zondag 29 juli 2018

Evolutie, taal en de teleologische redenering – Over preadaptatie


Een mooi begrip om over na te denken: preadaptatie. Over de logica van de evolutie. In het buitengewoon leerzame en leesbare boek van Menno Schilthuizen ‘Darwin in de stad’  loopt de auteur met een andere bekende bioloog, Geerat Vermeij, door de fietsenstalling van station Leiden. (p. 79 e.v.) Deze fietsenstalling blijkt de ideale biotoop van de huismus (Passer domesticus).
      Ideaal, niet zozeer omdat de mussen zich aangepast hebben aan fietsenstallingen, maar dat zij in hun vroegere bestaan, levend in het kreupelhout, al een set van eigenschappen hadden die nu in de fietsenstalling van pas komen. Ze kunnen leven in een ‘woud van spaken’ dus in de ruimte die onderverdeeld is in duizenden kleine dingen, bochtjes, randjes, kleine ruimtes met de nodige herrie, enzovoort. Dat kunnen veel vogels helemaal niet.
    Het verleden van de mus leidde al tot eigenschappen die in het heden van nut zijn. De fietsenstalling was nog lang niet uitgevonden toen de mus er al had kunnen leven. De eigenschappen waren er eerst al, nu nog de maatschappelijke, menselijke uitvinding van de fietsenstalling.

Een set van eigenschappen die toekomstig van nut zijn wordt ‘preadaptatie’ genoemd. Vermeij noemt het ‘voorbeschikt zijn’. Je zou het ook ‘voor-geschikt’ kunnen noemen. Geschikt zijn voor een situatie die er nog niet is, en die dus ook pas echt blijkt als die er – door wat voor oorzaken dan ook – nog komt. Adaptatie, aangepast zijn, in dit geval al op een moment dat het nog niet nodig lijkt, althans niet voor het leven in een fietsenstalling en zolang het kreupelhout nog bestaat en voldoet. Of er nog vergelijkbare alternatieven bestaan die eerst nog de voorkeur krijgen.
      Schilthuizen stelt dat preadaptatie ‘een beetje een mysterieus en controversieel concept (is) in de evolutiebiologie.’ (p.80) Dat is begrijpelijk, we zijn hier beland op het omstreden vlak van de teleologische argumentaties, die uitgaan van een zekere doelgerichtheid of doeloorzakelijkheid in invloeden, in causale verbanden van veranderingsprocessen. En met het woord doel kun je verschillende kanten op.

Er kan iets gerealiseerd worden dat er nog niet is, door een nog te voltrekken interactie van oorzaken. Er staan als het ware mogelijkheden (gesteldheden, oorzaken, invloeden) klaar die nog niet interacteren omdat nog niet alles daarvoor aanwezig is of omdat de noodzaak ervan niet groot is. In een latere fase wordt (mogelijk) de interactie gerealiseerd. Zo blijkt de dynamiek van de evolutie, waarin veel (alles) mogelijk is, maar lang niet alle mogelijkheden benut hoeven te worden.
    Tegelijk spreekt de dynamiek van de menselijke taal, die makkelijk afwisselend denkt en schrijft vanuit de objectiviteit óf juist vanuit de subjectieve beleving. Hier dus ook teleologisch: alsof een doel bereikt moet worden. En zo zijn er ook passende subjectieve uitdrukkingen: een set van eigenschappen moet om een verandering teweeg brengen als het ware ‘in vruchtbare aarde’ vallen, er moeten voldoende factoren die in dezelfde richting werken meespelen.
      Hoezo ‘vruchtbare aarde’? Dit is maar een manier van uitdrukken die in meer teleologische argumenten een rol kan spelen. En het meer objectieve begrip niche is natuurlijk niet zo anders als de subjectieve ‘vruchtbare aarde’. Moet elke niche ‘opgevuld’ worden? Van wie? En wanneer? Hier treedt minstens taalkundig een spanning op: de niche vraagt toch om ‘actie’?

Teleologisch, moet er een doel worden bereikt? Als dat doel geen wens van een mens is, maar gewoon een passende situatie, klinkt het direct minder beladen. Als het doel – zoals vroeger en soms nu nog gebruikelijk – vanuit een religieuze bepaling als een hoger doel dat bereikt moet worden wordt omschreven, begeef je je op het gladde ijs van de religie. Dan wordt inderdaad het mysterie meegedacht, is dat zelfs bepalend. Zo ontstonden de grote controverses. Wat weet de mens nu van de wil van de goden?
    Maar dat in de geschiedenis steeds nieuwe situaties nieuwe geschikte ‘dingen’, situaties, oorzaken aan de orde komen of actueel gemaakt worden, die vervolgens op elkaar inwerken, dat kan gewoon empirisch onderzocht worden.

Grofweg gezegd zou je zowel Aristoteles die de teleologische oorzakelijkheid erkent, als Spinoza die slechts uitgaat van een strikte causaliteit – tot op zekere hoogte – gelijk kunnen geven. Een bepaalde gesteldheid kan eerst nog geen werkende oorzaak zijn en in een latere situatie wel. Die potentiële oorzaak kan als het ware uitdagen, er moet iets bijkomen, maar deze oorzaak kan, onder bepaalde condities, wel werken, wel effecten sorteren. Dan – door de uitdaging, het aantrekken – past de formulering van Vermeij, het ‘voorbeschikt zijn’. Tegelijk kan de spinozist zeggen dat de werking, de interactie, de veroorzaking pas actueel speelt als aan voldoende eisen wordt voldaan. Dat sommige gesteldheden hiervoor al lang bestonden voegt daaraan niets toe.
      Een bepaald metaal kan al sinds mensenheugenis geschikt zijn om in computers verwerkt te worden, het wachten was wel op die computer. Maar ook: dat dit metaal ‘spannende’ eigenschappen heeft, kan ook voor de mens de uitdaging versterken de materie eerder te onderzoeken en toepassingen te ontdekken. Waarom zouden vergelijkbare mechanismen in de verdere natuur niet voorkomen? Daar bestaat geen enkele bekende ‘algemene’ of wetmatige reden voor.

De taal, het begrip preadaptatie is ongetwijfeld voor kennis over de evolutie, en ook politiek als het gaat om klimaatbeleid, van grote betekenis. De taal kan echter ook verleiden tot overdreven speculatie, zoals bijgeloof. Maar dat een begrip een zekere speculatie inhoudt kan ook uitdagen verder te kijken dan voorheen gebeurde.
    De huismus zal het een zorg zijn? Niet helemaal waar. De fietsenstalling leert ook heel wat over het woongenot van de huismus. Zijn er inmiddels ook geen geschikte plekken verdwenen? Is dat wenselijk? En ja, dan spelen doelen, de teleologische argumentaties op een ander vlak toch ook weer mee.

Het boek van Schilthuizen ‘Darwin in de stad’  zit vol met nieuwsgierig makende verbanden. Soms kun je zelf even kijken of het klopt, in je eigen buurt, zoals met de huismus. Is die er nog? Wat zegt dat?
      Biologisch, evolutionair, maar er zijn ook sociale en politieke consequenties. Deze aandacht voor anderhalve pagina van dit boek laat zien dat zorgvuldigheid ten aanzien van de feiten, de verbanden tussen feiten, de kennis en over de taal hierover belangrijk is. Niet alleen dat, het is ook leuk meer te weten over het bonte leven van de stad. Niet alleen ver weg kijken, ook dichtbij.







Een mus op een fiets (Hier komt nog een andere foto)






Bronnen:

- Menno Schilthuizen, Darwin in de stad, Evolutie in de urban jungle, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam, Antwerpen 2018.

- Menno Schilthuizen, Waarom zijn er zoveel soorten? De oecologie van de biodiversiteit, KNNV Uitgeverij, 2010.
Wil je dit boek aanschaffen: er is een latere geactualiseerde uitgave, zie internet.

- Geerat Vermeij, Schelpen en beschaving, De evolutionaire zienswijze van Geerat Vermeij, Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam 2011.

- Jasper Schaaf, Dialectiek en milieubeleid, Teleologische aspecten van ecologische verhoudingen, in Dialectiek en praktijk, De creatieve tegenspraak, Uitgeverij Damon, Budel 2005, pp. 103-110. Met als ‘Terzijde’: Ruimte om een toekomst open te houden.

Zie ook mijn blog van 1 december 2012, Evolutie en het teleologisch argument.













vrijdag 27 juli 2018

Ismail Kadare over macht, misdaad en ijdelheid


Jean-Claude Juncker en Donald Trump regelen het wel even. De hele handel op z’n kop. Het staat in alle kranten geschreven. Is het waarheid of ijdelheid? Als het niet waar is, wordt ieder voor de gek gehouden, terwijl er wel wat op het spel staat. Is dat een daad of misdaad?
    En andere types die zoveel beloofden en nu hun volk eerder knechten, helaas ook Nicolás Maduro en Daniel Ortega. Of wordt er teveel over één kam geschoren? Waarom houden machthebbers er niet gewoon mee op, als ze de toekomst toch niet hebben. Gewoon klaar, wegwezen. Hup, de vergetelheid in! Ga liever iets nuttigs doen.

Het zit zo diep in de menselijke natuur. Is dat de reden het maar zo te laten? Kritiek is er genoeg. De Albanese schrijver Ismail Kadare schreef toen Enver Hoxha de alleenheerschappij nog bekleedde al (vrij) kritisch over macht en misdaad. In zijn latere verhaal ‘De opvolger’  staat: ‘Er waren misschien nieuwe regimes aan de macht gekomen, andere gewoontes ontstaan en nieuwe kathedralen gebouwd, maar de misdaden die de mensen begingen, waren in wezen dezelfde. En altijd was het zo dat de naijver die daaraan ten grondslag lag, snel scheen te zijn vergeten, maar onderhuids voortwoekerde om op een gegeven moment weer in alle hevigheid tot uitbarsting te komen.’

Macht, naijver, praalzucht, gaat het om unieke inzichten? Eerder is dit een van de grote thema’s van de literatuur én van veel religieuze vermaningen.
      Voorbeelden te over, zoals bij tijdgenoten Niccolò Machiavelli en Desiderius Erasmus. Machiavelli schrijft bijvoorbeeld in ‘De heerser’: ‘Want de mensen zijn nu eenmaal slecht, en ze worden pas goed als een of andere omstandigheid hen daartoe dwingt.’ (171). En ook: ‘Want het doel dat het volk nastreeft, is hoogstaander dan wat de aanzienlijken beogen, aangezien deze laatsten willen onderdrukken en het volk alleen maar niet onderdrukt wil worden.’(102)

Leidt het gedrag van de heerser of politicus tot eeuwige roem? Nauwelijks. Noem de namen van machthebbers van weleer en de meeste mensen zullen je glazig aankijken. Tenzij ze iets blijvends voortgebracht hebben, dat verder reikt dat een bronzen standbeeld. Hoe groot je je ook voordoet, vergetelheid zal voor de meesten het lot zijn.
      Erasmus schrijft in de ‘Lof der zotheid’: Is niet de oorlog de bron van alle heldendaden en het veld van eer? En wat is er nou dwazer dan om willekeurige redenen zo’n strijd aan te gaan waar voor beide partijen altijd meer ellende dan goeds van komt? Degenen die sneuvelen, komen niet in het verhaal voor.’ (pag. 80-81) Hoogmoed sleept een volk mee in de val van de heerser.

