zondag 2 juni 2019

Post van Darwin aan Marx. Draaien zij zich nu om in hun graf?


‘Ofschoon onze onderzoeksgebieden zo verschillend zijn, hoop ik dat wij beiden hartstochtelijk naar de uitbreiding van de wetenschap verlangen en dat dit per slot van rekening zonder twijfel het geluk van de mensheid zal dienen.’


Woorden van Charles Darwin. Aan Karl Marx, een brief van 1 oktober 1873. Twee universeel denkende wetenschappers kort ‘in gesprek’ in een bedankbrief. Waar ging het om?
      Marx stuurde Darwin ‘Het kapitaal’ toe. In 1873, waarschijnlijk dus de tweede druk van het eerste deel, dat toen net uitkwam. Darwin bedankt Marx hiervoor en verwoordt een verwantschap.

Karl Marx en Friedrich Engels waren geweldig onder de indruk van Darwins werk. Marx stelde zelf bij verschillende gelegenheden dat de basis van Georg Hegels dialectiek, de alles omvattende dynamiek der dingen, niet in de eerste plaats in het denken, maar in de materiële werkelijkheid, dus zeker ook in de levende natuur moet worden gezocht. Darwins evolutieleer bewijst nu deze ontwikkeling als de enig ware. Zijn theorie overtreft volledig alle statische beelden van de werkelijkheid.

Marx en Engels lezen Darwins ‘Het ontstaan van soorten’ meer dan eens en spreken er vaak met elkaar over. Marx noemt dat boek ‘ganz famos’, schitterend.
      Engels schrijft, met betrekking tot het dialectisch denken: ‘Hier moet men in de eerste plaats Darwin noemen, die de metafysische natuurbeschouwing de geweldigste stoot heeft gegeven door te bewijzen dat de hele organische structuur – planten en dieren, en daarmee ook de mens – het product is van een ontwikkelingsproces dat miljoenen jaren heeft geduurd.’

Engels was van plan een ‘Dialectiek van de natuur’ te schrijven. Het is immers de tijd van de grote ontdekkingen op het gebied van de biologie, de antropologie en de natuurwetenschappen, alle met geweldige maatschappelijke consequenties. Zijn die in één materialistisch dialectisch systeem samen te vatten?
      Marx en Engels zagen een grote verwantschap met hun eigen visie op de geschiedenis. Engels’ plan is niet volbracht, het was nogal een opgave. Alle consequenties van Darwins visie en van andere vooraanstaande natuurwetenschappers goed te doordenken vergde meer dan op dat moment mogelijk was, áls het al kan.

Hoe dacht Darwin eigenlijk inhoudelijk over Marx? Had hij daar een mening over? Mijn nu – binnen het bestek van deze blog – beschikbare bronnen schieten tekort, ik weet het niet. Vindt hij inhoudelijk ook dat Marx’ revolutionaire visie bijdraagt aan het geluk van de mensheid? Een mooie onderzoeksvraag. Over sociaal-darwinisme is veel geschreven, maar dat geeft nog geen antwoord op deze concrete vraag.

Maar dat Marx met Darwin het ontwikkelingskarakter van de natuur onderschrijft en daarmee tegelijk de noodzakelijkheid van veel ruimte voor biodiversiteit erkent, lijkt na wat al gezegd is een open deur.
    Dan kun je stellen dat ‘zich omdraaien in hun graf’ weliswaar niet past bij de evolutieleer, maar er toch volop reden is dat toch te doen. De beeldspraak als waarschuwing. In de zeer aan te raden Nieuwsbrief Nature Today van 24 mei jl. staat namelijk: ‘De Europese Unie ging in 2011 van start met een robuuste strategie die de achteruitgang van de biodiversiteit een halt moest toeroepen. Per 2020 zou de EU aantoonbare stappen hebben gezet naar ecologisch herstel. Uit een analyse van Birdlife International – waarvan Vogelbescherming de Nederlandse partner is – blijkt nu dat daarvan vrijwel niets terecht is gekomen.’

Als je dat ‘door de ogen’ van Marx en Darwin leest kan deze conclusie niet anders dan grote ongerustheid oproepen. De ontwikkeling van de aarde, heel de natuur en de toekomst van de mens zijn aan de orde.
      Luister naar de wetenschap! Je hoeft niet per se alle details te kennen, wel de kern ervan begrijpen, dat het voortbestaan en de ontwikkelingsmogelijkheden van heel veel soorten in het geding zijn.
      Overduidelijk, luister naar Darwin en Marx tegelijk. Biedt alle ruimte voor ontwikkeling, voor biodiversiteit. Er moet een echt robuuste strategie worden uitgevoerd, zonder dralen, in eigen land en overal.
      Niet slechts besproken dus, maar daadwerkelijk uitgevoerd.













Opmerking: het citaat van Darwin ontleen ik aan een Russische biografie van Marx die ik – met wat ik nu aan materiaal bij de hand heb – niet voor 100% kan staven. Daarom laat ik de bronnen hier verder achterwege. Overnemen vraagt dus om hetzelfde voorbehoud. Wil je verder zoeken om alle bronnen te checken? Zie dan vooral ook de MEGA (Karl Marx, Friedrich Engels Gesamtausgabe, Berlin, etc.) Aan de MEGA wordt nog steeds gewerkt. Ik weet daarom niet of de onderhavige correspondentie in de al gereed zijnde delen verschenen is. Over verdere discussies over evolutie, wereldbeschouwing, arbeidersbeweging, socialisme, sociologie, geschiedenis etc. bestaat op zich veel literatuur.

Voor de website van Nature Today met tal in interessante links over natuur en biodiversiteit, zie: https://www.naturetoday.com/intl/nl/home












vrijdag 24 mei 2019

De klassieke politieke partij heeft toekomst


De verkiezingen weer voorbij, restant van slagveld overzien, hier en daar nog wat gebabbel over oorzaken en gevolgen, alles wat nieuw was betrof de buitenkant, de mannetjes en het stoere gepraat.
    Ik blijf erbij, of het nu chaotisch is of niet, de rol van de klassieke partij is niet uitgespeeld. Bouwen, leden binden en vooral een goed verhaal hebben. Dat niet pas vertellen als er naar gevraagd wordt, maar dat hebben, ontwikkelen, met veel mensen bediscussiëren, en leden en sympathisanten binden door visies die ertoe doen. Niet op hol slaan, de kop erbij. En voor links in de basis, de sociale en socialistische politiek, samenwerken en de verschillen ook ontwikkelen in standpunten die uit te leggen zijn.
      Dat alles óók in het tijdperk van de sociale media. Die doen er enorm toe, maar raken vaak toch niet de kern. De vorm telt, jazeker, maar de vorm verandert waar je bij staat, veel ervan beklijft niet.
      Voor de media is de politiek ogenschijnlijk een spelletje, een hilarisch universum met op de achtergrond de angst onder het volk, en die moet bespeeld worden. Ideologie telt, de belangen erachter ook, de gewone én de extreme. Dat de hele politiek op een pubquiz moet gaan lijken is de schijn die bedriegt. Het gaat wél om meer dan spelletjes.

Mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking’ pleit voor het doorbreken van het vanzelfsprekende. Daarvoor is een overtuigend, zich ontwikkelend verhaal een onmisbaar fundament. Niet pas reactief een verhaal hebben, niet achter de feiten aan. Hoofdstuk 10 gaat over Rosa Luxemburg én over de partij en partijopbouw. Ook greep ik er terug op een ouder artikel ‘Geen smoel, geen functie’ (op pag. 101).
      De socialistische c.q. linkse partij moet een gezicht hebben en houden. Laten zien wat je functie is in de tijd van nu, en van de toekomst. Dat hoeft geen moeilijk verhaal te zijn, het mag groeien, en helemaal klaar komt het nooit, dat kan niet anders. Het moet besproken worden, met iedereen, keer op keer, en niet pas als de parlementaire toestanden en de media ertoe uitdagen.

De functie van de klassieke partij is nog lang niet verdwenen, ook al bestaan er mogelijk tal van andere democratische vormen, naast de minder democratische trouwens. Ook de klassieke thema’s van kapitaal en arbeid bestaan nog altijd, reëel. Al veranderen de woorden die erover gaan.
    In die opvatting werd ik gesterkt door een interview dat De Groene Amsterdammer op 2 mei jl. hield met Étienne Balibar. Die zegt nog gewoon, ook wijzend op tal van veranderingen die plaatsvinden: ‘Het is niet zo dat ik mijn communistische idealen heb opgegeven, al is de situatie natuurlijk totaal anders dan veertig jaar geleden.’ (pag. 15) En ja, denk ik dan: internationale solidariteit, loonstrijd, sociale huisvesting, antifascisme en tegenwoordig natuurlijk vooral het klimaat en de biodiversiteit, we weten toch allemaal waar het om gaat? Tenzij je wegkijkt.
      Juist in de verandering de continuïteit waar nodig bewaken, ervoor strijden, het gaat om de waardigheid van de mens.

Het verkiezingscircus doet ertoe, maar is uiteindelijk de marge van de realiteit, zelfs als er in die marge veel gebeurt. Het gaat uiteindelijk om sociale rechten en waarden, goed leven, solidair en vreedzaam. Bereidheid mensen die moeten vluchten te helpen, dat blijven doen, en erover nadenken wat dat betekent voor de toekomstige maatschappij. De klassiek georganiseerde partij is slechts een voertuig, maar zonder dat kom je niet vooruit.







Lees: Jasper Schaaf, Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Doorbreek de vanzelfsprekendheid, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018, ISBN 978 94 6340 142 5.
Te bestellen in elke boekhandel, bij de uitgever of bij de auteur, zie www.jasperschaaf.nl.




















maandag 20 mei 2019

Marx in Friesland


Pas vroeg Omrop Fryslân mij in het programma IepenUP Live een inleiding te komen houden over Karl Marx. Over Marx? Ja, ze durven daar in Leeuwarden gewoon een anderhalf uur durend discussieprogramma live op TV te houden over Marx en het socialisme.
      Kunnen we zonder kapitalisme? Is een betere samenleving mogelijk, één met minder tegenstellingen tussen arm en rijk? En inhoudelijk: had Karl Marx gelijk?

Daar komen dan ook nog eens zo’n honderd mensen op af die met heel uiteenlopende opvattingen de discussie aangaan. Veel jonge mensen die het woord nemen. Op 15 mei jl.

Zo’n aanpak, gewoon een open discussie na een filosofische en politieke inleiding, is dat ook niet wat voor iedereen? Zie de link als je het programma wilt zien. Je kunt er anderhalf uur voor gaan zitten.

Naar het programma: https://www.youtube.com/watch?v=VA2d3oc5TMc

















maandag 13 mei 2019

Houd je button op!- Nu al felicitaties voor een vroeger pensioen


Een nieuw fenomeen. Ik loop met mijn vrouw door de stad en steeds zijn er jonge mannen van ca. 30 jaar die haar hartelijk feliciteren. Huh??

De vakbond voert actie tegen het verder ophogen van de pensioengerechtigde leeftijd. De AOW op 66 jaar en niet later. Er zijn al diverse acties, de regering weigert dit serieus te nemen. Op 28 en 29 mei zijn er verdere acties. Economen zijn er verdeeld over, maar dat het kan, daarvoor bestaan uitstekende argumenten. Daartegenover wordt angst gepredikt voor iets van de wel heel verre toekomst. En kunnen de pensioenpremies niet weer wat hoger en de werkgevers meer betalen? Men wil niet, maar het kan wel. Klassenstrijd.

De lezer snapt het al. Wij doen mee aan de actie. Dat is niet de eerste keer. Boven ons bed hangen honderden buttons, veel wat ouder, maar echt niet alleen van vroeger. Stop de N-Bom en leve het Fretilin! Ja soms droeg je dagelijks meer dan één actie mee.

