maandag 14 oktober 2019

De jonge filosoof René Descartes




–  Er is één ding dat ik hier met de grootst mogelijke nadruk wil zeggen, namelijk dat iedereen zich er stellig van moet overtuigen dat kennis, hoe verborgen ook, niet uit gewichtige en obscure, maar alleen uit gemakkelijke en algemeen voorkomende dingen moet worden afgeleid. –

René Descartes (1629)


Ben je in filosofie geïnteresseerd? Zo ja, heb je wel eens een boek van René Descartes (1596-1650) gelezen? Flinke kans van niet, er zijn verschillende tendensen in de filosofie die een andere kant op kijken.
     Bijvoorbeeld de vrij massale omhelzing van Spinoza in Nederland, waardoor soms Descartes wel overgeslagen lijkt te kunnen worden. Sterker nog speelt het uit diverse populaire aanvankelijk door vooral buitenlandse bronnen opgediende postmodernisme. Nog algemener misschien is de veronderstelling dat wat rationalisme genoemd wordt kan leiden tot een onkritisch bijeen knutselen van ideeën die inhoudelijk en maatschappelijk onjuist zijn. Rationalisme klinkt eenzijdig.

Dit, terwijl Descartes’ inzet nu was de wetenschap te bevrijden van onhelder denken. Hij wil een heldere filosofie, geen scholastieke kronkels en disputen meer. Liever een nieuwe start maken, uitgaan van wat evident helder is, en daarom een basis kan vormen voor ware kennis. Op zoek naar stevigheid en helderheid in filosofie en wetenschap.
     In feite gaat het om kennistheorie, die zich niet alleen richt op kwesties rondom de termen waarheid en onwaarheid, maar vooral ook op het zoeken naar een praktische methode om tot kennis te komen..

Deze inzet van Descartes start al vroeg in zijn leven. In 1629, dus op vrij jonge leeftijd, schrijft hij het niet afgemaakte werk ‘Regels om richting te geven aan het verstand’. Daarin, met wisselende accenten van belangrijkheid, is al veel te vinden dat in de latere meer bekende werken naar voren komt.
    Vrij jong was Descartes dus nog. Wel vaker zijn jonge filosofen scherp en verdient hun jeugdwerk alle aandacht. Bijvoorbeeld om later werk beter te kunnen plaatsen, vaak ook om inhoudelijke noties. Denk bijvoorbeeld aan Spinoza of Marx. Bijna altijd gaat het dan ook om onafgemaakt werk. De filosoof zoekt nog en weegt af, kan nog geen consistent verhaal afronden, of vindt al gauw zijn vroegere werk niet meer van belang, wanneer rijpere versies mogelijk blijken.

Descartes zoekt in zijn ‘Regels’ uitgangspunten en methodes. De waarneming speelt in het kenproces een rol, maar leidt niet automatisch tot inzicht. Het verstand speelt de rol te bezien wat in de waarnemingen en ideeën zeker is. Wat evident en zeker is, is vaak eenvoudig, dus ook eenvoudig in te zien, en van deze basiskennis moeten verdere inzichten logisch worden afgeleid.
    Het verouderde scholastieke denken zal vervallen wanneer de wetenschapper en filosoof zich inderdaad richt op wat zeker en helder is, daarin bestaat de basiswaarheid. Dit herhaalt Descartes meer dan eens als de kern van zijn betoog in de ‘Regels’ zoals in Regel IX: ‘We moeten ons geestesoog geheel op de kleinste en gemakkelijkste dingen richten en daar lang bij stilstaan, totdat we eraan gewend raken de waarheid helder en onderscheiden in te zien. (p. 282)
    En let op de mooie term ‘geestesoog’, waarnemen en denken tegelijk?

Dus het gaat om de gemakkelijkste dingen (?). Het is de strijdbare aanname van de jonge filosoof die quasigeleerdheid bestrijdt. Kennis moet nuchter zijn. Letterlijk wijst hij obscurantisme af: ‘Er is één ding dat ik hier met de grootst mogelijke nadruk wil zeggen, namelijk dat iedereen zich er stellig van moet overtuigen dat kennis, hoe verborgen ook, niet uit gewichtige en obscure, maar alleen uit gemakkelijke en algemeen voorkomende dingen moet worden afgeleid.’ (p. 283)
    De wetenschap dient zorgvuldig te zijn en overhaastheid wordt aan de kaak gesteld. De waarheid vereist inspanning: ‘Sommige mensen hebben immers vaak zo’n haast met het onderzoeken van stellingen dat ze met een dwalend verstand aan de oplossing beginnen, voordat ze hebben opgemerkt aan welke kenmerken ze het gevraagde kunnen herkennen als ze erop stuiten.’ (p. 316)

