zondag 22 september 2019

De paradox van de traditie die zich steeds maar vernieuwt


Een kleine bespiegeling over traditie en identiteit. ‘Traditie’, het klinkt als iets van vroeger dat nog steeds maar behouden moet blijven. Dan moet je eerst zeggen: ‘Wat precies?’
    ‘Identiteit’, die is veel in discussie, en om wat dat is te bepalen wijst men graag weer naar de tradities. Of naar ‘cultuur’, nog zo’n woord.

Het Sociaal Cultuur Planbureau (SCP) heeft het pas nog onderzocht. Het is kennelijk urgent, wat maakt Nederland tot Nederland? De ondervraagden denken dan aan vroeger, de tradities, kennelijk wordt de Nederlandse identiteit bepaald door klompen en molens (?).
    ‘Hoho!’, klompen en molens staan helemaal niet gelijk in de traditie. Voor velen zijn klompen inderdaad iets voor souvenirwinkels en plaatjes van vroeger, terwijl de molens, de windmolens vooral, steeds in discussie zijn. Immers, die zijn doorontwikkeld, modern, mogelijk zelfs noodzakelijk, zo vreselijk hedendaags dat ze er nog niet eens allemaal staan.
      Oude traditie en spannende toekomst vallen hier drastisch samen.

Achter het onderzoek van het SCP naar ‘onze identiteit’ (tja ..) steekt natuurlijk het politieke gewoel. Het populisme versus het kritische verstand. De discussie binnen en buiten de politiek gaat heden ten dage nogal veel over het eigene dat heel erg behouden moet blijven versus ach het valt wel mee.
    Wat dan ook nog opvalt is dat zo’n behouden traditie veelal gezien wordt als iets dat vastligt of vastlegt, een verandering blokkeert.

Maar wat is er nu sterk, een identiteit die zich verder vormt en dus ook krachtiger kan worden, of een stellingname die weinigs nieuws meer toelaat, die zelfs angst toont voor het nieuwe?
    Of je nu spreekt over de eigen identiteit of de mooie traditie, historisch wordt altijd bevraagd hoe ‘het’ ontstaan is. En dat brengt je vaak naar spannende situaties, naar momenten van strijd en verandering, van risico’s, van lef nieuwe invullingen te zoeken. Vernieuwing toentertijd.

Het klinkt paradoxaal, maar traditie sluit vernieuwing niet uit, en identiteit ook niet. Het zijn – zoals vandaag de dag opnieuw blijkt – ook ideologisch-culturele termen die wel degelijk een reële inhoud aanwijzen, maar die welbeschouwd vaak eerder verandering dan stilstand garanderen of markeren.
    Hoe kan een traditie sterk zijn als ze geen veranderingen toelaat? En is een identiteit altijd gehuld in dezelfde gedaante?

En concreet, hoe zit dat dan met migranten, mensen uit andere culturen, met andere religies, andere gewoonten en in andere kledij, met vast en zeker geen klompen? Onvermijdelijk is dat culturen vroeger, nu en later door elkaar worden gehusseld. Nu door de globalisering, door oorlogen, door de popmuziek of gewoon door ambities of zo. Dat heeft allemaal invloed op identiteit en traditie.
      Maar dat dit op zich bedreigend is kan toch moeilijk worden gesteld. Want de traditie kan verbreed worden en toch behouden, dus worden versterkt. De identiteit idem dito. Een sterke identiteit kan de verandering aan. Meer nog, een sterke identiteit draagt de verandering.

De cultuur, de identiteit, zijn er dan nooit bedreigingen? Natuurlijk, maar die moeten dan concreet worden benoemd. Een cultuur, traditie of identiteit kan verdwijnen door te grote, gewelddadige, massale of overhaaste verdringing.
      Maar men neemt echter veel eerder aan dat dit speelt dan de werkelijkheid laat zien. Angst is overbodig als zo’n verdringing niet speelt of teruggedrongen wordt. Het is een angst die vooral ontstaat door valse, overmatige verhalen.
      De conservatieve ideologie roert haar trom, dat het allemaal te veel is. Voor wie eigenlijk? Concrete problemen zijn meestal oplosbaar, valse verhalen gaan echter vaak ook langer mee dan voor een levendige traditie wenselijk is.