Dat zit nu allemaal op Twitter, Facebook en nog zo wat, maar de button bestaat nog, niet helemaal uitgestorven. Tegenwoordig draagt men dat ding anders. Na de demonstratie worden ze vaak direct afgedaan en zeker een dag later zie je ze nauwelijks meer. Dat lijkt toch gek, zo’n ding? Hoezo dat dan?

Gek? Mijn vrouw vindt van niet. Zij draagt de button fier elke dag en hij past mooi bij de kleur van haar blauwe jas. Actie, gewoon permanente actie. En aangezien niet iedereen dat nog doet, roept dat reacties op. Eigenlijk maar één reactie. ‘Mevrouw, gefeliciteerd!’ Vooral jongeren reageren, feliciteren spontaan met haar leeftijd en dus met de actie. De button valt op, de actie valt op. Doe ook mee!

Een paar week terug liepen we een strandpaviljoen bij Kijkduin binnen. 'Mevrouw,  gefeliciteerd!' Huh waarmee? U bent toch jarig? Neen we voeren actie voor een beter pensioen. ‘O, op die fiets …’ Dat was prachtig, dat gezegde had ik in geen jaren gehoord, deze jongeman kende dat nog!

Ook als ik er niet bij ben, steeds weer felicitaties met haar 66-jarige leeftijd. Afgelopen zaterdagavond de stad in. In de Nieuwe Weg voor een restaurantje, een groepje. ‘Mevrouw, gefeliciteerd.’ Uren later lopend naar huis, maar even de drukke Meikermis overgelopen. Heel wat groepjes hangen daar. En jawel hoor, het is donker maar de heldere button doet zijn werk. ‘Mevrouw, gefeliciteerd.’ Niemand vindt het gek, het is toch kermis.

Sybrand Buma wil dat iedereen ‘Goedemorgen’ zegt. De vakbond weet wel beter en anders mijn vrouw wel, ‘Gefeliciteerd met het spoedig te behalen actieresultaat.’ In elk strandpaviljoen, op straat en op de kermis bij dag en bij nacht.
    Niets mis mee, geen valse schaamte, button op doen.
















donderdag 2 mei 2019

Rustig in Groningen? Schijn die bedriegt


Onveiligheid door aardbevingen beoordelen? ‘Daar hebben we geen model voor…’


Op 19 januari 2018 liepen 12.000 demonstranten in een grote fakkeloptocht na de zware aardbeving bij Zeerijp. Een massale actie, werd het daarna stil? De demonstranten toonden hun woede tegen de arrogantie van de NAM, die steeds weer probeerde het kortetermijnbelang van Shell, ExxonMobil en de staatskas voorop te stellen. Tal van families en personen kwamen terecht in ellenlange juridische procedures, zonder dat hun woning of bedrijf daadwerkelijk werd versterkt en hersteld.
    Het gaat hierbij om zo’n 100.000 mensen met schade en om 10.000 met gezondheidsklachten. Op een zonnige dag en kijkend van afstand lijkt het mee te vallen, maar van dichtbij of in de woningen blijkt een enorme schade. En dat individuele aspect laat ook zien dat gezamenlijk actie voeren lastig is, waar mensen zo met geweld op het eigen bestaan worden teruggeworpen. De grote bevingen van Huizinge op 16 augustus 2012 en Zeerijp op 8 januari 2018 zijn bekend. Maar er is veel meer aan de hand.

Dat betekent echter nog niet dat gezamenlijkheid ontbreekt. De Groninger Bodem Beweging organiseert personen en groepen, het Groninger Gasberaad doet dat ook, samen met uiteenlopende organisaties en lokale overheden. Daarbij zijn de FNV, Milieudefensie, de SP en soms andere politieke partijen actief.
    Op 17 en 18 april jl. kwamen een aantal organisaties en bewoners bij de Raad van State met hun bezwaren tegen minister Eric Wiebes’ beleid. Inzet is het ‘Instemmingsbesluit Groningen gasveld 2018-2019’. Uitspraak wordt half juli a.s. verwacht. Eerder, op 15 november 2017, heeft de Raad van State het vorige ministeriële besluit vernietigd, vooral vanwege de ‘onordentelijke argumentatie en motiveringsgebreken’ ervan. De appellanten van nu zien deze gebreken nog steeds. Want wat is nu de echte afweging, de veiligheid voorop of de gaslevering en het economisch belang daarvan?
    En de aardbevingen zelf? Je hoort er misschien niet veel meer over, zijn ze gestopt? Niets is minder waar. Iedere week zijn er kleinere bevingen die plaatselijk schade aanrichten en daar wel degelijk worden gevoeld. In 2018 waren er 87 geregistreerde aardbevingen, na 1 januari 2019 waren dat er al meer dan twintig. En ook kleine bevingen zijn niet onschuldig. Een bewoner zei hierover: ‘Juist al die kleine bevingen vreten mijn huis langzaam op.’

Wiebes’ winningsbesluit en de schijn van redelijkheid

Op 14 november 2018 legde minister Wiebes het ‘Instemmingsbesluit Groningen gasveld 2018-2019’ ter inzage. In de inleiding hiervan staat onder meer: ‘Het uitgangspunt voor de gaswinning voor de komende jaren is om niet meer gas uit het Groningenveld te winnen dan noodzakelijk is voor de leveringszekerheid. Het kabinet verwacht dat de gaswinning in 2022 al kan dalen tot onder de 12 miljard kuub en dat vanaf 2030 de gaswinning geheel beëindigd zou kunnen worden.’
    Op het eerste gezicht klinkt dit redelijk, want die 12 miljard kuub werd door het ‘Staatstoezicht op de Mijnen’ genoemd als een bij benadering veilige winning, met minder kans op grote aardbevingen. Of dit zo zeker is, daarover bestaat nog volop discussie. En Wiebes’ redelijk klinkende ‘uitgangspunt’ bevat nog meer onzekerheden die dat hele uitgangspunt teniet kunnen doen. Naast deze term zelf zitten valkuilen verpakt in woorden als ‘niet meer dan noodzakelijk’, ‘leveringszekerheid’, ‘verwacht’ en ‘zou kunnen worden’. Veel slagen om de arm, daar staan geen harde garanties tegenover.
    Wiebes’ ‘Instemmingsbesluit’ gaat uit van 19,4 miljard kuub gaswinning bij een gemiddeld warm jaar. Het kan leiden tot een lagere winning van ca. 15 miljard, maar door diverse omstandigheden ook tot een aanzienlijk hogere, in het ongunstige geval hoger dan 20 miljard. Dat zou een piek zijn, met nieuwe risico’s op zware bevingen.
      De grote onzekerheden bij het op het eerste gezicht zo mooi klinkende verhaal leverde een reeks van beroepschriften op van organisaties, lokale overheden en personen. Aan de hand daarvan werd Wiebes’ verhaal op 17 en 18 april uitgebreid bij de Raad van State besproken, onderzocht en soms gefileerd. Hoe zeker is het nu eigenlijk dat de winning snel teruggaat naar een (vermeend) veilig niveau? Wat zijn de risico’s toch weer door te gaan met een hoge winning, zoals afgelopen jaren steeds gebeurde? Voldoet het ‘Instemmingsbesluit’ aan door de Raad van State eerder gestelde eisen van rechtmatigheid? Bestaat er goed flankerend beleid ter vermindering van de winning en verhoging van de veiligheid?
      Hoe belangrijk deze vragen en bezwaren zijn wordt duidelijk als wat verder wordt ingezoomd op het leven van de mensen in het aardbevingsgebied.

89 keer ‘Ik wacht’

De landelijke media besteden maar betrekkelijk weinig aandacht aan de bevingen, of er moet weer een opmerkelijk heftige zijn. Het regionale Dagblad van het Noorden doet dat wel. De aardbevingen hebben een enorme impact op het leven, zeker in de kernen, de epicentra van de aardbevingen. Maar ook daarbuiten. Kaarten van de omvang van het getroffen gebied laten vrijwel de hele provincie Groningen zien, ook de stad, en een flink deel van Drenthe. Daar wonen meer dan 500.000 mensen. Ca. een kwart daarvan heeft grote of kleinere schade. Soms zo groot dat mensen niet meer in hun eigen huis mogen wonen. Veel mensen wachten al jaren, soms meer dan zeven jaar op schadeafhandeling en versterking van hun woning.
    Het Dagblad heeft een serie persoonlijke impressies, waarvan er nu 89 afleveringen zijn, onder de titel ‘Ik wacht’. Zie deze op internet: https://www.dvhn.nl/dossier/ik-wacht.
      De verhalen zijn kenmerkend voor de ernstige situatie, het getraineer van de NAM en de bureaucratie. Zo is er een boer in Den Ham, ver van het centrum van het aardbevingsgebied, die op een breuklijn woont met daardoor een al in 2013 vastgestelde ernstige schade. De NAM paste echter bevindingen van schade-experts eigenmachtig aan, ontkende de relatie met de aardbevingen, weigerde steeds de reële kosten te betalen en probeert via druk op de gemeente onder motto van een ‘acuut onveilige situatie’ hem uit zijn boerderij te krijgen (DvhN 20-4-2019). Deze boer zegt: ‘Wiebes maakt goede sier met zijn verhaal dat de gasputten dichtgaan. Maar tot 2030 wordt er nog zeker 200 miljard kuub uit de bodem gehaald. En de kleine bevingen gaan maar door. Die zijn erger dan één grote beving. Want al die kleine bevingen vermalen je bedrijf.’
    Een mevrouw uit Ten Boer zit – en met haar de hele straat – al 1400 dagen te wachten op een nieuw huis. Meer nog: ze wacht op de dag dat ze weer naar bed of naar haar werk kan zonder de vrees dat bij een volgende beving haar huis het begeeft. Met alle gevolgen van dien, voor haarzelf, haar dochter van 14 en de zoon van 10 (DvhN 13-2-2019).
    Nieuwe schades worden niet meer door de NAM beoordeeld, maar door de ‘Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen’. Maar de NAM speelt nog steeds een rol, vaak een kwalijke.

Wat doet dat met het kind dat zijn hele jeugd met onveiligheid wordt geconfronteerd?

Bij het voorbeeld uit Ten Boer werd op de gevolgen voor kinderen gewezen. Kinderen die opgroeien in een onveilige woning, waar de ouders door de beving ziek of gestrest zijn, waar iedereen steeds praat over procedures, de NAM en het onrecht. Waar op school ook andere kinderen over die situatie praten. Situaties waar ze soms al zeven jaar inzitten. Dat is geen onbevangen jeugd, zoals die hoort te zijn.
    Over deze situatie zijn – onder meer – rapporten geschreven door de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman. En kinderen komen uitgebreid aan het woord in het onderzoek van Elianne Zijlstra c.s. (RUG e.a.) ‘Een veilig huis, een veilig thuis’. Zo zegt een kind van 15: ‘Nou, als het zo doorgaat zie ik de toekomst als een stuk puin.’ (pag. 49)
    Deze visie over de gevolgen voor kinderen en hun opvoeding speelde een rol in de zitting van de Raad van State. De minister spreekt over veiligheid, maar heeft hierover een veel te beperkt begrip. De Raad van State vroeg hier heel kritisch op door.
    Maar de jongeren zijn zelf ook heel kritisch, een 19-jarige: ‘Zij hebben er geen last van, wat kan hun het een reet schelen. Zij verdienen er gewoon geld aan. En dat is hoe het kapitalistische systeem, zo werkt dat. En dat vind ik diep triest.’

Een afweging van niks ….


