vrijdag 15 juni 2018

We gaan wel naar Den Haag!


Vorige week zat ik met nog 400 Groningers op de publieke tribune van de Tweede Kamer. Het zoveelste gasdebat. In kleurige optocht erheen.

Op naar de preek van minister Wiebes. Zijn simpele logica van de politieke causaliteit. Geen gas meer, dan ook zo weinig mogelijk meer betalen. Logisch toch? Liever de boel slopen en opnieuw bouwen dan al die peperdure versterkingsverbouwingen. Logisch toch? Ja, logisch in de portemonnee van het kapitaal dat zegt te betalen, maar geen zin dat daadwerkelijk te doen. De allang ingeboekte winsten wil men graag houden. Vanuit dat gezichtspunt ook niet zo onlogisch.
    Groningers weten echter ook: wij willen ons huis en onze mooie woonomgeving behouden. Geen flutoplossingen.

Dat resulteert in een taaie strijd waarbij sommige media de demonstranten uitdagend vragen: ‘Houd je dit nog vol? Het helpt toch allemaal niet?’ Want nieuws gaat over een verandering van de situatie, en die zou inderdaad veranderen als de moed zichtbaar en massaal wordt opgegeven.
    Natuurlijk geven sommigen een keer op, soms tijdelijk, soms definitief. Maar anderen zullen weer opstaan en doorgaan.
    En dat is niet tegen beter weten in. Strijd is lastig, maar nodig. De resultaten zouden nu al heel anders zijn als de strijd al was opgegeven.

Dan preekt Wiebes in de kamer. Lang van stof dit keer, hij gaat maar door zijn mantra te herhalen: ‘hij weet het eventjes niet.’ De Groningers op de tribune moesten intussen hun actiekledij en spandoeken bij de voordeur van de Tweede Kamer achterlaten. Dom van de overheid, het kan wel een regel zijn, maar geloof maar dat Wiebes nu nog duidelijker heeft gevoeld dat al die keurige mensen op de tribune elk woord van hem op een goudschaaltje wegen en geen smoes accepteren. Ook als het wel heel veel woorden zijn die de minister vandaag nodig heeft.
    En dat geeft druk, vooral omdat – zoals bekend – er nog duizenden achter de 400 aanwezig Groningers staan, zoals tijdens de demonstratie van 19 januari jl. in de stad Groningen zo’n 12000 demonstranten lieten zien. Heeft het dus zin? Ja, heel veel.

Bij elk woord dat hij uitspreekt wordt Wiebes’ logica op de proef gesteld, en …. valt hij door de mand. Hij weet het niet meer, dat wordt wel duidelijk. Hij kan naar zijn achterban misschien maar moeilijk verkopen dat in Groningen de geldkraan open moet staan, terwijl er toch minder of geen gas meer wordt gewonnen.
    Maar aan de Groningers heeft zijn logica van vandaag ook niets te melden. Het ‘wordt gewoon te duur’ is immers onzin. Ook een hoog bedrag is uiteindelijke gewoon een geldbedrag dat misschien op dat moment ten koste van iets gaat, maar ten gunste van het sociale belang er gewoon kan zijn. En er is niets dat hard kan maken dat het verloren geld zou zijn als toekomt aan het oplossen van een groot probleem van de bevolking. Ook niet als het tijdelijk van iets anders afgaat.
      Zo’n verdeling is enerzijds maar betrekkelijk, anderzijds natuurlijk ingebed in een strijd van belangen. Dan mag je ook ‘gewoon’ het belang van mensen die lijden onder de destructieve gaswinning voorop stellen. Dat is dan een politieke uitkomst waar niets mis mee is. Het draait om de politieke wil en de machtsverhoudingen.

Een minister zal vrijwel nooit voor de publieke tribune zijn toezegging doen, want dat ervaart hij als gezichtsverlies. Hij kan lang spreken over ‘knopen in zijn buik’, maar hij vergeet echt niet dat er meer zijn met knopen in hun buik, ook al liggen hun actie-T-shirts bij de voordeur. Hij zal de politieke druk ervaren, daar doet een lang verhaal niets van af.

Er zal een oplossing komen. Er zal druk zijn van acties. Het drama jarenlang in de ellende te zitten mag geen dag langer duren. Maar zonder strijd en tegendruk zal Den Haag traag zijn als een slak, praatjes blijven verkopen en zich verschuilen achter half-affe onderzoeksrapporten. Elke actie schiet een beetje op, hoe weinig concreet ook nog. Het verhindert dat de hele provincie als slechts een voorbijgaande kwestie technocratisch wordt ‘opgelost’ en de mensen tegen elkaar uit worden gespeeld.
    We gaan wel weer naar Den Haag. Solidair. Misschien met 500, desnoods met 300. Het heeft zin. Elk huis dat versterkt moet worden, moet dat ook daadwerkelijk worden. Logisch toch? Je moet elkaar bij de les houden. Dat is nu eenmaal zo bij zo’n langdurige kwestie. Dat doe je dan toch?




Veel informatie vind je op de website van de Groninger Bodembeweging:
https://www.groninger-bodem-beweging.nl/






















dinsdag 12 juni 2018

Bijna het eeuwige leven, net als de Noordkromp


Het eeuwige leven bestaat niet, behalve misschien voor alles wat bestaat bij elkaar, het heelal. Geen dag hetzelfde. Tegenover dat dynamische heelal geven religieuze voorstellingen van het hiernamaals vaak een vrij star beeld van dát bestaan, precies dat wat ik geen leven zou noemen, laat staan het eeuwige.
      Elke dag hetzelfde? Een griezelbestaan. Waarom zou de eeuwigheid altijd één en hetzelfde moeten zijn?

Misschien is een klein beetje eeuwigheid wel een stuk spannender dan alles tegelijk. En net zoals er een dier is dat het snelste is, en dat zelfs bestaat in Nederland, de Slechtvalk (Falco peregrinus), is er een beest dat het langste leeft. Nederland blijkt best wel rijk bedeeld met de top, de snelste en ook met de langstlevende.
    Het is geen eeuwig leven, kun je zeggen, maar lijkt er al een beetje op. Dat dier dat het langste leeft is de Noordkromp (Artica islandica). Althans, van de dieren in de met het blote oog zichtbare alledaagse wereld. Waarbij dan niet zichtbare ‘beesten’ als micro-organismen buiten beschouwing blijven. Microben schijnen duizenden jaren oud te kunnen zijn.

Dat wel zichtbare langlevende beest is een weekdier. De schelp ervan spoelt aan op onze Noordzeestranden, zij het voornamelijk op de noordoostelijke eilanden en dan vooral op Schiermonnikoog. Een tweekleppige, die tamelijk fors kan worden.
    Een beetje vreemd misschien voor een schelpdier met twee kleppen, er spoelt vooral de helft ervan aan, veel meer linkerkleppen dan rechter. Wel 7 of 10 keer zoveel linkerkleppen, die met de bolle kant naar boven in de top naar links wijzen. Waarschijnlijk komt dit door een combinatie van de vorm van de schelp en de stromingen waarmee deze voortgestuwd wordt op de zeebodem en voor het strand. Of iets dergelijks. Er is onderzoek naar gedaan en daarin spelen dit soort aspecten mee.
    In noordelijke en koudere streken wordt dit weekdier soms ouder dan 400 jaar. Die hier aanspoelen, althans de schelpen ervan, zijn meestal wat jonggestorven, bijvoorbeeld al na 150 jaar. De leeftijd is af te tellen van de groeilijnen aan de bolle kant, vergelijkbaar met die van bomen. Hoe dan ook, het is het langstlevende ‘gewone’ dier.

400 jaar, een mooi getal. Is Schiermonnikoog het einde van de wereld waar de Noordkromp te vinden is? Het leek ons leuk om nog wat oostelijker te gaan kijken, op Borkum, daar een Noordkromp te vinden en te zeggen dat deze 400 jaar oud geworden is: ‘Tel de groeilijntjes maar!’
      En daar dan deze blog over te schrijven. Dit is namelijk de 400ste.

Dus gezellig naar Borkum afgelopen zaterdag en naar de schelpen kijken. Op dat stukje Duitsland aanbeland zie je in de verte Rottumerplaat en Schiermonnikoog liggen. Dat is dus vlakbij. Toch blijkt al snel dat op Rottum heel andere schelpen domineren. Het barst er bijvoorbeeld van de Afgeknotte Gapers (Mya truncata) en verschillende soorten Tapijtschelpen, vooral de Gewone Tapijtschelp (Venerupis senegalensis). Maar ook een vrij vers uitziende Paardenmossel (Modiolus modiolus) is zo gevonden. Meerdere exemplaren. Deze soort vind je op Schier echt niet zomaar. Borkum is geen Schier, of omgekeerd.
    Ja, zul je denken, dat kan allemaal toeval zijn, wat zegt zo’n ene zaterdag in juni nou? Met zo’n momentopname kun je toch niet zomaar twee eilanden helemaal met elkaar vergelijken? Zelfs niet als je bedenkt dat de diepe Eems ertussen ligt. Maar sommige soorten van Borkum liggen er zo wijd verspreid dat ze er over een hele periode terecht moeten zijn gekomen. In de oudere lagen en in de recente eb- en vloedlijnen kom je dezelfde soorten tegen. Dat zegt wel wat.

Borkum is geen Schier. Op Borkum vinden strandbroeders rust, dat zijn vogels die bij uitstek op het strand of op schelpenbanken broeden. Zoals op Borkum de Dwergstern (Sterna albifrons) en waarschijnlijk ook wel de Strandplevier (Charadrius alexandrius).
      De eerstgenoemde broedt er zeker. Hij laat zich goed horen. Net op het strand aangekomen zien en horen we ze. Dat typische krijsen. Op het strand, naast de geultjes, zitten ze soms in kleine groepjes bij elkaar. Hun broedgebied is op Borkum afgezet met een touwtje, dat schijnt in dat land voldoende te zijn.
      Fraai! Heb je wel eens een Dwergstern gezien! Die onthoud je wel. Onderstaande foto van Dwergsterns is overigens niet van Borkum, maar van Portugal.

Leuk dus, maar de Noordkromp zagen we niet. Je kunt speculeren dat hij er moet liggen, maar hij deed niet mee. Toch is met de speculatie is niet alles mis. We meenden ook dat hier wel barnsteen te vinden zou moeten zijn. En inderdaad, enkele kleine stukjes, barnsteentjes hebben we wel gevonden. En nog andere leuke dingen, zoals een kleine, beschadigde, maar desondanks mooie Gekielde Noordhoren (Neptunea despecta).

Aardig was twee schelpen te vinden met een opmerkelijke vorm. Zo vonden we een Afgeknotte Gaper met een flink uitgeboord gat, ongetwijfeld gemaakt door een roofslak, die erop uit was het weekdier te verorberen.
      Maar dieren kunnen vaak veel, zoals zich goed verweren. In dit geval was het flinke gat door het weekdier van binnenuit weer dichtgemaakt. Knap, een bekend  fenomeen, maar opmerkelijk dit zó te zien, bij zo’n groot gat. Zie de foto, de buitenkant heeft een gat, van binnen is de schelp dichtgemaakt.
     Even opmerkelijk was een helemaal plat Muiltje (Crepidula fornicata). Muiltjes nemen altijd de vorm aan van het object waar ze op zitten, zoals op een ander muiltje. Maar bijna helemaal plat zie je ze zelden of nooit.