Een sterke uitkomst evenwel kan slechts bestaan als tradities en zeker de identiteit het oude bewaren in samenhang met vernieuwing, dus niet onder de kaasstolp liggen.
      Wees blij dat er identiteiten bestaan, juist omdat ze niet heilig zijn, maar kunnen blijven veranderen. Een sterke identiteit kan verandering aan. Een werkelijk sterke traditie wordt heus niet vergeten in de nog zo woelige wereld.

Traditie, identiteit, een ander nabijliggend woord is ‘cultuur’. Cultuurpolitiek heeft altijd een grote rol gespeeld in de machtspolitiek, maar daarmee vormt de macht nog geen levendige en duurzame cultuur, breekt deze soms eerder af.
      Dit is te zien in tal van landen door de geschiedenis heen. Zie de exploitatie van de folklore in de Russische politiek de afgelopen honderd jaar. Hielp die de opbouw te ondersteunen of de stagnatie te verdoezelen? Cultuur kan een conserverende en verstarrende functie vervullen. Dan komt er echter beslist een moment waarop een nieuwe cultuur van buiten doorbreekt. Niet meer te stuiten. Of toch van binnen, of beide, niet te stuiten.

Een probleem dat populisme en rechtsnationalisme voedt, is dat men de werkelijke kracht van de cultuur niet kent of onvoldoende bespreekt. Dan gaat de angst zijn grote rol spelen en gaat men iets verdedigen dat helemaal niet verdedigd hoeft te worden. Geen teken van kracht dus, maar van zwakte. Met uitwassen als het grote risico, zie de voorbeelden uit de geschiedenis.
      Een sterke traditie kan nieuwe cultuur integreren en daarin als cultuur herkenbaar, gevoeld en beleefd blijven.
      Het is zelfs een levensnoodzaak: Tradities moeten vernieuwd worden, anders sterven ze uit!

Alle deuren dicht is de dood in de pot en zeker niet houdbaar. Bepaalt traditie de identiteit? Neen, identiteit omvat meer en klinkt ook dynamischer, al kunnen tradities ook vernieuwen met behoud van een zekere kern, dus weer als een medebepalende identiteit.
    Er bestaat aldus een paradox van de traditie die zich vernieuwt. Dan is een traditie pas sterk en blijft die voortbestaan, al zullen haar verschijningsvormen niet altijd dezelfde blijven.
      Dat zien de populisten dus fout, wanneer zij de traditie alleen maar willen afschermen. Helemaal afschermen leidt zoals gezegd op den duur tot uitsterven! Een sterke traditie is materieel geworteld, in het alledaagse leven ingebed en kan nooit helemaal afgeschermd worden, wand juist dan zou die echt in het voortbestaan worden bedreigd.
      Wordt ze betekenisloos? Tradities moeten vernieuwd worden, anders sterven ze uit!

Een volk, natie, provincie, stad of dorp heeft wel degelijk een soort identiteit, uiterlijk en innerlijk. Echter beslist niet één die nooit verandert. Dan zou die al op sterven na dood zijn, niet iets om voor op te komen.
      Het zijn juist de tradities die moeten veranderen, meer dan de bijkomstigheden. Tradities moeten zich vernieuwen.

Identiteit, tradities? Moet je wat vroeger zo was nu zo laten? Ach, dat gebeurt toch niet.
    Het is een paradox: sterke tradities en identiteiten hebben juist verandering nodig. Daarin bestaan ze, daarin bloeien ze op.












woensdag 11 september 2019

Bouwt de SP een vaste achterban op?