Er wordt er veel strijd aangegaan die uiteindelijk vooral verliezers oplevert. Ook bestaat echter het omgekeerde, dat de strijd schijnbaar wordt vermeden, maar de geboden oplossing slechts uiterlijk vertoon is. Om ook maar snel te vergeten.






Bronnen:
- Ismail Kadare, De dochter van Agamemnon en De opvolger, Van Gennep, Amsterdam 2007, p. 222.
- Niccolò Machiavelli, De heerser, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2009, pp. 171 en 102.
- Desiderius Erasmus, Lof der zotheid, in Verzameld werk, deel 2, Lof en Blaam, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2004, pp. 80-81.














maandag 23 juli 2018

De zeespiegel stijgt ook in de vakantie


Tuvalu, Vlieland en Cacela

Ken je Tuvalu? Dat land bestaat uit een archipel van dunbevolkte eilanden in de Stille Oceaan. Meer dan honderd eilanden. Door de opwarming en het smelten van het ‘permanente’ ijs dreigt het hele land te verdrinken. De regering van het onderlopende land zoekt een nieuwe woonplaats voor haar bewoners. Maar niet alles kan, er is te weinig geld zomaar ergens anders voldoende land of een nieuwe staat te kopen. En waar staat nog een land te koop?
    Maar dit is belachelijk. Als de zeespiegel stijgt, stijgt die met mogelijk minimale verschillen overal. En die opwarming, hebben de bewoners van Tuvalu die veroorzaakt? Smelten door hun toedoen de ijskappen? Moeten zij hun eigen boontjes maar zien te doppen?

Neen, dat hebben ‘wij’ gedaan. Het blinde kapitalistische systeem, dat doorwerkt tot het niet meer kan en ergens vastloopt. Misschien moet het rijke Nederland maar een eiland afstaan, bijvoorbeeld Vlieland. In de republiek Vlieland mogen dan ook nog wat Nederlanders wonen, zodat ‘Dokter Deen’ door kan gaan.
    Deze oplossing is misschien onzin, de verplichting te ‘zorgen’ voor volkeren waarvan hun land onder water loopt is dat niet. Daar mag geen financiële beperking bestaan. Bijvoorbeeld ook niet voor het dichtbevolkte Bangladesh.

Stijgt de zeespiegel? Ja, je kunt het zelfs zien. Kijk naar de Nederlandse Waddeneilanden. Daarvan heeft alleen op Schiermonnikoog nog nooit een zandsuppletie plaatsgevonden. En voor Rijkswaterstaat is het inmiddels een normale zaak permanent stukken kust op te hogen. Ze hebben er een uitgebreid draaiboek voor ‘kustonderhoud’ voor ontwikkeld.
      En als het ophogen niet met een zekere overkill aan zand gebeurt, spoelt door de steile vooroever het hele zwikkie zo weer de zee in. Vandaar dat Nederland experimenteert met de Zandmotor bij Ter Heijde en de Hondsbossche Zeewering veranderd heeft in een nieuw duingebied. Mooi, nieuwe natuur, maar de aandacht dit te behouden wordt een permanente dure opgave. Betaalt ‘de vervuiler’ dit?

Ja, je kunt het goed zien als je er oog voor hebt. Pas nog, op vakantie in Portugal. In het zuiden heb je het beschermde natuurgebied Ria Formosa. Na de heftige winterstormen is men ook hier nu bezig de ‘waddeneilanden’ op te hogen. Op diverse plaatsen, zoals het Ilha de Tavira.
      Het gaat hier om lage smalle zandeilanden, een waddengebied vóór de rotsachtige hogere kust. Net zo mooi en soortenrijk als onze ‘eigen’ wadden.
      Zie de foto’s. Vanuit een hoog punt van Vila Nova de Cacela kun je op enkele eilanden kijken. Je ziet hier twee punten van eilanden bij Praia de Fabrica. Een aantal jaren geleden was hier nog een doorlopende kuststrook. Bij deze punten zie je hoe smal deze eilanden zijn. De kleine onderbroken groene strook is het restant van de eerdere ononderbroken duinstrook.

Zo ongeveer. Het ziet er fraai zomers uit, maar is ongelofelijk kwetsbaar. Hogere zee en heftige stormen, de mix voor een geweld dat zal leiden tot ingrepen die de kust in plaats van natuurlijk meer kunstmatig maken.
      De zee gaat niet met vakantie. Als je er oog voor hebt kun je grote veranderingen zien die zich voltrekken. Denk dan aan Tuvalu, het ligt vlakbij. Er bestaan hier grote verantwoordelijkheden, ook voor Nederland.








 
Dwergstern, strandbroeder in Ria Formosa















dinsdag 17 juli 2018

Immanuel Kant en een bezoekje van Trump en Poetin aan Helsinki


‘Alles is verloren, wanneer de empirische en derhalve toevallige voorwaarden voor de uitvoering van de wet tot voorwaarden van de wet zelf worden gemaakt.’

Immanuel Kant, 1793


Daar zitten ze dan. Trump en Poetin voor een boel rood-wit-blauw vlagvertoon in Helsinki. Aan de andere kant de wereldpers. Trump lult er onbekommerd op los en Poetin, je ziet hem ‘smilen’, ingehouden, maar kijk maar eens goed.
    De hele wereldorde wordt ter discussie gesteld. Is hier over nagedacht of zijn het toevallige woorden? Er lijkt met het grootste gemak ook heel wat anders gezegd te kunnen worden. Gewoon toeval? De Franse president Macron dacht pas Trump te kunnen paaien, maar die liefde is alweer vervluchtigd. Het toevallige domineert kennelijk. ’t Kan zus en ’t kan zo.
    Dit is levensgevaarlijk, voor de wereldorde, voor de vrede, voor rationele afspraken die over handel, kernbewapening, oorlogsvoering en armoedebestrijding bestaan. Gevaarlijk voor het welzijn van duizenden, met het risico dat veel werkenden hun werk kwijtraken als er geen werkelijke leiding en langeretermijn-beleid meer bestaat. Overdreven? De Verenigde Staten gooit jaarlijks duizenden bommen in landen waar ze officieel niet eens mee in oorlog zijn. Rusland is eenzelfde ‘ongeleid’ projectiel.
    De complexe wereld en de strijd om een sociaal waardig en beter bestaan vragen om heel wat anders, om leiding en rationeel ingrijpen ten gunste van de volkeren van deze landen en elders.

De grote idealistische filosoof Immanuel Kant (1724-1804) pleitte voor een hoge morele en strenge staatsvisie, waarin volkeren rationeel samenwerken. In die historische fase waarin de burgerlijke staten zich ontwikkelden werden vele staatsvisies geformuleerd. Dat was vruchtbaar. In de discussies en strijdschriften tekenden de nieuwe mogelijkheden van democratie en de beperkingen ervan zich af.
      Van Kants bekende ethiek wordt niet altijd beseft dat hij daarmee zeker ook een bewust moreel handelen op staatsniveau wilde bepalen. Daaruit ontstaat zijn pleidooi voor een ‘eeuwige vrede’, met een idee voor een samenwerking van alle volkeren.
      Kant schreef over het politieke thema ook in een wat minder bekend klein geschrift met de fraaie titel ‘Over de gemeenplaats: Dat kan in theorie wel juist zijn, maar deugt niet voor de praktijk’. Een soort pamflet. Hierin komt hij nadrukkelijk over ‘het toeval’ in de politiek en wetgeving te spreken. Hij is er vernietigend over, logisch want hij zoekt een balans op basis van een hoge en goed gefundeerde moraal. Kant schrijft: ‘Alles is verloren, wanneer de empirische en derhalve toevallige voorwaarden voor de uitvoering van de wet tot voorwaarden van de wet zelf worden gemaakt.’
      Alles? Is dat niet overdreven? Kant ziet hier echter vér vooruit. Het is goed zijn woorden te overwegen, als je de huidige politieke grabbelton ziet.

Mag het feit dat iemand verkozen is elk fundament loslaten? Het lijkt misschien democratisch, maar is het niet, wanneer de macht los van alle sociale voorwaarden, wetgeving en voorgeschiedenis wordt ingezet om eng kortetermijn-eigenbelang en ijdelheid te dienen. Of om de bevolking te vlijen met valse beloften. Sommigen menen wellicht bediend te worden door de praatjesmaker, maar kunnen op den duur alle grond onder de voeten kwijtraken.
      De grote staatsfilosofen uit de geschiedenis pleitten voor balans. De strijd de komende jaren zal sterk mede gericht zijn op het behoud en herstel van een sociaal evenwicht in de complexe machtsstructuren. Zeker in deze tijd van nauwelijks bij te benen technologische en biologische ontwikkeling. Dat is hoognodig ten gunste van de volkeren, de onderdrukten, de planeet, dus uiteindelijk van iedereen.




Boek: Immanuel Kant, Over de gemeenplaats: Dat kan in theorie wel juist zijn, maar deugt niet voor de praktijk, Ingeleid, vertaald en geannoteerd door Prof. dr. B. Delfgaauw, Kok Agora, Kampen 1987, pag. 35.




Immanuel Kant 1724-1804







N.B. - Over de betekenis van een sociale en politieke balans in machtsverhoudingen en de noodzaak voor socialistische en linkse organisaties zich ook hiermee bezig te houden, schrijf ik in mijn nieuwe boek dat dit najaar verschijnt onder de titel: Actief socialisme en vrijheid. Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking – Doorbreek de vanzelfsprekendheid. Dit boek is onder meer op het denken van Karl Marx gebaseerd, met als inhoudelijk uitgangspunt dat er een continue machtsvorming nodig is om een socialistische politiek vorm te geven en de sociale belangen van ‘gewone mensen’ te bewaken.















donderdag 28 juni 2018

De gulden regel in Europa vandaag de dag


‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.’ De gulden regel van de ethiek in de populaire, volkse formulering. Eén van de vele formuleringen. Het perspectief van de ander, de medemens als moreel en politiek uitgangspunt nemen.
    Stel, je woont in Nederland en wilt een heleboel vluchtelingen liever niet in je eigen land opvangen, dan dump je die in een armer land, bijvoorbeeld Tunesië. En geeft er een zak geld bij. Maar helaas, de gulden regel bepaalt dat vóór je dat doet, je eerst nog eens goed moet overwegen of je het zelf ‘leuk’ zou vinden dat er op deze wijze met Nederland zou worden omgegaan. Dus inclusief het risico van een totale verloedering van de infrastructuur en een groot sociaal lijden. In Tunesië zit toch niemand daar op te wachten? Neen, dus doe je dat niet.
    De gulden regel is een sociaal beginsel op klein en groter schaalniveau. Een garantie voor een sociale structuur. Talloze culturen kennen het in een of andere vorm. Het is echter ook een beginsel dat in tijden van spanningen ter discussie komt. Je moet je rug recht houden, anders wordt het een loze kreet.