Descartes’ ‘Regels’ loopt vooruit op het daarna verschenen werk, op zijn verdere kennistheorie, met dezelfde ingrediënten, waarbij soms verder strekkende uitwerkingen worden genoemd. Denk aan zijn dualistische visie en aan een ‘bewijs’ van het bestaan van god. Vooral loopt het, ook door de gekozen bewoordingen vooruit op zijn expliciete accent op het bestaan als zekerheid voor het denken, ‘Ik denk, dus ik ben.’ Descartes’ beroemde ‘Cogito’.
      Dat is dan een principe dat zich richt op verdere zekere kennis, maar dat ook altijd leidt tot veel discussie, want wat vermag het verstand, de ratio nu eigenlijk? Het verstand kan de basis vormen van een heel kritische filosofie, maar ook van rotsvaste dogma’s. Hoe dan ook, Descartes inzet is kritisch, zoekend naar zekerheden wanneer de oude middeleeuwse dogma’s losgelaten moeten worden.

Hier ontstaan wezenlijke vragen waarover tot op de dag van vandaag discussies gaande zijn. Als te vaak wordt dan Descartes’ aanpak gelijkgesteld met ‘het rationalisme’, waarna vanuit die ‘samenvatting’ het goede, het kind met het badwater wordt weggegooid. Maar als je ‘Regels’ leest zie je dat zijn rationalisme in ieder geval niet betekent dat je alle bedachte fantasieën maar moet volgen.
      Descartes bestrijdt juist de obscure dingen van de toen bestaande wetenschap en sluit aan bij de stroom van nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, waarbij hij zelf een belangrijke rol vervult in de wiskunde. Het gaat er in zijn rationalisme eerder om dat er ideeën zijn die zo helder zijn dat ze een uitgangspunt voor verdere visies kunnen vormen, mits correct afgeleid. Zoals over ideeën over het reële bestaan van de mens en de natuur, met alle voortvloeisels van dien.

Vanuit Descartes’ denken worden de denktradities opgebouwd, waarin veel latere kennistheoretische thema’s opduiken, zoals bij Immanuel Kant, Georg Hegel en in kentheoretische discussies in het marxisme. Dit tegelijk in kritische interactie met andere visies, zoals het Britse empirisme.
    Maar óók – misschien onverwacht – lijkt ‘de rationalist’ Descartes hier als een voorloper van de logisch-positivistische Wiener Kreis en Ludwig Wittgenstein op te treden. Immers, hij zoekt naar eenvoudige, basale, zekere uitgangspunten, waarop de meer gecompliceerde waarheden logisch van moeten worden afgeleid. Dat moet leiden tot een consistente en sluitende systematiek.
     Het is het zoeken naar een consistente logica die zowel bij Descartes als de logisch-positivisten uiteindelijke vastloopt omdat alle (maatschappelijk) leven zich niet in één eenvoudige logica laat vangen. Althans tot nu toe, maar zoekt de hedendaagse natuurkunde niet nog altijd naar enkele fundamentele basisprincipes van alle bestaande? Het woord rationalisme, dat lijkt te zeggen dat de ratio de dingen bedenkt, schiet tekort om Descartes’ inzet in diskrediet te brengen, maar ook om deze inspanning voldoende te verdedigen.

Descartes is interessant. Zij vroege werk pleit voor een onderzoekende houding die noodzakelijk is als het om niet onbelangrijke zaken gaat. Hij is eerlijk in zijn redeneren. Waar het betoog hapert, kan de lezer het volgen. Daar konden erop volgende denkers kritisch op voortbouwen, zoals Spinoza, Leibniz en Hegel.
     Zo stapelt de kennis zich op, bij voorkeur op basale uitgangspunten, die blijven inspireren. Latere denkers sluiten zich daarbij aan, ook al zijn er altijd weer beslissende inhoudelijke verschillen.
    Descartes’ ‘rationalisme’ doet er nog toe, zolang dat rationele niet tot een rotsvast dogma wordt. Dat was het bij hem zelf ook niet.
    Op een praktisch alledaags niveau gedacht: is het zo gek te doen wat Descartes’ idee was, van kleine heldere waarheden ‘de rest’ afleiden? Consistent denken gevraagd! Best nog nuttig vandaag de dag.