Tja, het ging natuurlijk helemaal niet om de 400-jarige slak of om de 400ste blog, maar om de mooie dag. Met de trein naar de Eemshaven, en je bent zo is Borkum.
    Intussen kan bedacht worden of we op naar de 500ste blog moeten gaan. Voorlopig maar wel, in ieder geval tot mijn nieuwe boek over politieke filosofie verschijnt, dit najaar. Dus ook na 400 verder over filosofie, politiek en natuur, maandelijks circa vier keer. Daarna misschien een wat lagere frequentie, bijvoorbeeld twee per maand.
     Het eeuwige leven wordt er niet mee bereikt, nog een keertje wat meer vertellen, een kleine preek over een oeroude Noordkromp, zit er eerder in. Nooit steeds hetzelfde dus.





 Borkumse schelpen te drogen


Een linker- en rechterklep van de Noordkromp
 

Afgeknotte Gaper met uitgeboord gat


De binnenkant met litteken van het gat


Links het platte Muiltje naast 'normale' exemplaren


De binnenkant van de Muiltjes


De barnsteentjes, een Wenteltrap en de Gekielde Noordhoren

 
Dwergsterns

















woensdag 6 juni 2018

Een goede maatschappij heeft een naam – Angela Davis en Bernie Sanders


Gisteren was Jan Marijnissen in Groningen, liet zijn film over de Verenigde Staten zien en ging vervolgens uitgebreid op vragen in. Belangwekkende thema’s, ook voor de politieke ontwikkeling in Nederland en Europa. Over neoliberalisme en de strijd ertegen. Uiteraard werd er ook gevraagd naar het succes van Bernie Sanders. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?

Om dat te verklaren is een opmerkelijk punt dat in Verenigde Staten het felle anticommunisme en antisocialisme als expliciete rechtse aanval (soms) lijkt te zijn weggeëbd. Immers, De Muur is gevallen en het neoliberalisme heeft de almacht. Als tegengesteld effect kan daardoor soms makkelijker openlijk voor een socialistisch verhaal worden opgetreden.
      Daarbij is het overigens net zo opmerkelijk is dat de huidige generatie het socialisme of communisme nauwelijks meer kent, laat staan er zelf een strijdbare solidaire inhoud aan weet te geven.

Sanders, die openlijk spreekt als socialist, geeft nu weer woorden aan de vaak vage optie van ‘een betere maatschappij’. Dat brengt inhoudelijke discussie en profilering dichterbij. En vervolgens een kans voor een sterke socialistische organisatie.
      Dat alles is echter ook nog ver weg in het neoliberale Amerika. Maar toch, er over spreken is van enorme betekenis. Een goede maatschappij heeft een naam, en krijgt zo een identiteit, vorm en inhoud. Nog vage idealen zijn van belang, maar als je er geen vorm en inhoud aan geeft verdwijnen ze alras als sneeuw voor de zon.
      Sanders weet wat een woord doet en is helder in zijn socialisme.

Dit herinnert ook aan de strijd van Angela Davis, haar strijd tegen racisme en politieke onderdrukking en voor burgerrechten voor alle bevolkingsgroepen. In 1970-1971 werd ze gevangen gehouden en vals beschuldigd van moord. Massale acties voor haar bevrijding ontstonden, maar Davis heeft steeds volgehouden dat het niet om haar gaat, maar om iedereen. Ze zag dat zo in het kader van haar politieke standpunt toen, van een sociale communistische politiek. Het zijn precies de ideeën die de reactionaire overheid koste wat kost wilde vernietigen.
    Davis verbindt de strijd tegen segregatie en onderdrukking met klassenstrijd. Segregatie, uitbuiting, macht en klassenstrijd vormen één geheel. Dat standpunt, nadrukkelijk uitgedragen, wordt haar niet in dank afgenomen door de overheid.

In haar autobiografie ‘Zinnen op de vrijheid’  uit 1974 schrijft Davis: ‘De psychologische effecten van het anticommunisme op gewone mensen in Amerika zijn ontstellend. Er is iets aan het woord ‘communisme’ dat, voor wie niet beter weet, niet alleen de vijand oproept, maar ook iets immoreels, iets smerigs.’ Maar ook: ‘Ik ontdekte al gauw dat het anticommunisme in de getto’s, onder de arme en werkende zwarte mensen, niet bepaald diep geworteld was. (… Een broeder zei:) ‘Er moet iets goeds inzitten, anders zouden ze niet zo’n moeite doen om ons ervan te overtuigen dat het slecht is.’’
    Davis kiest voor heldere woorden. Standpunten kunnen zich ontwikkelen, steeds zul je de goede uitdrukking ervoor moeten vinden en noemen, die mensen in de strijd verbindt.

Socialisme, communisme, anarchisme, nog iets anders? Ben je voor een solidaire maatschappij? Aarzel niet deze een passende naam te geven. De weerstand die dat misschien oproept is een eerste aanzet voor een goed vervolg.






Boek: Angela Davis, Zinnen op de vrijheid, Een autobiografie, Eerste druk als Globe Pocket, Amsterdam 1993. De passages staat op pagina’s 279 en 280.

Voor wie dit interesseert: Deze titel is antiquarisch nog makkelijk verkrijgbaar voor weinig geld.














vrijdag 1 juni 2018

Een nauwelijks gestelde vraag (over kolonialisme en onvermijdelijkheid)


In een interessant boek, dat tal historische contexten boeiend beschrijft, en hier niet genoemd, laat staan besproken zal worden, lees ik een passage zonder veel context, die bij me blijft haken.
      ‘Blijft haken’, zeg je dat zo? In ieder geval denk ik dat de lezer op het eerste gezicht goed zal begrijpen wat er in deze passage wordt bedoeld en er toch iets helemaal niet klopt  in de gekozen formulering. Dat er een probleem en een antwoord worden opgeroepen dat toch niet helder wordt genoemd. Een vooronderstelling. Resultaat: de bestendiging van een vooroordeel? Of een stille, ongetwijfeld ongewilde beïnvloeding?

Deze passage luidt: ‘De oorspronkelijke bewoners van het van het Amerikaanse continent werden in de periode van 1492 tot het einde van de negentiende eeuw grotendeels uitgeroeid. Achteraf gezien lijkt deze uitkomst bijna onvermijdelijk. Het militaire en technologische overwicht van de Europeanen over de inheemse Amerikanen was van meet af aan enorm, en de door de Europeanen ingevoerde besmettelijke ziekten deden de rest.’

Wat is hier dan zo merkwaardig aan? De als conclusie of ‘bijna-conclusie’ gestelde zin: ‘Achteraf gezien lijkt deze uitkomst bijna onvermijdelijk.’ Het gaat me er dan nu even niet om dat iets wat gebeurd is achteraf altijd een zeker voorkomen van onvermijdelijkheid lijkt te hebben. Erger lijkt me de gesuggereerde veronderstelling dat een land of volk dat sterker is altijd zijn wil zal opleggen aan een militair zwakkere cultuur of natie.
      Alsof dat niet anders kan. Alsof het egoïsme zo sterk en onvermijdelijk is, zó sterk de enige beslissende drijfveer van de mens, dat wie sterk is nu eenmaal expansie realiseert, ten koste van anderen, van alles.
    Legt een sterke macht altijd en zonder meer zijn wil aan anderen op? Die vraag is in het geding, een nauwelijks gestelde vraag.

Natuurlijk lijkt dit vaak het geval te zijn, zie de politiek, de geschiedenis en zelfs het dagelijks leven. Vaak, maar altijd? De mens is ook een vat vol tegenstellingen. En hij kan zich ontwikkelen, meer primitieve drijfveren inkaderen en tot op zekere hoogte leren beheersen.
      Filosofen als Aristoteles en Spinoza laten zien dat egoïstische drijfveren en angsten weliswaar enorm sterk zijn, maar er ook tegengestelde krachten kunnen bestaan of ontstaan, die in totaliteit meer balans en meer sociaal leven opleveren. En dat die bovendien langdurig en diepgaand het vermeende ‘sterke volk’ tot voordeel kunnen strekken, namelijk dat het niet hoeft te vrezen voor de wraak of het verweer van anderen. Met per saldo een resultaat van welvaart, welzijn of zelfs geluk.

Wil een ‘sterk volk’ toch altijd overheersen, zoals gesuggereerd? Dat impliceert de noodzaak voor iedereen om zich verder te bewapenen en andere verdedigingslinies op te treken. Wil een sterke macht echter soms, maar niet altijd overheersen en bovendien verder niet alleen naar de eigen belangen maar ook naar die van anderen kijken, dan komen heel andere handelingswijzen in beeld. Zoals leren samenwerken, handel drijven, profiteren van elkaars kracht en inzicht.

Het is beter maar niet te snel te denken dat iets ‘bijna onvermijdelijk’ is. Wel te leren van het verleden en daardoor alert te zijn, maar niet te veronderstellen, ook niet een beetje, dat expansie en militaire kracht de enige opties waren en zijn. De onvermijdelijkheid van de geschiedenis zit in feit dat iets al gebeurd is, maar beslist niet zonder meer in de inhoud en eigenschappen (etc.) van dat inmiddels gepasseerde station, dat er toentertijd slechts één keuze of optie mogelijk was.
      Je hoeft de daders van toen niet met terugwerkende kracht op te knopen, dat is zinloos en misschien zelfs wel immoreel. Maar je kunt ook niet stellen dat ze beslist nooit anders hadden kunnen handelen. Ook al waren het geen ‘hedendaagse vrije individuen’ die makkelijk een alternatief hadden kunnen kiezen. Wat nu al moeilijk is was dat vroeger nog meer, maar daarmee nog niet totaal onvermijdelijk.
      Iets kan zo vanzelfsprekend lijken, maar het echt vanzelfsprekende hoeft meestal helemaal niet besproken te worden. Spreek liever over een bijna-vanzelfsprekendheid die vanaf nu dat niet meer zo zal zijn. Argumenten volop!














donderdag 24 mei 2018

Filosofen die een soort van algemene intellectuelen zijn


Waarom is de roman niet vervangbaar? De titel van Oek de Jongs ‘Wat alleen de roman kan zeggen’  zegt het eigenlijk al. Sommige ‘zaken’ zijn het beste uit te drukken in een bepaalde vorm, in een gedicht, een beeld, een foto, een film en vaak in een roman. Wat natuurlijk nog niet zegt, dat het lukt alles uit te drukken wat de schrijver of wat jezelf raakt.
    De Jong legt het uit, met treffende voorbeelden. Geen beschaving zonder de roman. Ik zeg wel eens dat met Cervantes’ ‘Don Quichot’  de onovertrefbare roman al geschreven is. De Jong laat zien dat daarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.

