donderdag 19 april 2018

Marx, wat blijft ….?


200 jaar geleden werd Karl Marx geboren. In Trier, op 5 mei 1818. Het geboortehuis staat in de Brückengasse 664, later omgedoopt tot Brückenstraße 10.
      Marx, enkele decennia geleden hoorde het lezen van zijn werk tot de min of meer verplichte leerstof van miljoenen, nu staat hij duidelijk minder in de belangstelling. Toch is hij niet vergeten, al weten steeds minder mensen wat hij eigenlijk heeft gezegd.

Laatste tijd krijg ik vaker dan voorheen de vraag wat de betekenis van Marx is voor nu, of soms nog wat dwingender, heeft zijn werk nog wel betekenis? Toen mijn vorige boek over Marx en Spinoza uitkwam waren er ook enkelen die zich eraan stoorden dat Spinoza in verband gebracht wordt met Marx. Misschien hadden die boze mensen niet al te lang geleden het socialisme en Marx achter zich gelaten, en dan …oeps … daar is hij toch weer.
      Er blijft kennelijk toch veel hangen, vaak niet duidelijk benoemd, maar Marx is na hij een jaar of achttien was nooit meer helemaal uit beeld geraakt. Tot vreugde en verdriet, afhankelijk waar je staat in het politieke spectrum.

En ja, die vraag, wat is Marx’ betekenis, na zijn dood, wat blijft er nu precies van over? Misschien wat flauw om dan naar de tientallen boeken en honderden artikelen van Marx te verwijzen. Kan het niet kort en krachtig in een paar woorden worden gezegd?
      Toch is het ook een vreemde vraag, alsof je in één korte bewering de hele betekenis van een filosofie en politieke visie moet samenvatten. Zo stel je toch ook geen vraag over Plato, Spinoza, Kant of Hegel? Deed je dat wel in één woord, zou je dan namens deze vier bekende denkers respectievelijk moeten zeggen: ‘Idee, Inzicht, Verlichting en Dynamiek’? Zo kort zegt dat niets, en dan zou je bij Marx kunnen noemen ‘Revolutie’, maar dat zeggen er wel meer.

Bij de begrafenis in 1883 heeft zijn vriend Friedrich Engels het werk van Marx bondig gekarakteriseerd. Volgens hem is Marx degene die als geen ander inzicht gaf in de macht die nodig is om grote sociale veranderingen door te voeren. Marx heeft, zo meent Engels dan, twee grote ontdekkingen gedaan. Eerst de historisch-materialistische analyse van de geschiedenis en de rol van de klassenstrijd daarin.
      En als tweede de meerwaardetheorie, zoals uitgewerkt in ‘Het kapitaal’. Marx legt daarin de logica, de structurele werking van de kapitalistische economie uit, althans in grote trekken. Helemaal klaar kwam hij er weliswaar nooit mee, maar met beide ontdekkingen heeft Marx wel een gedachtespoor geformuleerd waarop nog steeds economen en politici voortborduren, én de sociale wetenschappen, zoals de sociologie. Voortborduren, accepterend of juist heel kritisch.

Twee ontdekkingen. Maar Engels tekent nog een derde punt aan, dat hij van groot gewicht acht bij de beoordeling van Marx’ werk. Engels: ‘Marx was werkelijk een revolutionair, zoals hij zichzelf bestempelde. De strijd voor de bevrijding van de klasse van de loonarbeiders van de boeien van het moderne kapitalistische productiesysteem was zijn ware roeping. En nooit was er een actievere strijder als hij.’ Waarna hij wijst op het vele werk door Marx in de Internationale en daarbuiten, om de arbeiders van de hele wereld te verenigen.
      Marx zette zich dus praktisch in voor de noodzakelijke verandering, de sociale verbetering van de wereld. Het klinkt gewoon, maar door zijn inzet was hij zijn hele leven verbannen uit Duitsland. Men vond hem gevaarlijk, opruiend. En voor de bestaande ordening, de ongebreidelde macht van het kapitaal was dat inderdaad ook zo.

Bij Marx zul je geen kant-en-klaar idee vinden hoe een revolutie zich zal voltrekken of hoe een socialistische maatschappij of het communisme er precies uit zouden moeten zien. ‘Ik ben geen profeet’, zei hij dan. Ook een uitgewerkte staatstheorie schreef hij nooit. Het gaat hem om de maatschappelijke ontwikkeling beter te begrijpen. Om daarmee de macht te vergroten van de onderdrukten, met name de opkomende arbeidersklasse die vaak moest werken en wonen in erbarmelijke omstandigheden.

Marx’ werk is gebouwd op grondige filosofische reflecties, waar hij zich in zijn jeugd veel mee bezig hield en waarnaar hij later niet zo vaak verwijst, zonder overigens eerdere ideeën te verloochenen.
      Al met al zijn er vele teksten waarvan misschien niet eens het onderwerp zo opvallend is, maar het lezen ervan zeer de moeite waard door de talloze materiële en ideële verbanden die Marx beter dan wie ook in zijn tijd kon uitleggen. Die zijn veel veelzijdiger, interessanter en leerzamer dan het zoeken naar dat ene woord dat zijn betekenis helemaal zou moeten verklaren.

In Marx’ vroege werk lees je een enorme morele gedrevenheid. Hij verzet zich tegen het egoïsme dat de drijfveer is van het kapitalisme. En tegen de maatschappelijke vervreemding.
      Ja, de vervreemding: als Marx nu zou leven zou hij kunnen wijzen op de vervreemding door Facebook. Een door mensen bedachte uitvinding, die echter de mens zelf overheerst. Wel bedacht en in dank aanvaard, maar nu kan bijna niemand ermee stoppen. Voor je het weet worden mensen op sleeptouw genomen door iets wat ze eigenlijk niet willen. Zelf bedacht, maar niet de baas erover.