Vandaag gaan de Europese leiders (ja, … ‘leiders’) soebatten over hoe ze van de migranten af kunnen komen. De instroom is momenteel weliswaar gering, maar het rechts populisme doet de massa van de halfzachte middenmoot buigen. Het leiderschap van Rutte en vele andere politici komt dan ook neer op meebuigen.
    Maar kun je het Tunesië of vergelijkbare landen aandoen geprest te worden vluchtelingen en migranten op te nemen die naar Europa willen? Omdat deze ‘leiders’ vroeger op school met aardrijkskunde geleerd hebben dat Tunesië ook in Afrika ligt, en de Afrikanen kennelijk in Afrika moeten blijven, en eigenlijk liefst ook de Syriërs uit het verre Azië?
    Hier is de gulden regel in het geding. Gaan we anderen zo behandelen zoals we zelf behandeld zouden willen worden? En waar komen alle vluchtelingen, migranten eigenlijk vandaan? Treft bovendien ook Europa geen schuld? Zijn er hier wapens verhandeld bijvoorbeeld en is het kolonialisme al helemaal vergeten? Wil je zelf graag geen schuld dragen terwijl je dat wel hebt, maar gun je anderen die vermeende onschuld niet?
      ‘Ach het zijn gelukzoekers’ hoor ik sommigen en ook sommige politici zeggen. Heel simpel vraag ik met dan af: ‘Hebben wij recht op geluk en zij niet?’ Is er iets tegen geluk? Besef je nog wel wat dat eigenlijk is?

Bekijk het eens op kleiner niveau. Zouden wij zelf zo willen worden bejegend dat je geprest wordt de problemen van anderen oplossen? Is dat naastenliefde?
      Ja, de naastenliefde, daar moet ik aan denken. De christelijke Hongaren die zo graag voor hun naasten in de bres springen. Mooi christendom, maar met een heel valse ondertoon.
    Naastenliefde, een eeuwige waarde die het misschien toch niet overleeft. Anders gezegd, de gulden regel van de moraal, is dat echt goud? Ja er is een moreel principe in het geding, dat weliswaar vaker in het geding was, maar ook steeds weer een uiting was van diep inzicht en een hoge moraal. Gaat de Europese Unie dat te grabbel gooien? Denk liever eerst eens na.

De gulden regel is oud. Wanneer de regel onder druk eens niet wordt toegepast, wordt die vrijwel zeker daarna weer uitgevonden. De gulden regel bestaat altijd en overal weer en in vele vormen. Er zijn talloze culturele uitingen van vele volkeren, overal ter wereld, waar het inzicht van ‘helpt elkaar, zoals je zelf behandeld wilt worden’ bestaat. Eigenlijk overal.
    Er ligt een diep inzicht onder. Een cultuur kan er niet zijn als mensen elkaar niet ondersteunen. Personen, mensen moeten worden bezien vanuit het gezichtspunt waar je zelf aan hecht. Het gezichtspunt van de ander is het gezichtspunt van de mensheid. De christenen hebben hier geen abonnement op. Dus als ‘christelijk landen’ (vandaag) de naastenliefde in de uitverkoop doen, blijven tal van denkers hun betekenis houden, met betrekking tot hetzelfde principe.

De geschiedenis van de filosofie getuigt ervan dat het morele perspectief van de ander steeds weer opduikt. Of het nu intuïtief of rationeel is, of door een god op het bordje van de mens is gelegd, er zijn waarden die met eeuwigheid behept lijken te zijn. Een kleine greep uit deze geschiedenis.
    De regel is waarschijnlijk veel ouder dan de geschreven en overgeleverde taal. Maar in de eerste overgeleverde teksten duikt deze al op. De Chinese wijsgeer Confucius gebruikte al dezelfde termen als je nu nog hoort, waarin het perspectief van de ander bepalend is. Wat is menselijkheid? Antwoord: ‘Een ander niet aandoen wat je voor jezelf niet wilt.’ Hij pleit hij voor ‘shu’, voor wederkerigheid.
    Een andere Chinese filosoof was Mozi. Deze meende: ‘Als men het land van anderen zou beschouwen als het eigen land, wie zou dan nog opstaan om het land van anderen aan te vallen?’ Zo kan de vrede worden bewaard.
    In het boeddhisme, al in de eerste geschriften speelt de compassie een grote rol, niet alleen voor de mensen, maar voor de hele natuur. Van het christendom, hier welbekend maar lang niet altijd consequent bemind, moeten de bijbelse tien geboden uit het hoofd worden gekend. ‘Hebt uw naaste lief als uzelf.’ Mooi om elke dag te overwegen, ook in Hongarije.

In de sociale en staatsfilosofie van het Westen duikt het principe van wederkerigheid en het morele perspectief van de ander herhaaldelijk malen op.
    Thomas Hobbes is een grote naam in de staatsfilosofie. In zijn boek ‘Leviathan’  citeert hij ook letterlijk ‘Wat gij niet wilt dat U geschiedt, doet dat ook een ander niet.’ Dat is bij hem veel meer dan een herhaling van wat ieder al weet: deze regel vereist een sterke staatsvorm. Er is politieke organisatie nodig om de ethiek te garanderen. De regel zelf ziet Hobbes als een natuurwet, maar deze vereist dus een stevige garantie die weliswaar moeilijk te geven is.

Die laatste twijfel duikt ook bij Benedictus de Spinoza op. In zijn ‘Politieke verhandeling’  staat: ‘Hoewel overigens allen ervan overtuigd zijn, dat de godsdienst daarentegen leert, dat ieder zijn naaste als zichzelf moet liefhebben, dat wil zeggen dat hij het recht van de ander als zijn eigen recht moet verdedigen, hebben wij aangetoond dat deze overtuiging toch weinig vermag tegen de aandoeningen.’ Dat is niet niets. De godsdienstige onderbouwing alleen is te zwak, er is een politieke, staatkundige organisatie nodig. Daarom is de grondslag van de seculiere staat, de democratie en het recht zo wezenlijk. Het aspect van recht en wederkerigheid moet verankerd worden.

Een beroemde en misschien wel meest diepgaande poging tot zo’n verankering vinden we bij Immanuel Kant. Hij formuleert een ‘categorische imperatief’, een strikte eis bij moreel handelen uit te gaan van het standpunt van algemene wetgeving voor ieder. Niets doen dat je niet zou willen als wet die jezelf raakt.
    Bij tal van denkers komen sindsdien, net al voorheen, de noodzaak van sociale wederkerigheid naar voren. Bij John Stuart Mill, die in zijn liberale vrijheidsfilosofie de wederkerigheid van het recht en de vrijheid als voorwaarde ziet. Om de waarheid te leren kennen moet je je volgens hem verplaatsen in het gezichtspunt van de ander. Bij Karl Marx die stelt dat een volk nooit vrij kan zijn als het een ander volk onderdrukt.

Dan hebben we het nog niet eens over andere grote namen gehad. Over de vroege kerkvader Augustinus en later over Jean-Jacques Rousseau en Johann Gottlieb Fichte met hun pleidooi voor gelijkheid en vrijheid voor iedereen, of veel recenter over Emmanuel Levinas, die de hele antropologie, ethiek en visie op ‘waarheid’ fundeert op het perspectief van de ander.
    Jawel, men spreekt zo makkelijk over Westerse waarden. En ze zijn er, al zijn ze helemaal niet zo uniek Westers als soms wordt beweerd. Maar te grabbel gooien kan wel, zie de Hongaarse machthebbers van vandaag.
      Toch zal een echte politieke en economische solidariteit met Afrika, Azië en het Midden-Oosten de betere, de echte oplossingen moeten bieden voor concrete problemen. Radicaal rechtse praat kan gemakkelijk opkomen, zoals de huidige tijd leert, het verzet er tegen is echter een krachtige continue historische lijn, veel meer dan in de filosofie alleen.







NB – Deze blog is wat sneller geschreven dan gebruikelijk. Mogelijk wordt deze nog een keer verder en nauwkeuriger uitgewerkt, inclusief bijbehorende bronvermeldingen. Zeker met de kerkvaders erbij, vervolgens de grondleggers van de burgerlijke staat en de latere sociale alternatieven, is dat een interessante ethische en politieke exercitie. Nuttig voor vandaag de dag.













vrijdag 22 juni 2018

De grutto laat zich nog niet uit het veld slaan


Er is veel te doen om de grutto’s en andere weidevogels. De soort is sterk uitgedund en dat leidt tot flinke discussie over de inrichting en het beheer van de weilanden, en over de landbouw en veeteelt zelf. Dat laatste niet alleen om de vogels, voor alle duidelijkheid.
      Dan de predatie. Soms zie ik op mijn racefietsje grutto’s en tureluurs, en dan in hetzelfde weiland een dikke kat sluipen. Misschien is hier een ophokplicht in het voorjaar nodig. Alle katten verplicht drie maanden binnenblijven. In de stad ook trouwens, dat is dan weer goed voor de merels.
    Zo zijn er nog veel discussies nodig, maar laat die alsjeblieft niet te lang duren. Hoog tijd voor doeltreffende actie om de grutto te redden.

De grutto’s, ze horen op paaltjes te zitten, net als de tureluur. Een grutto op een paaltje, zag je die vroeger niet vaker dan nu? Ik ken diverse gruttogebiedjes rondom de stad. Als je daar langs komt lijkt het toch dat er weer minder vogels zijn. Enkele exemplaren, waar je vroeger wat meer bij elkaar zag. Maar goed, mijn waarneming is geen precieze telling, eerder een globale bevestiging van observaties van anderen.

De grutto laat zich echter niet zomaar uit het veld slaan. Kijk, toch een op een paaltje, abstracte kunst hoe hij daar staat met de lichtgroene achtergrond, op zijn ranke donkere poten. Hij kijkt ook nog de andere kant op. Logisch, hij staat met de wind mee als het ware. Weigert zich naar me om te draaien. Misschien wil hij gewoon niets zien.
      Nu waait het vandaag inderdaad hard. Dus zit ik ook in mijn langzame modus en zie op verschillende plekken grutto’s.

Ze zijn er dus nog. Op deze dag waarop ook tientallen huiszwaluwen, wat minder boerenzwaluwen en wel talloze gierzwaluwen laag bij de grond vliegen. Gewoon vlak over je heen, voor en achter je langs. En kijk, op een tweede paaltje, verder het land in vliegt een gierzwaluw vlak om een andere grutto heen. Een wat lichtgekleurd dier dat er net is gaan zitten. Misschien een jonge grutto? Niet helemaal goed te zien. Zeker een stuk lichter dan de grutto vooraan. Zou een jong kunnen zijn, zo eind juni, lijkt me. Maar misschien zijn gewoon zijn veren wat verwaaid.

In de langzame modus heb ik mijn fototoestel bij me. De grutto’s laten zich een kwartiertje bekijken, tot ze het welletjes vinden. Verder op in het weiland landen er nog enkele. Geen grote aantallen, maar ze zijn nog niet uit het veld te slaan dus. En nog niet van de paaltjes. Ik ben erg voor paaltjes in het land.





Op de foto’s zie je de grutto, hij kijkt eerst weg, want het waait, hij staat met de wind mee. Omgedraaid kijkt hij met enige interesse terug zonder weg te vliegen. Intussen is een eind verderop nog een grutto op een paal van een hek geland. De half mislukte foto laat een gierzwaluw zien die vlak om de grutto vliegt. Deze grutto oogt lichter, misschien een jong dier, ik kan het niet met zekerheid ervan maken. Op de laatste foto staat weer de grutto vooraan.





















vrijdag 15 juni 2018

We gaan wel naar Den Haag!