Over de filosofie zegt dit boek ook wat. Iets wat filosofen zich aan mogen trekken als De Jong gelijk heeft: ‘De filosofie heeft ons (…) in de steek gelaten. Ze heeft zich teruggetrokken binnen de universiteit, het is een wetenschappelijk specialisme geworden. Er zijn filosofen die zich mengen in het publieke debat, maar dat zijn intellectuelen met een opinie die filosofie hebben gestudeerd.’ Erger nog: ‘Er is een massa populaire filosofie. Maar er zijn weinig vooraanstaande filosofen die bereid of in staat zijn op hoog niveau over de ‘grote dingen van het leven’ te schrijven voor een geletterd publiek.’

Nu kun je van de laatstgenoemde gezochte groep zeggen dat niet iedereen het in zich heeft een vooraanstaand filosoof te worden. En dat waar een wil is, er niet altijd een weg is. Maar het klopt toch wel dat er een enorme massa populaire filosofie is, vaak als vermeend herstel van een religieuze omissie, zonder veel lijn en engagement. Opeengestapelde quotes zeggen nog weinig over de noodzakelijk bijbehorende reflectie. Daarom zijn ze meestal zó weer vergeten.

‘In de steek gelaten’, kun je dat zo zeggen? Er is wel veel veranderd. Voorheen hoefde je ook niet alles te weten over de systematiek van de filosofie, over kennistheorie, wetenschapsfilosofie en ontologie, of over stromingen als het existentialisme, maar dergelijke filosofische termen die nu vaak worden vermeden, waren meer algemeen bekend en riepen vragen op. Dat bracht meer continuïteit in discussies en publicaties, met vrijwel altijd een of andere maatschappijkritische of juist behoudende inslag.
      Algemeen bekend? Neen, ik noem geen namen. Of toch. Lolle Nauta, Bernard Delfgaauw, Ger Harmsen, Hans Heinz Holz, een paar namen van filosofen uit mijn studietijd op de Groningse faculteit. We waren het soms grondig – letterlijk dus fundamenteel – oneens, maar vrijwel iedereen hield zich óók bezig met actuele maatschappelijke vragen.
      Het was gewoon de stijl van denken, binnen de maatschappij, onze maatschappij, het zoeken van richtingen daarbinnen. Ook als de kritiek op elkaar soms scherp was, zei men echt niet zomaar dat de filosofen zich wereldvreemd opstelden. Er was een bewustzijn dat je de maatschappij en het debat niet in de steek mocht laten. En dat een stellig statement alleen nog onvoldoende was.

Ik ben benieuwd, nog dit jaar komt mijn nieuwe boek uit, dat bijna klaar is. Maatschappelijk relevant. Op mijn vorige boek ‘Het speelveld van de vrijheid’  kwam als kritiek dat het een maatschappelijk thema te abstract zou benaderen. Ja, dan ben je snel uitgepraat. En iemand anders vond dat ik zijn bekering tot Spinoza ontheiligde door deze wijsgeer vooral als een sociaal denkend staatsfilosoof te presenteren. Spinoza, wiens ‘Ethica’ al duidelijk maatschappelijk relevant is en bovendien twee expliciet staatkundige werken schreef. En voor Spinoza’s tijd waren dit radicale werken, sterker nog, dat zijn ze nog steeds.
    We zien wel hoe dat verder loopt. Maar intussen laat De Jong zien dat de roman nog leeft, voor altijd misschien, in ieder geval een functie vervult die anders onvervuld blijft. Dan is de kracht van de vorm voldoende voor een misschien wel eeuwigdurend voortbestaan. De filosofie mag hier wel een inhaalslag maken.





Boek: Oek de Jong, Wat alleen de roman kan zeggen, tweede, herziene en uitgebreide druk, Uitgeverij Augustus, Amsterdam, Antwerpen 2015. Het citaat over filosofie op pag. 101.















vrijdag 18 mei 2018

De ware droom, geschreven door José Eduardo Agualusa

‘Het heden creëert het verleden.’


In de boeken van de Angolees-Portugese schrijver José Eduardo Agualusa speelt veel zich af in het grensgebied van fictie en werkelijkheid. De lezer zal verbijsterd zijn, de werkelijkheid is ook verbijsterend.
      Zeker in de realiteit van Angola, de bevrijdingsoorlog, de wrede burgeroorlog en de complexe situatie daarna, waarin corruptie en belangenverstrengeling domineren. Wie is wie, welke identiteit hebben mensen eigenlijk na elkaar jarenlang bevochten te hebben, na de moordpartijen, mishandeling en gedwongen partijkeuze? Na het verraad en de dubbele rollen die gespeeld zijn? Bij Agualusa komen allerlei deelnemers van diverse partijen elkaar tegen. Hebben zij nog hoop en is er voor de hoop een toekomst?

Agualusa’s titels zijn al bijzonder, maar om te weten wat ze verhullen moet je ze wel lezen. Zoals ‘De handelaar in verledens’,  waar kan dat op slaan? Na het recente verleden vol geweld kan in het huidige heden een nieuw aangemeten identiteit handig en voordelig zijn. En dat dit altijd zo maar niet gaat spreekt ook vanzelf.
    Of denk eens na over de volgende titel: ‘Een algemene theorie van het vergeten’.  Kan echt vergeten samengaan met een goede theorie? Misschien alleen in een maatschappij waarin alles elke dag nog verandert, en leven en dood nog dicht bij elkaar lijken te liggen.

En dan pas verschenen, Agualusa’s nieuwe boek ‘Het genootschap van onvrijwillige dromers’.  Een nieuw vervolg op de droom van de betere toekomst, die maar geen werkelijkheid wilde worden.
    Het verhaal speelt niet vrijblijvend met de realiteit. Het lijkt eerder te gaan om de vraag: hoe dicht liggen droom en waarheid bij elkaar? Inderdaad onvrijwillig dromen, het verhaal is creatief, de droom lijkt de actor, de personen ondergaan wat erin gebeurt, ondanks de experimenten ermee, die het verhaal verder vormen.
      Hoe verzin je het dat mensen elkaars dromen dromen, ze kopiëren, ze soms lijken te kunnen beïnvloeden? Maar het onvrijwillige zit ook in de inhoud, de maatschappelijke achtergrond, die de thema’s bepaalt die er dwingend nu eenmaal zijn. De dromen zijn de dromen van de aarde, van Angola, realistische dromen.
    Natuurlijk is de droom ook fantasie, het gaat over het verleden, maar in een nieuwe creatie: ‘Het heden creëert het verleden.’

Men leze het buitengewoon goed geschreven verhaal. Het gaat over gewoon voorstelbare personen, die elkaar ontmoeten en ook nog een belangrijke maatschappelijke en culturele rol spelen. Hun dromen leggen tal van problemen en perspectieven bloot, virtuele en reële.
    De dromen raken alles. Droom en fixatie door het verleden. Droom en therapie. De droom van en voor het heden. Droom en waarheid, of bedrog, leugens en onwaarheid. Droom en realiteit. Droom en onmacht. Droom en daad. Droom en een voorstelbare verandering, de toekomst.
    De droom tart uiteindelijk de passieve acceptatie, spiegelt een perspectief van verzet voor. Wat is er dan reëler dan de droom? Door aan de goede droom vast te houden wordt het verzet bestendigd. De dochter van de hoofdpersoon gaat in hongerstaking. Zij houdt vast aan het ideaal. Hij daarentegen vindt het eerst slechts een droom, een fictie, maar het perspectief van de droom wordt steeds reëler, een groeiende politieke macht.
    Het najagen van de grote droom heeft wél (veel) zin. De val van de dictator wordt voorspeld en door het delen van de droom bespoedigd, of zelfs definitief bewerkstelligd. De droom blijkt dan het heden die het verleden afschaft en een nieuwe toekomst openlegt.

Kortom, de opzet van het hele boek lijkt een droomwereld, magisch, maar is dat wel zo? Alle elementen tellen mee en de optelsom is een reëel menselijk drama, hard en zacht tegelijk.
    Aan het einde van het boek geeft vertaler Harrie Lemmens een korte nabeschouwing: Agualusa’s verhaal blijkt een profetische waarde te hebben. De bijna veertigjarige regering van de corrupte Dos Santos is in 2017 ten einde gekomen, mede door het verzet van een groep jongeren, vergelijkbaar met die in het boek van Agualusa. De opvolger van Dos Santos, Lourenço, blijkt een verademing.
      Zal de volgende roman van Agualusa de droom nog dichter bij het heden kunnen brengen? Het verleden bij het heden? Dat lijkt onvoorstelbaar. Maar is er iets bij José Eduardo Agualusa onvoorstelbaar?




José Eduardo Agualusa, Het genootschap van onvrijwillige dromers, Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens, Uitgeverij Koppernik, Amsterdam 2018. Het citaat staat op pagina 149.















woensdag 16 mei 2018

Bestaan hier dan juiste woorden voor? (Palestina)


Israël schendt het recht. Israël heeft afgelopen dagen tientallen ongewapende Palestijnen in Gaza doodgeschoten en honderden verwondt.
    Hoe reageer je hierop? Kun je het voorstellen dat er mensen zijn die een antisemitisch woord laten vallen? Een onjuist woord, dat voor hen de onmacht van het diep ervaren onrecht uitdrukt?
      Heb je op zo’n moment tijd het juiste woord te vinden? Het moet natuurlijk wel, maar wat je ook zegt, het onrecht en de onmacht bestaan nog volop.

De website van ‘The Rights Forum’ werd kort geleden door het Centraal Joods Overleg en de CIDI-jongeren van antisemitisme beschuldigd vanwege enkele uitlatingen van gebruikers van hun Facebookpagina. De EO kakelde de beschuldiging na alsof het harde nieuwsfeiten betrof. ‘The Rights Forum’ verwerpt het antisemitismeverwijt en is hier alert op bij het modereren van de Facebookpagina.
    Bij dit alles denk ik: is het gek dat in alle groffe reële en mediageweld er mensen zijn die even geen juist en fijnzinnig woord ter beschikking hebben? Hun woede zal in de meeste gevallen oprecht zijn.

Antisemitisme? Ik heb enkele mensen gekend, inmiddels overleden, die in de Tweede Wereldoorlog hun leven gewaagd hebben om Joodse kinderen te redden. Soms mislukte zo’n actie en kwamen er kinderen om. Tientallen jaren na dato waren zij er nog heel emotioneel over.
      Deze zelfde mensen toonden, ook lang na de oorlog, in allerlei acties wat hun diepste drijfveren waren. Belangrijk zijn dan vooral recht en rechtvaardigheid. En is dat niet wat in het geding is bij het met scherp schieten op ongewapende Palestijnen? Bestaat er recht, is er rechtvaardigheid?
      Maar dit zijn waarden. Het klinkt zo zwak, zo weinig strijdbaar een moordpartij alleen maar onrechtvaardig te noemen.

Het doden van ongewapende mensen, verdreven van hun land, en de steeds verdere pogingen hen te ontdoen van hun waardigheid, hoe moet je dat noemen? Egoïstische onderdrukking? Angstige neppreventie? Misdadig geweld?
    Vind hier maar eens de juiste woorden voor, de correcte uitdrukking die past bij moord. Dat is vast geen fijn woord.
    Misschien is het beter dat rechtse organisaties die direct met hun opgeheven vingertje klaar staan, maar in wezen een brute machtspolitiek steunen, eens een passende term verzinnen.
      Een passend woord. En liever nog, een passende omgang met dat woord.