Marx spreekt ook over vrijheid. Hij analyseert de veranderende politieke verhoudingen met daarin de grote rol van de kapitalistische economie en de nieuwe vormen van techniek, die ongekende productiemogelijkheden scheppen. Hij legt daarmee in zijn filosofie en politieke analyses nadruk op de objectieve, materiële kant van een veranderingsproces waar de vrijheidsmogelijkheden mee samen blijken te hangen. Met als grote adder onder het gras dat deze potentiële groei van vrijheid vooralsnog een groeiende tegenstelling inhoudt, namelijk tussen kapitaal en arbeid, tussen uitbuiter en uitgebuit worden.
      De kans op vrijheid is objectief groter, het resultaat voorlopig nog een onopgeloste diepe maatschappelijke tegenspraak, daarmee een onvrijheid. De mogelijkheden zijn echter groot, onder één belangrijke voorwaarde: de arbeiders, de opkomende klasse moet zich – liefst internationaal – krachtig organiseren in vakbond en partij, in massabewegingen. Vereniging is een vorm van vrijheid en politieke kracht.

Marx wil de wereld veranderen. Niet alleen denken dat het beter kan, dat uitsluiting, uitbuiting en racisme slecht zijn, maar er daadwerkelijk voor zorgen dat het foute stelsel verdwijnt. Marx zag dat de wereld altijd verandert, maar wil in dit veranderingsproces de wereld verbeteren, dus de verandering resoluut in een socialistische richting sturen. En dan de door ‘ons’ zelf geschapen maatschappij ook zelf ter hand nemen. Dus de vervreemding opheffen.
      Als dat lukt zal blijken, zoals het oude strijdlied zingt: ‘Er is genoeg voor iedereen!’ Ook dat kun je lezen in ‘Het kapitaal’. Er wordt in het kapitalistische stelsel niet geproduceerd wat het meest nodig is, maar waar flink aan verdiend kan worden. Daar tegenover hoort een vereniging van actieve socialisten te ontstaan die dat systeem aanvecht.
      Het gaat Marx niet zozeer om een andere staat als doel, maar om de doelstelling van de opheffing van alle uitbuiting en onderdrukking te realiseren.

Is dit verouderd? Dat kun je niet volhouden bij de nog bestaande grote ongelijkheid tussen arm en rijk. Of denk aan de verdere gevolgen van de ongelijkheid, zoals de oorlogen die nog altijd gevoerd worden. Marx is geen tovenaar die precies weet hoe alles moet, maar kiest een politieke richting die hij in zijn theorie onderbouwt. Mensen die onder armoede en ongelijkheid lijden moeten zich verenigen, samen met ieder die solidair is.
    Tegelijk is de wereld heel complex, hoe kun je nog iets veranderen? Kijk dan naar Marx’ analyse van de werking het kapitalistische productiestelsel. Hij opent een systeem dat slechts blind leek voort te woekeren. Inzicht in plaats van passieve acceptatie.

Maak de rijkdom de rijkdom van alle mensen. Dat noemt men dan waarschijnlijk socialistisch, communistisch, anarchistisch of nog iets anders. Het is dan humaan en solidair, waarbij verschillende maatschappijmodellen en uiteenlopende persoonlijke keuzes mogelijk zijn.
      Die openheid laat Karl Marx in zijn werk zeker toe. Sterker nog, tijdens de Commune van Parijs, in 1871, stelt hij duidelijk dat het volk zijn eigen vormen van macht kan en moet kiezen en je dat niet vanuit een theorie of iets dergelijks moet willen voorschrijven.

Het gaat niet om één enkel woord dat de actualiteit van Marx kan bewijzen. Maar wel om de juiste woorden die helpen een grondslag te vinden voor de daad, de actieve strijd voor verbetering, gelijkwaardigheid en respect.
      Marx’ filosofie en politieke theorie is wat dat betreft nog gewoon bij de tijd. Bij deze tijd, ook na 200 jaar.







Bron van het citaat hierboven van Engels: Friedrich Engels, ‘Entwurf zur Grabrede für Karl Marx’, in Karl Marx, Friedrich Engels, Werke, deel 19, Berlin (DDR), versch. jrt., pp. 333-334.

Ik schreef twee inleidende boeken over Marx:
- Karl Marx, Bekend en onbekend, Dialectiek (eigen beheer), Groningen 2000.
Bestellen: zie website www.jasperschaaf.nl
- Marx, zó gelezen, Uitgeverij Damon, Budel 2005.
Bestellen: bij de boekhandel.


Het is de bedoeling later dit jaar een nieuw boek te publiceren. De voorlopige titel is:
- Actief Socialisme en Vrijheid (Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking. Doorbreek de vanzelfsprekendheid)


















woensdag 11 april 2018

Groot Handelstheater (Rutte in de hoofdrol?)