Het ‘Instemmingsbesluit 2018-2019’ is in verschillende opzichten zwak en onzeker. Dit besluit gaat uit van de onveilige winning van 19,4 miljard kuub per jaar, die door verschillende factoren kunnen oplopen tot een hoger niveau. Met dus ook meer kans op zwaardere aardbevingen. In dit besluit – en ook in het latere verweer van de kant van de minister – ontbreekt het aan een goed gemotiveerde afweging van belangen. De leveringszekerheid krijgt als het erop aan komt duidelijk voorrang boven de veiligheid en leefbaarheid, zonder dat een deugdelijke en expliciete afweging wordt gemaakt. De minister schrijft in zijn conclusie: ‘Hiertoe stel ik de productiehoeveelheid vast op 19,4 miljard kuub bij een jaar met een gemiddeld temperatuurprofiel, waarbij ik de nodige flexibiliteit geef om altijd aan de leveringszekerheid te voldoen.’
      Aan de ene kant worden de veiligheidsrisico’s en de inbreuk op grondrechten van bewoners niet echt in de afweging betrokken; de minister formuleert de hoopvolle, maar volstrekt onrealistische wens dat er nu snel verbeteringen met betrekking tot de aardbevingen zullen optreden. En neemt dan zelf tegelijkertijd besluiten die strijdig zijn met het verhogen van de veiligheid, zoals het stil leggen van de versterkingsoperatie.
      Aan de andere kant blijkt de leveringszekerheid toch minder onveranderlijk dan de minister in het ‘Instemmingsbesluit’ doet voorkomen. Het feit dat de vraag naar Gronings gas sneller afneemt dan voorzien, laat zien dat het mogelijk is om veel voortvarender toe te werken naar het relatief veilig geachte niveau van 12 miljard, als tussenstap naar versnelde volledige afbouw. In de argumentatie van de minister missen de overwegingen op dit punt: waarom zou het niet mogelijk zijn, gezien het belang van veiligheid voor de bevolking, actiever stappen te zetten naar minimalisering van de gasvraag? Laat de minister de regie nemen en komen met een stevig een plan voor versnelde terugdringing van de gasbehoefte, inclusief scenario’s die anticiperen op eventuele pieken in de gasvraag. Veiligheid moet daarin zwaarder wegen dan leveringszekerheid.
      En wat is die leveringszekerheid nu precies? De Raad van State vroeg hiernaar. Een echt antwoord kwam er niet. Wel vroeg de landsadvocaat zich (wanhopig?) af: ‘Moet de winning dan afhankelijk worden van veiligheid en versterking?’ Dat kon hij zich niet voorstellen. Onbegrip: hier botsen de verschillende logica’s van sociaal leven en die van de markt.

…. dat leidt dus niet tot een veilige situatie

Bij de Raad van State stellen ca. 30 overheden, organisaties en bewoners (deels gebundelde) bezwaren aan de orde, die alle vragen het winningsbesluit van de minister te vernietigen. Zij wijzen op conclusies van deskundigen die ingaan tegen het hele beleid van de minister en de NAM bij de winning, de aanpak van schadeafhandeling en de versterkingsoperatie.
    Zo is er kritiek van deskundigen op de NAM-aanpak die precies zegt te weten of een scheur in een muur al ouder was of door de bevingen is ontstaan. De NAM heeft keer op keer geroepen dat schade andere oorzaken had, tot grote frustratie van eigenlijk iedereen. Deskundigen zijn hier heel helder over. Je kunt niet alles weten, dus is er maar één faire oplossing: alle schade moet worden vergoed.
    Bij de versterkingsoperatie wordt uitgegaan van het HRA-model (Hazard and Risk Assessment). Dit is echter door de NAM opgesteld, en aldus waarschijnlijk mede door ‘Shell legal’, het juridisch bureau van de Shell. Aan de onafhankelijke beoordeling van kapotte huizen en verdere risico’s wordt daarom door menigeen getwijfeld. De NAM zou toch ‘op afstand’ worden gezet?
      Ook op andere rekenmodellen bestaat kritiek én soms op het juist ontbreken daaraan. Zoals dat veiligheidsrisico’s alleen geschat en afgewogen kunnen worden in termen van overlijdenskansen. De landsadvocaat aan het woord voor de Raad van State: ‘Een bredere visie op veiligheid en onveiligheid? Daar hebben we nu eenmaal geen model voor.’ Veiligheidsbeleid wordt in dat denken gereduceerd tot het risico op dodelijke slachtoffers en procedureel correct handelen.
    Daarbij komt dat de bevingen nog steeds doorgaan. Deskundigen verwachten tot 2033 nog 80 bevingen boven 1,5 op de Schaal van Richter, waaronder 3 zware van 3.0 of 4.0. Ook wat dit betreft is de veiligheid in het geding.
    De zittingen bij de Raad van State gingen dan ook vooral over de termen veiligheid versus leveringszekerheid. Ofwel over een sociaal beleid versus economisch profijt. De leden van deze Raad hebben deze en samenhangende begrippen scherp ontrafeld aan de hand van vele vragen aan de appellanten die vragen Wiebes’ besluit te vernietigen en met vragen aan de landsadvocaat. Deze laatste waagde zich geen millimeter buiten de door de minister hanteerde formuleringen, inclusief een zeer benepen en beperkte versie op veiligheid en leefbaarheid. Met de versterkingsoperatie zou het nu zeker goed komen, de garantie daarop werd echter niet gegeven.

12 miljard kuub moet de eerste stap zijn

Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft – met wat voorbehoud – een gaswinning van 12 miljard kuub een veilige winning genoemd. Of dat werkelijk zo is zal nog moeten blijken. Het is echter wel een perspectief om nu naar toe te werken. Daar werken de overheid en de NAM niet echt aan mee. Hun idee van leveringszekerheid is dat bij koude periode er meer gas gewonnen zou moeten worden, terwijl zo’n piek juist weer grote aardbevingen kan veroorzaken. Want het idee is dat een ‘vlakke’, zo regelmatig mogelijke winning minder pieken in de bevingen zal veroorzaken, wat pleit voor een regelmatige daling en afbouw van de hele winning.
    Hierbij kan ook de vraag worden gesteld wat de rol van Gasterra is. Nederland moest immers de ‘Gasrotonde’, de gashub van Europa worden, en zo een grote, strategische rol spelen in de mondiale energiehandel. En dan valt met het Groninger gas opeens een flink deel van het eigen aanbod weg? Het is de vraag of alle belangen wel open op tafel liggen. Dat Shell en Esso in het verleden een cruciale rol speelden en een flink deel van de winst opeisten is wel duidelijk. Maar is hun toekomstbeeld zo anders?
    Alles pleit ervoor de winning zo snel mogelijk te stoppen. Verminderde verkoop aan het buitenland, met name Duitsland en België is op korte termijn mogelijk. Naar 12 miljard als stap en een directe aanpak van de versterkingsoperatie! Waar schade is geen discussies meer, gewoon vergoeden, ongeacht de prijs!

Actief voor Groningen, toekomstgericht

In de jaren zeventig van de vorige eeuw liep de CPN voorop in de strijd om van Groningen geen wingewest te maken. Voor partijen als de PvdA en de PSP, en voor de vakbeweging  was dat ook een thema maar toonden zij zich meestal minder actief en meer volgzaam ten aanzien van het Haagse beleid. Maar Groningen werd wel een wingewest. Afgelopen periode maanden kregen de SP en de SP-Gedeputeerde het verwijt in het gasdossier ‘te activistisch’ te zijn. Ook hier keken andere partijen vooral naar Haagse ideeën. Zij waren inderdaad niet activistisch, te passief, terwijl veel mensen nog op de afhandeling van de schade en versterking van hun woningen zaten te wachten.
    Al dat wachten leidt onder de bevolking tot een wisselend beeld. De Groninger Bodem Beweging en het Groninger Gasberaad, en soms dus linkse partijen, kleinere groepen, de FNV, Milieudefensie en tal van personen zijn zeker actief, maar er wordt keer op keer geprobeerd hen aan het lijntje te houden en oplossingen naar de toekomst te verwijzen.
      In 2018 zette de minister de versterkingsoperatie stil onder het motto dat hij minder gas wilde winnen en dat dan – zei hij – ook de versterking minder nodig zou zijn. Al dat gezwam en getraineer kan niet anders dan passiviteit in de hand werken. Bij de verkiezingsuitslag voor de Provinciale Staten is er dit keer dan ook geen sprake van een ‘beloning’ van de meest actieve partij en werd vooral het miserabele standaardbeeld zichtbaar dat het slechts verkiezingen waren voor de Eerste Kamer.
    Dit is een schets, het beeld van actie en optreden is wisselend. Lokale bestuurders komen op voor hun gemeente en ook bij de Raad van State werd scherp geanalyseerd hoe Wiebes’ politiek tekort schiet en gestopt moet worden. Tegelijk ligt het gevaar van moedeloosheid en achterkamertjespolitiek steeds op de loer.
      Hierbij komt dat ook de Groningers weten dat een nieuw beleid een duurzaam beleid moet zijn, maar zijn ze het beu zijn steeds voor voldongen feiten geplaatst te worden. Dat blijkt bijvoorbeeld in de acties tegen grote windmolenparken. Je kunt voor windmolens zijn en toch enorm de pest erin hebben wanneer plotseling en geheel ongevraagd een grote industrie in de achtertuin dreigt te verrijzen. Dan blijkt er geen participatiesamenleving te bestaan. Met alle gevolgen, reacties én acties van dien.
      De gaswinning verhoogt het grote risico van defaitisme, maar per saldo zijn er nog honderden mensen actief betrokken bij organisaties als het Groninger Gasberaad en de Groninger Bodem Beweging.




Deze blog is ook verschenen op www.solidariteit.nl
De auteur is mede appellant bij de Raad van State, zoals beschreven in deze blog.

















vrijdag 19 april 2019

Het jaar van de wulp


De wulp heeft het verdiend. Prachtige weidevogel, in de ruime betekenis van het woord, want je komt hem ook op heidevelden en in duingebieden tegen. Steltloper, de grootste die we hebben.
    Dus is 2019 ‘Het jaar van de wulp’.

Dat hij mooi en vrij groot is, is helaas geen garantie voor de toekomst. Ook de wulp neemt als broedvogel af, zo meldt de recente ‘Vogelatlas van Nederland’. Maar weg zijn ze gelukkig nog lang niet. Buiten broedtijd pleisteren er nog meer dan 700.000 wulpen in Europa, een groot deel ervan in Nederland.

De onvolprezen website Nature Today bracht de wulp pas onder de aandacht met als kop ‘Wie is de wulp?’
    Die titel bevalt me zeer. De wulp wordt zowat als persoon voorgesteld. Zijn trotse of zo je wilt statige kop steekt boven het artikel uit. Een heer, of een dame is het. Dat is duidelijk. Bekijk het artikel maar eens.
    ‘Wie is de wulp?’ besteedt ruim aandacht aan de functionaliteit van de wulp z’n kromme snavel. De wulp kan dat lange kromme ding ‘ver voor zich uit de grond in steken, voordat de wormen zijn voetstappen horen.’

‘Voetstappen’ klinkt ook al behoorlijk deftig. Als worm wil je toch wel door zo’n heerschap opgegeten worden, zou je denken. Dat in werkelijkheid niet natuurlijk, en daarom heeft de natuur zo’n lange snavel ook van wat nadelen voorzien, zoals de breekbaarheid ervan.
    Het artikel legt het keurig en geïllustreerd uit. Duidelijk is dat de wulp aandacht verdient en beschermd moet worden. Leve ‘Het Jaar van de wulp’.

Het artikel toont de kromme snavel als actief werktuig. Mooie foto’s. Vanuit het duinlandschap vóór de stuifdijk nabij het strand bij paal 10 op Schiermonnikoog kan ik nog een foto toevoegen.
      Onderstaande vogelkop met de kromme snavel vond ik daar een keer. Te mooi om te laten liggen en de natuur had de kop al geheel van zijn omhulsel ontdaan. Fraai en krom, vergaan en toch heel, uit een gebied waar ik de wulpen vaker heb gehoord dan gezien.