Lees regelmatig de nieuwsbrief van ‘The Rights Forum’: https://rightsforum.org/













dinsdag 8 mei 2018

Duizend keer bukken (om een schelp op te rapen)


Behalve dat wandelen op het strand heel ontspannend is, kun je je er ook inspannen. Zo zoek ik al heel wat jaren schelpen en zoek ook nog uit wat er allemaal te vinden is. Dat is ook nog een sociaal gebeuren, getuige de vele contacten met weekdierdeskundigen (malacologen) en instellingen als Naturalis en natuurmusea.
    Een poosje geleden alweer vroegen familieleden me of ik schelpen wilde bekijken die zij eigenlijk weg wilden doen. Een flinke verzameling na jaren op Ameland. Die verzameling nam inderdaad de nodige ruimte in. De meer gewone soorten zijn na het bekijken inderdaad weggegooid.
      Zo heb ik dus duizend keer bukken van mijn familie weggegooid. Twee emmertjes vol, achterin mijn tuin, die wel wat kalk kan gebruiken. Inderdaad moet er zeker duizend keer voor gebukt zijn, ook die keren waar men gewoon even gekeken heeft zonder oprapen.

Toch leuk een deel van zo’n collectie, jaren bijeengeraapt op vakanties, te bewaren. In dit geval resteerden een stuk of vijftig van de meer schaarse soorten of gewoon opmerkelijk mooie exemplaren. Het is behalve familiegeschiedenis bovendien een stukje natuurgeschiedenis. Van een specifieke locatie, Ameland, vooral in de omgeving van het strand van Nes en oostelijk ervan. Met een tijdstip, de periode van ca. 1970-1980 of nog wat later.

Dat tijdstip zegt wel wat. Tegenwoordig zijn er – ongetwijfeld mede door de klimaatveranderingen – soorten in opkomst, en dus op te rapen, die er toen nog minder lagen. Er is dus een aan te nemen, niet al te groot, maar wel reëel verschil tussen de periode 1970-1980 en bijvoorbeeld de periode van 2000 tot en met heden.
    Dan nog wat. Op Ameland hebben verschillende zandsuppleties plaatsgevonden om de kust te beschermen, waardoor in één klap op dezelfde genoemde locatie tal van voorheen zeldzame fossiele schelpen te vinden waren. Wat dit betreft is vooral de suppletie van 2010 van belang, ook van vlak bij Nes en oostelijk.

Zo kun je dus heel globaal drie perioden onderscheiden. Duizend keer bukken tot ongeveer 1980 en dat zat in de emmers. Daarna de periode van de fossiele suppletieschelpen die je voorheen normaal niet zo gauw zou vinden. En als we dan nu op het strand van Ameland rondstruinen zie we wellicht verse schelpen, die in de oude emmertjes met de schelpen ontbreken.
      Zegt nog niet alles natuurlijk, misschien lagen er schelpen die mijn familie gewoon niet mooi vond en dus liet liggen.

Aardig dit zo te bekijken. Op de foto onderaan een paar oude suppletieschelpen. Die laten we dan nu verder buiten beschouwing.
    En in de emmer? Er ontbreken schelpen die je waarschijnlijk voor 1980 wel op Ameland kon vinden, zoals de Tapijtschelp en de Noordhoren. Niet gezien wellicht. Maar er ontbreken ook soorten die je meer dan toen tegenwoordig wel vrij makkelijk kunt vinden, zoals verse exemplaren van de Otterschelp, een verse Gevlochten fuikhoren en recent ook wel gekleurde exemplaren van de Wijde mantel.

Het gaat me nu eigenlijk niet eens om de specifieke soorten, hier slechts kort genoemd. Boeiend is de verandering van de natuur, en de menselijke ingreep. De snelle verandering door de suppleties, maar bij deze familiecollectie ook de meer geleidelijke door de opwarming. Het stukje natuurgeschiedenis is ook een sociale (of asociale) geschiedenis, een interactie van natuur en mens.
    Bovendien zie je veertig jaar nadien ongeveer hoe toen gedacht en gekeken is. Dat is boeiend. Wat eerst zeldzaam is wordt meer gangbaar, of omgekeerd, wat er eerst ruimschoots lag kun je later moeilijker vinden, zoals bepaalde soorten ‘Mesjes’. En zo kijkt men ook.
      Tegelijk zijn er ook nog soorten van toen en nu, die gewoon mooi zijn en altijd zullen worden opgeraapt, zoals Wenteltrappen.

Filosofisch is er wel wat van te leren, over kijken en over het hoofd zien, over gericht waarnemen dus de meespelende zoekbeelden, over veranderende interesses, over de gevolgen van menselijk ingrijpen en de dynamiek van de natuur. Een paar emmers schelpen kunnen zo nogal wat oproepen. Moet je wel even tijd voor nemen.










Op de foto schelpen uit de zandsuppleties, ontbrekend in de genoemde familieverzameling. Met de klok mee: Noordse cirkelschelp, Ovaal nonnetje, Stevige platschelp en Paardenzadel.
    Alle vier zijn in een kort tijdsbestek gevonden op Ameland, op plaatsen van de zandsuppletie. Het zijn alle vier schelpen die op Ameland zonder die suppletie wel te vinden waren, maar golden en wellicht inmiddels alweer gelden als zeldzaam of heel zeldzaam.










zaterdag 5 mei 2018

Karl Marx is jarig


Karl Marx, vandaag wordt hij 200 jaar. Hoera! Op 5 mei 1818 geboren. Een felicitatie waard. Als hij het eeuwige leven heeft tenminste. De materialist Marx zal dat wel betwijfelen. Zijn botten liggen begraven in Londen.
      Maar Marx had idealen. Hij streed tegen onrecht, onderdrukking en ongelijkheid. Die idealen van sociale strijd leven nog volop, al 200 jaar lang. Marx zal steeds weer mensen inspireren. Jong en oud, arbeider en intellectueel.
      Hij analyseerde de structuur van het onrecht van de kapitalistische maatschappij. Zijn werk verheldert veel van de maatschappij van nu, de drijfveren van hebzucht en het gebrek aan respect voor anderen. Hij roept daartegen op tot verzet.

Marx’ betekenis verdient aandacht op een dag als vandaag. Een artikel over enkele aspecten van Marx werk vind je in de weblog van 19 april jl.



Zie:
http://filosofie-en-politiek.blogspot.nl/2018/04/marx-wat-blijft.html

Over mijn boeken over Marx, zie de website: www.jasperschaaf.nl





 
Marx als student










dinsdag 24 april 2018

Kap niet zoveel bomen!


Ik heb een uitstekende relatie met houthakkers en andere werkers die bossen, parken en hagen onderhouden. Dat komt door het simpele feit dat ik ze vaak tegenkom en we elkaar vriendelijk groeten.
    Aangesneld op de racefiets zie ik al van grote afstand de versperring van het fietspad. Hele en halve bomen, takken, twijgjes en mannen (bijna nooit vrouwen) in overall, druk in de weer. Ze kennen de overlast die ze bezorgen, kijken je vriendelijk aan en groeten goed Gronings ‘Moi!’
      Ze doen hun werk, ze doen het goed, maar wanneer ik langs ze kruip, één voet aan de grond, op mijn fietsje, dan denk ik vaak, wordt hier niet wat erg rigoureus gekapt? Bij een enkele keer denk je nog, het zal wel onderhoud zijn, of toeval dat er nu juist gekapt wordt waar ik heen fiets. Maar zijn er niet te veel plekken in en rondom Groningen (en elders) waar eerst mooie boompartijen stonden en nu een onduidelijk groen randje overgebleven is? Vaak, niet altijd, wordt er teruggeplant. Dat dappere nieuwe dunne boompje moet het verlies doen vergeten, al heb je er dan nieuwe generaties bewoners voor nodig die zich niet meer herinneren hoe het was.

In het Dagblad van het Noorden van 18 april jl. stond een uitstekend opiniestuk van bomen- en bossenbeschermers uit de regio en het land. Stevige argumenten. Vooral maakt indruk dat ze duidelijk uitleggen dat wat natuurbeschermers onder biodiversiteit verstaan soms een eenzijdig verhaal is. Dat soms belangrijke biotopen daardoor verdwijnen en dat de term exoot in de biologie wel evenveel discussie kan oproepen als het politieke vluchtelingenvraagstuk.
    Kortom, dat bij kappen wel meer het voorzorgprincipe zou mogen gelden: ‘Bezint eer ge begint!’ Het artikel is ongetwijfeld nog wel op internet te vinden, voor wie nu geïnteresseerd raakt.

Toen ik het las, paste het precies in mijn waarneming op mijn fietsje, ook buiten de stad. Maar voor ik de stad al helemaal verlaten heb rijd ik bijvoorbeeld eerst nog langs de Hoornse Plas. Aldaar worden nu voor slechts het commerciële belang (althans de kortetermijnvisie ervan) van het nabije hotel massaal bomen gekapt en struiken verwijderd. Tot schrik van omwonenden en vooral van mensen die misschien wel van het plan gehoord hadden, maar zich hiervan nu pas een goede voorstelling kunnen maken. En bewonersparticipatie? Op z’n D66-tigsten, als het even niet uitkomt, dan maar niet.
    Of elders bijna uit de stad. Droevig oogt de aanpak van de Zuidelijke Ringweg. Er moet groen voor wijken. Natuurlijk. Maar zó rigide? Het lijkt wel of elke boom en struik die zich in de buurt ervan waagt zo snel mogelijk aan de kant moet. De hele wereld als aanrijdroute. Eerst alles plat, en die nieuwe boompjes zullen ook hier vanzelf wel weer eens komen. Maar wat is dat voor een aanpak …. Grootschalig geklungel?

De stad uit fiets ik dan bijvoorbeeld naar de Westerbroekstermadepolder. Prachtig fietspad door de natuur, heus niet zoveel op aan te merken. Maar zeker is wel dat aan de rand vroeger meer kleine boompjes en struiken stonden die een mooie rustplaats boden voor bepaalde vogels.
      Ik zag eens een fitis op een boom die er al niet meer staat. Daar vlakbij stond nog een jonge boom waar in een ander seizoen een klapekster op zat. Nu ook gekapt. Klapekster, geen kapekster!
      Nog iets verderop voerde ik eens een gesprek met een bekende die ik daar tegenkwam, terwijl achter haar rug in de struik de hele tijd een blauwborst duidelijk zichtbaar zat en wat heen en weer wipte. Die struik was kort erna ook verdwenen. Kennelijk moest op dit stuk bij de spoorbaan bijna alles wat maar omhoogstak worden geruimd.
    Het gaat hier niet om veel bomen, maar ze pasten er toch prima? Aan de rand van een groot heel open gebied. Iemand zei me een keer dat wellicht deze struiken en bomen hadden moeten wijken om roofvogels te weren, hun rustplaatsen weg te halen. Vreemd als dat zo zou zijn en gelukkig werkt dat ook niet zo. Buizerds, kiekenduiven, torenvalken, soms een slechtvalk en in de buurt tegenwoordig ook nog de zeearend: roofvogels genoeg hier en die horen er ook bij.
      Soms lijkt het alsof men gewoon zaag en takkenschaar wil gebruiken.

