zondag 18 augustus 2019

Terschelling, Koffieboon en Eendenmossel






Is het niet mooi om middenin de zomer wat van dat zomerse beleven fotografisch vast te leggen? Hier gepresenteerd, wat beelden van Terschelling.

Om te beginnen staat bovenaan een foto van een Ongevlekt Koffieboontje (Trivia arctica). Een van mijn leukste vondsten op het Waddenstrand dit jaar. Een soort die op een kauri lijkt, grijs want oud, waarschijnlijk fossiel.
      Ze heten niet erg zeldzaam te zijn, maar er ligt op de Waddeneilanden niet zo vaak meer van dat hoorntjesgruis waarin je het koffieboontje soms vindt. Dit schelpje lag middenin wat prut met kleine schelpjes, gruis, heremietkreeften-restantjes en wier, dus in wat fijn aanspoelsel. Het fraaie schelpje lag bij paal 22, op 29 juli. Slechts 8 mm lang, dus zoiets zie je pas liggen met wat geluk.
      Overigens bestaan er ook Gevlekte Koffieboontjes. Zou je op zo’n grijze schelp nog vlekken kunnen zien? Dat is maar de vraag. De verse, levende Koffieboontjes die soms op voorwerpen aanspoelen zijn echter soms wel gevlekt.
    Wil je zoiets ook eens vinden? Als je zuidelijker gaat, bijvoorbeeld in Frankrijk of Portugal zoekt aan de Atlantische kust, is de kans groot dat je ze wel een keer vindt. Dan geen grijze maar roze.

De volgende foto lijkt een wat doods bos, zeker als dit een kleurenfoto moet voorstellen. Toch  gewoon het Hoornsebos.
      Dat dit helemaal niet doods is bewijst de volgende foto, ook daar genomen, een orchideetje, de Dennenorchis (Goodyera repens). Ook al klein genoeg om over het hoofd te zien. Maar kijk goed, zie de rijkdom van dit bos, deze orchideeën staan er met honderden of nog meer. Op het moment van de foto waren de meeste al uitgebloeid.









Over orchideeën gesproken. Aan de randen van sommige schelpenpaden stonden bloeiende Breedbladige Wespenorchissen (Epipactis helleborine). Ze houden van kalkrijke grond, dus dat ze juist hier staan is niet toevallig. Een mooie romantische ansichtkaart, deze orchidee.






Op een ochtend op de Boschplaat landden flinke groepen vogels vlakbij. Vooral Rosse Grutto’s, Bontbekplevieren en Drieteenstrandlopers. Op de Drietenen ben ik gek. Als je zelf vrijwel stilstaat komen ze soms heel dichtbij. Snellopende wandelaars die deze vogels alleen maar weg zien dribbelen of wegvliegen zullen dat beeld misschien niet herkennen. Maar als je zelf heel rustig vrijwel in het eten van de Drietenen staat, blijken ze vaak helemaal niet zo schuw, al blijven ze alert. Maar ik was de enige op dit stuk strand en keek het eens rustig aan wat al die vogels gingen doen.
    Nu kon ik in een klein half uurtje zo’n honderd foto’s van dichtbij nemen, waarvan hier enkele. Zie hier drie keer de Drieteenstrandloper (Calidris alba). Vervolgens de Bontbekplevier (Charadrius hiaticula), die wilde een pasfoto.
    De derde Drieteenfoto vind ik opmerkelijk. Meestal kijken deze Strandlopers naar beneden of vooruit, zien ze er bijna uit als een bolletje, met voor de veiligheid een scheve blik omhoog. Maar deze op de foto staat rechtop alsof hij wat wil zeggen. Daardoor rees de twijfel of het wel een Drieteen was, maar ik weet er niets beters van te maken. (Wie het anders of beter weet mag gerust reageren.)