Vorige week zat ik met nog 400 Groningers op de publieke tribune van de Tweede Kamer. Het zoveelste gasdebat. In kleurige optocht erheen.

Op naar de preek van minister Wiebes. Zijn simpele logica van de politieke causaliteit. Geen gas meer, dan ook zo weinig mogelijk meer betalen. Logisch toch? Liever de boel slopen en opnieuw bouwen dan al die peperdure versterkingsverbouwingen. Logisch toch? Ja, logisch in de portemonnee van het kapitaal dat zegt te betalen, maar geen zin dat daadwerkelijk te doen. De allang ingeboekte winsten wil men graag houden. Vanuit dat gezichtspunt ook niet zo onlogisch.
    Groningers weten echter ook: wij willen ons huis en onze mooie woonomgeving behouden. Geen flutoplossingen.

Dat resulteert in een taaie strijd waarbij sommige media de demonstranten uitdagend vragen: ‘Houd je dit nog vol? Het helpt toch allemaal niet?’ Want nieuws gaat over een verandering van de situatie, en die zou inderdaad veranderen als de moed zichtbaar en massaal wordt opgegeven.
    Natuurlijk geven sommigen een keer op, soms tijdelijk, soms definitief. Maar anderen zullen weer opstaan en doorgaan.
    En dat is niet tegen beter weten in. Strijd is lastig, maar nodig. De resultaten zouden nu al heel anders zijn als de strijd al was opgegeven.

Dan preekt Wiebes in de kamer. Lang van stof dit keer, hij gaat maar door zijn mantra te herhalen: ‘hij weet het eventjes niet.’ De Groningers op de tribune moesten intussen hun actiekledij en spandoeken bij de voordeur van de Tweede Kamer achterlaten. Dom van de overheid, het kan wel een regel zijn, maar geloof maar dat Wiebes nu nog duidelijker heeft gevoeld dat al die keurige mensen op de tribune elk woord van hem op een goudschaaltje wegen en geen smoes accepteren. Ook als het wel heel veel woorden zijn die de minister vandaag nodig heeft.
    En dat geeft druk, vooral omdat – zoals bekend – er nog duizenden achter de 400 aanwezig Groningers staan, zoals tijdens de demonstratie van 19 januari jl. in de stad Groningen zo’n 12000 demonstranten lieten zien. Heeft het dus zin? Ja, heel veel.

Bij elk woord dat hij uitspreekt wordt Wiebes’ logica op de proef gesteld, en …. valt hij door de mand. Hij weet het niet meer, dat wordt wel duidelijk. Hij kan naar zijn achterban misschien maar moeilijk verkopen dat in Groningen de geldkraan open moet staan, terwijl er toch minder of geen gas meer wordt gewonnen.
    Maar aan de Groningers heeft zijn logica van vandaag ook niets te melden. Het ‘wordt gewoon te duur’ is immers onzin. Ook een hoog bedrag is uiteindelijke gewoon een geldbedrag dat misschien op dat moment ten koste van iets gaat, maar ten gunste van het sociale belang er gewoon kan zijn. En er is niets dat hard kan maken dat het verloren geld zou zijn als toekomt aan het oplossen van een groot probleem van de bevolking. Ook niet als het tijdelijk van iets anders afgaat.
      Zo’n verdeling is enerzijds maar betrekkelijk, anderzijds natuurlijk ingebed in een strijd van belangen. Dan mag je ook ‘gewoon’ het belang van mensen die lijden onder de destructieve gaswinning voorop stellen. Dat is dan een politieke uitkomst waar niets mis mee is. Het draait om de politieke wil en de machtsverhoudingen.

Een minister zal vrijwel nooit voor de publieke tribune zijn toezegging doen, want dat ervaart hij als gezichtsverlies. Hij kan lang spreken over ‘knopen in zijn buik’, maar hij vergeet echt niet dat er meer zijn met knopen in hun buik, ook al liggen hun actie-T-shirts bij de voordeur. Hij zal de politieke druk ervaren, daar doet een lang verhaal niets van af.

Er zal een oplossing komen. Er zal druk zijn van acties. Het drama jarenlang in de ellende te zitten mag geen dag langer duren. Maar zonder strijd en tegendruk zal Den Haag traag zijn als een slak, praatjes blijven verkopen en zich verschuilen achter half-affe onderzoeksrapporten. Elke actie schiet een beetje op, hoe weinig concreet ook nog. Het verhindert dat de hele provincie als slechts een voorbijgaande kwestie technocratisch wordt ‘opgelost’ en de mensen tegen elkaar uit worden gespeeld.
    We gaan wel weer naar Den Haag. Solidair. Misschien met 500, desnoods met 300. Het heeft zin. Elk huis dat versterkt moet worden, moet dat ook daadwerkelijk worden. Logisch toch? Je moet elkaar bij de les houden. Dat is nu eenmaal zo bij zo’n langdurige kwestie. Dat doe je dan toch?




Veel informatie vind je op de website van de Groninger Bodembeweging:
https://www.groninger-bodem-beweging.nl/






















dinsdag 12 juni 2018

Bijna het eeuwige leven, net als de Noordkromp


Het eeuwige leven bestaat niet, behalve misschien voor alles wat bestaat bij elkaar, het heelal. Geen dag hetzelfde. Tegenover dat dynamische heelal geven religieuze voorstellingen van het hiernamaals vaak een vrij star beeld van dát bestaan, precies dat wat ik geen leven zou noemen, laat staan het eeuwige.
      Elke dag hetzelfde? Een griezelbestaan. Waarom zou de eeuwigheid altijd één en hetzelfde moeten zijn?

Misschien is een klein beetje eeuwigheid wel een stuk spannender dan alles tegelijk. En net zoals er een dier is dat het snelste is, en dat zelfs bestaat in Nederland, de Slechtvalk (Falco peregrinus), is er een beest dat het langste leeft. Nederland blijkt best wel rijk bedeeld met de top, de snelste en ook met de langstlevende.
    Het is geen eeuwig leven, kun je zeggen, maar lijkt er al een beetje op. Dat dier dat het langste leeft is de Noordkromp (Artica islandica). Althans, van de dieren in de met het blote oog zichtbare alledaagse wereld. Waarbij dan niet zichtbare ‘beesten’ als micro-organismen buiten beschouwing blijven. Microben schijnen duizenden jaren oud te kunnen zijn.

Dat wel zichtbare langlevende beest is een weekdier. De schelp ervan spoelt aan op onze Noordzeestranden, zij het voornamelijk op de noordoostelijke eilanden en dan vooral op Schiermonnikoog. Een tweekleppige, die tamelijk fors kan worden.
    Een beetje vreemd misschien voor een schelpdier met twee kleppen, er spoelt vooral de helft ervan aan, veel meer linkerkleppen dan rechter. Wel 7 of 10 keer zoveel linkerkleppen, die met de bolle kant naar boven in de top naar links wijzen. Waarschijnlijk komt dit door een combinatie van de vorm van de schelp en de stromingen waarmee deze voortgestuwd wordt op de zeebodem en voor het strand. Of iets dergelijks. Er is onderzoek naar gedaan en daarin spelen dit soort aspecten mee.
    In noordelijke en koudere streken wordt dit weekdier soms ouder dan 400 jaar. Die hier aanspoelen, althans de schelpen ervan, zijn meestal wat jonggestorven, bijvoorbeeld al na 150 jaar. De leeftijd is af te tellen van de groeilijnen aan de bolle kant, vergelijkbaar met die van bomen. Hoe dan ook, het is het langstlevende ‘gewone’ dier.

400 jaar, een mooi getal. Is Schiermonnikoog het einde van de wereld waar de Noordkromp te vinden is? Het leek ons leuk om nog wat oostelijker te gaan kijken, op Borkum, daar een Noordkromp te vinden en te zeggen dat deze 400 jaar oud geworden is: ‘Tel de groeilijntjes maar!’
      En daar dan deze blog over te schrijven. Dit is namelijk de 400ste.

Dus gezellig naar Borkum afgelopen zaterdag en naar de schelpen kijken. Op dat stukje Duitsland aanbeland zie je in de verte Rottumerplaat en Schiermonnikoog liggen. Dat is dus vlakbij. Toch blijkt al snel dat op Rottum heel andere schelpen domineren. Het barst er bijvoorbeeld van de Afgeknotte Gapers (Mya truncata) en verschillende soorten Tapijtschelpen, vooral de Gewone Tapijtschelp (Venerupis senegalensis). Maar ook een vrij vers uitziende Paardenmossel (Modiolus modiolus) is zo gevonden. Meerdere exemplaren. Deze soort vind je op Schier echt niet zomaar. Borkum is geen Schier, of omgekeerd.
    Ja, zul je denken, dat kan allemaal toeval zijn, wat zegt zo’n ene zaterdag in juni nou? Met zo’n momentopname kun je toch niet zomaar twee eilanden helemaal met elkaar vergelijken? Zelfs niet als je bedenkt dat de diepe Eems ertussen ligt. Maar sommige soorten van Borkum liggen er zo wijd verspreid dat ze er over een hele periode terecht moeten zijn gekomen. In de oudere lagen en in de recente eb- en vloedlijnen kom je dezelfde soorten tegen. Dat zegt wel wat.

Borkum is geen Schier. Op Borkum vinden strandbroeders rust, dat zijn vogels die bij uitstek op het strand of op schelpenbanken broeden. Zoals op Borkum de Dwergstern (Sterna albifrons) en waarschijnlijk ook wel de Strandplevier (Charadrius alexandrius).
      De eerstgenoemde broedt er zeker. Hij laat zich goed horen. Net op het strand aangekomen zien en horen we ze. Dat typische krijsen. Op het strand, naast de geultjes, zitten ze soms in kleine groepjes bij elkaar. Hun broedgebied is op Borkum afgezet met een touwtje, dat schijnt in dat land voldoende te zijn.
      Fraai! Heb je wel eens een Dwergstern gezien! Die onthoud je wel. Onderstaande foto van Dwergsterns is overigens niet van Borkum, maar van Portugal.

Leuk dus, maar de Noordkromp zagen we niet. Je kunt speculeren dat hij er moet liggen, maar hij deed niet mee. Toch is met de speculatie is niet alles mis. We meenden ook dat hier wel barnsteen te vinden zou moeten zijn. En inderdaad, enkele kleine stukjes, barnsteentjes hebben we wel gevonden. En nog andere leuke dingen, zoals een kleine, beschadigde, maar desondanks mooie Gekielde Noordhoren (Neptunea despecta).

Aardig was twee schelpen te vinden met een opmerkelijke vorm. Zo vonden we een Afgeknotte Gaper met een flink uitgeboord gat, ongetwijfeld gemaakt door een roofslak, die erop uit was het weekdier te verorberen.
      Maar dieren kunnen vaak veel, zoals zich goed verweren. In dit geval was het flinke gat door het weekdier van binnenuit weer dichtgemaakt. Knap, een bekend  fenomeen, maar opmerkelijk dit zó te zien, bij zo’n groot gat. Zie de foto, de buitenkant heeft een gat, van binnen is de schelp dichtgemaakt.
     Even opmerkelijk was een helemaal plat Muiltje (Crepidula fornicata). Muiltjes nemen altijd de vorm aan van het object waar ze op zitten, zoals op een ander muiltje. Maar bijna helemaal plat zie je ze zelden of nooit.