‘Forum voor Azië’, een soort Davos in China. Met sneeuw? In ieder geval met een vrolijke theatermist. Van die wolken die op het podium aangezet worden vlak voor de voorstelling begint.
       Rutte speelt het spel met de groten op aarde, dit keer met Meester Xi. Mark in zijn joviale rol, zelfs bij crisis moeilijk van los te komen. Xi is de bedachtzame, zoals een meester hoort te zijn.
       Mark pleit voor een vrij en gelijk speelveld voor de handel, dus voor de handelsmannen die deze handel willen bedrijven. Xi pleit voor dialoog en openheid.
       Dus ze pleiten voor hetzelfde? Rutte mag van de Europese Unie grondwettelijk niet buiten de kapitalistische vrijhandel treden, dus ieder weet wat hij bedoelt. Xi kan heel openlijk zeggen wat de koers is van China, een staatskapitalisme, een socialisme met enkele vrijhandelstrekjes, of iets dergelijks, en voorlopig een goede bondgenoot van de Europese handel. En alles draait toch om het heden? Het hier en nu!
       Xi is het natuurlijk met Rutte eens. Het speelveld is ook gelijk. Het is het veld waarop ieder kan zeggen hoe hij bedoelt. En in het verschil toont zich nu eenmaal de vrijheid. En in dat ieder dat mag zeggen treedt dan weer de gelijkheid op.
       Rutte is het helemaal met Xi eens, openheid is precies wat hij ook bedoelt, zij het eigenlijk niet helemaal zó open dat je ook anders mag handelen dan zoals hij het zelf bedoelt. Dat is dan maar een klein verschil.
       Het is een ernstig en vrolijk theater tegelijk. Vriendelijk en vrolijk, met mogelijke misère flink op de achtergrond, die treedt vandaag niet op.
       Het is nog verstandig ook. Met een glimlach en gulle lach elkaar niet de koppen inslaan en verder heel goed weten dat de ander het inderdaad een beetje anders bedoelt. Daar is de ander de ander voor. En de vrijheid de vrijheid.
       Liberalisme is een gezicht van het kapitaal dat aardig aan slijtage onderhevig is en misschien nog slechts zijn tijd moet uitdienen. Maar toch, het is beter dan de reactie, het zure reactionaire denken en bijbehorend optreden van Trump en consorten. Zij willen niet eens de oude beschaving redden, hun spel dient alleen henzelf. Geef ons dan toch maar Rutte op bezoek bij de Chinezen. Het Groot Handelstheater zal nog wel een poosje duren.















woensdag 4 april 2018

Een heel realistisch idee: stop de wapenhandel


Hoe zou het zijn als er geen wapens gemaakt werden?
Hoe zou het zijn als er geen wapenhandel was?
Hoe zou het zijn als er geen wapens gebruikt werden?
Zou de toestand in Syrië zo uit de hand zijn gelopen?
Zouden criminelen nog zo makkelijk aan wapens kunnen komen?
Zou op de scholen in de VS nog geschoten worden?
Zou het verstand niet beter worden gebruikt, als er weinig of geen dreiging meer is?
Kan de Verenigde Naties dit alles niet afdwingen?

Helaas is het nog niet zover. Er zijn veel wapens, de productie ervan en de handel erin is een lucratieve aangelegenheid. Nederland doet er volop aan mee met zo’n 2% van de export van wapens wereldwijd. Twee procent? Klinkt weinig, voor zo’n klein land als Nederland is het echter heel veel. Inderdaad, 2% teveel. Volgens het regeerakkoord van de huidige regering wordt hier echter een belangrijk economisch belang mee gediend. Ten koste van mensenlevens dus? Er worden veel wapens daadwerkelijk gebruikt.

In het Beleidsplan 2018-2019 van Stop Wapenhandel, een actieve stichting die grondig onderzoek doet naar wapenhandel en er actie tegen voert, staat dat ze wel eens te horen krijgen ‘onrealistisch’ te zijn.

Toen ik dat las haakte er iets. Onrealistisch?
Is het onrealistisch de feiten te kennen?
Is het onrealistisch goed onderzoek te doen?
Is het onrealistisch anderen op de hoogte te stellen van feiten, wellicht onaangename waarheden?
Is het onrealistisch de lat, de doelstelling, hoog te leggen?
Is het onrealistisch vrede na te streven, terwijl er nog zo veel oorlog en geweld is?
Ja, het zou onrealistisch zijn als je zegt dat morgen alle doelen behaald zullen zijn, maar dat zegt toch niemand?

Het getuigt van vervreemding als je geen moeilijke doelen meer durft te stellen, terwijl de wereld snakt om vrede, wederzijds respect en een gewoon goed leven.
Het lijkt me nu juist een heel realistisch idee: stop de wapenproductie en de wapenhandel.
Ik steun daarom graag zo’n club die daarvoor strijdt. Het is niet makkelijk, een lange weg te gaan, maar wel realistisch.



Informatie, zie de website www.stopwapenhandel.org

Er zijn ook een nieuwsbrief, Facebookpagina enzovoort.













woensdag 28 maart 2018

Sijs neemt afscheid van de winter


Een paar dagen terug kwamen een paar sijsjes langs om afscheid te nemen van de winter. Samen met wat mezen, roodborst en een heus goudhaanmannetje. Een kleurig afscheid dus.
      Eén sijsje nam het ervan. De laatste noten die nog in de tuin hingen smaakten deze man opperbest. De laatste, de winter gaat nu toch echt voorbij, al zullen de mezen waarschijnlijk nog niet zoveel rupsen of insecten kunnen vinden. Toch tonen die al wel de nodige belangstelling voor de nestkasten.
    Inderdaad een soort afscheid. Zomers zien we niet zo vaak sijsjes in onze tuin midden in de stad. Dus als ze over ruim een half jaar terugkomen zullen we ze graag weer van een handvol noten voorzien.

De foto’s zijn niet haarscherp. Ze zijn vanuit de kamer binnen genomen, en als voorjaarsbode zou pas een paar dagen later de glazenwasser langskomen.






















woensdag 21 maart 2018

Taras Boelba en een klein inkijkje in onze ziel


Even los van het feit of er een ziel bestaat, intrigeert de vraag of we een inkijkje kunnen krijgen in dat wat zo genoemd wordt. Dan klinkt het gelijk een beetje raar: ‘De Nederlandse Ziel’. Tegenwoordig noemt men dat misschien eerder ‘De Nederlandse Identiteit’, maar is dat geen spelen met woorden?
    Neen, neem dan de ‘Russische Ziel’, daar wordt wel over gesproken, en anders wel door mij in dit stukje. Niet helemaal een onbekend thema. Ooit schreef ik, geloof ik, dat het lezen van de ‘Jeugdherinneringen’  van Maxim Gorki uitermate leerzaam is, wil je iets meer begrijpen van De Rus. Enig begrip op dat terrein is voor de Nederlander immers vrij moeilijk bereikbaar.