Genoemd boek over de wulp: Sovon Vogelonderzoek Nederland (meerdere auteurs), Vogelatlas van Nederland, Sovon, Nijmegen en Kosmos, Utrecht/Antwerpen 2018, pp. 262-263.

Kijk vooral op de website van Nature Today ‘Wie is de wulp?’ via de link. Het artikel is afkomstig van Vogelbescherming Nederland.
https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=25033
















zaterdag 13 april 2019

Palestina – Weg met het cynisme – Lees Van Agt


Cynisme is een vijand. Cynisme verheft zich op een valse manier boven sociale betrokkenheid. Het is dikdoen en verhullen. Verhullen dat men zelf niet meer durft. Cynisme betekent afhaken. Een cynische houding demobiliseert. Het roept natuurlijk niet meer op, maar het is veel erger, het roept vooral op niets meer te doen. Wegkijken met een uitroepteken.
      Het is vluchtgedrag, het lijkt soms stoer maar is een vervreemding. Bijvoorbeeld een angst om de rechtse hoofdstroom te verlaten, tegen die stroom op te gaan roeien. De cynicus weet misschien nog dat hij ooit tegen de stroom in wilde gaan. Daar had hij argumenten voor, die hij nu wegstopt achter zijn of haar cynisme.
      Het is ook een drogreden, het wijst met geringschatting in woord en houding op de ander die nog wel durft, maar het gaat vooral om de eigen capitulatie. Cynisme, het is onvrij. Cynisme voert weg van de inhoud, ver van de zaken waar het echt om gaat.

In mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid’  stel ik dat er in de politiek ‘twee fatale C’s’ aan de orde kunnen zijn, die alles kunnen verknoeien: cynisme en corruptie. (pp. 123-124) Deze twee horen vaak bij elkaar. Kort gezegd: wanneer men de eigen politiek zelf niet meer gelooft treedt vaak antisolidaire zelfverrijking op en een cynische houding en machtspolitiek die dat goedpraten en toedekken.
      Het gaat dan om cynisme ten aanzien van menselijk leven, waarden en alle cultuur. Vaak samen met corruptie, het vermeende eigenbelang extreem laten gelden, want ‘Iedereen doet dat toch immers?’ Hoeveel is er in landen waar socialistische veranderingen of sociale revoluties plaatsvonden niet ten onder gegaan door corruptie en cynisme?
      Maar niet alleen daar. In onze huidige kapitalistische samenleving bestaat deze houding ook en is dat in de politiek, de journalistiek en de (sociale) media een drama. Het ontneemt (onder meer) heel veel vertrouwen in de mogelijkheden zelf wat te betekenen. Als cynisme wordt uitgedragen, waar moet de burger dan nog in geloven?

Soms staan er van die halfcynische stukjes in de kranten. Zijn ze misschien ook nog leuk bedoeld? Ze kunnen net zo erg zijn als de openlijk cynische, zo los van elke engagement en nog betweterig ook. Bijvoorbeeld als een soort oproep vooral niet meer de oude strijd te voeren, ook al is die feitelijk nog volop gaande.
    Vrijdag 12 april jl. schrijft Arnout Brouwers in De Volkskrant over het nieuwe boek van Dries van Agt ‘Palestina in doodsnood’.  De journalist beschrijft de sfeer van de presentatie en zijn beeld is duidelijk: nog wat heel oude mensen voeren een achterhoedegevecht. Terwijl de mislukking allang vaststaat: ‘Een handvol gepensioneerde zwaargewichten uit de vaderlandse politiek zit gebroederlijk naast een handvol linkse activisten – tastbaarder dan zo kan de teloorgang van de Palestijnse zaak niet worden.’
    Enzovoort. Terwijl het artikel zwijgt over de betekenis van de inhoud die Van Agts boek heeft, eigenlijk wordt alleen de sfeer van de presentatie op tendentieuze wijze belicht.

Cynisch bedoeld of niet, het hele artikel voert wég van de inhoud, weg van de betrokkenheid, weg van de solidariteit en zelfs weg van de kritische vragen die daarbij ook kunnen worden gesteld.
      Wég van Van Agts sterke oproep solidair te blijven, dat niet op te geven. Palestina, natuurlijk is er veel vertwijfeling. In het boek laat Van Agt dat goed zien, feitelijk, overzichtelijk, thematisch, genuanceerd en kritisch over fouten die ook Palestijnen begaan hebben. Dat laatste is belangrijk, juist de waarheid moet onder ogen worden gezien. Maar dat is toch geen reden om elke solidariteit met het Palestijnse volk op te geven?

Van Agt is genuanceerd en zelfs bijna mild over het feit dat er vaak zo weinig aandacht over is voor de Palestijnse zaak. Hij meent dat door oorlogen en noden elders ‘de aandacht voor de kwestie Israël-Palestina (is) verschrompeld.’ (p. 6)
      Het boek toont zo naar diverse kanten begrip, maar laat wel steeds de feiten tellen. Bijvoorbeeld over de kwalijke passieve of in wezen zelfs illegale handelspolitiek van de Europese Unie: ‘Heel wrang is het dat de EU aanzienlijk meer producten importeert uit de (illegale) Israëlische nederzettingen in Palestina, dan producten van Palestijnse makelij.’ (p. 50) De Europese Unie blijkt dus als heler van gestolen goederen op te treden.

Hoe moeilijk ook, er zijn wegen te bewandelen, zoals de BDS-beweging doet. Deze richt zich op economische boycot, vergelijkbaar met de acties destijds tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregiem. Die boycot droeg bij aan het verzwakken van de apartheidspolitiek. Zijn er betere wegen? Denk erover na, dat is de oproep die Van Agt uitdraagt.
    Het boek is dun, maar heel feitelijk en helder, inclusief de aandacht voor discussiepunten die het moeilijke politieke onderwerp zal oproepen. Zo’n oproep is gewoon heel belangrijk. Voor de hele wereld. Volkeren opgeven? Ze in hun eigen sop laten gaarkoken?

De inhoud en de oproep tellen. Cynisme is een droevige houding. Anti-engagement. Respectloos voor de inhoud van het vraagstuk. Hoe lang kan iemand zich vrolijk maken over het feit dat ‘gepensioneerde zwaargewichten’ nog wel actief zijn, waar anderen de moed opgeven? Of over het feit dat blijkt dat heel uiteenlopende politieke richtingen elkaar wél kunnen vinden als het om de menselijke waardigheid gaat?
    Lees dus liever Dries van Agt, ‘Palestina in doodsnood’.





Genoemde boeken:
- Dries van Agt, Palestina in doodsnood, Uitgeverij Vantilt, Nijmegen 2019,
ISBN 9789460044427, € 10,-
- Jasper Schaaf, Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Doorbreek de vanzelfsprekendheid, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018.


Veel meer informatie over de Palestijnse zaak, zie https://rightsforum.org/














zondag 7 april 2019

Nogmaals Machiavelli


– En verder is het met machtsposities die plotseling ontstaan, net als met alle andere dingen in de natuur die ontkiemen en snel tot wasdom komen, zo gesteld dat zij nooit zo diep wortel hebben kunnen schieten en zich zo ver hebben kunnen vertakken dat de eerste de beste storm hen niet weer omver werpt. –

Niccolò Machiavelli (1)


Is het erg een denker die al vaker genoemd werd in deze weblog nogmaals voor het voetlicht te brengen?
      Wanneer politiek je interesseert kun je eigenlijk niet om Machiavelli heen. Hij was niet de eerste filosoof die leerde hoe je scherpe politieke analyses kunt  maken. Denk maar aan Aristoteles. Maar in zijn tijd was Machiavelli ongeëvenaard.
      Scherpe analyses. Hij is niet cynisch over politiek, hoe hard sommige van de uitkomsten ook lijken of daadwerkelijk zijn. Het gaat uiteindelijk om een beleid dat gedragen of in ieder geval erkend wordt door de macht van het volk. Het volk, de massa, heeft uiteindelijk veel macht. En dat heeft de heerser die er zit ook, en hij kan met Machiavelli’s aanwijzingen zijn macht verstevigen. In een sterke samenleving moeten deze krachten in balans zijn. In extreme situaties daarentegen zijn sterke of soms zelfs buitensporige ‘oplossingen’ onvermijdelijk. Dat is niet mooi, het gebeurt in de praktijk wel. Daarom is ook een realistische analyse nodig die bij voorbaat kan helpen deze extremen te vermijden teneinde een sterke staat of gezonde samenleving te vormen.

De macht van de massa telt. Machiavelli’s analyses laten zien wat dat betekent, wanneer samenlevingen op drift lijken te zijn. Politiek van de massa is een serieuze zaak. In Nederland, Venezuela en Turkije?
      Ook hier raken de veranderingen de klassieke grondslagen van gezag en macht. Goed Machiavelli hierover weer te lezen. Dat kan ook letterlijk, zijn teksten zijn vertaald en goed leesbaar.


Van de nieuwe tijd is het Niccolò Machiavelli (1469-1527), de nog altijd door politici graag gelezen denker, die van de politiek een wetenschap maakt. (2) Hij onderzoekt consequent de machtsmechanismen. Soms lijken er tegenstrijdigheden te bestaan door tegen elkaar indruisende adviezen, maar de voornaamste inzet is consequent: hoe kan de macht, het heersen bestendigd worden in uiteenlopende situaties? De concrete situatie waarbinnen meer algemene principes een rol spelen, wordt onderzocht. De wisselende omstandigheden maken soms uiteenlopende adviezen noodzakelijk.
      Voor de filosoof die een vast algemeen principe zoekt kan die differentiatie onbevredigend zijn, maar Machiavelli’s denken getuigt hier nu juist van een zelden geëvenaard realisme. Dit lijkt ten koste te gaan van het afgewogen morele oordeel, want dat wordt ‘slechts’ een aspect in de bredere afweging. Het wordt echter een meer plausibele benadering, als we bedenken dat die moraliteit wel mede een rol speelt, ook in gewelddadige tijden. Machiavelli’s algemene doel is de handhaving van de macht, het heersen ten gunste van het algemeen belang. Het volk wil ook dat er geheerst wordt en dat hun belang daarin wordt gediend.

Machiavelli’s ‘De heerser’  is voor politici, maar ook voor critici een waardevol middel. Het is een goed doordacht handboek van de politiek en tegelijk een psychologie van de macht. Het laat zien dat je empirisch te werk moet gaan en realistisch moet blijven, of straffe van het verlies van de macht: ‘Daarom moet een heerser, wanneer hij zich wil handhaven, leren om niet goed te zijn. En dit vermogen dient hij wel of niet in praktijk te brengen al naargelang de omstandigheden hem daartoe dwingen.’ (3) Machiavelli zegt hiermee niet dat je maar slecht moet zijn, maar zo nodig moet je ermee om kunnen omgaan.
      Overheersend in de analyse is dat de heerser van alle morele markten thuis moet zijn en machtsmechanismen moet doorzien om adequaat te kunnen reageren. Theorie én praktijk ineen. Het is een radicaal realisme, dat met voorbeelden wordt onderbouwd en met betrekking tot veel consequenties doordacht is. Deze politieke analyse legt het bestaande speelveld van belangen, verlangens en krachtsverhoudingen bloot en de mogelijkheden hierop te acteren. Macht en onmacht, overwegingen en handelingen, oorzaken en gevolgen, Machiavelli toont nuchter de doorwerking van de politiek in de praktijk.