Bron: Erik-Jan Bos, Han van Ruler (red.), René Descartes, Bibliotheek Descartes in acht banden, Band 1, daarin o.m. Regels om richting te geven aan het verstand, ingeleid en geannoteerd door Han van Ruler, Uitgeverij Boom, Amsterdam. De drie citaten op pp. 282, 283, en 316.





 
René Descartes (1596-1650)









vrijdag 11 oktober 2019

Attendering: Nu ook deel 3 van ‘Das Kapital’ vertaald!


‘Nu al?!’ Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) had dát kunnen zeggen. Hij bewerkte in 1881 gedeelten van Deel 1 van Marx’ beroemde en beruchte boek ‘Het Kapitaal’. Nadien moest de Nederlandstalige lezer wel heel lang wachten op een verdere vertaling van alle delen.

Dan nu ineens, in 2019, zijn zowel Deel 2 als Deel 3 vertaald in goed leesbaar Nederlands. ‘Het Kapitaal’, het politiek-wetenschappelijke levenswerk van Karl Marx. Na diens dood afgemaakt door zijn strijdmakker Friedrich Engels.

‘Nu al?!’ Een cadeautje. kun je wel zeggen. Want 2019 is ook het jaar waarin de 100ste sterfdag van Domela Nieuwenhuis herdacht wordt. Zijn vroege Nederlandse bewerking van ‘Het Kapitaal’ wordt zo ook herinnerd en geëerd.

Aan de vertalingen hebben meerdere mensen gewerkt, Leendert Erkelens, David C.A. Danneels en Adrien Verlee. Een arbeid, die slechts met grote zorgvuldigheid gedaan kon worden, en we spreken hier bovendien wel over boeken van 450 en 700 bladzijden.
    En hoewel je natuurlijk de lezer kunt aanmoedigen alles ineens te lezen, met behulp van de heldere politieke ‘Inleiding’ in Deel 3 van Ernest Mandel (1923-1995) en de overzichtelijke inhoudsopgaven zijn ook bepaalde delen uit te selecteren, die op zich al zeer lezenswaardig zijn.
    Zoals in Deel 3 de hoofdstukken over ´De wet van de tendentiële daling van de winstvoet’, die revolutionaire verwachtingen hebben versterkt, en nog tot op de dag van vandaag economische en politieke discussies afdwingen.

De socialisten, Domela Nieuwenhuis voorop, en die erna volgden in de arbeidersbewegingen, de communistische, socialistische en linkse partijen en groeperingen, én natuurlijk de vakbeweging, konden en kunnen hun voordeel doen met dit werk.
      Een dogma hoeft niemand ervan te maken, wanneer je deze boeken goed leest. Karl Marx en de ‘bezorger’ van de delen 2 en 3 Friedrich Engels waren streng wetenschappelijk ingesteld, daar is geen dogma bij nodig.

Over de grote problemen door en van het stelsel van de kapitalistische economie weet ‘Het Kapitaal’ veel te zeggen.
    Veel dat de discussies van vandaag kan helpen verdiepen. De vermeende eeuwigheid van het kapitalisme wordt hier grondig ter discussie gesteld.





De boeken kosten € 29,50 per deel en zijn te koop bij:

Voor Nederland, te koop in Amsterdam bij: International bookshop Het Fort van Sjakoo.
Zie het adres op internet, dit is ook het adres om eventueel te bestellen met verzending per post.

In Groningen te koop bij boekhandel Godert Walter en boekhandel Van der Velde.











maandag 7 oktober 2019

Miskende naties, wapenwedloop, klimaat en vredesbeweging


Een oude dialectische slogan, vaak genoeg genoemd én misbruikt, is dat ‘alles met elkaar samenhangt’. Als we de situatie in de wereld vanuit enkele actuele maatschappelijke invalshoeken bekijken is het echter wel een houtjetouwtjesamenhang.

Houtje touwtje. Op tal van terreinen is de stabiliteit zoek, terwijl ‘de dingen’ wel veel met elkaar te maken hebben. Dat tekent tal van risico’s.
   Dat ‘de wereld een dorp is’, is ook al zo vaak gezegd. Dat de klimaatverandering een groot drama in zich bergt weten we al zo lang, maar lijkt nu pas echt door te dringen in de massapolitiek. Zowel bij de zogeheten leiders als onder de volkeren. Dat de aandacht groter en sterker wordt dan het wegkijken vanuit valse, vermeende economische belangen.
   Zie bovendien de sociale ongelijkheid en onderdrukking, die nog op tal van plaatsen bestaan, en door gevolgen van de klimaatsveranderingen vooral maar toe lijken te nemen, zeker dat risico in zich heeft.