Tja, het ging natuurlijk helemaal niet om de 400-jarige slak of om de 400ste blog, maar om de mooie dag. Met de trein naar de Eemshaven, en je bent zo is Borkum.
    Intussen kan bedacht worden of we op naar de 500ste blog moeten gaan. Voorlopig maar wel, in ieder geval tot mijn nieuwe boek over politieke filosofie verschijnt, dit najaar. Dus ook na 400 verder over filosofie, politiek en natuur, maandelijks circa vier keer. Daarna misschien een wat lagere frequentie, bijvoorbeeld twee per maand.
     Het eeuwige leven wordt er niet mee bereikt, nog een keertje wat meer vertellen, een kleine preek over een oeroude Noordkromp, zit er eerder in. Nooit steeds hetzelfde dus.





 Borkumse schelpen te drogen


Een linker- en rechterklep van de Noordkromp
 

Afgeknotte Gaper met uitgeboord gat


De binnenkant met litteken van het gat


Links het platte Muiltje naast 'normale' exemplaren


De binnenkant van de Muiltjes


De barnsteentjes, een Wenteltrap en de Gekielde Noordhoren

 
Dwergsterns

















woensdag 6 juni 2018

Een goede maatschappij heeft een naam – Angela Davis en Bernie Sanders


Gisteren was Jan Marijnissen in Groningen, liet zijn film over de Verenigde Staten zien en ging vervolgens uitgebreid op vragen in. Belangwekkende thema’s, ook voor de politieke ontwikkeling in Nederland en Europa. Over neoliberalisme en de strijd ertegen. Uiteraard werd er ook gevraagd naar het succes van Bernie Sanders. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?

Om dat te verklaren is een opmerkelijk punt dat in Verenigde Staten het felle anticommunisme en antisocialisme als expliciete rechtse aanval (soms) lijkt te zijn weggeëbd. Immers, De Muur is gevallen en het neoliberalisme heeft de almacht. Als tegengesteld effect kan daardoor soms makkelijker openlijk voor een socialistisch verhaal worden opgetreden.
      Daarbij is het overigens net zo opmerkelijk is dat de huidige generatie het socialisme of communisme nauwelijks meer kent, laat staan er zelf een strijdbare solidaire inhoud aan weet te geven.

Sanders, die openlijk spreekt als socialist, geeft nu weer woorden aan de vaak vage optie van ‘een betere maatschappij’. Dat brengt inhoudelijke discussie en profilering dichterbij. En vervolgens een kans voor een sterke socialistische organisatie.
      Dat alles is echter ook nog ver weg in het neoliberale Amerika. Maar toch, er over spreken is van enorme betekenis. Een goede maatschappij heeft een naam, en krijgt zo een identiteit, vorm en inhoud. Nog vage idealen zijn van belang, maar als je er geen vorm en inhoud aan geeft verdwijnen ze alras als sneeuw voor de zon.
      Sanders weet wat een woord doet en is helder in zijn socialisme.

Dit herinnert ook aan de strijd van Angela Davis, haar strijd tegen racisme en politieke onderdrukking en voor burgerrechten voor alle bevolkingsgroepen. In 1970-1971 werd ze gevangen gehouden en vals beschuldigd van moord. Massale acties voor haar bevrijding ontstonden, maar Davis heeft steeds volgehouden dat het niet om haar gaat, maar om iedereen. Ze zag dat zo in het kader van haar politieke standpunt toen, van een sociale communistische politiek. Het zijn precies de ideeën die de reactionaire overheid koste wat kost wilde vernietigen.
    Davis verbindt de strijd tegen segregatie en onderdrukking met klassenstrijd. Segregatie, uitbuiting, macht en klassenstrijd vormen één geheel. Dat standpunt, nadrukkelijk uitgedragen, wordt haar niet in dank afgenomen door de overheid.

In haar autobiografie ‘Zinnen op de vrijheid’  uit 1974 schrijft Davis: ‘De psychologische effecten van het anticommunisme op gewone mensen in Amerika zijn ontstellend. Er is iets aan het woord ‘communisme’ dat, voor wie niet beter weet, niet alleen de vijand oproept, maar ook iets immoreels, iets smerigs.’ Maar ook: ‘Ik ontdekte al gauw dat het anticommunisme in de getto’s, onder de arme en werkende zwarte mensen, niet bepaald diep geworteld was. (… Een broeder zei:) ‘Er moet iets goeds inzitten, anders zouden ze niet zo’n moeite doen om ons ervan te overtuigen dat het slecht is.’’
    Davis kiest voor heldere woorden. Standpunten kunnen zich ontwikkelen, steeds zul je de goede uitdrukking ervoor moeten vinden en noemen, die mensen in de strijd verbindt.

Socialisme, communisme, anarchisme, nog iets anders? Ben je voor een solidaire maatschappij? Aarzel niet deze een passende naam te geven. De weerstand die dat misschien oproept is een eerste aanzet voor een goed vervolg.






Boek: Angela Davis, Zinnen op de vrijheid, Een autobiografie, Eerste druk als Globe Pocket, Amsterdam 1993. De passages staat op pagina’s 279 en 280.

Voor wie dit interesseert: Deze titel is antiquarisch nog makkelijk verkrijgbaar voor weinig geld.














vrijdag 1 juni 2018

Een nauwelijks gestelde vraag (over kolonialisme en onvermijdelijkheid)


In een interessant boek, dat tal historische contexten boeiend beschrijft, en hier niet genoemd, laat staan besproken zal worden, lees ik een passage zonder veel context, die bij me blijft haken.
      ‘Blijft haken’, zeg je dat zo? In ieder geval denk ik dat de lezer op het eerste gezicht goed zal begrijpen wat er in deze passage wordt bedoeld en er toch iets helemaal niet klopt  in de gekozen formulering. Dat er een probleem en een antwoord worden opgeroepen dat toch niet helder wordt genoemd. Een vooronderstelling. Resultaat: de bestendiging van een vooroordeel? Of een stille, ongetwijfeld ongewilde beïnvloeding?

Deze passage luidt: ‘De oorspronkelijke bewoners van het van het Amerikaanse continent werden in de periode van 1492 tot het einde van de negentiende eeuw grotendeels uitgeroeid. Achteraf gezien lijkt deze uitkomst bijna onvermijdelijk. Het militaire en technologische overwicht van de Europeanen over de inheemse Amerikanen was van meet af aan enorm, en de door de Europeanen ingevoerde besmettelijke ziekten deden de rest.’

Wat is hier dan zo merkwaardig aan? De als conclusie of ‘bijna-conclusie’ gestelde zin: ‘Achteraf gezien lijkt deze uitkomst bijna onvermijdelijk.’ Het gaat me er dan nu even niet om dat iets wat gebeurd is achteraf altijd een zeker voorkomen van onvermijdelijkheid lijkt te hebben. Erger lijkt me de gesuggereerde veronderstelling dat een land of volk dat sterker is altijd zijn wil zal opleggen aan een militair zwakkere cultuur of natie.
      Alsof dat niet anders kan. Alsof het egoïsme zo sterk en onvermijdelijk is, zó sterk de enige beslissende drijfveer van de mens, dat wie sterk is nu eenmaal expansie realiseert, ten koste van anderen, van alles.
    Legt een sterke macht altijd en zonder meer zijn wil aan anderen op? Die vraag is in het geding, een nauwelijks gestelde vraag.

Natuurlijk lijkt dit vaak het geval te zijn, zie de politiek, de geschiedenis en zelfs het dagelijks leven. Vaak, maar altijd? De mens is ook een vat vol tegenstellingen. En hij kan zich ontwikkelen, meer primitieve drijfveren inkaderen en tot op zekere hoogte leren beheersen.
      Filosofen als Aristoteles en Spinoza laten zien dat egoïstische drijfveren en angsten weliswaar enorm sterk zijn, maar er ook tegengestelde krachten kunnen bestaan of ontstaan, die in totaliteit meer balans en meer sociaal leven opleveren. En dat die bovendien langdurig en diepgaand het vermeende ‘sterke volk’ tot voordeel kunnen strekken, namelijk dat het niet hoeft te vrezen voor de wraak of het verweer van anderen. Met per saldo een resultaat van welvaart, welzijn of zelfs geluk.

Wil een ‘sterk volk’ toch altijd overheersen, zoals gesuggereerd? Dat impliceert de noodzaak voor iedereen om zich verder te bewapenen en andere verdedigingslinies op te treken. Wil een sterke macht echter soms, maar niet altijd overheersen en bovendien verder niet alleen naar de eigen belangen maar ook naar die van anderen kijken, dan komen heel andere handelingswijzen in beeld. Zoals leren samenwerken, handel drijven, profiteren van elkaars kracht en inzicht.

Het is beter maar niet te snel te denken dat iets ‘bijna onvermijdelijk’ is. Wel te leren van het verleden en daardoor alert te zijn, maar niet te veronderstellen, ook niet een beetje, dat expansie en militaire kracht de enige opties waren en zijn. De onvermijdelijkheid van de geschiedenis zit in feit dat iets al gebeurd is, maar beslist niet zonder meer in de inhoud en eigenschappen (etc.) van dat inmiddels gepasseerde station, dat er toentertijd slechts één keuze of optie mogelijk was.
      Je hoeft de daders van toen niet met terugwerkende kracht op te knopen, dat is zinloos en misschien zelfs wel immoreel. Maar je kunt ook niet stellen dat ze beslist nooit anders hadden kunnen handelen. Ook al waren het geen ‘hedendaagse vrije individuen’ die makkelijk een alternatief hadden kunnen kiezen. Wat nu al moeilijk is was dat vroeger nog meer, maar daarmee nog niet totaal onvermijdelijk.
      Iets kan zo vanzelfsprekend lijken, maar het echt vanzelfsprekende hoeft meestal helemaal niet besproken te worden. Spreek liever over een bijna-vanzelfsprekendheid die vanaf nu dat niet meer zo zal zijn. Argumenten volop!














donderdag 24 mei 2018

Filosofen die een soort van algemene intellectuelen zijn


Waarom is de roman niet vervangbaar? De titel van Oek de Jongs ‘Wat alleen de roman kan zeggen’  zegt het eigenlijk al. Sommige ‘zaken’ zijn het beste uit te drukken in een bepaalde vorm, in een gedicht, een beeld, een foto, een film en vaak in een roman. Wat natuurlijk nog niet zegt, dat het lukt alles uit te drukken wat de schrijver of wat jezelf raakt.
    De Jong legt het uit, met treffende voorbeelden. Geen beschaving zonder de roman. Ik zeg wel eens dat met Cervantes’ ‘Don Quichot’  de onovertrefbare roman al geschreven is. De Jong laat zien dat daarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.

Over de filosofie zegt dit boek ook wat. Iets wat filosofen zich aan mogen trekken als De Jong gelijk heeft: ‘De filosofie heeft ons (…) in de steek gelaten. Ze heeft zich teruggetrokken binnen de universiteit, het is een wetenschappelijk specialisme geworden. Er zijn filosofen die zich mengen in het publieke debat, maar dat zijn intellectuelen met een opinie die filosofie hebben gestudeerd.’ Erger nog: ‘Er is een massa populaire filosofie. Maar er zijn weinig vooraanstaande filosofen die bereid of in staat zijn op hoog niveau over de ‘grote dingen van het leven’ te schrijven voor een geletterd publiek.’