Elk specifiek voorbeeld heeft zijn eigen verhaal en vast wel goede argumenten. Daarom worden bomenbeschermers soms wel eens als zeurpieten gezien. Maar het totaal van boom en bos maakt wel een punt. Ook het oudere bos dat niet zomaar vervangbaar is. Dus moet men juist in een tijd waar ecologie en klimaat primaire aandachtspunten zijn en moeten zijn, dat gezeur dan maar even aanhoren. Om tot meer evenwichtige visies op beheer en onderhoud te komen. Groene groei in plaats van afbraak.
      Bij zo’n evenwicht hoort natuurlijk de open ruimte en het waterbeheer, maar net zo goed oud en nieuw bos, houtwallen en gevarieerd en bloemrijk akkerland. Als de boombeschermers nu oproepen: ‘Laat de bossen staan!’, raken ze een punt dat wél politiek de aandacht verdient. Mag het ietsje méér zijn?











Ampsen bij Lochem






Ik geef niet om rijm. Zelden
Ziet men twee gelijke bomen naast elkaar.

Fernando Pessoa


















donderdag 19 april 2018

Marx, wat blijft ….?


200 jaar geleden werd Karl Marx geboren. In Trier, op 5 mei 1818. Het geboortehuis staat in de Brückengasse 664, later omgedoopt tot Brückenstraße 10.
      Marx, enkele decennia geleden hoorde het lezen van zijn werk tot de min of meer verplichte leerstof van miljoenen, nu staat hij duidelijk minder in de belangstelling. Toch is hij niet vergeten, al weten steeds minder mensen wat hij eigenlijk heeft gezegd.

Laatste tijd krijg ik vaker dan voorheen de vraag wat de betekenis van Marx is voor nu, of soms nog wat dwingender, heeft zijn werk nog wel betekenis? Toen mijn vorige boek over Marx en Spinoza uitkwam waren er ook enkelen die zich eraan stoorden dat Spinoza in verband gebracht wordt met Marx. Misschien hadden die boze mensen niet al te lang geleden het socialisme en Marx achter zich gelaten, en dan …oeps … daar is hij toch weer.
      Er blijft kennelijk toch veel hangen, vaak niet duidelijk benoemd, maar Marx is na hij een jaar of achttien was nooit meer helemaal uit beeld geraakt. Tot vreugde en verdriet, afhankelijk waar je staat in het politieke spectrum.

En ja, die vraag, wat is Marx’ betekenis, na zijn dood, wat blijft er nu precies van over? Misschien wat flauw om dan naar de tientallen boeken en honderden artikelen van Marx te verwijzen. Kan het niet kort en krachtig in een paar woorden worden gezegd?
      Toch is het ook een vreemde vraag, alsof je in één korte bewering de hele betekenis van een filosofie en politieke visie moet samenvatten. Zo stel je toch ook geen vraag over Plato, Spinoza, Kant of Hegel? Deed je dat wel in één woord, zou je dan namens deze vier bekende denkers respectievelijk moeten zeggen: ‘Idee, Inzicht, Verlichting en Dynamiek’? Zo kort zegt dat niets, en dan zou je bij Marx kunnen noemen ‘Revolutie’, maar dat zeggen er wel meer.

Bij de begrafenis in 1883 heeft zijn vriend Friedrich Engels het werk van Marx bondig gekarakteriseerd. Volgens hem is Marx degene die als geen ander inzicht gaf in de macht die nodig is om grote sociale veranderingen door te voeren. Marx heeft, zo meent Engels dan, twee grote ontdekkingen gedaan. Eerst de historisch-materialistische analyse van de geschiedenis en de rol van de klassenstrijd daarin.
      En als tweede de meerwaardetheorie, zoals uitgewerkt in ‘Het kapitaal’. Marx legt daarin de logica, de structurele werking van de kapitalistische economie uit, althans in grote trekken. Helemaal klaar kwam hij er weliswaar nooit mee, maar met beide ontdekkingen heeft Marx wel een gedachtespoor geformuleerd waarop nog steeds economen en politici voortborduren, én de sociale wetenschappen, zoals de sociologie. Voortborduren, accepterend of juist heel kritisch.

Twee ontdekkingen. Maar Engels tekent nog een derde punt aan, dat hij van groot gewicht acht bij de beoordeling van Marx’ werk. Engels: ‘Marx was werkelijk een revolutionair, zoals hij zichzelf bestempelde. De strijd voor de bevrijding van de klasse van de loonarbeiders van de boeien van het moderne kapitalistische productiesysteem was zijn ware roeping. En nooit was er een actievere strijder als hij.’ Waarna hij wijst op het vele werk door Marx in de Internationale en daarbuiten, om de arbeiders van de hele wereld te verenigen.
      Marx zette zich dus praktisch in voor de noodzakelijke verandering, de sociale verbetering van de wereld. Het klinkt gewoon, maar door zijn inzet was hij zijn hele leven verbannen uit Duitsland. Men vond hem gevaarlijk, opruiend. En voor de bestaande ordening, de ongebreidelde macht van het kapitaal was dat inderdaad ook zo.

Bij Marx zul je geen kant-en-klaar idee vinden hoe een revolutie zich zal voltrekken of hoe een socialistische maatschappij of het communisme er precies uit zouden moeten zien. ‘Ik ben geen profeet’, zei hij dan. Ook een uitgewerkte staatstheorie schreef hij nooit. Het gaat hem om de maatschappelijke ontwikkeling beter te begrijpen. Om daarmee de macht te vergroten van de onderdrukten, met name de opkomende arbeidersklasse die vaak moest werken en wonen in erbarmelijke omstandigheden.

Marx’ werk is gebouwd op grondige filosofische reflecties, waar hij zich in zijn jeugd veel mee bezig hield en waarnaar hij later niet zo vaak verwijst, zonder overigens eerdere ideeën te verloochenen.
      Al met al zijn er vele teksten waarvan misschien niet eens het onderwerp zo opvallend is, maar het lezen ervan zeer de moeite waard door de talloze materiële en ideële verbanden die Marx beter dan wie ook in zijn tijd kon uitleggen. Die zijn veel veelzijdiger, interessanter en leerzamer dan het zoeken naar dat ene woord dat zijn betekenis helemaal zou moeten verklaren.

In Marx’ vroege werk lees je een enorme morele gedrevenheid. Hij verzet zich tegen het egoïsme dat de drijfveer is van het kapitalisme. En tegen de maatschappelijke vervreemding.
      Ja, de vervreemding: als Marx nu zou leven zou hij kunnen wijzen op de vervreemding door Facebook. Een door mensen bedachte uitvinding, die echter de mens zelf overheerst. Wel bedacht en in dank aanvaard, maar nu kan bijna niemand ermee stoppen. Voor je het weet worden mensen op sleeptouw genomen door iets wat ze eigenlijk niet willen. Zelf bedacht, maar niet de baas erover.

Marx spreekt ook over vrijheid. Hij analyseert de veranderende politieke verhoudingen met daarin de grote rol van de kapitalistische economie en de nieuwe vormen van techniek, die ongekende productiemogelijkheden scheppen. Hij legt daarmee in zijn filosofie en politieke analyses nadruk op de objectieve, materiële kant van een veranderingsproces waar de vrijheidsmogelijkheden mee samen blijken te hangen. Met als grote adder onder het gras dat deze potentiële groei van vrijheid vooralsnog een groeiende tegenstelling inhoudt, namelijk tussen kapitaal en arbeid, tussen uitbuiter en uitgebuit worden.
      De kans op vrijheid is objectief groter, het resultaat voorlopig nog een onopgeloste diepe maatschappelijke tegenspraak, daarmee een onvrijheid. De mogelijkheden zijn echter groot, onder één belangrijke voorwaarde: de arbeiders, de opkomende klasse moet zich – liefst internationaal – krachtig organiseren in vakbond en partij, in massabewegingen. Vereniging is een vorm van vrijheid en politieke kracht.

Marx wil de wereld veranderen. Niet alleen denken dat het beter kan, dat uitsluiting, uitbuiting en racisme slecht zijn, maar er daadwerkelijk voor zorgen dat het foute stelsel verdwijnt. Marx zag dat de wereld altijd verandert, maar wil in dit veranderingsproces de wereld verbeteren, dus de verandering resoluut in een socialistische richting sturen. En dan de door ‘ons’ zelf geschapen maatschappij ook zelf ter hand nemen. Dus de vervreemding opheffen.
      Als dat lukt zal blijken, zoals het oude strijdlied zingt: ‘Er is genoeg voor iedereen!’ Ook dat kun je lezen in ‘Het kapitaal’. Er wordt in het kapitalistische stelsel niet geproduceerd wat het meest nodig is, maar waar flink aan verdiend kan worden. Daar tegenover hoort een vereniging van actieve socialisten te ontstaan die dat systeem aanvecht.
      Het gaat Marx niet zozeer om een andere staat als doel, maar om de doelstelling van de opheffing van alle uitbuiting en onderdrukking te realiseren.

Is dit verouderd? Dat kun je niet volhouden bij de nog bestaande grote ongelijkheid tussen arm en rijk. Of denk aan de verdere gevolgen van de ongelijkheid, zoals de oorlogen die nog altijd gevoerd worden. Marx is geen tovenaar die precies weet hoe alles moet, maar kiest een politieke richting die hij in zijn theorie onderbouwt. Mensen die onder armoede en ongelijkheid lijden moeten zich verenigen, samen met ieder die solidair is.
    Tegelijk is de wereld heel complex, hoe kun je nog iets veranderen? Kijk dan naar Marx’ analyse van de werking het kapitalistische productiestelsel. Hij opent een systeem dat slechts blind leek voort te woekeren. Inzicht in plaats van passieve acceptatie.

Maak de rijkdom de rijkdom van alle mensen. Dat noemt men dan waarschijnlijk socialistisch, communistisch, anarchistisch of nog iets anders. Het is dan humaan en solidair, waarbij verschillende maatschappijmodellen en uiteenlopende persoonlijke keuzes mogelijk zijn.
      Die openheid laat Karl Marx in zijn werk zeker toe. Sterker nog, tijdens de Commune van Parijs, in 1871, stelt hij duidelijk dat het volk zijn eigen vormen van macht kan en moet kiezen en je dat niet vanuit een theorie of iets dergelijks moet willen voorschrijven.

Het gaat niet om één enkel woord dat de actualiteit van Marx kan bewijzen. Maar wel om de juiste woorden die helpen een grondslag te vinden voor de daad, de actieve strijd voor verbetering, gelijkwaardigheid en respect.
      Marx’ filosofie en politieke theorie is wat dat betreft nog gewoon bij de tijd. Bij deze tijd, ook na 200 jaar.







Bron van het citaat hierboven van Engels: Friedrich Engels, ‘Entwurf zur Grabrede für Karl Marx’, in Karl Marx, Friedrich Engels, Werke, deel 19, Berlin (DDR), versch. jrt., pp. 333-334.