Ongelijkheid, niet alleen op het kleinere maatschappelijk niveau. Ook vroegere ongelijkheden en onderdrukking werken door. Zo zijn er tal van landen die zich de koloniale onderdrukking herinneren. Of ze memoreren het feit dat ooit een ander land ‘hun gebied’ heeft ingepikt. Moet dat niet teruggedraaid worden?
    Voor de gevolgen zie bijvoorbeeld de ‘onrust’ in Hongkong, een etalage van de potentieel levensgevaarlijke gevolgen van vroeger ‘beleid’, in dit geval ook de koloniale overheersing.
    En zie China zelf, dat zich oude onderdrukkingen herinnert en dat koppelt aan de wens oude machtsposities terug te winnen. Of vanuit de vroegere miskenning nu meent in de macht eindelijk eens een volwaardige dominante rol te moeten spelen.
    Het gaat hier niet zozeer om China, dat is een van de vele mogelijke voorbeelden. Hoeveel naties zijn er niet waarin een besef bestaat historisch tekort gekomen te zijn? Bij landen in Azië, Amerika, Afrika en ook zeker wel in Europa en Australië, dus overal kan dit spelen.

Miskende naties, of althans waar een zeker zich miskend voelen door kan spelen zijn er volop. Dat raakt het denken over de toekomst. Over de kansen en bedreigingen. Moet er nog geschiedenis bijgesteld, ‘gecorrigeerd’ worden? Veel mensen zullen bij navraag dat beamen, omfloerst of niet, direct of indirect. Echte of vermeende onrechtvaardigheden bijstellen. ‘Eindelijk …’ zullen sommigen denken.

En daarvoor zijn heel veel mogelijkheden voorhanden, in toenemende mate. Vreedzame mogelijkheden, bijvoorbeeld vanuit een machtige of minder machtige Verenigde Naties. Maar vooral ook veel minder vreedzame, eenzijdige, gewelddadige, enzovoorts. Door de digitalisering, de vele nieuwe ongecontroleerde wapensystemen, en de hele technologische en biotechnische ontwikkeling.
    Moet dit nader uitgelegd worden? Het bombardement op de olie-installaties in Saudi-Arabië, zoiets kan toch overal? Zonder afzender zelfs, maar ‘ergens’ wel met een bedoeling.
    Zo’n ongekende aanval wekt – zoals bleek – echter veel minder verwondering op dan je zou mogen verwachten. Alsof de chaos langzamerhand het enige stuur is dat draait. En omdat dit nu eenmaal zo is, veel mensen zich er maar bij neerleggen, passief, vervreemd.

Vele soorten nieuwe oorlogen zijn denkbaar, de intentie ervan, de veelvormigheid ervan en vooral de grote impact. Zowel voor de mens als heel de natuur. Vormen van oorlog die de mens nog nauwelijks kent, zijn deze nog af te stoppen? Vormen die bedacht zullen worden met de schier oneindige digitale mogelijkheden, zoals oorlogen met gestolen identiteiten van mensen.
    Er bestaat een grote bewapening met tal van bijna nog onvermoede grote gevolgen, voor alle plekken ter wereld. Met een grote impact – bovenop alles wat er menselijk gezien al speelt – voor het klimaat, de biodiversiteit, de ecologische kansen en bedreigingen, het land en de zee.

Kijk dan eens naar de filosofie, vooral de zogenaamde publieksfilosofie. Staan daar de zorgen voor de toekomst wel voldoende centraal? Tal van discussies richten zich op de levensstijl van de hedendaagse burger, de persoonlijke verbetering, het genot, de festivals, allerlei nog half besproken emoties, het al dan niet nog bestaan van privacy, de leuke dingen en hoe die in ons leven zo vaak een beetje gedwarsboomd worden.

Ik geef het toe, het is hier wat kort door de bocht, en van alles mag, maar waar is bij het grote verhaal van hierboven het sterke verzetsverhaal daartegenover gebleven?
    De op zich meer eenvoudige verhalen van de kernbewapening en de kruisraketten brachten zo’n veertig jaar geleden de halve wereld in beweging. Kan zoiets nu niet meer, is het allemaal zó ingewikkeld dat alleen wegkijken vanzelfsprekend lijkt? Waar is de vredesbeweging?