Basaal is dat mensen vaak ondankbaar en wispelturig zijn, uit op geldelijk gewin en ander kortzichtig eigenbelang. Omdat de mens een egoïst is moet dit bij de gehanteerde machtsmechanismen worden ingecalculeerd. Er past een weloverwogen wantrouwen. Als de heerser te veel luistert naar een verstandige adviseur met ogenschijnlijk louter goede bedoelingen zal ‘de man die een dergelijke heerser zou leiden, hem algauw van zijn macht beroven.’ (4) Mensen gedragen zich slecht, tenzij tot het goede gedwongen. Dat heeft als consequentie dat het heersen nauwelijks als lust naar voren komt, eerder als noodzakelijk kwaad. Want waar moet je al niet op letten om de macht te kunnen behouden?
      De visie over het eigen gewin is overigens genuanceerd, want Machiavelli stelt ook: ‘Want het doel dat het volk nastreeft, is hoogstaander dan wat de aanzienlijken beogen, aangezien deze laatsten willen onderdrukken en het volk alleen maar niet onderdrukt wil worden. Daarbij komt nog dat hij die de hoogste macht bezit, zich nooit tegen het volk veilig kan stellen wanneer dit hem vijandig gezind is, omdat het uit te veel mensen bestaat.’ (5) Hoe egoïstisch is de gewone mens nu eigenlijk? Logisch roept dit misschien vragen op, maar Machiavelli legt een brede schakering van de hoedanigheden van het menselijk handelen bloot.

Het principe van ‘verdeel en heers’ is uit de geschiedenis van de heersers en hun macht bekend. Wordt dit echter wel voldoende begrepen en goed toegepast? Dat moet efficiënter kunnen. Daarom wordt dit idee op diverse plaatsen doorgeëxploreerd. Bijvoorbeeld kan het verdelen letterlijk worden genomen. Wanneer je als heerser een gebied verovert moet je er kolonies stichten. (6) Je pakt dan land af van enkelen en dat stelt de groep die numeriek de meerderheid vormt tevreden. Daarmee wordt de macht verzekerd, een principe dat tot op de dag van vandaag wordt uitgevoerd.
      Een heerser staat nog sterker in zijn schoenen als hij laat zien tegenstand de baas te kunnen. Immers, dan onderwerpt hij niet alleen, maar laat zijn kracht zien en bindt daardoor velen aan zich die voordeel denken te hebben bij hun loyale aansluiting bij de sterkste partij. Machiavelli gaat zelfs zover dat hij aanbeveelt zo nodig met opzet tegenstand tegen zichzelf aan te wakkeren. (7) Dan kan hij die overwinnen, waarna de macht is gegroeid. Het verdeel en heers is dus een bewuste manipulatie van de bestaande notie van vermeend eigenbelang onder de mensen. Dat eigenbelang per individu kan als het ware opgeteld worden en je moet er dus genoeg van aan de macht binden om numeriek voldoende draagvlak voor de eigen positie te organiseren. Het ‘verdeel en heers’ kan een kracht vormen, bruut geweld daarentegen juist niet: ‘Maar als men zijn medeburgers vermoordt, zijn vrienden verraadt en geen trouw, respect of geloof kent, kan men toch moeilijk van morele kracht spreken.’ (8) En die heeft de heerser voor een bestendige macht nodig, om zich te kunnen handhaven.
      Dit machtsbegrip is qua terminologie eenvoudig en alledaags: je hebt de macht al dan niet ‘in handen’. (9) Toch speelt duidelijk ook een visie mee op de juiste balans en de morele kracht als gezindheid en levenshouding. Een belangrijke term in Machiavelli’s werk is ‘virtù’, deugd of kwaliteit. Dit wordt bedoeld als een breed scala van karaktertrekken die een mens wijs en moedig, onderzoekend en doortastend maakt. De ware heerser voldoet daaraan. Het is een term die aan de ‘middenwegen’ van Confucius of Aristoteles doet denken.

Machiavelli’s analyse heeft in sterke mate een a-moreel karakter, een zekere waardevrijheid binnen het kader van het hogere doel, de maatschappelijke orde. Hij pleit niet voor één bepaalde norm van goedheid en soms moet de mens ‘slecht’ handelen, weliswaar alleen als de noodzaak ertoe bestaat. Immers, als immoreel handelen de norm wordt verliest de heerser zijn draagvlak bij de massa weer en zal hij zijn macht moeten afstaan of nog meer geweld moeten gebruiken. De goede analyse moet dat juist voorkomen, want werkelijk heersen vormt een stabiele macht.
      Bij het rekening houden met de omstandigheden kan zelfs de klassieke vraag naar het al dan niet bestaan van een ‘vrije wil’ genuanceerd benaderd worden. Machiavelli: ‘Maar om de vrije wil van de mens niet te ontkennen, wil ik hier toch als mijn mening naar voren brengen dat het waarschijnlijk zo is dat het lot de helft van onze zaken in handen heeft, maar dat het de andere helft of praktisch de andere helft aan onszelf overlaat.’ (10) Een prachtige nuance, ‘praktisch de andere helft’. Zelf draagt het mede door zijn eigen boek versterkte inzicht er ongetwijfeld toe bij dat die andere helft voor de heerser wat groter wordt. Deze scherpzinnige analyse beschrijft immers kansrijke handelingsmogelijkheden voor hem. Die kan dus vaker zijn wil opleggen, als is hij daarmee nooit absoluut vrij. Machiavelli’s voorstel is aantrekkelijk als hij resoluut & klip en klaar stelt: ga er wel van uit dat je eigen wil wel wat bepaalt, maar natuurlijk niet alles.

De machtsuitoefening is nooit vanzelfsprekend. Het is een evenwicht tussen de heerser en de in de samenleving aanwezige macht. De belangrijkste counterpart – de tegenpool van de macht van de heerser – is de gezamenlijke macht van het volk. Het volk, de massa of de menigte (multitude) is een bundeling van individuen met elk een stukje macht. Als deze in één richting samenkomt bestaat een enorme macht die de heerser het gezag kan brengen, maar het hem ook kan afnemen. Als de heerser zijn macht niet goed gebruikt en het volk in weerzin daartegen zijn macht bundelt, is die laatste macht doorslaggevend. Er moet – in hedendaagse taal – dus draagvlak zijn, in verstrekkende zin. Het is in laatste instantie een noodzakelijke voorwaarde.
      Maar als de counterpart, het volk de macht grijpt, is de balans ook verdwenen. Het is dan net alsof twee mensen of groepen trekken aan een touw en de een plotseling loslaat, waardoor de andere partij plotseling hard valt. Als de macht van de heerser wegvalt is er een direct risico van wanorde, die ook ten koste gaat van het volk. Zonder georganiseerde macht, namelijk gebundeld in de persoon van de heerser die het algemeen belang in meer of minderde mate dient, zal er immers geen orde en regelmaat zijn, geen norm, geen beschaving, veiligheid noch welzijn. De menigte kan dus veel bepalen, maar zal weer een heerser, een machthebber nodig hebben om effectief beslissingen te nemen. Er zal zo snel mogelijk weer een centrale of in ieder geval herkenbare en grotendeels geaccepteerde macht moeten ontstaan.
      Het beste is dus dat de heerser heerst, dat hij dat goed doet in de bestuurlijke zin van het woord, dat hij de macht houdt met alle noodzakelijke middelen, en dat er een sterke continuïteit bestaat. Daarom mag de heerser ver gaan in zijn machtshandhaving, niet uit machtswellust, maar vanwege de maatschappelijke noodzaak van een centrale, geaccepteerde macht. Immers, de vooronderstelling op de achtergrond blijft steeds dat er bij velen een egoïsme bestaat dat getemperd moet worden.

Zo speelt de massa een rol, zij het vaak impliciet, op de achtergrond en door de kleine details heen. Machiavelli zegt: ‘Want ook al beschikt iemand over zeer sterke legers, toch heeft hij altijd de welwillendheid van de inwoners van een gebied nodig om er binnen te kunnen komen.’ (11) Deze bewoners zullen op hun beurt vaak te veel verwachten van de nieuwe heerser. Deze moet dat feit direct onder ogen zien en maatregelen nemen om de welwillendheid zo veel mogelijk te bewaren. Hier kan pressie bij nodig zijn, maar brute macht alleen geeft nooit een duurzaam draagvlak, het moet slim gebeuren. Hier onderkent Machiavelli een scherpe dichotomie als consequentie: men moet ‘de mensen strelen of uitroeien.’ (12) Dat laatste slaat dan vooral op een minderheid, zodat er een meerderheid – dus weer als optelsom – bestaat waarop de heerser zijn macht kan bouwen.
    Wanneer een heerser goed regeert en er continuïteit bestaat, zal zijn machtspositie niet gauw worden aangetast. Wel zal deze positie aan veel voorwaarden moeten voldoen. Daarom valt het verwerven van macht beslist niet gelijk met een duurzame macht. Bestendigen van macht is anders en vergt veel meer dan het veroveren ervan. Snelle machtswisselingen zijn risicovol. Machiavelli: ‘En verder is het met machtsposities die plotseling ontstaan, net als met alle andere dingen in de natuur die ontkiemen en snel tot wasdom komen, zo gesteld dat zij nooit zo diep wortel hebben kunnen schieten en zich zo ver hebben kunnen vertakken dat de eerste de beste storm hen niet weer omver werpt.’ (13)

Machiavelli meent: ‘dat er in elke staat twee stromingen zijn: die van het volk en die van de elite; …’ (14) Dat roept de vraag op voor wie hij eigenlijk schrijft, want het verhaal over het verwerven en behouden van macht kan vanuit de vorst, de elite, maar omgekeerd ook vanuit het perspectief van het volk worden bekeken. Twee eeuwen na Machiavelli heeft Jean-Jacques Rousseau hier een uitgesproken mening over: ‘Machiavelli deed alsof hij de koningen lessen gaf, maar intussen heeft hij de volken belangrijke lessen gegeven. ‘De heerser’  van Machiavelli is het boek van de republikeinen.’ (15)
    De massa telt. Maar het vertrouwen behouden is een hele opgave.





Noten

(1)  Niccolò Machiavelli, De heerser, 24e druk, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2009, p. 86.
(2)  Zie hierover o.m. Frans van Dooren, Inleiding bij Niccolò Machiavelli, De heerser, 24e druk, p. 30. Een uitleg van de hier weergegeven ideeën van Machiavelli vindt men ook in Jasper Schaaf, Het speelveld van de vrijheid, Uitgeverij Damon, Budel 2014.
(3)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 130. Zie ook p. 159.
(4)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, pp. 170-171.
(5)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 102.
(6)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, pp. 64-65.
(7)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 158.
(8)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 96.
(9)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, pp. 135-136. In een dialectische opvatting zal men eerder moeten spreken over een macht en machten als werking binnen bepaalde verhoudingen, al dan niet bewust toegepast, een opvatting die op zich bij Machiavelli aan de orde is. Macht is geen ding en niet slechts op één plaats lokaliseerbaar. Dat vraagt om een verdere uitwerking, die deels buiten de gemaakte keuzes bij de opzet van dit boek valt. Een gedifferentieerd en dynamisch machtsbegrip vindt men ook in de geschriften van Michel Foucault en in de visie van Mauk Mulder.
(10)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 174.
(11)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 62.
(12)  Zie Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 65.
(13)  Niccolò Machiavelli, De heerser, p. 86.
(14)  Zie Niccolò Machiavelli, Discorsi, Gedachten over staat en politiek, 5e druk, Ambo, Amsterdam 2007, p. 103.
(15)  Zie Jean-Jacques Rousseau, Het maatschappelijk kontrakt of beginselen van het politiek recht, Uitgeverij  Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1977, p. 72.