Ik schreef twee inleidende boeken over Marx:
- Karl Marx, Bekend en onbekend, Dialectiek (eigen beheer), Groningen 2000.
Bestellen: zie website www.jasperschaaf.nl
- Marx, zó gelezen, Uitgeverij Damon, Budel 2005.
Bestellen: bij de boekhandel.


Het is de bedoeling later dit jaar een nieuw boek te publiceren. De voorlopige titel is:
- Actief Socialisme en Vrijheid (Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking. Doorbreek de vanzelfsprekendheid)


















woensdag 11 april 2018

Groot Handelstheater (Rutte in de hoofdrol?)


‘Forum voor Azië’, een soort Davos in China. Met sneeuw? In ieder geval met een vrolijke theatermist. Van die wolken die op het podium aangezet worden vlak voor de voorstelling begint.
       Rutte speelt het spel met de groten op aarde, dit keer met Meester Xi. Mark in zijn joviale rol, zelfs bij crisis moeilijk van los te komen. Xi is de bedachtzame, zoals een meester hoort te zijn.
       Mark pleit voor een vrij en gelijk speelveld voor de handel, dus voor de handelsmannen die deze handel willen bedrijven. Xi pleit voor dialoog en openheid.
       Dus ze pleiten voor hetzelfde? Rutte mag van de Europese Unie grondwettelijk niet buiten de kapitalistische vrijhandel treden, dus ieder weet wat hij bedoelt. Xi kan heel openlijk zeggen wat de koers is van China, een staatskapitalisme, een socialisme met enkele vrijhandelstrekjes, of iets dergelijks, en voorlopig een goede bondgenoot van de Europese handel. En alles draait toch om het heden? Het hier en nu!
       Xi is het natuurlijk met Rutte eens. Het speelveld is ook gelijk. Het is het veld waarop ieder kan zeggen hoe hij bedoelt. En in het verschil toont zich nu eenmaal de vrijheid. En in dat ieder dat mag zeggen treedt dan weer de gelijkheid op.
       Rutte is het helemaal met Xi eens, openheid is precies wat hij ook bedoelt, zij het eigenlijk niet helemaal zó open dat je ook anders mag handelen dan zoals hij het zelf bedoelt. Dat is dan maar een klein verschil.
       Het is een ernstig en vrolijk theater tegelijk. Vriendelijk en vrolijk, met mogelijke misère flink op de achtergrond, die treedt vandaag niet op.
       Het is nog verstandig ook. Met een glimlach en gulle lach elkaar niet de koppen inslaan en verder heel goed weten dat de ander het inderdaad een beetje anders bedoelt. Daar is de ander de ander voor. En de vrijheid de vrijheid.
       Liberalisme is een gezicht van het kapitaal dat aardig aan slijtage onderhevig is en misschien nog slechts zijn tijd moet uitdienen. Maar toch, het is beter dan de reactie, het zure reactionaire denken en bijbehorend optreden van Trump en consorten. Zij willen niet eens de oude beschaving redden, hun spel dient alleen henzelf. Geef ons dan toch maar Rutte op bezoek bij de Chinezen. Het Groot Handelstheater zal nog wel een poosje duren.















woensdag 4 april 2018

Een heel realistisch idee: stop de wapenhandel


Hoe zou het zijn als er geen wapens gemaakt werden?
Hoe zou het zijn als er geen wapenhandel was?
Hoe zou het zijn als er geen wapens gebruikt werden?
Zou de toestand in Syrië zo uit de hand zijn gelopen?
Zouden criminelen nog zo makkelijk aan wapens kunnen komen?
Zou op de scholen in de VS nog geschoten worden?
Zou het verstand niet beter worden gebruikt, als er weinig of geen dreiging meer is?
Kan de Verenigde Naties dit alles niet afdwingen?

Helaas is het nog niet zover. Er zijn veel wapens, de productie ervan en de handel erin is een lucratieve aangelegenheid. Nederland doet er volop aan mee met zo’n 2% van de export van wapens wereldwijd. Twee procent? Klinkt weinig, voor zo’n klein land als Nederland is het echter heel veel. Inderdaad, 2% teveel. Volgens het regeerakkoord van de huidige regering wordt hier echter een belangrijk economisch belang mee gediend. Ten koste van mensenlevens dus? Er worden veel wapens daadwerkelijk gebruikt.

In het Beleidsplan 2018-2019 van Stop Wapenhandel, een actieve stichting die grondig onderzoek doet naar wapenhandel en er actie tegen voert, staat dat ze wel eens te horen krijgen ‘onrealistisch’ te zijn.

Toen ik dat las haakte er iets. Onrealistisch?
Is het onrealistisch de feiten te kennen?
Is het onrealistisch goed onderzoek te doen?
Is het onrealistisch anderen op de hoogte te stellen van feiten, wellicht onaangename waarheden?
Is het onrealistisch de lat, de doelstelling, hoog te leggen?
Is het onrealistisch vrede na te streven, terwijl er nog zo veel oorlog en geweld is?
Ja, het zou onrealistisch zijn als je zegt dat morgen alle doelen behaald zullen zijn, maar dat zegt toch niemand?

Het getuigt van vervreemding als je geen moeilijke doelen meer durft te stellen, terwijl de wereld snakt om vrede, wederzijds respect en een gewoon goed leven.
Het lijkt me nu juist een heel realistisch idee: stop de wapenproductie en de wapenhandel.
Ik steun daarom graag zo’n club die daarvoor strijdt. Het is niet makkelijk, een lange weg te gaan, maar wel realistisch.



Informatie, zie de website www.stopwapenhandel.org

Er zijn ook een nieuwsbrief, Facebookpagina enzovoort.













woensdag 28 maart 2018

Sijs neemt afscheid van de winter


Een paar dagen terug kwamen een paar sijsjes langs om afscheid te nemen van de winter. Samen met wat mezen, roodborst en een heus goudhaanmannetje. Een kleurig afscheid dus.
      Eén sijsje nam het ervan. De laatste noten die nog in de tuin hingen smaakten deze man opperbest. De laatste, de winter gaat nu toch echt voorbij, al zullen de mezen waarschijnlijk nog niet zoveel rupsen of insecten kunnen vinden. Toch tonen die al wel de nodige belangstelling voor de nestkasten.
    Inderdaad een soort afscheid. Zomers zien we niet zo vaak sijsjes in onze tuin midden in de stad. Dus als ze over ruim een half jaar terugkomen zullen we ze graag weer van een handvol noten voorzien.

De foto’s zijn niet haarscherp. Ze zijn vanuit de kamer binnen genomen, en als voorjaarsbode zou pas een paar dagen later de glazenwasser langskomen.






















woensdag 21 maart 2018

Taras Boelba en een klein inkijkje in onze ziel


Even los van het feit of er een ziel bestaat, intrigeert de vraag of we een inkijkje kunnen krijgen in dat wat zo genoemd wordt. Dan klinkt het gelijk een beetje raar: ‘De Nederlandse Ziel’. Tegenwoordig noemt men dat misschien eerder ‘De Nederlandse Identiteit’, maar is dat geen spelen met woorden?
    Neen, neem dan de ‘Russische Ziel’, daar wordt wel over gesproken, en anders wel door mij in dit stukje. Niet helemaal een onbekend thema. Ooit schreef ik, geloof ik, dat het lezen van de ‘Jeugdherinneringen’  van Maxim Gorki uitermate leerzaam is, wil je iets meer begrijpen van De Rus. Enig begrip op dat terrein is voor de Nederlander immers vrij moeilijk bereikbaar.

In de Russische literatuur is nog veel meer te vinden. Het zijn dan wel verhalen, sprookjes misschien, maar de terugkerende zelfde woorden lijken toch wel te duiden op iets wat er is. Of er zou moeten zijn.
    Pas las ik van de Oekraïense Rus (of omgekeerd) Nikolaj Vasiljevitsj Gogol het korte epos ‘Taras Boelba’. Inderdaad kort, iets meer dan honderd bladzijden, maar stervende helden vallen hier in overvloed. Daarnaast slechts twee vrouwen die beide rouwen.
    Het is het historische, maar niet geheel waarheidsgetrouwe verhaal van de Kozakken die strijden voor bezit en behoud van het grensgebied van Rusland en Oekraïne met Polen. Met historische opmerkingen naar de volkeren op de achtergrond, de Tataren en de Turken. Tijdstip? Zo’n beetje 1648, toen ‘wij’ de vrede van Münster hadden, maar het aldaar nog duidelijk oorlog is.

De voornaamste held, die dus het laatste sterft, is Taras Boelba, Kozakkenhoofdman die zijn beide zonen dramatisch verliest. De jongste zoon nadat hij als held overloopt naar zijn grote liefde, helaas aanwezig in de stad van de vijand, zodat Tara Boelba niets beter weet te bedenken dan deze verrader in de oorlog direct te doden. Liefde overwint veel, maar niet alles.
      Zijn andere zoon, net zo heldhaftig, wordt gevangen genomen en door de Polen ter dood gebracht. En daarom zorgt Taras Boelba ervoor dat alles in de Poolse invloedssfeer dat kapot kan, inclusief de aldaar actieve joodse handelaars, in vuur en vlam wordt gezet.
      Tot hij zoveel tegenkrachten heeft opgeroepen, dat zijn eigen einde wel nabij moet zijn. Dat is het noodlot van de wraak, die zó uitvergroot moeilijk nog anders kan eindigen, een heldendood.

Oude verhalen, slechts geschiedenis en deels nog verzonnen ook. Bij de Russische schrijvers spelen standaard de emotionele bewoordingen, de taal van de ziel. Woorden die terugkomen. Dus de Rus en de Kozak, en ook echt wel de Polen, zijn hard, gewelddadig en heel sentimenteel tegelijk. Ze zijn naijverig, zelfzuchtig en daarmee ook wraakzuchtig. Ze zijn lichtgeraakt en toch zulke stoere binken.
      Ze ontkennen de cultuur terwijl in deze boeken toch altijd ook weer een prachtige gedetailleerde natuurbeschrijving onverwacht opduikt, zoals: ‘De lucht was gevuld met gefluit uit duizend verschillende vogelkelen.’ (p. 280) Vredig gewoon: ‘Verduiveld nog aan toe, steppen, wat zijn jullie mooi!’

Bovenal, de helden doen het niet alleen voor Rusland, maar voor God zelf. De wil om moslims, de muzelmannen te vernederen is enorm. Dat moet gewoon. Alsof God zelf vertelt heeft dat de Kozak voor de wraak moet zorgen, omdat die het beter kan dan deze God. De som van alle wraakzucht, het idee tekort te komen, de ander niets te gunnen, de daarop volgende tegenslag, de oppepper van nog meer wraakzucht, alles wordt geheiligd. Wat een geweld.
      ‘Moet kunnen’, zou je zeggen, de tegenspraak van sentimentaliteit en hardheid moet voor een God oplosbaar zijn, dat weet je wel, dus mag de mens zich er wel van bedienen. Onsterfelijke zielsverwantschap is ook nog een ware Kozakkenkracht, een beetje verwantschap met God zal de mens dan toch ook wel hebben?