In de Russische literatuur is nog veel meer te vinden. Het zijn dan wel verhalen, sprookjes misschien, maar de terugkerende zelfde woorden lijken toch wel te duiden op iets wat er is. Of er zou moeten zijn.
    Pas las ik van de Oekraïense Rus (of omgekeerd) Nikolaj Vasiljevitsj Gogol het korte epos ‘Taras Boelba’. Inderdaad kort, iets meer dan honderd bladzijden, maar stervende helden vallen hier in overvloed. Daarnaast slechts twee vrouwen die beide rouwen.
    Het is het historische, maar niet geheel waarheidsgetrouwe verhaal van de Kozakken die strijden voor bezit en behoud van het grensgebied van Rusland en Oekraïne met Polen. Met historische opmerkingen naar de volkeren op de achtergrond, de Tataren en de Turken. Tijdstip? Zo’n beetje 1648, toen ‘wij’ de vrede van Münster hadden, maar het aldaar nog duidelijk oorlog is.

De voornaamste held, die dus het laatste sterft, is Taras Boelba, Kozakkenhoofdman die zijn beide zonen dramatisch verliest. De jongste zoon nadat hij als held overloopt naar zijn grote liefde, helaas aanwezig in de stad van de vijand, zodat Tara Boelba niets beter weet te bedenken dan deze verrader in de oorlog direct te doden. Liefde overwint veel, maar niet alles.
      Zijn andere zoon, net zo heldhaftig, wordt gevangen genomen en door de Polen ter dood gebracht. En daarom zorgt Taras Boelba ervoor dat alles in de Poolse invloedssfeer dat kapot kan, inclusief de aldaar actieve joodse handelaars, in vuur en vlam wordt gezet.
      Tot hij zoveel tegenkrachten heeft opgeroepen, dat zijn eigen einde wel nabij moet zijn. Dat is het noodlot van de wraak, die zó uitvergroot moeilijk nog anders kan eindigen, een heldendood.

Oude verhalen, slechts geschiedenis en deels nog verzonnen ook. Bij de Russische schrijvers spelen standaard de emotionele bewoordingen, de taal van de ziel. Woorden die terugkomen. Dus de Rus en de Kozak, en ook echt wel de Polen, zijn hard, gewelddadig en heel sentimenteel tegelijk. Ze zijn naijverig, zelfzuchtig en daarmee ook wraakzuchtig. Ze zijn lichtgeraakt en toch zulke stoere binken.
      Ze ontkennen de cultuur terwijl in deze boeken toch altijd ook weer een prachtige gedetailleerde natuurbeschrijving onverwacht opduikt, zoals: ‘De lucht was gevuld met gefluit uit duizend verschillende vogelkelen.’ (p. 280) Vredig gewoon: ‘Verduiveld nog aan toe, steppen, wat zijn jullie mooi!’

Bovenal, de helden doen het niet alleen voor Rusland, maar voor God zelf. De wil om moslims, de muzelmannen te vernederen is enorm. Dat moet gewoon. Alsof God zelf vertelt heeft dat de Kozak voor de wraak moet zorgen, omdat die het beter kan dan deze God. De som van alle wraakzucht, het idee tekort te komen, de ander niets te gunnen, de daarop volgende tegenslag, de oppepper van nog meer wraakzucht, alles wordt geheiligd. Wat een geweld.
      ‘Moet kunnen’, zou je zeggen, de tegenspraak van sentimentaliteit en hardheid moet voor een God oplosbaar zijn, dat weet je wel, dus mag de mens zich er wel van bedienen. Onsterfelijke zielsverwantschap is ook nog een ware Kozakkenkracht, een beetje verwantschap met God zal de mens dan toch ook wel hebben?

En zo te sterven, wat een vreugde: ‘Ik vind het niet erg om de wereld te verlaten. God geve iedereen zo’n einde! Moge het Russische land tot het einde der tijden worden geroemd!’ (p. 357). Los nu van alle wraakzucht en mannetjesputterij, het sterven voor het heilige orthodoxe geloof is de ware verlossing.

Inderdaad, het is een prachtig verhaal, veel mooier dan de korte aardse greep hier. Een verhaal dat veel inzicht geeft in de voor ‘ons’ zo vreemde dingen van de Rus. De Nederlander snapt er weinig van, lees dus die Russen.
    ‘O ja’, er zijn vandaag verkiezingen. Steeds meer zelden gehoorde uitspraken vullen al wekenlang de Nederlandse ether en hoor je zelfs op straat. Het lijkt warempel het oude Rusland wel, die afkeer van het vreemde, de afgunst voor wat ‘vreemden’ hebben. Er zijn ‘politici’ die elkaar de maat nemen wie de immigrant het flinkst durft haten. Begrijp je het nog een beetje? Een waar inkijkje in de Oud Hollandse ziel?






Het prachtig geschreven verhaal Taras Boelba, hier een beetje eenzijdig leeggeplukt, lees je in: N.V. Gogol, Verzamelde werken, deel 1, Avonden op een hoeve nabij Dikanka (en andere verhalen), Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2012.








 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


vrijdag 16 maart 2018

Akkerland, vogels, filosofie en een saaie lezing?