 
Niccolò Machiavelli












maandag 1 april 2019

Politieke fragmentatie, verkiezingen en linkse politiek


Na de recente verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarmee voor de Eerste Kamer wordt er heel wat geschreven over de fragmentatie van de politiek. Alweer erger geworden. Een sterk versnelde ontwikkeling daarvan is ontstaan door de sociale media, de kieswijzers, de populisten en nog zo wat.
      Hier zal nog veel over worden gesproken. Fragmentatie is een thema, in een tijd waarbij eensgezindheid zoveel beter past. Een tijd waarin technologisch heel veel kan, maar klimatologische en geopolitieke dreigingen op de loer liggen. En dan nog de migratie, inmiddels gesublimeerd tot mystiek vraagstuk.
      ‘Er speelt van alles, je weet het niet, maar je voelt het aan je theewater.’

Partijen in fragmenten, en daar vele van. En hoe nieuw alle partijen, groepen en bewegingen zich ook noemen, het stof zal weer neerdalen. Dan zijn er formaties vertrokken, andere overgebleven en nog weer andere ontstaan. De chaos dwingt altijd weer tot het zoeken van structuren, anders blijft men staan met helemaal lege handen.
      Misschien heten die nieuwe structuren als vanouds ‘politieke partijen’, of heel anders en lijken ze er nauwelijks op. Zo kan men kiezen voor het makkelijker woord ‘beweging’, maar ook dan zijn er structuren nodig die de macht doen beklijven. De macht of het gemis eraan dwingt tot een zekere orde, de vorm kan oud zijn, de drang het niet alleen de laten bij dat stof dat maar neerdaalt blijft groot. Nieuwe machten kunnen heel sociaal zijn, maar ook asociaal en gevaarlijk.

Iedereen heeft het dus over de toenemende politieke fragmentatie. Nou ja, iedereen? In ieder geval de bestaande media. De kiezer is al lang weer aan het werk gegaan.
    Ik zeg daarbij: ‘Toch maar mijn nieuwe boek kopen’. Dat gaat over deze politieke situatie. De verkiezingen waren niet nodig om de voortgaande fragmentatie te herkennen.

De linkse politiek, de partijen, vakbonden, losvaste coalities, verenigingen, milieu- en belangenorganisaties en actieve maar niet georganiseerde personen hebben hier ook mee te maken. Wisselend komen bepaalde partijen boven drijven en leveren andere in, maar per saldo kan de linkse, sociale machtsopbouw en praktische politiek sterker. Door samen te werken op hoofdzaken en organisaties en personen te respecteren in verschillen.
      Niet koersen op opheffing van partijen, maar ‘rustig’ nieuwe formaties op de langere duur laten ontstaan op basis van samenwerking. Acties en versterking van het sociale en socialistische verhaal als uitgangspunt. Inclusief een sterk praktisch, kritisch en vooral sociaal klimaatbeleid. Daarbij open staan voor nieuwe vormen met geweldloze politiek als vanzelfsprekendheid.

Toch maar beter samenwerken? Er is kracht volop, maar het is versnipperd. Daarom moeten politici meer werken aan een sterk sociaal en duurzaam verhaal. Met argumenten, herkenbaar en altijd met een heldere link naar problemen waar de mensen in hun dagelijks leven mee zitten. Zulke verhalen vertellen, ze bedenken, ze afwegen, dat kan veel beter en met veel meer mensen vanaf de basis. Dat laatste biedt dan meer dan de beste ideoloog kan bedenken.

Het boek ‘Actief socialisme en vrijheid – Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking – Doorbreek de vanzelfsprekendheid’ laat zien dat de verkiezingsuitslag niet hoeft te verrassen. De noodzaak zich niet te richten op deelpunten alleen, hoe belangrijk op zich ook, maar op de hele maatschappij – dus mét een maatschappijvisie – wordt er breed in onderbouwd.
      Deelterreinen, ook wanneer ze voor grote groepen in de samenleving belangrijk zijn, vormen geïsoleerd nog geen voldoende sociale machtsbasis. Macht die nodig is om resultaten te boeken, dus veel meer te bereiken dan het benoemen van problemen alleen.

Daarover spreken, nieuwe verhalen vormen en acties voeren, er bestaan tal van mogelijkheden voor. Het boek laat een aantal aspecten daarvan zien en biedt discussiethema’s daarvoor.
    Bundel de macht. Zonder visies in te leveren. Wel ze te bespreken en ze sterker te maken, met een groter draagvlak en meer inspiratie.
      Het is actueel en het kan zonder bureaucratische rompslomp. Niets opheffen, wel wat toevoegen. Rationeel en moreel nadenken, organiseren, handelen, consequent zijn, en dat steeds opnieuw. Het idee is oud en vanzelfsprekend. De uitvoering ervan is helemaal niet vanzelfsprekend en is dat ook nog nooit geweest.





Boek: – Jasper Schaaf, Actief Socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Doorbreek de vanzelfsprekendheid, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018,
ISBN 978 94 6340 142 5.
Het boek is te koop of te bestellen bij iedere boekhandel voor € 17,90.

Ook bij Uitgeverij Damon, zie https://www.damon.nl/book/actief-socialisme-en-vrijheid
Of bij de auteur, zie http://www.jasperschaaf.nl/

Op laatstgenoemde website vind je meer politieke titels van de auteur.

















maandag 25 maart 2019

Grote dingen en kleine dingen, het klimaat en de zee


Objectiviteit, ideologie en wetenschap: aspecten van waarheid kunnen op tal van manieren vermengd en verknoopt worden. Of wat makkelijker, feiten, aspecten van de werkelijkheid kun je met woorden eindeloos manipuleren. Dat gebeurt ook, zie de politiek. Zie de staat van Nederland.

Betekent dit dat ‘objectiviteit’ een leeg begrip is? Neen, wetenschappelijke procedures, toetsingsregels en visies op kennis en waarheid maken sommige uitspraken onzorgvuldig, andere een stuk zorgvuldiger. Wil je die aan de man brengen – ook de zorgvuldige die mogelijk een lastige waarheid bevatten – dan kun je ze kleiner, eenvoudiger maken, zodat ze beter te begrijpen en te overzien zijn. En daarbij een perspectief schetsen hoe problemen aangepakt kunnen worden. Mensen er steeds bij betrekken, van meet af aan, en hen niet eenzijdig voor de lasten laten opdraaien.

In de angstpolitiek van populisten worden de dingen bewust opgeklopt, eenzijdig uitvergroot, grote rampen verzonnen die rechtstreeks op de mensen worden losgelaten. Of omgekeerd, de feiten gebagatelliseerd. Verkleinen en vergroten naar believen. Bij sterke uitvergroting wordt het beeld onhanteerbaar. Dan ligt de ontkenning voor de hand. Een ramp wil je toch niet? Niemand.
      Nuchter de feiten onder ogen zien, ook de grote dingen begrijpelijk maken, kan leiden tot oplossingen die wervend zijn, die mobiliseren en de lasten niet afschuiven. Betrek mensen bij oplossingen, en suggereer niet dat zij de schuldigen zijn die alles zelf maar op moeten lossen.

Kleine dingen kunnen verwijzen naar het grotere geheel, waar ze deel van uitmaken. Een paar dagen geleden keek ik naar schelpen op het strand van Schiermonnikoog en zag weer diverse soorten die er nu regelmatig liggen, terwijl dat met deze soorten vroeger duidelijk minder het geval was.
      Zoals vaker de laatste tijd vond ik een doublet van een Wijde mantel (Aequipecten opercularis), een mooi groot exemplaar, 40 mm breed. Zie de afbeelding. Veel mensen zullen deze herkennen, bijvoorbeeld van vakantie aan de Middellandse Zee, maar niet van de koudere Noordzee.
      Ook zag ik volgroeide verse Otterschelpen, een paar Zee-egels, enzovoort. Schelpen en dieren die je vroeger vrij zelden zag en nu vaker. Soorten die om te overleven aangewezen zijn op niet al te koud water. Liggen die er nu door de opwarming van het zeewater? Is nu de opwarming hiermee bewezen?

Mag je zo denken van klein naar groot? Niet zomaar, een ongefundeerde generalisatie zou een denkfout zijn. Enkele vondsten bewijzen nog niet veel, maar kunnen wel een aanwijzing vormen dat er wat aan de hand is. Dat vraagt dan om meer onderzoek. Dat betekent denken van een kleine schaal, vanwege enkele vondsten, naar het grotere geheel. En naar meer en meer systematisch geordende waarnemingen. Zoals de verdere natuurlijke omgeving erbij betrekken. Wat zie je nog meer en wat zien we nog over het hoofd?

Hier wijzen deze vondsten mogelijk op de opwarming. Zichtbaar als je meer weet over wat er normaliter te vinden is, maar het is dus nog geen volledig eenduidig bewijs van een grote verandering. Dan is er meer nodig. Dat is wat biologen en natuurwetenschappers onderzoeken. Van hen mag je eisen dat ze dat grondig doen, dat uitkomsten niet stil blijven staan bij een eerste slag, want dat kan een slag in de lucht zijn. Dat wat ze beweren toetsbaar en controleerbaar is en dat dit zwart op wit daadwerkelijk gebeurt. Waarnemen, meten, veronderstellingen toetsen, bespreken en dat herhaaldelijk.

Kleine en grote dingen, je kunt enige tijd iets wegpraten, zoals de opwarming, de klimaatverandering. Je kunt in de switch van klein naar groot ook bezien wat er moet gebeuren. Gooi dan nooit in één keer als een onstuitbare ramp alle verantwoordelijkheid op het bordje van het individu. Daar is het klimaat in al zijn hoedanigheden veel te groot voor.
      Gebeurt dat wel, dan creëer je een onmogelijke opdracht. Wie zadel je daar dan mee op? Maak ook de te nemen stappen kleiner en hanteerbaarder. Kijken in plaats van wegkijken, maar wel (tijdelijk) methodologisch op een schaal die mensen kunnen begrijpen. En in hun reactie kunnen volgen.

Het politieke klimaatdebat barst nu eindelijk goed los. Dat is onvermijdelijk, gezien de kleine en grote feiten. Dat gaat nog jaren duren zelfs, door de omvang van de problemen én de maatregelen die nodig zijn. Met veel vallen en opstaan.
      Politici die mensen angst aanpraten hebben hierbij nu de wind in de rug, lijkt het. Maar als zij de verkeerde accenten kiezen kan de bewijslast bij hen worden teruggelegd, ook aan de hand van kleinere, ‘behapbare’ voorbeelden.
      Opgeblazen beelden zullen leiden tot lege handen, tot teleurstellingen. Dat is een groot risico, want veel verwarring en teleurstelling leiden niet tot voorwaarts gericht sociaal denken, maar eerder tot een blinde macht die alle kanten op kan gaan. Mogelijk tot veel reactionaire behoudzucht en zelfs tot geweld.

Daarom is de voortdurende herhaling van een goed verhaal, voor het klimaat, samen met een sociale politiek, zo van belang. Ook met een sociale inkomenspolitiek, die de lasten eerlijk deelt en geen verarming toelaat. De zorgen van mensen hierover serieus nemen.
      Dat goede verhaal is geen louter intellectuele oefening, zo van dat als het eenmaal gezegd is, ieder het kan weten. Zo werkt dat niet. Herhaling telt.

Wanneer politici met valse accenten, met het verdraaien van breed onderzochte feiten mensen medeplichtig maken aan de ontkenning, wat is dan het morele gehalte van hun betoog? Het gaat dan in ieder geval om een klassieke drogreden, de misleidende nadruk.
      Het blijkt, er is een strijd gaande, die hardop moet worden gevoerd, een vrijblijvende houding bestaat hier niet. Een solidaire wel, voor nu en morgen.






