overal.
      Niet slechts besproken dus, maar daadwerkelijk uitgevoerd.













Opmerking: het citaat van Darwin ontleen ik aan een Russische biografie van Marx die ik – met wat ik nu aan materiaal bij de hand heb – niet voor 100% kan staven. Daarom laat ik de bronnen hier verder achterwege. Overnemen vraagt dus om hetzelfde voorbehoud. Wil je verder zoeken om alle bronnen te checken? Zie dan vooral ook de MEGA (Karl Marx, Friedrich Engels Gesamtausgabe, Berlin, etc.) Aan de MEGA wordt nog steeds gewerkt. Ik weet daarom niet of de onderhavige correspondentie in de al gereed zijnde delen verschenen is. Over verdere discussies over evolutie, wereldbeschouwing, arbeidersbeweging, socialisme, sociologie, geschiedenis etc. bestaat op zich veel literatuur.

Voor de website van Nature Today met tal in interessante links over natuur en biodiversiteit, zie: https://www.naturetoday.com/intl/nl/home