Kort geleden bezocht ik een lezing van de voor mij altijd weer boeiende Ben Koks van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Met een vriend terugfietsend naar huis, zei hij dat iemand na afloop had opgemerkt dat het maar een saaie lezing was. Zou dat waar zijn? Ik heb het zelf niet gehoord. En zou mijn weergave hieronder een beetje kloppen? Ik was niet van plan nu hierover te schrijven en heb dus niets genoteerd. Hoe betrouwbaar is het geheugen? Maar de vraag alleen al of de voor mij boeiende lezing saai gevonden zou kunnen worden triggert. Dus ik vul een antwoord in.
    En voor dit al te deskundig klinkt: kijk op de website http://werkgroepgrauwekiekendief.nl/ als je wilt controleren wat er echt klopt. Niet alleen interessant voor de vogelaar, zeker ook voor wie zich filosofisch op de toekomst wil richten en zo nu en dan even met wat hard realisme wil worden geconfronteerd.

Het verhaal was misschien volgens een enkeling saai omdat er maar betrekkelijk weinig vogelfoto’s werden getoond. Natuurlijk heel wat fraaie kiekendieven en twee prachtige geelgorzen die je volgens de spreker in de buurt van Veendam zó kunt waarnemen. En trouwens, dat klopt, ik zie ze daar ook wel. Maar verder was het vooral een pleidooi voor Agrarisch Natuurbeheer.
      De lezing ging over akkerbouw, de aanleg van Vogelakkers met nieuwe (oude) gewassen, het laten liggen van klonten klei om de veldmuizen een kans te geven en daarmee dus de vogels, en nog veel meer. Die Vogelakkers zijn een slim idee van een akker met stroken luzerne (gebruikt als veevoer) en daarnaast stroken gras, kruiden en granen. Wisselend gemaaid en daarmee ideaal voor muizen, kiekendieven en veldleeuweriken. Het gaat dan eigenlijk over een nieuwe, andere landbouw, een revolutie, het afschaffen van het oude. En ook nog over de noodzaak kritisch te blijven, zoals over de risico’s enthousiast het verkeerde te kunnen doen. Wat te denken van bloemrijke akkerranden, goed voor de bijen, terwijl daar mogelijk een massa pesticiden in de grond zit die weer in de planten terechtkomt?
    Ja, je komt dan misschien voor de vogels, fraaie foto’s, de actuele onderzoeksmethoden, de routes van de vogeltrek, het verblijf van de trekvogel in Afrika en alles wat hier verder bij hoort, en krijgt dan een hele beschouwing over de Nederlandse landbouw. Maar toch, de spreker gaf keer op keer aan dat het hele systeem, de structuur anders moet. En dat vind ik nu juist spannend, interessant en zeker van groot belang. Ecologie gaat immers over de samenhang van alle bestaande leven?

Het doet me denken aan mijn hobby Marx. Karl Marx formuleerde in zijn filosofie de zogeheten basis-bovenbouw-these. In ’t kort komt die erop neer dat sociaaleconomische verschijnselen van grote invloed zijn op de vormen van culturele, juridische, politieke en andere maatschappelijke zaken. Het gaat hierbij in principe om een dynamische wisselwerking tussen verschijnselen, waarbij een basis van een goed lopende economie, die onder meer voedsel en andere producten verschaft, onontbeerlijk is. Verandert de economie, dan verandert de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan de financiële crisis kortgeleden, en denk dan aan de gevolgen ervan, zoals aan de bezuinigingen met veel grote effecten op de zorg voor kwetsbare mensen. De crisis leidt noodzakelijk tot veranderingen, al hadden dat welbeschouwd ook heel andere kunnen zijn.
    Deze basis-bovenbouw-these is een model, een theoretisch hulpmiddel, dat onverlet laat dat wanneer je naar een concreet verschijnsel kijkt, je nauwkeurig onderzoek moet doen. Maar al te vaak echter maakte men van dit model een karikatuur, alsof de hele wereld klakkeloos reageert op de economie, en een bovenbouwverschijnsel – bijvoorbeeld de staat – geen invloed zou uitoefenen. En ja, zo’n karikatuur is inderdaad saai, niet uitdagend en bij elke toepassing al gauw ontoereikend of helemaal onjuist.

Is het gek, deze vergelijking? Heeft alle leven geen materiële veelvormige basis nodig om te overleven? De spreker over de vogels, de kiekendieven, de geelgorzen, de blauwborsten en natuurlijk onze grutto’s, zegt niets anders dan dat inderdaad een revolutie nodig is in de landbouw, omdat het te laat is voor enkele bijsturende kleine ingrepen en heel veel ‘wild’ leven van de landbouw afhankelijk is. Dat is dus basaal, en als je dat weet zegt dat veel over wat er moet gebeuren.
      Het is niet saai, het is de uitdaging van deze tijd een grote hersteloperatie, ondersteund door lef en goed onderzoek, aan te durven. Als je zó naar structuren kijkt en naar de concrete uitwerking in de verschillende historische landschapstypes die ons land (en België) rijk is, dan zijn ‘spannend’ en ‘noodzakelijk’ twee kanten van dezelfde medaille.




Website Werkgroep Grauwe Kiekendief: http://werkgroepgrauwekiekendief.nl/








Geelgors die ik op de fiets in de buurt van – inderdaad! – Veendam tegenkwam in 2013













woensdag 7 maart 2018

Het naderend einde van de Groninger gaswinning en de rol van de vakbond


Op de kritische politieke en vakbondswebsite www.solidariteit.nl wordt iedere week een ‘Commentaar’ op een actuele kwestie geleverd.
Eén keer per jaar lever ik een bijdrage, de recente staat hieronder. De website bevat wekelijks meerdere interessante en uiteenlopende bijdragen.