Nog een paar strandobservaties ter afsluiting. Het rommelpotplaatje is een aangespoelde ouwe schoen. Erop, er middenin zie je de Schilferige dekschelp (Heteranomia squamula). Een teer schelpje, zeker de platte kant is kwetsbaar. Dus voorzichtigheid geboden als je die los wilt peuteren en heel mee wilt nemen. Zeldzaam zijn ze trouwens niet. Kijk op aangespoelde spullen, zoals plastic.
    Als toetje zaten op een aangespoelde pallet Eendenmosselen (Lepas anatifera). Een restantje, je kon aan de afdrukken zien dat het pallet er vol mee gezeten moet hebben. Eendenmosselen zijn geen weekdieren, al hebben ze een schelp. Ze behoren tot de Kreeftachtigen. Maar vooral óók behoren ze in zuidelijke landen tot de lekkerste delicatessen, al vind je misschien dat ze er niet zo appetijtelijk uitzien. Zie de recepten op het wereldwijde web.









De natuur met alles erop en eraan verdient respect. Onder meer omdat je overal met een beetje inzoomen veel en veelvormig leven ontmoet en de mooiste beelden kunt vastleggen.















dinsdag 13 augustus 2019

Een exotisch krabbetje


‘Een exoot’ zegt men. Dit keer een exotisch krabbetje. De ‘Hoekige krab’ (Goneplax rhomboides).
    Een goede kennis op Terschelling vroeg me twee weken geleden of ik de Hoekige krab al gezien had. Neen natuurlijk. Nooit van gehoord.
    Maar zo’n vraag zet vaak wat in beweging. Op de computer is makkelijk te vinden hoe het beest eruit ziet. Lang niet lelijk. Als het een exoot is ‘Welkom dan’, zou ik zeggen. Nog een bewijs misschien voor de opwarming, maar dat kan de krab niet helpen. Wellicht hoort hij juist bij de twee graden warmere zee.
    De krab leidt tot diverse besprekingen, makkelijk op internet te vinden. Zoals over de leefwijze in symbiose met andere dieren.

Daarmee heb je de krab nog niet gezien natuurlijk. Maar duurt dat lang? Zeker is dat hij vaker voorkomt op de Wadden, gezien de diverse meldingen, zoals op Waarneming.nl, en gemeld door de Waddenvereniging.
      Nederlandse vissers zien het dier al sinds 2003 en de eerste strandmelding is van Ameland in 2016. Of de opwarming de echte oorzaak is wordt her en der nog besproken, bewijs het maar eens. Dat deze krab niet al te koud water prefereert lijkt echter wel een rol te spelen.

Mijn onuitroeibare strandse zwerflust hielp gelijk mee de krab tegen te komen. Op Terschelling, 8 augustus bij paal 6.600 om 8.20 uur. Zie de foto’s.
    Het dier is gewond, mist zijn grote linker schaar, zoals je ziet. Overigens zagen we een dag later zo’n 10 kilometer oostelijker in de vloedlijn nog twee onderdelen van deze soort ronddobberen.
    Het dier van 8 augustus, gewond weliswaar, was niet dood. Reageerde licht maar duidelijk op aanrakingen.

Zoals zo vaak kan een beetje kennis leiden tot boeiende observaties. Ook deze is om over na te denken. Waar het heengaat met de natuur en de rol van de mens hierin. En over de toegenomen snelheid waarmee dat nu gebeurt.











De Hoekige Krab













zaterdag 13 juli 2019

Hegel – ‘Filosofie is haar tijd in gedachten gevat’


Een uitspraak om in de zomervakantie eens over na te denken. In het ‘Voorwoord’  van zijn boek ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’  geeft Georg Hegel (1770-1831) een karakterschets van filosofie: ‘De filosofie is haar tijd in gedachten gevat.’
    Al klinkt het eenvoudig, er zitten veel kanten aan deze gedachte, zelfs als we dat voorwoord nu niet verder bespreken. De filosofie kan niet boven haar tijd uit. Helemaal niet? De filosofie is een uitdrukking of afspiegeling van de tijd waar ze geformuleerd wordt. Een passieve afspiegeling, of juist een kritische? De tijd, een tijdperk kan worden begrepen door de filosofie ervan te begrijpen, los van een instemming of afkeuring ervan. Het gaat om filosofie en de tijd, en vooral ook nog om het vatten in gedachten, als nauwkeurige ‘waarheid’ of juist niet. Of om nog wat anders?