En zo te sterven, wat een vreugde: ‘Ik vind het niet erg om de wereld te verlaten. God geve iedereen zo’n einde! Moge het Russische land tot het einde der tijden worden geroemd!’ (p. 357). Los nu van alle wraakzucht en mannetjesputterij, het sterven voor het heilige orthodoxe geloof is de ware verlossing.

Inderdaad, het is een prachtig verhaal, veel mooier dan de korte aardse greep hier. Een verhaal dat veel inzicht geeft in de voor ‘ons’ zo vreemde dingen van de Rus. De Nederlander snapt er weinig van, lees dus die Russen.
    ‘O ja’, er zijn vandaag verkiezingen. Steeds meer zelden gehoorde uitspraken vullen al wekenlang de Nederlandse ether en hoor je zelfs op straat. Het lijkt warempel het oude Rusland wel, die afkeer van het vreemde, de afgunst voor wat ‘vreemden’ hebben. Er zijn ‘politici’ die elkaar de maat nemen wie de immigrant het flinkst durft haten. Begrijp je het nog een beetje? Een waar inkijkje in de Oud Hollandse ziel?






Het prachtig geschreven verhaal Taras Boelba, hier een beetje eenzijdig leeggeplukt, lees je in: N.V. Gogol, Verzamelde werken, deel 1, Avonden op een hoeve nabij Dikanka (en andere verhalen), Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2012.








 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


vrijdag 16 maart 2018

Akkerland, vogels, filosofie en een saaie lezing?


Kort geleden bezocht ik een lezing van de voor mij altijd weer boeiende Ben Koks van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Met een vriend terugfietsend naar huis, zei hij dat iemand na afloop had opgemerkt dat het maar een saaie lezing was. Zou dat waar zijn? Ik heb het zelf niet gehoord. En zou mijn weergave hieronder een beetje kloppen? Ik was niet van plan nu hierover te schrijven en heb dus niets genoteerd. Hoe betrouwbaar is het geheugen? Maar de vraag alleen al of de voor mij boeiende lezing saai gevonden zou kunnen worden triggert. Dus ik vul een antwoord in.
    En voor dit al te deskundig klinkt: kijk op de website http://werkgroepgrauwekiekendief.nl/ als je wilt controleren wat er echt klopt. Niet alleen interessant voor de vogelaar, zeker ook voor wie zich filosofisch op de toekomst wil richten en zo nu en dan even met wat hard realisme wil worden geconfronteerd.

Het verhaal was misschien volgens een enkeling saai omdat er maar betrekkelijk weinig vogelfoto’s werden getoond. Natuurlijk heel wat fraaie kiekendieven en twee prachtige geelgorzen die je volgens de spreker in de buurt van Veendam zó kunt waarnemen. En trouwens, dat klopt, ik zie ze daar ook wel. Maar verder was het vooral een pleidooi voor Agrarisch Natuurbeheer.
      De lezing ging over akkerbouw, de aanleg van Vogelakkers met nieuwe (oude) gewassen, het laten liggen van klonten klei om de veldmuizen een kans te geven en daarmee dus de vogels, en nog veel meer. Die Vogelakkers zijn een slim idee van een akker met stroken luzerne (gebruikt als veevoer) en daarnaast stroken gras, kruiden en granen. Wisselend gemaaid en daarmee ideaal voor muizen, kiekendieven en veldleeuweriken. Het gaat dan eigenlijk over een nieuwe, andere landbouw, een revolutie, het afschaffen van het oude. En ook nog over de noodzaak kritisch te blijven, zoals over de risico’s enthousiast het verkeerde te kunnen doen. Wat te denken van bloemrijke akkerranden, goed voor de bijen, terwijl daar mogelijk een massa pesticiden in de grond zit die weer in de planten terechtkomt?
    Ja, je komt dan misschien voor de vogels, fraaie foto’s, de actuele onderzoeksmethoden, de routes van de vogeltrek, het verblijf van de trekvogel in Afrika en alles wat hier verder bij hoort, en krijgt dan een hele beschouwing over de Nederlandse landbouw. Maar toch, de spreker gaf keer op keer aan dat het hele systeem, de structuur anders moet. En dat vind ik nu juist spannend, interessant en zeker van groot belang. Ecologie gaat immers over de samenhang van alle bestaande leven?

Het doet me denken aan mijn hobby Marx. Karl Marx formuleerde in zijn filosofie de zogeheten basis-bovenbouw-these. In ’t kort komt die erop neer dat sociaaleconomische verschijnselen van grote invloed zijn op de vormen van culturele, juridische, politieke en andere maatschappelijke zaken. Het gaat hierbij in principe om een dynamische wisselwerking tussen verschijnselen, waarbij een basis van een goed lopende economie, die onder meer voedsel en andere producten verschaft, onontbeerlijk is. Verandert de economie, dan verandert de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan de financiële crisis kortgeleden, en denk dan aan de gevolgen ervan, zoals aan de bezuinigingen met veel grote effecten op de zorg voor kwetsbare mensen. De crisis leidt noodzakelijk tot veranderingen, al hadden dat welbeschouwd ook heel andere kunnen zijn.
    Deze basis-bovenbouw-these is een model, een theoretisch hulpmiddel, dat onverlet laat dat wanneer je naar een concreet verschijnsel kijkt, je nauwkeurig onderzoek moet doen. Maar al te vaak echter maakte men van dit model een karikatuur, alsof de hele wereld klakkeloos reageert op de economie, en een bovenbouwverschijnsel – bijvoorbeeld de staat – geen invloed zou uitoefenen. En ja, zo’n karikatuur is inderdaad saai, niet uitdagend en bij elke toepassing al gauw ontoereikend of helemaal onjuist.

Is het gek, deze vergelijking? Heeft alle leven geen materiële veelvormige basis nodig om te overleven? De spreker over de vogels, de kiekendieven, de geelgorzen, de blauwborsten en natuurlijk onze grutto’s, zegt niets anders dan dat inderdaad een revolutie nodig is in de landbouw, omdat het te laat is voor enkele bijsturende kleine ingrepen en heel veel ‘wild’ leven van de landbouw afhankelijk is. Dat is dus basaal, en als je dat weet zegt dat veel over wat er moet gebeuren.
      Het is niet saai, het is de uitdaging van deze tijd een grote hersteloperatie, ondersteund door lef en goed onderzoek, aan te durven. Als je zó naar structuren kijkt en naar de concrete uitwerking in de verschillende historische landschapstypes die ons land (en België) rijk is, dan zijn ‘spannend’ en ‘noodzakelijk’ twee kanten van dezelfde medaille.




Website Werkgroep Grauwe Kiekendief: http://werkgroepgrauwekiekendief.nl/








Geelgors die ik op de fiets in de buurt van – inderdaad! – Veendam tegenkwam in 2013













woensdag 7 maart 2018

Het naderend einde van de Groninger gaswinning en de rol van de vakbond


Op de kritische politieke en vakbondswebsite www.solidariteit.nl wordt iedere week een ‘Commentaar’ op een actuele kwestie geleverd.
Eén keer per jaar lever ik een bijdrage, de recente staat hieronder. De website bevat wekelijks meerdere interessante en uiteenlopende bijdragen.



Het naderend einde van de Groninger gaswinning en de rol van de vakbond

Massale actie, Groningen toonde smoel op 19 januari 2018. Zeker 12.000 demonstranten in een grote fakkeloptocht na de zware aardbeving bij Zeerijp. Zo’n massale demonstratie die niet alleen de straat vult, maar ook alle stoepen, portieken en gangen. Drie kilometer lopen en als de kop terug komt, loopt de staart net weg.
    Het gaat om resolute vermindering van de gaswinning en snelle compensatie van alle schade die veroorzaakt is door de bevingen en bodemdaling. Een roep om aandacht voor  waardevermindering, verminderde leefbaarheid, gezondheid, investeringsklimaat en nog veel meer. Woede tegen de arrogantie van de NAM die steeds weer probeert het kortetermijnbelang van Shell, ExxonMobil en de staatskas voorop te stellen die individuen onderdompelde in ellenlange juridische procedures.

12000 mensen. Iedereen was er, zichtbaar, bekende Groningers, en de onbekende net zo goed. Partijen en organisaties als Groninger Gasberaad, Milieudefensie, SP, GroenLinks, PvdA, zelfs FC Groningen/Met natuurlijk de initiatiefnemer, de Groninger Bodembeweging voorop.
      Individuele FNV-medewerkers en kaderleden deden volop mee en riepen op tot demonstreren, maar als organisatie waren de vakbonden in deze actie onzichtbaar. Dat is een gemiste kans. Want zowel in de actie voor de belangen van de Groninger bevolking als de hele leefbaarheid en bedrijvigheid in dit gebied, dient de vakbond een grote rol te spelen, samen met andere organisaties.

Miljardenschade versus miljardenwinst. Het gaat ergens om! De schade door gaswinning raakt een hele provincie. De bevingen zijn zwaar, met als 'top' die van 16 augustus 2012 bij Huizinge en 8 januari 2018 bij Zeerijp, respectievelijk 3.6 en 3.4 op de schaal van Richter. Daartussen vele kleinere, gevoeld van de Eems tot de Hondsrug. De schade is enorm, de onzekerheid groot. De invloed op het sociale leven en de economische activiteiten is heftig.
    Intussen belopen de aardgasbaten van 1963 tot nu ongeveer 315 miljard euro. Een flink deel ervan ging naar Shell en ExxonMobil. In het 'slechtste jaar' tot nu toe, 2016, heeft de NAM nog 526 miljoen euro winst behaald, waarvan 496 miljoen naar de olieconcerns ging.
      Dus niet alleen op morele en sociale gronden, ook financieel en economisch ligt de claim alle schade te compenseren volkomen voor de hand. En het gaat niet alleen om de consequenties van gemaakte fouten, heel het energiegebeuren is sterk in beweging. Het is voor de bewoners, de politiek en de vakbeweging volstrekt redelijk vanuit de ontstane situatie vooruit te kijken. Het gaat om de belangen van veel werknemers, niet alleen die van de NAM. Denk bijvoorbeeld aan de compensatie voor bedrijven die noodzakelijke investeringen moeten doen in schokbestendigheid. Daardoor kan werk behouden blijven.

Verder kijken dan het directe belang, een brede visie, is voor de vakbeweging niet nieuw, maar moet vaak wel opnieuw bevochten worden. Historische voorbeelden getuigen daarvan. Twee hiervan ter illustratie, uit de gedenkboeken van de vakbeweging.
      1 – In Een halve eeuw, het gedenkboek van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkersbond over de periode 1886-1936, staat op pagina34: ''De Bond blijft hiermede niet binnen de enge grenzen van de economische organisatie, maar treedt daar ver buiten.'' Dan volgt een heldere visie op onderwijs, omdat de metaalarbeiders weten dat goed onderwijs hun hele sociale positie raakt. De arbeid vereist strijd voor scholing, cultuur en een leefbare woonsituatie.
      2 – Een voorbeeld van het platteland boven het Groninger gas. In 40 jaren Nederlandse Landarbeidersbond, gedenkboek over 1900-1940, meldt pagina 85 dat het gaat om eenheid onder de arbeiders, tussen werkenden en werklozen, landarbeiders en zuivelarbeiders. Er werd bij acties zelfs aan niet-leden die wel staakten een uitkering gegeven. De oproep luidt: ''Bij die arbeid geen verschil getoond, geen provincialisme, maar één krachtig willen.''