Het naderend einde van de Groninger gaswinning en de rol van de vakbond

Massale actie, Groningen toonde smoel op 19 januari 2018. Zeker 12.000 demonstranten in een grote fakkeloptocht na de zware aardbeving bij Zeerijp. Zo’n massale demonstratie die niet alleen de straat vult, maar ook alle stoepen, portieken en gangen. Drie kilometer lopen en als de kop terug komt, loopt de staart net weg.
    Het gaat om resolute vermindering van de gaswinning en snelle compensatie van alle schade die veroorzaakt is door de bevingen en bodemdaling. Een roep om aandacht voor  waardevermindering, verminderde leefbaarheid, gezondheid, investeringsklimaat en nog veel meer. Woede tegen de arrogantie van de NAM die steeds weer probeert het kortetermijnbelang van Shell, ExxonMobil en de staatskas voorop te stellen die individuen onderdompelde in ellenlange juridische procedures.

12000 mensen. Iedereen was er, zichtbaar, bekende Groningers, en de onbekende net zo goed. Partijen en organisaties als Groninger Gasberaad, Milieudefensie, SP, GroenLinks, PvdA, zelfs FC Groningen/Met natuurlijk de initiatiefnemer, de Groninger Bodembeweging voorop.
      Individuele FNV-medewerkers en kaderleden deden volop mee en riepen op tot demonstreren, maar als organisatie waren de vakbonden in deze actie onzichtbaar. Dat is een gemiste kans. Want zowel in de actie voor de belangen van de Groninger bevolking als de hele leefbaarheid en bedrijvigheid in dit gebied, dient de vakbond een grote rol te spelen, samen met andere organisaties.

Miljardenschade versus miljardenwinst. Het gaat ergens om! De schade door gaswinning raakt een hele provincie. De bevingen zijn zwaar, met als 'top' die van 16 augustus 2012 bij Huizinge en 8 januari 2018 bij Zeerijp, respectievelijk 3.6 en 3.4 op de schaal van Richter. Daartussen vele kleinere, gevoeld van de Eems tot de Hondsrug. De schade is enorm, de onzekerheid groot. De invloed op het sociale leven en de economische activiteiten is heftig.
    Intussen belopen de aardgasbaten van 1963 tot nu ongeveer 315 miljard euro. Een flink deel ervan ging naar Shell en ExxonMobil. In het 'slechtste jaar' tot nu toe, 2016, heeft de NAM nog 526 miljoen euro winst behaald, waarvan 496 miljoen naar de olieconcerns ging.
      Dus niet alleen op morele en sociale gronden, ook financieel en economisch ligt de claim alle schade te compenseren volkomen voor de hand. En het gaat niet alleen om de consequenties van gemaakte fouten, heel het energiegebeuren is sterk in beweging. Het is voor de bewoners, de politiek en de vakbeweging volstrekt redelijk vanuit de ontstane situatie vooruit te kijken. Het gaat om de belangen van veel werknemers, niet alleen die van de NAM. Denk bijvoorbeeld aan de compensatie voor bedrijven die noodzakelijke investeringen moeten doen in schokbestendigheid. Daardoor kan werk behouden blijven.

Verder kijken dan het directe belang, een brede visie, is voor de vakbeweging niet nieuw, maar moet vaak wel opnieuw bevochten worden. Historische voorbeelden getuigen daarvan. Twee hiervan ter illustratie, uit de gedenkboeken van de vakbeweging.
      1 – In Een halve eeuw, het gedenkboek van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkersbond over de periode 1886-1936, staat op pagina34: ''De Bond blijft hiermede niet binnen de enge grenzen van de economische organisatie, maar treedt daar ver buiten.'' Dan volgt een heldere visie op onderwijs, omdat de metaalarbeiders weten dat goed onderwijs hun hele sociale positie raakt. De arbeid vereist strijd voor scholing, cultuur en een leefbare woonsituatie.
      2 – Een voorbeeld van het platteland boven het Groninger gas. In 40 jaren Nederlandse Landarbeidersbond, gedenkboek over 1900-1940, meldt pagina 85 dat het gaat om eenheid onder de arbeiders, tussen werkenden en werklozen, landarbeiders en zuivelarbeiders. Er werd bij acties zelfs aan niet-leden die wel staakten een uitkering gegeven. De oproep luidt: ''Bij die arbeid geen verschil getoond, geen provincialisme, maar één krachtig willen.''

Dat was toen? Ach, eigenlijk weet de FNV heel goed dat een sterke vakbeweging een brede vakbeweging moet zijn, vanwege alle raakvlakken en wisselwerkingen tussen concreet werk en de context ervan. Niet voor niets stelt de FNV zelf in haar campagne Offensief: ''Voor echte banen en een menswaardige maatschappij.'' Een leus om helemaal ter harte te nemen, niet alleen maar een beetje. Als je het verband ziet, moet je er ook voor staan!
      En deze strijdbare rol werd een paar jaar geleden, namelijk op 18 januari 2014, door de FNV wel goed vervuld. Toen organiseerde ze samen met andere een prachtige demonstratie Gas terug, waarin langdurig de snelweg naar Duitsland werd geblokkeerd in een grote langzaam-aan-rij-actie, met strijdbare leuzen gericht op herstel, voor duurzame investeringen en innovatie in energievoorzieningen. Zo kan Groningen een belangrijke vestigingsplaats zijn voor voorzieningen voor de windenergie op zee. Dat was een offensieve koers, gericht op werk en op het herstel dat in Groningen nodig is.