De SP in de herbezinning, na minder mooie verkiezingsuitslagen. Een tweede blog hierover, nu wat meer intern gericht. Nou ja, in de politiek bestaat het onderscheid extern naar buiten treden en intern een stevig verhaal vertellen nauwelijks. Beide hangen onverbrekelijk samen. Maar wat accenten aanbrengen kan geen kwaad.

De min of meer vaste achterban van een politieke partij is kleiner dan het aantal kiezers. Maar er zit wel ontwikkeling in, wellicht een parallelle ontwikkeling. Echte aanhangers, ware socialisten en mensen die niet van ideologie houden maar wel van een sociale politiek, vormen de ruggegraat van de partij.
      Zij – lid of geen lid – zijn de mensen die naast het verrichten van de nodige hand en spandiensten, op plekken waar discussies plaatsvinden met overtuiging zeggen: ‘De SP is mijn partij.’ Ook als het even niet meezit.

Van zo’n achterban krijg je (er) nooit genoeg. En daar zit wel een probleem, dat overigens ook internationaal speelt, bij zusterpartijen, en dat ongetwijfeld samenhangt met de moderne media, de digitalisering, de klimaatproblemen, de migratie, de (geopolitieke) dreiging van oorlogen, enzovoort.
      Of anders gezegd, een probleem dat samenhangt met de enorme economische kapitalistische macht waartegen het moeilijk opboksen is, ondanks crises die delen van het kapitaal raken. Dat kapitaal, hoe verderfelijk ook, weet zich maatschappelijk sterk te presenteren, vanuit zijn sterke verworven ideologische en politieke posities, zoals in de media.
      Voor een socialistische partij is daar tegenover goed zichtbaar en herkenbaar blijven een hele kunst, maar ook een noodzakelijkheid.

Maar we blijven nu in Nederland. De vraag naar de achterban van de SP.
      Toen ik zo’n vijftien jaar terug lid werd van de SP kwam ik in mijn afdeling Groningen levendige discussies tegen. Een warm bad. Politiek en divers, soms chaotisch, velen wel heel betrokken.
      Maar het probleem wat ik zag en zie ligt niet zo zeer bij de inhoud, maar bij de betrokkenheid op de langere termijn. Elke bijeenkomst zaten er nieuwe mensen, en dat is mooi. Maar elke bijeenkomst miste je ook mensen. Die eerder actief waren en niet meer kwamen opdagen. Natuurlijk verloop, of ging dat niet wat al te snel?

Je mag hopen dat het een lokale kwestie is van een universiteitsstad met veel jonge mensen, maar de doorstroming is gewoon té snel. Hoe moet dit beklijven? Alsof je steeds met een andere partij te maken hebt.
      Dit betreft niet zozeer de enorm hard werkende kern van bestuursleden en volksvertegenwoordigers, maar er mist een politieke cultuur eromheen. Dus vooral ook een cultuur die uitstraling geeft. De SP lijkt soms gewoon een saaie boel, te plichtmatig, zeker inhoudelijk.

Als er zoveel leden en sympathisanten afhaken kan een democratische volkspartij op den duur zich niet of maar moeilijk handhaven. Immers, als het leger afhakers groter wordt dan de blijvers, krijg je een omgekeerde uitstraling. Bij de Provinciale Statenverkiezingen heb ik meerdere malen mensen ontmoet die zeiden ‘dit keer niet’ op de SP te stemmen.
      Vaak hoorde je dat met een vrij zwakke, weinig profilerende argumentatie, maar het ‘deze keer niet’ was wel een overeenkomst. Vaak ging het niet eens zozeer om één bepaald item van bijvoorbeeld de landelijke politiek, maar een gemis aan echte profilering van de partij. De strijdbaarheid, de spanning wordt gemist. De SP niet meer spannend?
      Deze mensen zeiden dit wél hardop op een bijeenkomst over politiek met veel jongeren. Niet vijandig bedoeld ongetwijfeld, maar antireclame voor de SP.