Nu kun je van de laatstgenoemde gezochte groep zeggen dat niet iedereen het in zich heeft een vooraanstaand filosoof te worden. En dat waar een wil is, er niet altijd een weg is. Maar het klopt toch wel dat er een enorme massa populaire filosofie is, vaak als vermeend herstel van een religieuze omissie, zonder veel lijn en engagement. Opeengestapelde quotes zeggen nog weinig over de noodzakelijk bijbehorende reflectie. Daarom zijn ze meestal zó weer vergeten.

‘In de steek gelaten’, kun je dat zo zeggen? Er is wel veel veranderd. Voorheen hoefde je ook niet alles te weten over de systematiek van de filosofie, over kennistheorie, wetenschapsfilosofie en ontologie, of over stromingen als het existentialisme, maar dergelijke filosofische termen die nu vaak worden vermeden, waren meer algemeen bekend en riepen vragen op. Dat bracht meer continuïteit in discussies en publicaties, met vrijwel altijd een of andere maatschappijkritische of juist behoudende inslag.
      Algemeen bekend? Neen, ik noem geen namen. Of toch. Lolle Nauta, Bernard Delfgaauw, Ger Harmsen, Hans Heinz Holz, een paar namen van filosofen uit mijn studietijd op de Groningse faculteit. We waren het soms grondig – letterlijk dus fundamenteel – oneens, maar vrijwel iedereen hield zich óók bezig met actuele maatschappelijke vragen.
      Het was gewoon de stijl van denken, binnen de maatschappij, onze maatschappij, het zoeken van richtingen daarbinnen. Ook als de kritiek op elkaar soms scherp was, zei men echt niet zomaar dat de filosofen zich wereldvreemd opstelden. Er was een bewustzijn dat je de maatschappij en het debat niet in de steek mocht laten. En dat een stellig statement alleen nog onvoldoende was.

Ik ben benieuwd, nog dit jaar komt mijn nieuwe boek uit, dat bijna klaar is. Maatschappelijk relevant. Op mijn vorige boek ‘Het speelveld van de vrijheid’  kwam als kritiek dat het een maatschappelijk thema te abstract zou benaderen. Ja, dan ben je snel uitgepraat. En iemand anders vond dat ik zijn bekering tot Spinoza ontheiligde door deze wijsgeer vooral als een sociaal denkend staatsfilosoof te presenteren. Spinoza, wiens ‘Ethica’ al duidelijk maatschappelijk relevant is en bovendien twee expliciet staatkundige werken schreef. En voor Spinoza’s tijd waren dit radicale werken, sterker nog, dat zijn ze nog steeds.
    We zien wel hoe dat verder loopt. Maar intussen laat De Jong zien dat de roman nog leeft, voor altijd misschien, in ieder geval een functie vervult die anders onvervuld blijft. Dan is de kracht van de vorm voldoende voor een misschien wel eeuwigdurend voortbestaan. De filosofie mag hier wel een inhaalslag maken.





Boek: Oek de Jong, Wat alleen de roman kan zeggen, tweede, herziene en uitgebreide druk, Uitgeverij Augustus, Amsterdam, Antwerpen 2015. Het citaat over filosofie op pag. 101.















vrijdag 18 mei 2018

De ware droom, geschreven door José Eduardo Agualusa

‘Het heden creëert het verleden.’


In de boeken van de Angolees-Portugese schrijver José Eduardo Agualusa speelt veel zich af in het grensgebied van fictie en werkelijkheid. De lezer zal verbijsterd zijn, de werkelijkheid is ook verbijsterend.
      Zeker in de realiteit van Angola, de bevrijdingsoorlog, de wrede burgeroorlog en de complexe situatie daarna, waarin corruptie en belangenverstrengeling domineren. Wie is wie, welke identiteit hebben mensen eigenlijk na elkaar jarenlang bevochten te hebben, na de moordpartijen, mishandeling en gedwongen partijkeuze? Na het verraad en de dubbele rollen die gespeeld zijn? Bij Agualusa komen allerlei deelnemers van diverse partijen elkaar tegen. Hebben zij nog hoop en is er voor de hoop een toekomst?

Agualusa’s titels zijn al bijzonder, maar om te weten wat ze verhullen moet je ze wel lezen. Zoals ‘De handelaar in verledens’,  waar kan dat op slaan? Na het recente verleden vol geweld kan in het huidige heden een nieuw aangemeten identiteit handig en voordelig zijn. En dat dit altijd zo maar niet gaat spreekt ook vanzelf.
    Of denk eens na over de volgende titel: ‘Een algemene theorie van het vergeten’.  Kan echt vergeten samengaan met een goede theorie? Misschien alleen in een maatschappij waarin alles elke dag nog verandert, en leven en dood nog dicht bij elkaar lijken te liggen.

En dan pas verschenen, Agualusa’s nieuwe boek ‘Het genootschap van onvrijwillige dromers’.  Een nieuw vervolg op de droom van de betere toekomst, die maar geen werkelijkheid wilde worden.
    Het verhaal speelt niet vrijblijvend met de realiteit. Het lijkt eerder te gaan om de vraag: hoe dicht liggen droom en waarheid bij elkaar? Inderdaad onvrijwillig dromen, het verhaal is creatief, de droom lijkt de actor, de personen ondergaan wat erin gebeurt, ondanks de experimenten ermee, die het verhaal verder vormen.
      Hoe verzin je het dat mensen elkaars dromen dromen, ze kopiëren, ze soms lijken te kunnen beïnvloeden? Maar het onvrijwillige zit ook in de inhoud, de maatschappelijke achtergrond, die de thema’s bepaalt die er dwingend nu eenmaal zijn. De dromen zijn de dromen van de aarde, van Angola, realistische dromen.
    Natuurlijk is de droom ook fantasie, het gaat over het verleden, maar in een nieuwe creatie: ‘Het heden creëert het verleden.’

Men leze het buitengewoon goed geschreven verhaal. Het gaat over gewoon voorstelbare personen, die elkaar ontmoeten en ook nog een belangrijke maatschappelijke en culturele rol spelen. Hun dromen leggen tal van problemen en perspectieven bloot, virtuele en reële.
    De dromen raken alles. Droom en fixatie door het verleden. Droom en therapie. De droom van en voor het heden. Droom en waarheid, of bedrog, leugens en onwaarheid. Droom en realiteit. Droom en onmacht. Droom en daad. Droom en een voorstelbare verandering, de toekomst.
    De droom tart uiteindelijk de passieve acceptatie, spiegelt een perspectief van verzet voor. Wat is er dan reëler dan de droom? Door aan de goede droom vast te houden wordt het verzet bestendigd. De dochter van de hoofdpersoon gaat in hongerstaking. Zij houdt vast aan het ideaal. Hij daarentegen vindt het eerst slechts een droom, een fictie, maar het perspectief van de droom wordt steeds reëler, een groeiende politieke macht.
    Het najagen van de grote droom heeft wél (veel) zin. De val van de dictator wordt voorspeld en door het delen van de droom bespoedigd, of zelfs definitief bewerkstelligd. De droom blijkt dan het heden die het verleden afschaft en een nieuwe toekomst openlegt.

Kortom, de opzet van het hele boek lijkt een droomwereld, magisch, maar is dat wel zo? Alle elementen tellen mee en de optelsom is een reëel menselijk drama, hard en zacht tegelijk.
    Aan het einde van het boek geeft vertaler Harrie Lemmens een korte nabeschouwing: Agualusa’s verhaal blijkt een profetische waarde te hebben. De bijna veertigjarige regering van de corrupte Dos Santos is in 2017 ten einde gekomen, mede door het verzet van een groep jongeren, vergelijkbaar met die in het boek van Agualusa. De opvolger van Dos Santos, Lourenço, blijkt een verademing.
      Zal de volgende roman van Agualusa de droom nog dichter bij het heden kunnen brengen? Het verleden bij het heden? Dat lijkt onvoorstelbaar. Maar is er iets bij José Eduardo Agualusa onvoorstelbaar?




José Eduardo Agualusa, Het genootschap van onvrijwillige dromers, Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens, Uitgeverij Koppernik, Amsterdam 2018. Het citaat staat op pagina 149.















woensdag 16 mei 2018

Bestaan hier dan juiste woorden voor? (Palestina)


Israël schendt het recht. Israël heeft afgelopen dagen tientallen ongewapende Palestijnen in Gaza doodgeschoten en honderden verwondt.
    Hoe reageer je hierop? Kun je het voorstellen dat er mensen zijn die een antisemitisch woord laten vallen? Een onjuist woord, dat voor hen de onmacht van het diep ervaren onrecht uitdrukt?
      Heb je op zo’n moment tijd het juiste woord te vinden? Het moet natuurlijk wel, maar wat je ook zegt, het onrecht en de onmacht bestaan nog volop.

De website van ‘The Rights Forum’ werd kort geleden door het Centraal Joods Overleg en de CIDI-jongeren van antisemitisme beschuldigd vanwege enkele uitlatingen van gebruikers van hun Facebookpagina. De EO kakelde de beschuldiging na alsof het harde nieuwsfeiten betrof. ‘The Rights Forum’ verwerpt het antisemitismeverwijt en is hier alert op bij het modereren van de Facebookpagina.
    Bij dit alles denk ik: is het gek dat in alle groffe reële en mediageweld er mensen zijn die even geen juist en fijnzinnig woord ter beschikking hebben? Hun woede zal in de meeste gevallen oprecht zijn.

Antisemitisme? Ik heb enkele mensen gekend, inmiddels overleden, die in de Tweede Wereldoorlog hun leven gewaagd hebben om Joodse kinderen te redden. Soms mislukte zo’n actie en kwamen er kinderen om. Tientallen jaren na dato waren zij er nog heel emotioneel over.
      Deze zelfde mensen toonden, ook lang na de oorlog, in allerlei acties wat hun diepste drijfveren waren. Belangrijk zijn dan vooral recht en rechtvaardigheid. En is dat niet wat in het geding is bij het met scherp schieten op ongewapende Palestijnen? Bestaat er recht, is er rechtvaardigheid?
      Maar dit zijn waarden. Het klinkt zo zwak, zo weinig strijdbaar een moordpartij alleen maar onrechtvaardig te noemen.

Het doden van ongewapende mensen, verdreven van hun land, en de steeds verdere pogingen hen te ontdoen van hun waardigheid, hoe moet je dat noemen? Egoïstische onderdrukking? Angstige neppreventie? Misdadig geweld?
    Vind hier maar eens de juiste woorden voor, de correcte uitdrukking die past bij moord. Dat is vast geen fijn woord.
    Misschien is het beter dat rechtse organisaties die direct met hun opgeheven vingertje klaar staan, maar in wezen een brute machtspolitiek steunen, eens een passende term verzinnen.
      Een passend woord. En liever nog, een passende omgang met dat woord.