 
Wijde mantel (Aequipecten opercularis)












dinsdag 19 maart 2019

Deel 2 van Het Kapitaal vertaald – Het kapitalistisch mechanisme verder ontrafeld


Voor de Nederlandse kennisname van Karl Marx’ werk is een nieuwe mijlpaal bereikt. Het tweede deel van ‘Het kapitaal’ is vertaald in goed Nederlands en nu als boek verkrijgbaar. Leendert Erkelens is de vertaler, Adrien Verlee de kritische meelezer bij het monnikenwerk dat voor de vertaling nodig was. Van deel 1 van ‘Het kapitaal’  bestaan al langer enkele vertalingen, voor de vertaling van de delen 2 en 3 waren al vaker plannen gesmeed en concepten geschreven, het daadwerkelijk afmaken was een ander verhaal.

De nu gereedgekomen vertaling was – toen nog niet helemaal áf – eerst op het Marxistisch Internet-Archief gepubliceerd en is nu in boekvorm verkrijgbaar. De verbeterde internet-versie is er ook nog, zie https://www.marxists.org/nederlands/index.htm
    De nieuwe papieren versie is een forse stap vooruit, want ‘Het kapitaal’  is toch wel een werk dat zich van papier makkelijker laat verorberen dan van het beeldscherm. Nog mooier: aan de vertaling van deel 3 wordt ook al gewerkt. Een voorlopige versie kun je al lezen op de net genoemde website.
    Het nieuwe boek bevat behalve de volledige tekst van deel 2 een heldere introductie van de Belgische marxist Ernest Mandel tot dit tweede deel van ‘Het kapitaal’. Dat helpt de lezer goed op weg. Een reden te meer het boek aan te schaffen.

Een mijlpaal, inderdaad, want ‘Het kapitaal’  is toch een van Marx’ hoofdwerken, of zelfs hét hoofdwerk, en dan is het maar vreemd genoegen te moeten nemen met alleen deel 1, dus met een half werk. Hier hoort echter wel een hele geschiedenis bij. De geschiedenis van Marx’ wetenschappelijke lange zoektocht, inclusief de afloop waarin zijn vriend en vertrouweling Friedrich Engels uiteindelijk de delen 2 en 3 van ‘Het kapitaal’  heeft geredigeerd uit Marx’ nagelaten brokstukken. En deze vervolgens heeft gepubliceerd en gepropageerd.
      Ook wilde Engels het vierde nog onafgemaakte deel ‘Theorieën over de meerwaarde’ publiceren, maar dat is hem niet meer gelukt. Dat heeft Karl Kautsky nadien, tussen 1905 en 1910 gedaan.

Deel 1 van dit werk, het verreweg meest bekende – zeker de politieke slotpassages ervan – wordt vaak al beschreven als ‘Het kapitaal’ alsof het helemaal gereed en afgerond was. Dat was het echter bij lange na niet en Marx heeft vrijwel tot aan zijn dood hieraan zitten puzzelen. Het is ook niet niets, het hele kapitalistische stelsel wordt in al zijn werkingen, de productieve en destructieve als theorie beschreven. Een wetenschappelijke beschrijving als weerspiegeling van heel de kapitalistische productieverhoudingen.
      Deel 1 start: de begrippen, de ‘hoofdwetten’, het historisch perspectief en ook nog een beetje de internationale verhoudingen. En hier zitten lastige begrippen bij, zoals ‘waarde’, wat dat is, wat voor soorten ervan zijn, hoe waarde ontstaat en hoe het kan verminderen, vervluchtigen zelfs. Enzovoorts, de basis van een ongeveer alles omvattende analyse.

Dat te lezen vergt al de nodige aandacht. Lezen, herlezen en dan nog maar een keer om er overzicht van te krijgen. En die inspanning blijkt dan ook nog een onverbiddelijke voorwaarde om de omvangrijke delen 2 en 3 goed te kunnen lezen.
    Zo’n strenge voorwaarde lijkt natuurlijk een minder mooie boodschap bij deze nieuwe mijlpaal. Het nu vertaalde werk is eigenlijk pas goed te doorgronden als men deel 1 ook heeft verwerkt. Niet alleen aanvankelijk in homeopathische hoeveelheden – zoals Marx’ vriend Joseph Dietzgen ooit suggereerde als leesmogelijkheid – maar toch wel als geheel. Dus liever twee keer lezen dan maar half.

Anderzijds als dat eenmaal is gebeurd, is deel 2 een wenkend perspectief voor wie de werking van het kapitalistische productiestelsel beter wil begrijpen. Want deel 2 concretiseert, verbijzondert. Tal van voorbeelden worden gegeven. De start is ook hier nogal abstract, kernachtig: het ontstaan van de geld- en warencirculatie, de cyclus van geld, investeren in arbeidskracht en productiemiddelen, vormen van productieve arbeid en de creatie van waarde en meerwaarde, die vervolgens weer de verschijningsvormen van winsten en geld aannemen. Ofwel de beschrijving van het circulatieproces van het kapitaal, in werking op maatschappelijke terreinen, zoals industrie en landbouw en hoe in de productie geld, arbeid, nevenfuncties en de tijd hun rol spelen. Het kapitaal wordt getoond in vele gedaanten, als geld, als waren, en als motor van tal van kapitalistische verschijningsvormen, onder de dwang van de hoofdwet voor de kapitalist: accumuleer!
      Dit als minimale aanduiding van wat Marx allemaal biedt en vaak herhaalt om maar duidelijk te zijn. Deel 2 concretiseert de kringlopen van geld en productief kapitaal en het nog niet als Nederlands boek gepubliceerde deel 3 beschrijft het totale proces van de kapitalistische productie met daarin de zichtbare en mogelijke crisisverschijnselen die in dat stelsel kunnen of waarschijnlijk zullen optreden.

Het is theorie, dus afstandelijk, rationeel. Marx toont zich in zijn schrijven aan ‘Het kapitaal’ een strenge wetenschapper. Waar blijft dan de politiek in dit verhaal? Soms zijn er mensen die bij het lezen van Marx’ ‘Kapitaal’  teleurgesteld zijn. Men verwacht soms (te snel) even te horen hoe het zit. Het ging toch om revolutie? Marx is echter geen profeet, maar wetenschapper én politicus. Hij wil wel radicaal zijn in zijn streven naar een betere samenleving, maar daarvoor nooit de reële mogelijkheden te buiten gaan, want dat zou immers op zinloze energieverspilling neerkomen. Deel 2 stelt in dit opzicht (sommigen) misschien wel meer teleur dan de delen 1 en 3, waar de politiek vaker expliciet om de hoek komt kijken.

Maar toch, als je goed leest zegt Marx ook dat heel het kapitalistische stelsel eigenlijk ‘makkelijk’ kan worden afgeschaft, bij de juiste kennis, de juiste wil en de juist georganiseerde politieke macht van de arbeidersklasse.
      In deel 2 blijft dat meestal impliciet, het achtergrondverhaal. Maar lezend stuit je dan toch op enkele uitspraken die laten zien dat Marx er vanuit uitgaat dat je de kapitalistische maatschappij kunt afschaffen en dat hij vindt dat je dat ook moet doen, dat dit sociaal en rationeel is. Een grote verandering die niet extreem is, maar zelfs logisch.
    Zo schrijft hij dat in de kapitalistische maatschappij overschotten tot crisis leiden. Dat laatste hoeft echter naar zijn mening niet: ‘Op zich zijn dergelijke overschotten geen slechte zaak maar een voordeel; het is echter een kwaad in de kapitalistische productie.’ (deel 2, pag. 404)

En bij deze genoemde ‘geen slechte zaak, maar een voordeel’ kiest Marx dan een verrassend luchtige toon: ‘Is de kapitalistische vorm van de reproductie eenmaal afgeschaft dan komt het erop neer ….’ Enzovoort. Die vorm afschaffen gewoon dus, hoepla!
      Want de kapitalist is, door zijn systeem, de bijbehorende logica en zijn vervreemde psychologie immers onmachtig iets zinnig met overproductie en overschotten te doen. Of hij probeert het op straffe van zijn eigen opheffing. Daarom vervolgt Marx, een alternatief noemend tegenover de kapitalistische chaos: ‘Een dergelijke vorm van overproductie staat gelijk aan controle van de maatschappij over de materiële middelen ten behoeve van de eigen reproductie. Binnen de kapitalistische maatschappij is dit echter een chaotisch aspect.’ Dat laatste is precies wat ook in hedendaagse crises zo vaak wordt gevoeld. De overmaat aan rijkdom die tegelijk armoede en verwarring zaait.

Engels maakte uiteindelijk Marx’ laatste geschriften klaar voor publicatie. Al kon ook hij niet alles meer gereed maken, maar wel hun beider gedachtelijn verhelderen. Over het afschaffen van het productieve maar uiteindelijk irrationele productiestelsel liet hij eerder zich krachtig uit, namelijk in 1867 bij zijn bespreking van het toen zojuist verschenen het eerste deel van ‘Het kapitaal’.
      Goed om hier nog even eraan te herinneren wat Engels dan schrijft over Marx’ visie: ‘… wie ogen heeft om te zien, die ziet hier de eis van een sociale revolutie duidelijk genoeg gesteld. (…) Het gaat hier om de afschaffing van het kapitaal überhaupt.’ (Marx, Engels Werke, Berlin 1973, deel 16, pag. 216)

Marx’ werken dragen bij de maatschappij te doorgronden, de middelen voor actie en verandering te organiseren en gezamenlijk te werken aan een beter, rationeler en duurzamer maatschappelijk systeem. Dat is geen eenvoudige opgave. Er is naast actie en lef, ook veel kennis en inzicht voor nodig.
      Daarom moeten we de zojuist toegevoegde schakel van deze kennis, voor de Nederlandse taal, deel 2 van ‘Het kapitaal’ met blijdschap verwelkomen. Een politieke steun in de rug, op basis van veel studie en goede argumenten.





Waar kun je het boek ‘Het kapitaal, deel 2’  kopen?

Voor België zie: https://nl.marxisme.be/product/marx-het-kapitaal-deel-2/

Voor Nederland, te koop in Amsterdam bij: International bookshop Het Fort van Sjakoo.
Zie het adres op internet, dit is ook het adres om eventueel te bestellen met verzending per post.

In Groningen te koop bij boekhandel Godert Walter en bij boekhandel Van der Velde.

Prijs in de boekhandel € 28,50

Website Marxistisch Internet-Archief, Nederlandstalig:
https://www.marxists.org/nederlands/index.htm











Karl Marx (1818-1883)

















maandag 11 maart 2019

Van Aristoteles’ ‘Politica’ via Karl Marx en Rosa Luxemburg naar de hedendaagse politiek


In november jl. verscheen mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid, Een pleidooi voor hechtere linkse samenwerking’.  Enkele besprekingen zijn verschenen in de regionale pers en op in socialisme en politiek geïnteresseerde websites.
      Natuurlijk bereik je niet in één keer ieder die je bereiken wilt. En soms wordt een boek op de leeslijst gezet en kom je in de hectiek van de dag ‘er niet aan toe’. Daarom stuurde ik een brief naar een aantal organisaties, een attendering, of zo je wilt een herinnering. In drie punten, die ik ook de blog-lezer niet wil onthouden.

1 – Van Aristoteles’ ‘Politica’  via Karl Marx en Rosa Luxemburg naar de hedendaagse politiek. Dat is de inhoud in een notendop. Het thema van de politieke filosofie is macht en machtsverhoudingen.
      Terwijl veel hedendaagse filosofie lijkt te gaan over persoonlijke vragen, losgemaakt van hun context, gaat de politieke filosofie juist over de context, de samenleving. Aan de hand van netgenoemde en andere denkers stelt ‘Actief socialisme en vrijheid’  de machtsvraag. Voor sociale en socialistische partijen, bewegingen, vakbonden en personen blijkt dat zij gedoemd zijn elkaar te vinden, samen te werken, samen een sociale politiek te voeren. Om resultaten te bereiken voor een rechtvaardiger en duurzame samenleving. Om resultaten die beklijven.
      Sommige lezers zijn hierover kritisch en verwachten dan direct een concreet uitgewerkt programma. Anderen waarderen juist de grote lijn en zien het boek als een inspirerende aansporing voor een breed debat of juist kleinschalige discussies. Of voor een verdiepende scholing, als basis voor gefundeerde samenwerking vanuit de kracht van verschillende politieke visies en tradities.
      Het slothoofdstuk van het boek bevat stellingen aan de hand waarvan de actuele discussie gevoerd kan worden.