Het gaat om de rechten van volkeren, over strijd tegen ongelijkheid, om de regulering van en de controle op de talloze technologische vernieuwingen, om het leven, de vrijheid, de vrede, de duurzame ecologische verhoudingen. Kortom, het gaat om de wereld.
    Bij de milieuacties en politieke bewegingen horen in toenemende mate vredesacties, en een pleidooi voor een sterke Verenigde Naties. En een rem op het wegkijken, waarvan de media én de filosofie zich meer bewust van zouden moeten zijn. Niet alleen kleine, maar ook de grotere noodzakelijke doelen benoemen, die uiteindelijk ook het particuliere leven van de mensen zullen bepalen.

Houtje touwtje en tegelijk zoveel bedreigingen. Slordigheden kunnen de wereld in brand zetten. Het is geen vanzelfsprekendheid dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Dat vraagt echter wel om actie, op vele plaatsen, op verschillende politieke, wetenschappelijke en technologische niveaus.
    Tegenwoordig spreekt men weer hardop en vaak in stevige termen over emancipatie. De natuur en de vrede bewaren, en de vrijheid respecteren is ook emancipatie. Dat wordt wel eens vergeten.




Voor hoopvolle acties, zie het positieve werk van Stop Wapenhandel, PAX, Milieudefensie en anderen. Zij verdienen alle steun. Voor meer gegevens zie het internet.

















zondag 22 september 2019

De paradox van de traditie die zich steeds maar vernieuwt


Een kleine bespiegeling over traditie en identiteit. ‘Traditie’, het klinkt als iets van vroeger dat nog steeds maar behouden moet blijven. Dan moet je eerst zeggen: ‘Wat precies?’
    ‘Identiteit’, die is veel in discussie, en om wat dat is te bepalen wijst men graag weer naar de tradities. Of naar ‘cultuur’, nog zo’n woord.

Het Sociaal Cultuur Planbureau (SCP) heeft het pas nog onderzocht. Het is kennelijk urgent, wat maakt Nederland tot Nederland? De ondervraagden denken dan aan vroeger, de tradities, kennelijk wordt de Nederlandse identiteit bepaald door klompen en molens (?).
    ‘Hoho!’, klompen en molens staan helemaal niet gelijk in de traditie. Voor velen zijn klompen inderdaad iets voor souvenirwinkels en plaatjes van vroeger, terwijl de molens, de windmolens vooral, steeds in discussie zijn. Immers, die zijn doorontwikkeld, modern, mogelijk zelfs noodzakelijk, zo vreselijk hedendaags dat ze er nog niet eens allemaal staan.
      Oude traditie en spannende toekomst vallen hier drastisch samen.

Achter het onderzoek van het SCP naar ‘onze identiteit’ (tja ..) steekt natuurlijk het politieke gewoel. Het populisme versus het kritische verstand. De discussie binnen en buiten de politiek gaat heden ten dage nogal veel over het eigene dat heel erg behouden moet blijven versus ach het valt wel mee.
    Wat dan ook nog opvalt is dat zo’n behouden traditie veelal gezien wordt als iets dat vastligt of vastlegt, een verandering blokkeert.

Maar wat is er nu sterk, een identiteit die zich verder vormt en dus ook krachtiger kan worden, of een stellingname die weinigs nieuws meer toelaat, die zelfs angst toont voor het nieuwe?
    Of je nu spreekt over de eigen identiteit of de mooie traditie, historisch wordt altijd bevraagd hoe ‘het’ ontstaan is. En dat brengt je vaak naar spannende situaties, naar momenten van strijd en verandering, van risico’s, van lef nieuwe invullingen te zoeken. Vernieuwing toentertijd.

Het klinkt paradoxaal, maar traditie sluit vernieuwing niet uit, en identiteit ook niet. Het zijn – zoals vandaag de dag opnieuw blijkt – ook ideologisch-culturele termen die wel degelijk een reële inhoud aanwijzen, maar die welbeschouwd vaak eerder verandering dan stilstand garanderen of markeren.
    Hoe kan een traditie sterk zijn als ze geen veranderingen toelaat? En is een identiteit altijd gehuld in dezelfde gedaante?

En concreet, hoe zit dat dan met migranten, mensen uit andere culturen, met andere religies, andere gewoonten en in andere kledij, met vast en zeker geen klompen? Onvermijdelijk is dat culturen vroeger, nu en later door elkaar worden gehusseld. Nu door de globalisering, door oorlogen, door de popmuziek of gewoon door ambities of zo. Dat heeft allemaal invloed op identiteit en traditie.
      Maar dat dit op zich bedreigend is kan toch moeilijk worden gesteld. Want de traditie kan verbreed worden en toch behouden, dus worden versterkt. De identiteit idem dito. Een sterke identiteit kan de verandering aan. Meer nog, een sterke identiteit draagt de verandering.