Lees regelmatig de nieuwsbrief van ‘The Rights Forum’: https://rightsforum.org/













dinsdag 8 mei 2018

Duizend keer bukken (om een schelp op te rapen)


Behalve dat wandelen op het strand heel ontspannend is, kun je je er ook inspannen. Zo zoek ik al heel wat jaren schelpen en zoek ook nog uit wat er allemaal te vinden is. Dat is ook nog een sociaal gebeuren, getuige de vele contacten met weekdierdeskundigen (malacologen) en instellingen als Naturalis en natuurmusea.
    Een poosje geleden alweer vroegen familieleden me of ik schelpen wilde bekijken die zij eigenlijk weg wilden doen. Een flinke verzameling na jaren op Ameland. Die verzameling nam inderdaad de nodige ruimte in. De meer gewone soorten zijn na het bekijken inderdaad weggegooid.
      Zo heb ik dus duizend keer bukken van mijn familie weggegooid. Twee emmertjes vol, achterin mijn tuin, die wel wat kalk kan gebruiken. Inderdaad moet er zeker duizend keer voor gebukt zijn, ook die keren waar men gewoon even gekeken heeft zonder oprapen.

Toch leuk een deel van zo’n collectie, jaren bijeengeraapt op vakanties, te bewaren. In dit geval resteerden een stuk of vijftig van de meer schaarse soorten of gewoon opmerkelijk mooie exemplaren. Het is behalve familiegeschiedenis bovendien een stukje natuurgeschiedenis. Van een specifieke locatie, Ameland, vooral in de omgeving van het strand van Nes en oostelijk ervan. Met een tijdstip, de periode van ca. 1970-1980 of nog wat later.

Dat tijdstip zegt wel wat. Tegenwoordig zijn er – ongetwijfeld mede door de klimaatveranderingen – soorten in opkomst, en dus op te rapen, die er toen nog minder lagen. Er is dus een aan te nemen, niet al te groot, maar wel reëel verschil tussen de periode 1970-1980 en bijvoorbeeld de periode van 2000 tot en met heden.
    Dan nog wat. Op Ameland hebben verschillende zandsuppleties plaatsgevonden om de kust te beschermen, waardoor in één klap op dezelfde genoemde locatie tal van voorheen zeldzame fossiele schelpen te vinden waren. Wat dit betreft is vooral de suppletie van 2010 van belang, ook van vlak bij Nes en oostelijk.

Zo kun je dus heel globaal drie perioden onderscheiden. Duizend keer bukken tot ongeveer 1980 en dat zat in de emmers. Daarna de periode van de fossiele suppletieschelpen die je voorheen normaal niet zo gauw zou vinden. En als we dan nu op het strand van Ameland rondstruinen zie we wellicht verse schelpen, die in de oude emmertjes met de schelpen ontbreken.
      Zegt nog niet alles natuurlijk, misschien lagen er schelpen die mijn familie gewoon niet mooi vond en dus liet liggen.

Aardig dit zo te bekijken. Op de foto onderaan een paar oude suppletieschelpen. Die laten we dan nu verder buiten beschouwing.
    En in de emmer? Er ontbreken schelpen die je waarschijnlijk voor 1980 wel op Ameland kon vinden, zoals de Tapijtschelp en de Noordhoren. Niet gezien wellicht. Maar er ontbreken ook soorten die je meer dan toen tegenwoordig wel vrij makkelijk kunt vinden, zoals verse exemplaren van de Otterschelp, een verse Gevlochten fuikhoren en recent ook wel gekleurde exemplaren van de Wijde mantel.

Het gaat me nu eigenlijk niet eens om de specifieke soorten, hier slechts kort genoemd. Boeiend is de verandering van de natuur, en de menselijke ingreep. De snelle verandering door de suppleties, maar bij deze familiecollectie ook de meer geleidelijke door de opwarming. Het stukje natuurgeschiedenis is ook een sociale (of asociale) geschiedenis, een interactie van natuur en mens.
    Bovendien zie je veertig jaar nadien ongeveer hoe toen gedacht en gekeken is. Dat is boeiend. Wat eerst zeldzaam is wordt meer gangbaar, of omgekeerd, wat er eerst ruimschoots lag kun je later moeilijker vinden, zoals bepaalde soorten ‘Mesjes’. En zo kijkt men ook.
      Tegelijk zijn er ook nog soorten van toen en nu, die gewoon mooi zijn en altijd zullen worden opgeraapt, zoals Wenteltrappen.

Filosofisch is er wel wat van te leren, over kijken en over het hoofd zien, over gericht waarnemen dus de meespelende zoekbeelden, over veranderende interesses, over de gevolgen van menselijk ingrijpen en de dynamiek van de natuur. Een paar emmers schelpen kunnen zo nogal wat oproepen. Moet je wel even tijd voor nemen.










Op de foto schelpen uit de zandsuppleties, ontbrekend in de genoemde familieverzameling. Met de klok mee: Noordse cirkelschelp, Ovaal nonnetje, Stevige platschelp en Paardenzadel.
    Alle vier zijn in een kort tijdsbestek gevonden op Ameland, op plaatsen van de zandsuppletie. Het zijn alle vier schelpen die op Ameland zonder die suppletie wel te vinden waren, maar golden en wellicht inmiddels alweer gelden als zeldzaam of heel zeldzaam.










zaterdag 5 mei 2018

Karl Marx is jarig


Karl Marx, vandaag wordt hij 200 jaar. Hoera! Op 5 mei 1818 geboren. Een felicitatie waard. Als hij het eeuwige leven heeft tenminste. De materialist Marx zal dat wel betwijfelen. Zijn botten liggen begraven in Londen.
      Maar Marx had idealen. Hij streed tegen onrecht, onderdrukking en ongelijkheid. Die idealen van sociale strijd leven nog volop, al 200 jaar lang. Marx zal steeds weer mensen inspireren. Jong en oud, arbeider en intellectueel.
      Hij analyseerde de structuur van het onrecht van de kapitalistische maatschappij. Zijn werk verheldert veel van de maatschappij van nu, de drijfveren van hebzucht en het gebrek aan respect voor anderen. Hij roept daartegen op tot verzet.

Marx’ betekenis verdient aandacht op een dag als vandaag. Een artikel over enkele aspecten van Marx werk vind je in de weblog van 19 april jl.



Zie:
http://filosofie-en-politiek.blogspot.nl/2018/04/marx-wat-blijft.html

Over mijn boeken over Marx, zie de website: www.jasperschaaf.nl





 
Marx als student










dinsdag 24 april 2018

Kap niet zoveel bomen!


Ik heb een uitstekende relatie met houthakkers en andere werkers die bossen, parken en hagen onderhouden. Dat komt door het simpele feit dat ik ze vaak tegenkom en we elkaar vriendelijk groeten.
    Aangesneld op de racefiets zie ik al van grote afstand de versperring van het fietspad. Hele en halve bomen, takken, twijgjes en mannen (bijna nooit vrouwen) in overall, druk in de weer. Ze kennen de overlast die ze bezorgen, kijken je vriendelijk aan en groeten goed Gronings ‘Moi!’
      Ze doen hun werk, ze doen het goed, maar wanneer ik langs ze kruip, één voet aan de grond, op mijn fietsje, dan denk ik vaak, wordt hier niet wat erg rigoureus gekapt? Bij een enkele keer denk je nog, het zal wel onderhoud zijn, of toeval dat er nu juist gekapt wordt waar ik heen fiets. Maar zijn er niet te veel plekken in en rondom Groningen (en elders) waar eerst mooie boompartijen stonden en nu een onduidelijk groen randje overgebleven is? Vaak, niet altijd, wordt er teruggeplant. Dat dappere nieuwe dunne boompje moet het verlies doen vergeten, al heb je er dan nieuwe generaties bewoners voor nodig die zich niet meer herinneren hoe het was.

In het Dagblad van het Noorden van 18 april jl. stond een uitstekend opiniestuk van bomen- en bossenbeschermers uit de regio en het land. Stevige argumenten. Vooral maakt indruk dat ze duidelijk uitleggen dat wat natuurbeschermers onder biodiversiteit verstaan soms een eenzijdig verhaal is. Dat soms belangrijke biotopen daardoor verdwijnen en dat de term exoot in de biologie wel evenveel discussie kan oproepen als het politieke vluchtelingenvraagstuk.
    Kortom, dat bij kappen wel meer het voorzorgprincipe zou mogen gelden: ‘Bezint eer ge begint!’ Het artikel is ongetwijfeld nog wel op internet te vinden, voor wie nu geïnteresseerd raakt.

Toen ik het las, paste het precies in mijn waarneming op mijn fietsje, ook buiten de stad. Maar voor ik de stad al helemaal verlaten heb rijd ik bijvoorbeeld eerst nog langs de Hoornse Plas. Aldaar worden nu voor slechts het commerciële belang (althans de kortetermijnvisie ervan) van het nabije hotel massaal bomen gekapt en struiken verwijderd. Tot schrik van omwonenden en vooral van mensen die misschien wel van het plan gehoord hadden, maar zich hiervan nu pas een goede voorstelling kunnen maken. En bewonersparticipatie? Op z’n D66-tigsten, als het even niet uitkomt, dan maar niet.
    Of elders bijna uit de stad. Droevig oogt de aanpak van de Zuidelijke Ringweg. Er moet groen voor wijken. Natuurlijk. Maar zó rigide? Het lijkt wel of elke boom en struik die zich in de buurt ervan waagt zo snel mogelijk aan de kant moet. De hele wereld als aanrijdroute. Eerst alles plat, en die nieuwe boompjes zullen ook hier vanzelf wel weer eens komen. Maar wat is dat voor een aanpak …. Grootschalig geklungel?

De stad uit fiets ik dan bijvoorbeeld naar de Westerbroekstermadepolder. Prachtig fietspad door de natuur, heus niet zoveel op aan te merken. Maar zeker is wel dat aan de rand vroeger meer kleine boompjes en struiken stonden die een mooie rustplaats boden voor bepaalde vogels.
      Ik zag eens een fitis op een boom die er al niet meer staat. Daar vlakbij stond nog een jonge boom waar in een ander seizoen een klapekster op zat. Nu ook gekapt. Klapekster, geen kapekster!
      Nog iets verderop voerde ik eens een gesprek met een bekende die ik daar tegenkwam, terwijl achter haar rug in de struik de hele tijd een blauwborst duidelijk zichtbaar zat en wat heen en weer wipte. Die struik was kort erna ook verdwenen. Kennelijk moest op dit stuk bij de spoorbaan bijna alles wat maar omhoogstak worden geruimd.
    Het gaat hier niet om veel bomen, maar ze pasten er toch prima? Aan de rand van een groot heel open gebied. Iemand zei me een keer dat wellicht deze struiken en bomen hadden moeten wijken om roofvogels te weren, hun rustplaatsen weg te halen. Vreemd als dat zo zou zijn en gelukkig werkt dat ook niet zo. Buizerds, kiekenduiven, torenvalken, soms een slechtvalk en in de buurt tegenwoordig ook nog de zeearend: roofvogels genoeg hier en die horen er ook bij.
      Soms lijkt het alsof men gewoon zaag en takkenschaar wil gebruiken.