Werkgelegenheid en een brede kijk op de toekomst. Beperkt jezelf niet onnodig! De vakbond kan op verschillende fronten actief en offensief te werk gaan. Dit samen met andere organisaties die zich nu opmaken voor de eigen belangen. De boeren doen dat met hun bonden, de FNV kan dat doen met de werknemers, maar ook voor de Groninger bevolking als geheel. Dat kan op verschillende manieren:
      1 – Versterking van acties van bewoners voor hun recht. De vakbonden hebben ervaringen die kunnen bijdragen tot sterke acties. Zoals opkomen voor een sluitende infrastructuur voor ICT, zoals de hoognodige verbetering door investeren in de glasvezelkabel in heel Noord-Nederland. Dat kan duurzaam werk opleveren.
      2 – Deskundigheid gericht op herstel van de schade en versterking van de gebouwen, waarbij - waar nodig - bewoners of groepen ondersteund kunnen worden. Nu minister Wiebes de NAM uit de wind wil houden, betekent dat nog niet dat bewonersorganisaties niet meer alert hoeven te zijn. De vakbond kan hieraan bijdragen.
      3 – Offensief vooruit. Door de samenhang van de energietransitie en het klimaatvraagstuk worden allerlei plannen voor een totaal andere industriële bedrijvigheid gesmeed. Ook de vormgeving van het herstel roept vele discussies op. De FNV kan hier eigen visies op de provincie Groningen ontwikkelen die de rol van de werknemers versterken en nieuwe coalities smeden met partijen, vormgevers, progressieve ondernemers en anderen.

De NAM heeft kapitaal genoeg dat voor heel andere doelen gebruikt kan worden dan tot op heden was bedacht. Van het gas af en doorzetten in nieuwe groene bedrijvigheid, groot- én kleinschalig, met een sterke rol voor werknemers en bewoners. Ga leegloop tegen door het werkelijk goed sluitend maken van het Openbaar Vervoernetwerk, en betrek daar bewoners bij. Dwing de NAM hieraan mee te betalen door gezamenlijk optreden. Actief en zichtbaar hieraan meedoen, betekent democratische vakbondsmacht opbouwen, solidair in samenwerking met andere organisaties.
      ‘Genoeg is genoeg!’ was de leus van de demonstratie. De vakbeweging kan helpen dat ‘genoeg’ om te zetten in nieuwe structurele en duurzame verbeteringen. Niet alleen omkijken, net zo goed vooruit werken.
      De opvattingen van de NAM en het vorige kabinet zijn definitief achterhaald, de ontstane leemte moet goed worden uitgewerkt. En duurzaam, zowel de woningen als het werk dat gedaan moet worden. De vakbeweging kan hier de sociale rol vervullen, die past bij haar historische en actuele doelen.



Zie ook: www.solidariteit.nl













vrijdag 2 maart 2018

Een heel bijzonder boek


      Als je dit leest, wat denk je dan?
‘Deze ondernemers waren de haastige handelaars uit de eerste, profijtelijke tijd van de stoomvaart. Zij stuurden hun schepen langs de havens van Europa om er voordelige en ruwe vracht te zoeken. Hun vaartuigen werden verwaarloosd en afgejakkerd, van hun bemanningen werd het onmogelijke gevergd, want het enige doel was een grote en onmiddellijke winst. (…) Deze kleine ondernemingen verdwenen langzamerhand, de grote kwamen op; het felle en haastige graaien naar geld werd vervangen door een zorgvuldig overwogen en beheerst binnen-harken.’

      En als je dit leest, wat denk je dan?
‘Van oudsher is het stukloon, dat groepsgewijze wordt toegekend het middel om te zorgen, dat de arbeiders er belang bij hebben elkaar wederkerig tot vlugger werken aan te zetten. (…) De ondernemers hebben tevens hun pogingen versterkt om de denkwijze van de arbeiders, hun gedachte- en gevoelsinstelling ten opzichte van de onderneming te beïnvloeden: de arbeiders ervan te overtuigen, dat hun lot afhangt van de voorspoed van het werk, …’

Twee stukjes tekst over de sociaaleconomische geschiedenis uit twee totaal verschillende boeken. Twee boeken met een raakvlak, ook al zul je ze op een heel andere manier lezen. Het eerste citaat slaat vooral op de periode van het begin van de twintigste eeuw, het tweede gaat over de periode er vlak na, direct na de Eerste Wereldoorlog.
    Beide stammen dus uit de geschiedenis van de ontwikkeling van de moderne industrie. De tijd van het ontstaan van de stoommachines, daarna de verbrandingsmotoren en nieuwe machines, en voor de zeeman of de arbeider de rationalisering van het werk, vooral de verandering van de vormen van de uitbuiting en disciplinering van de werker. Van hen werd inderdaad steeds meer het onmogelijke gevergd, tot aan levensgevaarlijke situaties toe.

Verschillende boeken? Ik las kort geleden beide, om uiteenlopende redenen. Het tweede is van de Oostenrijkse marxist Otto Bauer, een kritische analyse over de kapitalistische maatschappij, uit 1931.

Het eerste komt uit een levensgeschiedenis, als roman geschreven, of in een zelfs nog intensere vorm. Het is het leven van Kapitein Marten Toonder senior.
      Kapitein? Neen, niet Kappie of kapitein Wal Rus, die we kennen uit de bekende stripverhalen van de jongere Marten Toonder, zijn zoon. Al stond hij hier misschien model voor.

Deze geschiedenis van Toonder senior is het boek Klei en zout water, verschenen in 1954. Een opmerkelijk boek, een tekst die in een hedendaags boek zo’n 600 pagina’s zou tellen, toen nog uit besparing in kleine letters gedrukt.
      Het boek is zo gedetailleerd, dat je je met zeeman Toonder op de brug van zijn schip waant in een stormachtige woeste zee, waar de wind en de golven de luiken van het dek spoelen. Gebeurtenissen die dan inderdaad van de zeelieden het schier onmogelijke vragen, om het schip en de bemanning te redden.
    Maar er speelt nog veel meer. Toonder senior groeit als alleen gelaten kind op bij zijn oma in Warffum, krijgt nauwelijks onderwijs en strijdt enorm voor zijn ontwikkeling, wat uiteindelijk resulteert in de hoogste graad als zeeman, kapitein.