Hier kun je tegenin brengen dat het afhaken misschien eerder ligt aan het gebrek aan het behalen van concrete resultaten. Maar daarin moet je jezelf niet onderschatten, al moet je van de andere kant gezien, je zelf daarbij zeker ook niet overschreeuwen.
      Veel mensen voor wie je knokt zijn realistisch. Zij weten echt wel dat de resultaten vaak niet 100% haalbaar zijn, maar waarderen de strijd, de inzet en de solidariteit tóch. Dan moet je daarbij wél het langere termijn verhaal kunnen vertellen, het verdere perspectief ontwikkelen.

Hoe dan ook, een waarlijk democratische volkspartij kan niet zonder ‘verhaal’. En dit ‘verhaal’ moet je breed vatten. Wat dus iets anders is dan het eenmalig voor X-aantal jaren een nieuwe tekst vastleggen.
      Het gaat om politieke cultuur, om alle mogelijke vormen van discussie, debat, intern, extern, met jezelf, met de leden, de voorbijgangers, de bewoners, de armen, de rijken, de linkse partijen, bepaalde ondernemers, de vakbonden, met herhaling, zonder herhaling, met beslissingbevoegdheid, een andere keer dat weer niet, over geschiedenis, over de toekomst, en nog veel meer vormen en inhoudelijke punten. Enzovoort.
    Dus eigenlijk gaat het om dat wat er wel is, maar te veel een bijkomstig incident is geworden. Of de hunkering naar een debat dat kennelijk ergens plaatsvindt, maar net niet bij de lokale SP. Er wordt tegenwoordig wel veel gesproken over ‘het debat’, maar daar wordt vooral de verbale terreur van bekende Nederlanders en journalisten mee bedoeld.

Er kan veel meer. Ooit projectleider en opbouwwerker geweest in wat heette een aandachtswijk. En keurig woord omdat men het woord achterstand niet wilde noemen. Bij de aanvang veel scepsis. Maar er bleek dat overal mensen graag willen praten en meedenken. Zich gehoord willen voelen.
      En dat op alle niveaus, in de straat en buurt, maar daar niet alleen. Ook over zware of ideologische zelfs wereldbeschouwelijke vragen. Het draait erom dat wat gezegd wordt door mensen serieus genomen moet worden.

Hoort dit ook niet zo bij de SP? De achterban, lid of (nog) geen lid, laat hen samen een verhaal vormen. Gericht op een sociale toekomst. Er is zoveel meer mogelijk.
    Debat is vaak te veel verworden tot een discussievorm waar bijvoorbeeld ieder slechts een paar regeltjes mag uitspreken en verder maar geluisterd moet worden. Dan haakt men op den duur zeker af. Met meer lef kan het leuker, interessanter en van groter politiek gewicht worden.

Het gevaar van de karikatuur ligt dan op de loer. Bij mijn boek ‘Actief socialisme, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking’  krijg je als eerste reactie soms de karikatuur. Een PvdA’er riep gelijk dat ‘ik de PvdA wil opheffen’. Alsof opheffing nu de interessantste discussie is die linkse partijen en organisaties kunnen voeren. Koudwatervrees, het komt onder socialisten en linkse mensen voor.
    Een eigen verhaal staat niet haaks op samenwerking. Het omgekeerde ook niet. Samenwerking met andere organisaties en initiatieven zal (ooit) leiden tot verandering. Als de politieke inhoud sterk is zullen beide bestaan en zich blijven ontwikkelen, zowel de politieke samenwerking als het eigen verhaal. Gericht op opbouw én resultaten.

Over de vorm valt veel te zeggen, net als over de inhoud. Maar de vorm moet vrij zijn. En de inhoud vernieuwend maar ook stevig, misschien zelfs klassiek, dat valt niet vooraf te bepalen.
    Een grondige scholing door deskundigen is soms noodzakelijk, maar niet de (enige) oplossing van de problemen, daarvoor speelt er teveel. Het gaat erom leden en de achterban mee te nemen in de politieke beoordeling waarmee een vuist gemaakt kan worden.