Ik dacht hierover na toen ik bij de plaatselijke boekhandel in de zomeropruiming een paar boeken had gekocht. Onder andere een tamelijk recent en heel mooi uitgegeven deel van de verzamelde werken van René Descartes. Ik verbaas me eigenlijk zeer. Waarom ligt zo’n boek nu al in de opruiming? Bijten mensen hun tanden niet meer stuk op een grondige – al is ze mogelijk bekritiseerbaar – filosofische beschouwing? Het gaat hier weliswaar niet in de eerste plaats om heden ten dage veel besproken levenskwesties en dilemma’s, maar heeft Hegel niet gelijk dat we de moderne tijd juist beter leren kennen door geschriften uit die tijd te lezen? Zoals uit de ontstaansperiode ervan?
    In deze boekhandel lagen in de opruimingsbak ook twee exemplaren van de Dikke Thomas Piketty ‘Kapitaal in de 21e eeuw’.  ‘Geen filosofie’, kun je zeggen, ‘maar wel een tijdsbeeld dat indringend aan de orde komt’, kun je dan antwoorden. Lezen mensen alleen de samenvatting of zelfs die niet? Op dat boek heeft de uitgever een citaat voor de vlotte verkoop gezet waarin staat dat dit het belangrijkste boek van het jaar 2014 is. Ja, heel lang geleden ....
    Meer algemeen pieker ik zo over de ‘hele’ filosofie. De tijd in gedachten gevat, of liever onze tijd in gedachten gevat. Ik denk dan over bladen als Filosofie Magazine waar vaak een overmaat aan morele en psychologische levensvragen van het hedendaagse individu aangestipt worden, maar grotere vragen waar Kant, Hegel of Marx het over hadden zelden nog de volle aandacht krijgen.

Onze tijd in gedachten gevat? Is individualisme deze tijd? Of is juist het einde van het individualisme de vraag? Of het einde van veel meer, van een groot tijdperk, in bange afwachting van het nieuwe? Zeg dat niet te snel, je weet het niet zomaar, zolang filosofie zich echt in de problemen van haar tijd verdiept.
    Een mooie wandeling toegewenst met daarna een herfst zo fris als het voorjaar en wat minder ‘filosofisch’ individualisme.





Georg Hegel




Van Hegels ‘Voorwoord’ van ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’  zijn meerdere vertalingen in het Nederlands.
In de eerste plaats de volledige vertaling van dat werk, uitgegeven door Uitgeverij Boom (in hetzelfde jaar als Piketty’s meesterwerk).
Een vertaling met uitgebreid commentaar (door Ad Peperzak) is in 1981 uitgegeven door AMBO. Dat is antiquarisch vast nog wel te vinden.










maandag 8 juli 2019

Portugal en een pleidooi voor langzaam socialisme


Heb je ooit een serieus socialistisch pleidooi gehoord om het met het socialisme maar wat rustig aan te doen? Ik wil daar graag voor pleiten.
      In mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid’  wijs ik op de gevaren van cynisme en corruptie in de politiek. En hangen die vaak niet samen overhaast handelen, opgeklopte en onhaalbare beloftes en daarbij nog de sterke behoefte alles in één keer te veranderen? Het gaat dan om een houding die keer op keer tot falen leidt, tot verlies van macht en aanzien, en niet zelden eindigt in terreur als voorbode van een reactionaire terugval met een jarenlange nasleep.