Dat was toen? Ach, eigenlijk weet de FNV heel goed dat een sterke vakbeweging een brede vakbeweging moet zijn, vanwege alle raakvlakken en wisselwerkingen tussen concreet werk en de context ervan. Niet voor niets stelt de FNV zelf in haar campagne Offensief: ''Voor echte banen en een menswaardige maatschappij.'' Een leus om helemaal ter harte te nemen, niet alleen maar een beetje. Als je het verband ziet, moet je er ook voor staan!
      En deze strijdbare rol werd een paar jaar geleden, namelijk op 18 januari 2014, door de FNV wel goed vervuld. Toen organiseerde ze samen met andere een prachtige demonstratie Gas terug, waarin langdurig de snelweg naar Duitsland werd geblokkeerd in een grote langzaam-aan-rij-actie, met strijdbare leuzen gericht op herstel, voor duurzame investeringen en innovatie in energievoorzieningen. Zo kan Groningen een belangrijke vestigingsplaats zijn voor voorzieningen voor de windenergie op zee. Dat was een offensieve koers, gericht op werk en op het herstel dat in Groningen nodig is.

Werkgelegenheid en een brede kijk op de toekomst. Beperkt jezelf niet onnodig! De vakbond kan op verschillende fronten actief en offensief te werk gaan. Dit samen met andere organisaties die zich nu opmaken voor de eigen belangen. De boeren doen dat met hun bonden, de FNV kan dat doen met de werknemers, maar ook voor de Groninger bevolking als geheel. Dat kan op verschillende manieren:
      1 – Versterking van acties van bewoners voor hun recht. De vakbonden hebben ervaringen die kunnen bijdragen tot sterke acties. Zoals opkomen voor een sluitende infrastructuur voor ICT, zoals de hoognodige verbetering door investeren in de glasvezelkabel in heel Noord-Nederland. Dat kan duurzaam werk opleveren.
      2 – Deskundigheid gericht op herstel van de schade en versterking van de gebouwen, waarbij - waar nodig - bewoners of groepen ondersteund kunnen worden. Nu minister Wiebes de NAM uit de wind wil houden, betekent dat nog niet dat bewonersorganisaties niet meer alert hoeven te zijn. De vakbond kan hieraan bijdragen.
      3 – Offensief vooruit. Door de samenhang van de energietransitie en het klimaatvraagstuk worden allerlei plannen voor een totaal andere industriële bedrijvigheid gesmeed. Ook de vormgeving van het herstel roept vele discussies op. De FNV kan hier eigen visies op de provincie Groningen ontwikkelen die de rol van de werknemers versterken en nieuwe coalities smeden met partijen, vormgevers, progressieve ondernemers en anderen.

De NAM heeft kapitaal genoeg dat voor heel andere doelen gebruikt kan worden dan tot op heden was bedacht. Van het gas af en doorzetten in nieuwe groene bedrijvigheid, groot- én kleinschalig, met een sterke rol voor werknemers en bewoners. Ga leegloop tegen door het werkelijk goed sluitend maken van het Openbaar Vervoernetwerk, en betrek daar bewoners bij. Dwing de NAM hieraan mee te betalen door gezamenlijk optreden. Actief en zichtbaar hieraan meedoen, betekent democratische vakbondsmacht opbouwen, solidair in samenwerking met andere organisaties.
      ‘Genoeg is genoeg!’ was de leus van de demonstratie. De vakbeweging kan helpen dat ‘genoeg’ om te zetten in nieuwe structurele en duurzame verbeteringen. Niet alleen omkijken, net zo goed vooruit werken.
      De opvattingen van de NAM en het vorige kabinet zijn definitief achterhaald, de ontstane leemte moet goed worden uitgewerkt. En duurzaam, zowel de woningen als het werk dat gedaan moet worden. De vakbeweging kan hier de sociale rol vervullen, die past bij haar historische en actuele doelen.



Zie ook: www.solidariteit.nl













vrijdag 2 maart 2018

Een heel bijzonder boek


      Als je dit leest, wat denk je dan?
‘Deze ondernemers waren de haastige handelaars uit de eerste, profijtelijke tijd van de stoomvaart. Zij stuurden hun schepen langs de havens van Europa om er voordelige en ruwe vracht te zoeken. Hun vaartuigen werden verwaarloosd en afgejakkerd, van hun bemanningen werd het onmogelijke gevergd, want het enige doel was een grote en onmiddellijke winst. (…) Deze kleine ondernemingen verdwenen langzamerhand, de grote kwamen op; het felle en haastige graaien naar geld werd vervangen door een zorgvuldig overwogen en beheerst binnen-harken.’

      En als je dit leest, wat denk je dan?
‘Van oudsher is het stukloon, dat groepsgewijze wordt toegekend het middel om te zorgen, dat de arbeiders er belang bij hebben elkaar wederkerig tot vlugger werken aan te zetten. (…) De ondernemers hebben tevens hun pogingen versterkt om de denkwijze van de arbeiders, hun gedachte- en gevoelsinstelling ten opzichte van de onderneming te beïnvloeden: de arbeiders ervan te overtuigen, dat hun lot afhangt van de voorspoed van het werk, …’

Twee stukjes tekst over de sociaaleconomische geschiedenis uit twee totaal verschillende boeken. Twee boeken met een raakvlak, ook al zul je ze op een heel andere manier lezen. Het eerste citaat slaat vooral op de periode van het begin van de twintigste eeuw, het tweede gaat over de periode er vlak na, direct na de Eerste Wereldoorlog.
    Beide stammen dus uit de geschiedenis van de ontwikkeling van de moderne industrie. De tijd van het ontstaan van de stoommachines, daarna de verbrandingsmotoren en nieuwe machines, en voor de zeeman of de arbeider de rationalisering van het werk, vooral de verandering van de vormen van de uitbuiting en disciplinering van de werker. Van hen werd inderdaad steeds meer het onmogelijke gevergd, tot aan levensgevaarlijke situaties toe.

Verschillende boeken? Ik las kort geleden beide, om uiteenlopende redenen. Het tweede is van de Oostenrijkse marxist Otto Bauer, een kritische analyse over de kapitalistische maatschappij, uit 1931.

Het eerste komt uit een levensgeschiedenis, als roman geschreven, of in een zelfs nog intensere vorm. Het is het leven van Kapitein Marten Toonder senior.
      Kapitein? Neen, niet Kappie of kapitein Wal Rus, die we kennen uit de bekende stripverhalen van de jongere Marten Toonder, zijn zoon. Al stond hij hier misschien model voor.

Deze geschiedenis van Toonder senior is het boek Klei en zout water, verschenen in 1954. Een opmerkelijk boek, een tekst die in een hedendaags boek zo’n 600 pagina’s zou tellen, toen nog uit besparing in kleine letters gedrukt.
      Het boek is zo gedetailleerd, dat je je met zeeman Toonder op de brug van zijn schip waant in een stormachtige woeste zee, waar de wind en de golven de luiken van het dek spoelen. Gebeurtenissen die dan inderdaad van de zeelieden het schier onmogelijke vragen, om het schip en de bemanning te redden.
    Maar er speelt nog veel meer. Toonder senior groeit als alleen gelaten kind op bij zijn oma in Warffum, krijgt nauwelijks onderwijs en strijdt enorm voor zijn ontwikkeling, wat uiteindelijk resulteert in de hoogste graad als zeeman, kapitein.

Het is de strijd van een generatie die weinig kansen krijgt tot leren en het betreft net zo goed de tijd van opkomende industrialisatie. Op zee zie je de ontwikkeling van zeilvaart naar het stoomschip en later volgen de machines met verbrandingmotoren. Daartussen schetst Toonder de sociale omgeving met al haar hardheid, en soms ook de bestaande solidariteit.
      Beide citaten getuigen van de sociale ontwikkelingen en strijd van die tijd. Toonder geeft hier, soms op een onverwachte moment, zijn mening over. Vooral over de reders en handelaren die schepen óverbeladen, waarmee de levens van de bemanning op het spel wordt gezet.

Vooral de enorme persoonlijke inspanning om door te mogen leren en wat te bereiken in het leven maken de nodige indruk. Persoonlijke morele kracht vermag heel wat. Toonder leek niet in de wieg gelegd om te leren, maar gaf nooit op. Arbeiders moeten werken, en werken zou hij, maar dan wel op niveau.
      En wie kan daarover zoveel over zichzelf schrijven zonder egoïsme te tonen? Met veel onzekerheid en toch met gepaste trots als het lukt en hij met vallen en opstaan de maatschappij beter leert begrijpen. Deze unieke combinatie van onzekerheid en doorzettingsvermogen wordt indringend beschreven.

Heel bijzonder is dat het verhaal zo direct, zo detaillistisch tal van situaties beschrijft dat het veel meer dan een spannend jongensboek is. Het betreft de strijd om een normaal sociaal leven, waarin men gerespecteerd wil worden. Zo spannend gepresenteerd, dat je het wel uit moet lezen. Goed geschreven, mede met hulp van zijn zoons.

Toonder heeft in zijn jeugd ook nog eieren geraapt voor de strandvonder van Rottumeroog. Zo kwam ik ertoe dit boek te lezen. Op dat eilandje heb je slechts één straatnaam. Wat overigens niet niets is voor dat kleine zandpaadje. Voor het eilandje daarnaast, de Rottumerplaat, geldt hetzelfde. Ook daar is één paadje met een naam en dat is het Marten Toonder seniorpad.
    Die namen leidden eerder tot wat discussie. Die werd opgerakeld toen ik vorig jaar met de boswachter en een clubje liefhebbers Rottumeroog bezocht. Mijn reisgenoot bestelde toen direct het boek, zodat ik het kon lezen toen hij het uit had.

Wil je meer weten over het leven van vlak voor en in het begin van de twintigste eeuw, de ontwikkelingen in de zeevaart, de strijd van ongeletterden voor een beter bestaan, de beroerde omgang met de bevolking van ‘Nederlands Indië’, de rol van sociaal bewogen leraren die in hun vrije tijd arme leergierige leerlingen een extra kans gaven, en de sociale en historische achtergrond, lees dan dit boek. Op Boekwinkeltjes.nl is er vast nog wel een te krijgen.
    Soms lijken de dingen heel verschillend, maar de maatschappelijke ontwikkeling hebben we allen gemeen.






Titels:
- Kapitein M. Toonder senior, Klei en zout water, bewerkt door Jan Gerhard Toonder, 2e druk, Uitgeverij v/h C. de Boer jr., Amsterdam 1955. Citaat op p. 306.
- Otto Bauer, Kapitalisme en socialisme na den wereldoorlog I, Goede en verkeerde rationalisatie, Uitgeverij N.V. Em. Querido’s Uitg.-Maatschappij, Amsterdam 1932.
Citaat op pp. 122 en 124.









Rottumeroog