Grondige scholing? Je kunt jezelf ook tekort doen door te weinig gebruik te maken van wat er al is. Een blad als Spanning van het wetenschappelijk bureau leent zich goed voor lokale scholings- en discussiebijeenkomsten met leden, sympathisanten en anderen. Inhoudelijk verdiepen, het debat aangaan, goed gebruik maken van wat de partij al bezig houdt en produceert. Met een beperkte voorbereiding kan dat heel interessant zijn.
    Dit kan dan ook weer bijdragen aan het versterken van de herkenbaarheid naar buiten toe en het leggen van nieuwe contacten.

De SP werft goed, maar weet vaak de leden niet echt praktisch en inhoudelijk te binden. Het lijkt niet meer bij deze tijd te passen? Vergis je niet, inhoudelijke en bereflecteerde betrokkenheid zal altijd gewaardeerd worden. Vorm je verhaal, maar leer vooral van de ander, zoals de bewoners, de werkers, de migranten en de klimaatactivist.
    Waar blijft de belangenstrijd in dit verhaal? Het opkomen voor mensen die maatschappelijk onder druk staan? Zij staan niet naast dit verhaal, de SP moet de partij zijn van beide, in samenhang: actie, belangenstrijd én een groter politiek verhaal.

Het moet een verhaal zonder einde zijn. Met zowel openheid én betrokken en besproken standpunten.
      Vroeger dachten sommige socialisten wel eens dat bij ‘het socialisme’ het verhaal zou eindigen. Het verhaal kent echter nooit een einde. Wél een begin: vandaag, op basis van de maatschappij zoals die zich tot nu toe gevormd heeft als kapitalistische maatschappij.
      Het hier en nu moet dus een verhaal vormen zonder einde, met een echt sociaal perspectief. Hoop als rem tegen afhaken. Dat verhaal kan alleen samen worden verteld. Dan pas wordt het interessant, aantrekkelijk en inspirerend.

Als dat lukt vertelt de achterban dat ook verder aan wie het nog niet gehoord hadden. Wervingskracht groot, maar bindingskracht klein? Uiteindelijk bepaalt het tweede het eerste.
















zaterdag 7 september 2019

Het politieke hart van de SP


De SP zit in de herbezinning. Gelukkig niet alleen dát, de partij is actief als voorheen. De slechte verkiezingsresultaten van dit jaar dwingen echter tot verder nadenken. Met de nodige bijeenkomsten en een positiebepaling op het komende congres.
      In twee blogs een kleine bijdrage, dit is de eerste.

Waar ligt het hart van de SP? Bij het volk, bij de onderdrukten. SP-ers, de radicalen en minder radicalen, hebben één ding gemeen. Ze kunnen niet tegen onrecht, en vooral niet tegen ongelijkheid. Als het gaat om strijd tegen het kapitaal, hoor je altijd doorklinken dat het gaat om de ongelijkheid en armoede die ontstaat door de macht en de uitwassen van het kapitaal. Vaak wordt dat – al dan niet terecht – aangeduid met ‘de rijken’.

Daarom voert de SP consequent, ook al zijn er flinke lokale verschillen, strijd aan de zijde van de huurders, de uitkeringsgerechtigden, de mensen die van zorg afhankelijk zijn, enzovoort.
      Daarom zal (vrijwel) elke SP-er het terecht vinden dat nu in de Gemeente Oldambt de SP de stekker uit het college van B&W trekt. De andere partijen willen bezuinigen op de mensen die van maatschappelijke ondersteuning afhankelijk zijn, en dat moest nu juist niet. In moeilijke tijden moet je juist voor die mensen opkomen.
      Zelf steun ik die keuze ook, het hart van de SP ligt daar waar de mensen het diepst geraakt worden.