De cultuur, de identiteit, zijn er dan nooit bedreigingen? Natuurlijk, maar die moeten dan concreet worden benoemd. Een cultuur, traditie of identiteit kan verdwijnen door te grote, gewelddadige, massale of overhaaste verdringing.
      Maar men neemt echter veel eerder aan dat dit speelt dan de werkelijkheid laat zien. Angst is overbodig als zo’n verdringing niet speelt of teruggedrongen wordt. Het is een angst die vooral ontstaat door valse, overmatige verhalen.
      De conservatieve ideologie roert haar trom, dat het allemaal te veel is. Voor wie eigenlijk? Concrete problemen zijn meestal oplosbaar, valse verhalen gaan echter vaak ook langer mee dan voor een levendige traditie wenselijk is.

Een sterke uitkomst evenwel kan slechts bestaan als tradities en zeker de identiteit het oude bewaren in samenhang met vernieuwing, dus niet onder de kaasstolp liggen.
      Wees blij dat er identiteiten bestaan, juist omdat ze niet heilig zijn, maar kunnen blijven veranderen. Een sterke identiteit kan verandering aan. Een werkelijk sterke traditie wordt heus niet vergeten in de nog zo woelige wereld.

Traditie, identiteit, een ander nabijliggend woord is ‘cultuur’. Cultuurpolitiek heeft altijd een grote rol gespeeld in de machtspolitiek, maar daarmee vormt de macht nog geen levendige en duurzame cultuur, breekt deze soms eerder af.
      Dit is te zien in tal van landen door de geschiedenis heen. Zie de exploitatie van de folklore in de Russische politiek de afgelopen honderd jaar. Hielp die de opbouw te ondersteunen of de stagnatie te verdoezelen? Cultuur kan een conserverende en verstarrende functie vervullen. Dan komt er echter beslist een moment waarop een nieuwe cultuur van buiten doorbreekt. Niet meer te stuiten. Of toch van binnen, of beide, niet te stuiten.

Een probleem dat populisme en rechtsnationalisme voedt, is dat men de werkelijke kracht van de cultuur niet kent of onvoldoende bespreekt. Dan gaat de angst zijn grote rol spelen en gaat men iets verdedigen dat helemaal niet verdedigd hoeft te worden. Geen teken van kracht dus, maar van zwakte. Met uitwassen als het grote risico, zie de voorbeelden uit de geschiedenis.
      Een sterke traditie kan nieuwe cultuur integreren en daarin als cultuur herkenbaar, gevoeld en beleefd blijven.
      Het is zelfs een levensnoodzaak: Tradities moeten vernieuwd worden, anders sterven ze uit!

Alle deuren dicht is de dood in de pot en zeker niet houdbaar. Bepaalt traditie de identiteit? Neen, identiteit omvat meer en klinkt ook dynamischer, al kunnen tradities ook vernieuwen met behoud van een zekere kern, dus weer als een medebepalende identiteit.
    Er bestaat aldus een paradox van de traditie die zich vernieuwt. Dan is een traditie pas sterk en blijft die voortbestaan, al zullen haar verschijningsvormen niet altijd dezelfde blijven.
      Dat zien de populisten dus fout, wanneer zij de traditie alleen maar willen afschermen. Helemaal afschermen leidt zoals gezegd op den duur tot uitsterven! Een sterke traditie is materieel geworteld, in het alledaagse leven ingebed en kan nooit helemaal afgeschermd worden, wand juist dan zou die echt in het voortbestaan worden bedreigd.
      Wordt ze betekenisloos? Tradities moeten vernieuwd worden, anders sterven ze uit!

Een volk, natie, provincie, stad of dorp heeft wel degelijk een soort identiteit, uiterlijk en innerlijk. Echter beslist niet één die nooit verandert. Dan zou die al op sterven na dood zijn, niet iets om voor op te komen.
      Het zijn juist de tradities die moeten veranderen, meer dan de bijkomstigheden. Tradities moeten zich vernieuwen.

Identiteit, tradities? Moet je wat vroeger zo was nu zo laten? Ach, dat gebeurt toch niet.
    Het is een paradox: sterke tradities en identiteiten hebben juist verandering nodig. Daarin bestaan ze, daarin bloeien ze op.