Zou een samenwerking niet zó realistisch kunnen worden opgezet dat je weet en uitlegt of zelfs ‘bewijst’ dat de noodzakelijke sociale verandering hard en langdurig werken betekent? Realistisch en eerlijk, de zachte en harde krachten bundelen, het niet mooier voordoen dan het is? Socialisten en socialisme zouden zeer gebaat zijn bij een langzame, maar duurzame politiek, hoe urgent alle spelende kwesties ook mogen zijn. Overspeel je hand niet.

In De Groene Amsterdammer van 6 juni jl. komt de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos uitgebreid aan het woord. Na heel Europa besproken te hebben komt hij bij Portugal uit, met enkele zeer leerzame opmerkingen.
      Hij wijst op de Portugese ‘geringonça’, een scheldwoord van rechts dat veranderde in een linkse geuzennaam. De Portugese samenwerkende socialisten maakten wat in de politieke discussie misschien eerst ‘een onbegrijpelijk zooitje’ leek tot een stabiele sociale politiek. In Portugal werken socialisten, communisten en het Bloco de Esquerda hieraan al een aantal jaren samen. Zonder opgeklopte verhalen, maar wel gericht tegen de neoliberale lijn van de kapitalistische trojka, het economisch beleid van de Europese Unie.

De Sousa Santos over de oprichters van het Links Blok: ‘Ze zeiden: we gaan de privatiseringen stoppen, houden de verlagingen van de lonen en de pensioenen tegen, en we gaan langzaam een sociaal beleid opbouwen. Ofwel, het tegenovergestelde van het neoliberale recept van de trojka.’
    ‘Langzaam een beleid opbouwen.’ Revolutionair bezien klinkt het als een verspreking. Maar misschien wel de beste die er is. Is samenwerken en een antikapitalistisch beleid uitvoeren geen kwestie van langere adem en moet je niet dáárop mobiliseren, eerder dan alleen maar op de klachten van vandaag de dag?

Het bundelen van sociale krachten, ook aan de basis in discussies en scholingen, zal veel oproepen. Veel meer dan alleen maar aanduiden waar de verschillen in visies tussen deze en gene bestaan. Dergelijke debatten kunnen vruchtbaar zijn, een rem op een cynische afloop.
      Portugal is wat dat betreft een aangenaam en lichtend voorbeeld. Helaas een schaars voorbeeld, dus daarom des te belangrijker.

In Portugal zie je op straat openlijk de tekenen van links, van de Socialistische Partij, de PCP en het Links Blok. Gewoon de muurschilderingen en de borden langs de wegen. Wat in Nederland ongewoon lijkt is daar heel gewoon, de uitingsvormen van de politiek zichtbaar houden, ook buiten verkiezingstijd. Het is goed achter die tekenen te kijken. Actief socialisme vereist een pleidooi om hechter samen te werken, en vervolgens de daadwerkelijke uitvoering ervan. Ook als het langzaam gaat.
      Het is misschien ongebruikelijk, maar kan een verademing zijn in een tijd waar elk nieuw politiek item in de media onmiddellijk geframed wordt tot het belangrijkste politieke onderwerp van de dag, waarbij de strijd voor echte sociale verbetering en tegen ongelijkheid keer op keer wordt verdoezeld.

Langzaam socialisme, er is moed voor nodig, nou en ...? En is langzaam socialisme niet té gematigd? Snelheid en grote verwachtingen garanderen geen resultaat, en zeggen uiteindelijk dus heel weinig over matiging of werkelijke radicalisering. Beter stap voor stap naar een betere sociale en duurzame wereld dan steeds weer terugval.
      En verliezen verschillende partijen hun identiteit niet als ze samenwerken en onderling discussies aangaan? Daar is op zich geen reden toe en ze bouwen er ook hun organisatie mee op.

Resteert de paradoxale vraag: ‘Is er wel tijd voor langzaamheid?’ Niet altijd, de samenwerking en de discussies dwingen ongetwijfeld een temporeel verschil af bij verschillende kwesties. Dat hoeft niet verkeerd te zijn en zal soms onvermijdelijk zijn. Maar nog geen reden het er maar bij te laten. Langzaam vooruit, je moet maar durven.