Veel SP-ers verwachten dat door deze gezamenlijke sociale inzet en strijd bij verkiezingen veel mensen die maatschappelijk getroffen worden ook op de SP zullen stemmen. Maar de geschiedenis leert dat dit geen automatisme is, dat bij parlementaire verkiezingen vooral ook het parlementaire verhaal, het verhaal over de macht met kracht moet worden verteld. Op een herkenbare en aansprekende manier.
      Gebeurt dat onvoldoende dan stemmen veel mensen die de SP in het dagelijks leven zeker wel als bondgenoot zien, toch op een andere partij. Of ze stemmen niet.
      Waar de actieve SP-er een link ziet tussen het dagelijkse leven in dorp en stad én het parlement, bestaat er geen enkele garantie dat door de bevolking dat verband ook wordt gezien. Of ze vinden dat geen hoopvol verband, voelen feilloos aan dat ook de SP er zelden slaagt het mooie-woorden-circus te doorbreken.
      Dat verband lijkt voor de politiek georganiseerde vanzelfsprekend, maar is dat niet voor iedereen. Dat leert de geschiedenis. Het lastigste is dat deze scepsis op zich niet irrationeel is.

Ja, de geschiedenis is leerzaam, en moet niet worden vergeten. Ik denk hier vooral terug aan het jaar 1977. Zelf toen actief in de CPN. Deze partij was in veel buurten en wijken populair, zeer actief, en kreeg tot vlak voor de verkiezingsdatum tal van positieve reacties. Nieuwe leden stroomden toe, zo leek het. En deze partij had een sleutelrol vervuld in de zeer massale, brede en succesvolle vredesacties.
      Het resultaat was een totale verrassing. De CPN ging van 7 naar 2 Kamerzetels. In feite stortte de partij in één keer volledig in. Dat leidde natuurlijk tot de bijbehorende ideologische discussies, maar de echte oorzaak was zeker ook de parlementaire ineenstorting, waardoor ook de leidinggevenden hun posities verloren.
      De CPN had hierbij in ieder geval een kapitale fout begaan. Haar leuze ‘Van Agt eruit, de CPN erin!’ had zich gefixeerd op het regeren, niet op het geheel van actie en sterk parlementair optreden. Een voorbeeld van zich parlementair overschreeuwen, waar de ‘gewone mensen’ in de wijken zich niets nuttigs bij konden voorstellen. Hoe hier vertrouwen in hebben?

Er spelen verwachtingen, oorzakelijke verbanden tussen actie en parlementarisme, de logica die de één ziet en een ander helemaal niet, zeker niet als vanzelfsprekend.
      Het lijkt vreemd, het lijkt onredelijk, maar de kiezer in de burgerlijke democratie laat zich altijd weer verleiden door makkelijke verhalen en (loze) beloften, herhaaldelijke presentaties in de media, praatprogramma’s met een quasi kritische insteek, en tot wat men op straat zoal roept. En daar zit – in de huidige politieke situatie – een enorm stuk defaitisme en cynisme.

Realistisch zijn betekent niet nu alles maar overboord gooien. Het rode hart van de SP-er ligt nog altijd in de solidariteit met de onderdrukten, en is gericht tegen sociale ongelijkheid. Het vraagt wel om analyses. Zoals analyses die je samen met niet-leden maakt. En simpelweg om doorzettingskracht. Die ontstaat niet vanzelf, maar slechts door volhardend werken. De vaste achterban is altijd kleiner dan het aantal van het best behaalde verkiezingsresultaat.

Er bestaat wel een zekere overeenkomst met de CPN-leuze uit 1977 ‘Van Agt eruit, de CPN erin!’ De SP voerde in sommige verkiezingsmateriaal bij de Provinciale Staten-verkiezingen leuzes als ‘Dit is jouw kans om Rutte weg te sturen’ met een foto erbij uit de landelijke politiek in plaats van de provinciale lijsttrekker.
      De kiezer zal dit vaak hoogmoed vinden, onrealistisch. Of ziet het zo vluchtig gepresenteerde verband niet. Het politiek bewuste lid ziet het verband en het enthousiasme groeit misschien, de man in de straat ziet er niets in.