Elk specifiek voorbeeld heeft zijn eigen verhaal en vast wel goede argumenten. Daarom worden bomenbeschermers soms wel eens als zeurpieten gezien. Maar het totaal van boom en bos maakt wel een punt. Ook het oudere bos dat niet zomaar vervangbaar is. Dus moet men juist in een tijd waar ecologie en klimaat primaire aandachtspunten zijn en moeten zijn, dat gezeur dan maar even aanhoren. Om tot meer evenwichtige visies op beheer en onderhoud te komen. Groene groei in plaats van afbraak.
      Bij zo’n evenwicht hoort natuurlijk de open ruimte en het waterbeheer, maar net zo goed oud en nieuw bos, houtwallen en gevarieerd en bloemrijk akkerland. Als de boombeschermers nu oproepen: ‘Laat de bossen staan!’, raken ze een punt dat wél politiek de aandacht verdient. Mag het ietsje méér zijn?











Ampsen bij Lochem






Ik geef niet om rijm. Zelden
Ziet men twee gelijke bomen naast elkaar.

Fernando Pessoa


















donderdag 19 april 2018

Marx, wat blijft ….?


200 jaar geleden werd Karl Marx geboren. In Trier, op 5 mei 1818. Het geboortehuis staat in de Brückengasse 664, later omgedoopt tot Brückenstraße 10.
      Marx, enkele decennia geleden hoorde het lezen van zijn werk tot de min of meer verplichte leerstof van miljoenen, nu staat hij duidelijk minder in de belangstelling. Toch is hij niet vergeten, al weten steeds minder mensen wat hij eigenlijk heeft gezegd.

Laatste tijd krijg ik vaker dan voorheen de vraag wat de betekenis van Marx is voor nu, of soms nog wat dwingender, heeft zijn werk nog wel betekenis? Toen mijn vorige boek over Marx en Spinoza uitkwam waren er ook enkelen die zich eraan stoorden dat Spinoza in verband gebracht wordt met Marx. Misschien hadden die boze mensen niet al te lang geleden het socialisme en Marx achter zich gelaten, en dan …oeps … daar is hij toch weer.
      Er blijft kennelijk toch veel hangen, vaak niet duidelijk benoemd, maar Marx is na hij een jaar of achttien was nooit meer helemaal uit beeld geraakt. Tot vreugde en verdriet, afhankelijk waar je staat in het politieke spectrum.

En ja, die vraag, wat is Marx’ betekenis, na zijn dood, wat blijft er nu precies van over? Misschien wat flauw om dan naar de tientallen boeken en honderden artikelen van Marx te verwijzen. Kan het niet kort en krachtig in een paar woorden worden gezegd?
      Toch is het ook een vreemde vraag, alsof je in één korte bewering de hele betekenis van een filosofie en politieke visie moet samenvatten. Zo stel je toch ook geen vraag over Plato, Spinoza, Kant of Hegel? Deed je dat wel in één woord, zou je dan namens deze vier bekende denkers respectievelijk moeten zeggen: ‘Idee, Inzicht, Verlichting en Dynamiek’? Zo kort zegt dat niets, en dan zou je bij Marx kunnen noemen ‘Revolutie’, maar dat zeggen er wel meer.

Bij de begrafenis in 1883 heeft zijn vriend Friedrich Engels het werk van Marx bondig gekarakteriseerd. Volgens hem is Marx degene die als geen ander inzicht gaf in de macht die nodig is om grote sociale veranderingen door te voeren. Marx heeft, zo meent Engels dan, twee grote ontdekkingen gedaan. Eerst de historisch-materialistische analyse van de geschiedenis en de rol van de klassenstrijd daarin.
      En als tweede de meerwaardetheorie, zoals uitgewerkt in ‘Het kapitaal’. Marx legt daarin de logica, de structurele werking van de kapitalistische economie uit, althans in grote trekken. Helemaal klaar kwam hij er weliswaar nooit mee, maar met beide ontdekkingen heeft Marx wel een gedachtespoor geformuleerd waarop nog steeds economen en politici voortborduren, én de sociale wetenschappen, zoals de sociologie. Voortborduren, accepterend of juist heel kritisch.

Twee ontdekkingen. Maar Engels tekent nog een derde punt aan, dat hij van groot gewicht acht bij de beoordeling van Marx’ werk. Engels: ‘Marx was werkelijk een revolutionair, zoals hij zichzelf bestempelde. De strijd voor de bevrijding van de klasse van de loonarbeiders van de boeien van het moderne kapitalistische productiesysteem was zijn ware roeping. En nooit was er een actievere strijder als hij.’ Waarna hij wijst op het vele werk door Marx in de Internationale en daarbuiten, om de arbeiders van de hele wereld te verenigen.
      Marx zette zich dus praktisch in voor de noodzakelijke verandering, de sociale verbetering van de wereld. Het klinkt gewoon, maar door zijn inzet was hij zijn hele leven verbannen uit Duitsland. Men vond hem gevaarlijk, opruiend. En voor de bestaande ordening, de ongebreidelde macht van het kapitaal was dat inderdaad ook zo.

Bij Marx zul je geen kant-en-klaar idee vinden hoe een revolutie zich zal voltrekken of hoe een socialistische maatschappij of het communisme er precies uit zouden moeten zien. ‘Ik ben geen profeet’, zei hij dan. Ook een uitgewerkte staatstheorie schreef hij nooit. Het gaat hem om de maatschappelijke ontwikkeling beter te begrijpen. Om daarmee de macht te vergroten van de onderdrukten, met name de opkomende arbeidersklasse die vaak moest werken en wonen in erbarmelijke omstandigheden.

Marx’ werk is gebouwd op grondige filosofische reflecties, waar hij zich in zijn jeugd veel mee bezig hield en waarnaar hij later niet zo vaak verwijst, zonder overigens eerdere ideeën te verloochenen.
      Al met al zijn er vele teksten waarvan misschien niet eens het onderwerp zo opvallend is, maar het lezen ervan zeer de moeite waard door de talloze materiële en ideële verbanden die Marx beter dan wie ook in zijn tijd kon uitleggen. Die zijn veel veelzijdiger, interessanter en leerzamer dan het zoeken naar dat ene woord dat zijn betekenis helemaal zou moeten verklaren.

In Marx’ vroege werk lees je een enorme morele gedrevenheid. Hij verzet zich tegen het egoïsme dat de drijfveer is van het kapitalisme. En tegen de maatschappelijke vervreemding.
      Ja, de vervreemding: als Marx nu zou leven zou hij kunnen wijzen op de vervreemding door Facebook. Een door mensen bedachte uitvinding, die echter de mens zelf overheerst. Wel bedacht en in dank aanvaard, maar nu kan bijna niemand ermee stoppen. Voor je het weet worden mensen op sleeptouw genomen door iets wat ze eigenlijk niet willen. Zelf bedacht, maar niet de baas erover.

Marx spreekt ook over vrijheid. Hij analyseert de veranderende politieke verhoudingen met daarin de grote rol van de kapitalistische economie en de nieuwe vormen van techniek, die ongekende productiemogelijkheden scheppen. Hij legt daarmee in zijn filosofie en politieke analyses nadruk op de objectieve, materiële kant van een veranderingsproces waar de vrijheidsmogelijkheden mee samen blijken te hangen. Met als grote adder onder het gras dat deze potentiële groei van vrijheid vooralsnog een groeiende tegenstelling inhoudt, namelijk tussen kapitaal en arbeid, tussen uitbuiter en uitgebuit worden.
      De kans op vrijheid is objectief groter, het resultaat voorlopig nog een onopgeloste diepe maatschappelijke tegenspraak, daarmee een onvrijheid. De mogelijkheden zijn echter groot, onder één belangrijke voorwaarde: de arbeiders, de opkomende klasse moet zich – liefst internationaal – krachtig organiseren in vakbond en partij, in massabewegingen. Vereniging is een vorm van vrijheid en politieke kracht.

Marx wil de wereld veranderen. Niet alleen denken dat het beter kan, dat uitsluiting, uitbuiting en racisme slecht zijn, maar er daadwerkelijk voor zorgen dat het foute stelsel verdwijnt. Marx zag dat de wereld altijd verandert, maar wil in dit veranderingsproces de wereld verbeteren, dus de verandering resoluut in een socialistische richting sturen. En dan de door ‘ons’ zelf geschapen maatschappij ook zelf ter hand nemen. Dus de vervreemding opheffen.
      Als dat lukt zal blijken, zoals het oude strijdlied zingt: ‘Er is genoeg voor iedereen!’ Ook dat kun je lezen in ‘Het kapitaal’. Er wordt in het kapitalistische stelsel niet geproduceerd wat het meest nodig is, maar waar flink aan verdiend kan worden. Daar tegenover hoort een vereniging van actieve socialisten te ontstaan die dat systeem aanvecht.
      Het gaat Marx niet zozeer om een andere staat als doel, maar om de doelstelling van de opheffing van alle uitbuiting en onderdrukking te realiseren.

Is dit verouderd? Dat kun je niet volhouden bij de nog bestaande grote ongelijkheid tussen arm en rijk. Of denk aan de verdere gevolgen van de ongelijkheid, zoals de oorlogen die nog altijd gevoerd worden. Marx is geen tovenaar die precies weet hoe alles moet, maar kiest een politieke richting die hij in zijn theorie onderbouwt. Mensen die onder armoede en ongelijkheid lijden moeten zich verenigen, samen met ieder die solidair is.
    Tegelijk is de wereld heel complex, hoe kun je nog iets veranderen? Kijk dan naar Marx’ analyse van de werking het kapitalistische productiestelsel. Hij opent een systeem dat slechts blind leek voort te woekeren. Inzicht in plaats van passieve acceptatie.

Maak de rijkdom de rijkdom van alle mensen. Dat noemt men dan waarschijnlijk socialistisch, communistisch, anarchistisch of nog iets anders. Het is dan humaan en solidair, waarbij verschillende maatschappijmodellen en uiteenlopende persoonlijke keuzes mogelijk zijn.
      Die openheid laat Karl Marx in zijn werk zeker toe. Sterker nog, tijdens de Commune van Parijs, in 1871, stelt hij duidelijk dat het volk zijn eigen vormen van macht kan en moet kiezen en je dat niet vanuit een theorie of iets dergelijks moet willen voorschrijven.

Het gaat niet om één enkel woord dat de actualiteit van Marx kan bewijzen. Maar wel om de juiste woorden die helpen een grondslag te vinden voor de daad, de actieve strijd voor verbetering, gelijkwaardigheid en respect.
      Marx’ filosofie en politieke theorie is wat dat betreft nog gewoon bij de tijd. Bij deze tijd, ook na 200 jaar.







Bron van het citaat hierboven van Engels: Friedrich Engels, ‘Entwurf zur Grabrede für Karl Marx’, in Karl Marx, Friedrich Engels, Werke, deel 19, Berlin (DDR), versch. jrt., pp. 333-334.

Ik schreef twee inleidende boeken over Marx:
- Karl Marx, Bekend en onbekend, Dialectiek (eigen beheer), Groningen 2000.
Bestellen: zie website www.jasperschaaf.nl
- Marx, zó gelezen, Uitgeverij Damon, Budel 2005.
Bestellen: bij de boekhandel.


Het is de bedoeling later dit jaar een nieuw boek te publiceren. De voorlopige titel is:
- Actief Socialisme en Vrijheid (Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking. Doorbreek de vanzelfsprekendheid)