2 – Op deze weblog https://filosofie-en-politiek.blogspot.com/ vind je thema’s die het boek raken en illustreren. Als je in het blogarchief van deze weblog op datum zoekt vind je bijvoorbeeld:
- 26 oktober 2018: Een blog met de volledige inhoudsopgave van het boek.
- 19 maart 2017: ‘Aristoteles’ staatsfilosofie.’
- 19 april 2018: ‘Marx, wat blijft …?’
- 16 februari 2019: ‘Rosa Luxemburg: Vrijheid is altijd de vrijheid van de andersdenkenden.’
- 20 januari 2019: ‘De grote eigentijdse taak van de politieke partij’ (‘Mijn oneigentijdse beschouwingen’). Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de functies van bewegingen en de politieke partij in het tijdperk van creatie van macht door de sociale media.

3 – Het boek is bruikbaar voor discussie en het formuleren van doelen en strategieën van socialistische, sociaaldemocratische, communistische, anarchistische, linkse, groene (enz.) bewegingen, partijen, instellingen, groepen en personen. En zeker niet alleen in verkiezingstijd, wanneer de ijdelheid vaak de boventoon voert.
      De auteur kan aan bijeenkomsten bijdragen, met een voorkeur voor kleinschalige discussieavonden, scholingen en dergelijke. Een interview is ook mogelijk.

Contact met de auteur via e-mail: jasperschaaf@gmail.com.
Meer informatie over dit boek en andere boeken, zie de website: www.jasperschaaf.nl.
Het boek is te bestellen bij elke boekhandel, Uitgeverij Damon, of de auteur.
Contactgegevens van de uitgever, zie www.damon.nl.
Voor recensies kan een exemplaar van het boek worden aangevraagd.
Zegt het voort!



















maandag 4 maart 2019

Rechtvaardig klimaatbeleid en enkele politieke principes volgens Aristoteles


Voor de kritische website ‘Solidariteit’ over de vakbeweging, linkse politiek en socialisme schrijf ik één keer per jaar een gastcommentaar. Deze staat op de website www.solidariteit.nl.
    Dit keer over klimaatbeleid en rechtvaardigheid. Een pleidooi voor een doortastend ecologisch verantwoord klimaatbeleid dat hand in hand gaat met een rechtvaardige inkomenspolitiek en strijd tegen armoede. Het artikel staat hieronder. Op genoemde website staan meer interessante artikelen. Kijk daar ook eens.
    En je gaat op 10 maart toch ook meelopen in de Klimaatmars in Amsterdam? Ga je niet, dan kun je er nu al beginnen er spijt van te hebben. Of lees je dit op een latere datum, hoe was het?




Rechtvaardig klimaatbeleid en enkele politieke principes volgens Aristoteles

Het klimaat staat zo langzamerhand echt op de politieke agenda. De overgebleven klimaatsceptici moeten steeds beter hun argumenten verwoorden om nog enigszins serieus genomen te worden. Dat versterkt als het goed is de discussie.
      Betekent dit nu ook dat een sterk klimaat- en milieubeleid resoluut tot uitvoering komt? Dat is zeer de vraag, omdat ook meer dan voorheen politici van zich laten horen die beweren het allemaal wel erg te vinden, maar je niet moet overdrijven of overhaasten. Die de boel traineren en daarbij zelfs argumenten kapen van organisaties en partijen die zich verzetten tegen het opdraaien voor de meeste kosten door 'de gewone man', in plaats van door vervuilende en kapitaalkrachtige bedrijven.
      Per saldo ontstaat het risico dat na de aandacht algauw de dip volgt. Met als gevolg dat er te weinig gebeurt en bovendien op langere termijn de werkende bevolking alsnog voor alle kosten opdraait.

Klassieke politieke filosofie

Wanneer zoveel tegelijk speelt, kan het verhelderend zijn eens – los van de details – naar de klassieke politieke filosofie te kijken. Met name naar Aristoteles (384-322 voor het begin van onze jaartelling) die waarschijnlijk de meest volledige filosofie binnen het Westerse denken biedt. Hij laat zien dat afwegingen op hoofdlijnen en de verder uitgewerkte analyses daarvan kunnen bijdragen aan de praktijk.
    Voor alle duidelijkheid, een verheldering zoeken bij zo'n klassieke denker betekent geenszins dat alles wat hij schrijft inhoudelijk wordt onderschreven. Denk bijvoorbeeld aan de slavenmaatschappij die destijds bestond of aan zijn zorgvuldige analyse hoe een ondemocratische vorst zijn macht kan behouden.
      Drie citaten, wat willekeurig, volgen hier uit de nog altijd heel lezenswaardige ‘Politica’  van Aristoteles.

Behoud het land dat vrijheid biedt

Aristoteles over de ideale staat: ‘Iets dergelijks geldt voor het grondgebied. Wat de kwaliteit hiervan betreft, zal duidelijk iedereen de voorkeur geven aan het gebied dat de grootste zelfstandigheid biedt, en dit moet wel het land zijn dat alles voortbrengt: kenmerk van zelfstandigheid is dat alles voorhanden is en aan niets gebrek bestaat.’

Wat is het vraagstuk? Dat de politieke partijen in Nederland net als elders menen over een gebied met een dergelijke kwaliteit te beschikken, maar dat dit de komende decennia steeds schaarser wordt. Dat raakt de bijbehorende belangen, de zelfstandigheid en vrijheid hard.
    In de dan te voorziene gang naar verval nemen bezitsdrang en egoïsme toe, en zo ook risico’s voor de bestaansmogelijkheden, inkomen, bezit van goederen en grond, en zelfs voor de vrede. Zeker als het behoud van al het land onzeker wordt of dat vol wordt gezet met windmolens door economisch sterke machten die voor de bewoners anoniem zijn.
      In feite speelt hier al een materialistisch idee van basis en bovenbouw. Het gebied dat economisch voordeel biedt, is in het geding en wordt onderwerp van strijd, ook ideologisch. Bij voorbaat nemen partijen dan snel posities in. Daarbij voelt het bedrijfsleven feilloos aan wat een CO2-heffing of vermogensheffingen kunnen betekenen: dat overmatige rijkdommen en macht worden ingeperkt.
      Aristoteles benoemt politieke wetmatigheden, raakvlakken met het heden blijken aanwezig, er speelt een grote machtsstrijd.

Bestrijd ongelijkheid ook vanwege het klimaat

Aristoteles over macht en ongelijkheid: ‘Hoe moeilijk het ook is over gelijkheid en rechtvaardigheid de waarheid te ontdekken, het is nog moeilijker mensen die de mogelijkheid hebben zich te verrijken van deze waarheid te overtuigen. Het zijn altijd de zwakkeren die streven naar gelijkheid en rechtvaardigheid, de sterkeren malen daar niet om.’

Wat is het vraagstuk? Komende jaren zal de ongelijkheid in inkomen, vermogen en macht permanent een rol spelen in de klimaatdiscussies. Die strijd kan hard worden, aangezien in de hele maatschappij de verdeling van middelen en zeggenschap aan de orde is. Alles kan gebeuren, met uitersten van ontkenning van relevante vragen tot en met onteigeningen en geweld.
      Voor sociale, linkse en progressieve bewegingen, partijen en vakbonden zijn daarom heldere en strijdbare uitgangspunten nodig, principes die langer gelden en waar je op terug kan vallen. Het oude principe van 'de vervuiler betaalt' moet daarin ver overstegen worden, de hele maatschappij en alle vestigingsmogelijkheden op deze aarde zijn in het geding.
      Bij dergelijke algemene uitgangspunten voor de nabije toekomst moet je denken aan onder meer: CO2-heffing, grote vermogensheffingen, sluiting kolencentrales en een ecologische, natuur-inclusieve landbouw. En vooral consequent strijden 'van de andere kant' voor structurele verhoging van de lonen en verbetering van de positie en woonsituaties van mensen met een laag inkomen. Lukt zo’n combinatie, dan groeit het draagvlak voor een sterk effectief klimaatbeleid. Immers, mensen willen en kunnen niet bijdragen als ze alleen maar geplunderd worden.
      Economisch moet trouwens niet alleen worden benadrukt wat het allemaal kost, zoals nu vaak gebeurt: de veranderingen leveren ook productief werk en inkomsten, rendementen op. Eenzijdige nadruk op alleen de kosten is ideologisch. Productieve destructie is onvermijdelijk, de nieuwe vormen hebben rendement die moeten goed meegewogen worden. Zoals de rendabele toepassing van de waterstoftechnologie. Niet vastlopen in het eeuwige gezeur: 'Wat kost dit allemaal?'
    En inderdaad zijn het de zwakkeren die wel malen om gelijkheid en rechtvaardigheid. Zij zijn de maatstaf voor democratie. Dat zag Aristoteles goed. Wil je dan handen en voeten geven aan een grote verandering, dan kan dat door vooral heel vroegtijdig basale democratische bewegingen en procedures te starten en die langdurig voort te zetten. De bevolking mee laten beslissen over complexe zaken gaat niet vanzelf, maar kan wel. Echter alleen wanneer vroegtijdig en helder wordt begonnen, inclusief van meet af aan sociale machtsvorming en medezeggenschap. Al werkend de ongelijkheid kleiner maken, met inkomenszekerheid, participatie en educatie.
      Een beroep op 'lagere inkomens' kent twee varianten. De solidaire die vooruit strijdt en concrete oplossingen biedt. Daar tegenover de valse, de stoplap, de smoes om passiviteit te verkondigen. 'Lage inkomens' mogen niet worden gekaapt en gegijzeld in de politieke bureaucratie.

De doelstelling geldt internationaal

Aristoteles: ‘Nu zijn er twee factoren waarop welzijn voor ieder mens berust: een juiste keuze van oogmerk en doel van zijn handelen, en het vinden van de handelingen die tot dit doel leiden. Deze twee kunnen met elkaar overeenstemmen of strijdig zijn …’

Wat is het vraagstuk? Bij Aristoteles is eigenlijk alles doelgericht. Misschien is het niet zo’n gek idee bezinning op de doelen meer centraal te stellen. In de politiek, zeker in de internationale machtsstrijd en geopolitiek, spelen rancune en onverwerkt verleden een grote rol. Denk aan kolonialisme en oorlogen. Wanneer dit wordt miskend, zal een hoge klimaatdoelstelling die internationaal afgestemd tot juist handelen moet leiden, onvoldoende positieve effecten sorteren.
    Aristoteles stelt bovendien terecht dat tussen doelen en handelingen tegenstrijdigheden kunnen bestaan. De tegenspraak tussen de hoge klimaatdoelstelling en de steeds weer kortzichtige handelingen van het kapitaal betekenen een periode van strijd. Strijd om uitvluchten te verhinderen en voor daadwerkelijke actie. Een strijd die handelingen gericht op sociale rechtvaardigheid en klimaatacties hand in hand moet laten gaan. Je niet door valse argumenten tegen elkaar uit laten spelen.
      Deze opgave vergt dat socialisten en klimaatactivisten elkaar vinden in de actie, en dat steeds weer blijven doen.





Bron: Aristoteles, Politica, Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Jan Maarten Bremer en Ton Kessels, Historische Uitgeverij, Groningen z.j., resp. pp. 285, 252-253 en 298.