Het programma van de SP moet stevig zijn en blijven. De solidariteit en antikapitalistische strijd mag nooit worden weggemoffeld. Een werkelijk sociale samenleving kan alleen bestaan als de kapitalistische macht wordt beteugeld. Overschreeuwen daarbij helpt niet, de leuzes te groot en onrealistisch maken stoot af, ook al zal de kiezer misschien zelf niet zien wat erin nu zo afstoot.
      In de discussie en presentatie duidelijk een voorhoede zijn, tijdig aanwezig zijn – ook bij zware punten als migratie en klimaat – is wel van belang. Anders wordt de partij niet meer gezien. Ook dat heeft laatste tijd meegespeeld.

Over het hoe en wat ervan nog iets meer in de volgende blog. Zeker is dat de principes verdoezelen de oplossing niet is. Dat doen al genoeg partijen. Op anderen lijken, daar zijn geen socialisten voor nodig. Samenwerken is een ander verhaal, maar ook dan moet de socialist herkenbaar blijven.

Kortom, vaak ziet de kiezer ziet het verband niet, dat de SP-er vanzelfsprekend vindt. De kiezer laat zich leiden door de media. Helaas, maar grotendeels waar. Dat wetend betekent ook dat geen paniek nodig is als uitslag tegenvalt. Wel tegenkrachten ontwikkelen, ook in de media en sociale media.
      En vooral niet denken dat er nu één oplossing is voor alle tegenvallers. De oplossingen liggen in je kop erbij houden en de strijd blijven voeren.

Mensen leggen vaak het verband niet vanzelf dat de SP wél maakt of moet maken. De verbondenheid van actie en parlement vraagt permanente aandacht. Het hart van de SP ligt bij het volk. Maar het hart van het volk niet evenredig bij de SP, althans niet op parlementair niveau.
      Veel mensen verwachten weinig van parlementaire politiek. Dus de eigen (te) grote nadruk daarop doet vertrouwen eerder afnemen dan toenemen.






(Met dank aan Aristoteles en Machiavelli)















dinsdag 3 september 2019

Een piepklein stukje aandacht voor de Jeugdzorg


Op 2 september demonstreerden 4000 werkers in de Jeugdzorg. Met de Jeugdzorg krijgen honderdduizenden jongeren en families te maken, zo niet meer. Sinds 2015 zijn de gemeenten hiervoor verantwoordelijk en moeten zij met een ingeperkt budget de jongeren van hun eigen zelfredzaamheid overtuigen.
      En dat lukt niet, want dat kan niet. Een commissie onder leiding van Micha de Winter concludeerde onlangs dat er grote misstanden in de Jeugdzorg bestaan. Daarover wilde de pers wel wat schrijven.
      Begrijpelijk komen de werkers nu samen in beweging. Dan verwacht je heel wat ondersteuning van zo’n actie en aandacht door de pers. Met leuke foto’s en een inspirerend verhaal van de werkers die graag aan de slag willen voor onze jeugd en zich uit de naad werken.

Een uitgebreid verslag nu de actie gestalte krijgt? Dit stukje hierboven telt 123 woorden. Het verslag van de actie van Jeugdzorgwerkers in de Volkskrant vandaag – 3 september 2019 – telt de helft, 61 woorden. Wat een omvang, wat een aandacht! Gaat het om een actie waar deze krant weinig woorden aan vuil wil maken?
      De hedendaagse pers heeft vaak meer aandacht voor eigen verhalen, columns en meningen dan voor acties in de samenleving, zoals vakbondsacties. Die komen er bekaaid van af. Jammer! De balans is zoek, nog steeds. Geeft persvrijheid geen grotere verantwoordelijkheid?