Het is de strijd van een generatie die weinig kansen krijgt tot leren en het betreft net zo goed de tijd van opkomende industrialisatie. Op zee zie je de ontwikkeling van zeilvaart naar het stoomschip en later volgen de machines met verbrandingmotoren. Daartussen schetst Toonder de sociale omgeving met al haar hardheid, en soms ook de bestaande solidariteit.
      Beide citaten getuigen van de sociale ontwikkelingen en strijd van die tijd. Toonder geeft hier, soms op een onverwachte moment, zijn mening over. Vooral over de reders en handelaren die schepen óverbeladen, waarmee de levens van de bemanning op het spel wordt gezet.

Vooral de enorme persoonlijke inspanning om door te mogen leren en wat te bereiken in het leven maken de nodige indruk. Persoonlijke morele kracht vermag heel wat. Toonder leek niet in de wieg gelegd om te leren, maar gaf nooit op. Arbeiders moeten werken, en werken zou hij, maar dan wel op niveau.
      En wie kan daarover zoveel over zichzelf schrijven zonder egoïsme te tonen? Met veel onzekerheid en toch met gepaste trots als het lukt en hij met vallen en opstaan de maatschappij beter leert begrijpen. Deze unieke combinatie van onzekerheid en doorzettingsvermogen wordt indringend beschreven.

Heel bijzonder is dat het verhaal zo direct, zo detaillistisch tal van situaties beschrijft dat het veel meer dan een spannend jongensboek is. Het betreft de strijd om een normaal sociaal leven, waarin men gerespecteerd wil worden. Zo spannend gepresenteerd, dat je het wel uit moet lezen. Goed geschreven, mede met hulp van zijn zoons.

Toonder heeft in zijn jeugd ook nog eieren geraapt voor de strandvonder van Rottumeroog. Zo kwam ik ertoe dit boek te lezen. Op dat eilandje heb je slechts één straatnaam. Wat overigens niet niets is voor dat kleine zandpaadje. Voor het eilandje daarnaast, de Rottumerplaat, geldt hetzelfde. Ook daar is één paadje met een naam en dat is het Marten Toonder seniorpad.
    Die namen leidden eerder tot wat discussie. Die werd opgerakeld toen ik vorig jaar met de boswachter en een clubje liefhebbers Rottumeroog bezocht. Mijn reisgenoot bestelde toen direct het boek, zodat ik het kon lezen toen hij het uit had.

Wil je meer weten over het leven van vlak voor en in het begin van de twintigste eeuw, de ontwikkelingen in de zeevaart, de strijd van ongeletterden voor een beter bestaan, de beroerde omgang met de bevolking van ‘Nederlands Indië’, de rol van sociaal bewogen leraren die in hun vrije tijd arme leergierige leerlingen een extra kans gaven, en de sociale en historische achtergrond, lees dan dit boek. Op Boekwinkeltjes.nl is er vast nog wel een te krijgen.
    Soms lijken de dingen heel verschillend, maar de maatschappelijke ontwikkeling hebben we allen gemeen.






Titels:
- Kapitein M. Toonder senior, Klei en zout water, bewerkt door Jan Gerhard Toonder, 2e druk, Uitgeverij v/h C. de Boer jr., Amsterdam 1955. Citaat op p. 306.
- Otto Bauer, Kapitalisme en socialisme na den wereldoorlog I, Goede en verkeerde rationalisatie, Uitgeverij N.V. Em. Querido’s Uitg.-Maatschappij, Amsterdam 1932.
Citaat op pp. 122 en 124.









Rottumeroog













zaterdag 24 februari 2018

Rosa Luxemburg en Marx’ oproep aan het proletariaat


Karl Marx is bijna 200 jaar geleden geboren, op 5 mei 1818 in de Brückengasse 664 te Trier. Als voorschot op deze verjaardag – er komt vast wel meer! – is het zinvol even stil te staan bij een artikel van Rosa Luxemburg. Of liever, bij twee zinnen uit dit artikel.
    Dat artikel van Luxemburg, met de simpele titel ‘Karl Marx’  verscheen op 14 maart 1903 in de ‘Vorwärts’, ook naar aanleiding van een gedenkwaardige datum, namelijk het 20-jarige overlijden van Marx, 14 maart 1883 in Londen.

Er staat: ‘Maar het is Marx als eerste gelukt de politiek van de arbeidersklasse op het fundament van de bewuste klassenstrijd te plaatsen en het zo tot dodelijk wapen tegen de bestaande maatschappijordening te smeden.’
    Hoezo? Luxemburg schrijft enkele regels eerder: ‘De brug die Marx tussen de proletarische beweging – zoals deze elementair uit de bodem van de huidige maatschappij omhoog groeit – en het socialisme heeft opgericht, was dus: klassenstrijd om het veroveren van de politieke macht.

Marx bouwt dus een brug, hij is – samen met Friedrich Engels – een bruggenbouwer. Hij bouwt een brug tussen een nog ongevormde massabeweging en een bewust streven naar een socialistisch alternatief. Dit raakt meer massale strevingen, zoals dat twee grote bewegingen, het opkomende verzet van het onderdrukte proletariaat en de turbulente kapitalistische ontwikkeling, tegengesteld zijn en tegelijk door een brug aaneen worden gesmeed. Er bestaat een onlosmakelijk verband binnen de tegenspraak tussen arbeid en kapitaal.
      In het ‘Communistisch Manifest’ leidt dit tot een slotconclusie, tot de praktische politieke oproep: ‘Proletariërs van alle landen, verenig je!’ Immers, de proletarische beweging wordt elementair uit de maatschappelijke verhoudingen gevormd, maar moet nog wel tot wasdom komen, moet nog groeien, volwassen worden. Zij moet zelfstandig en zelfbewust worden in denken en handelen, van een elementaire macht groeien tot een beslissende nieuwe politieke macht. Vandaar deze belangrijke oproep tot krachtenbundeling.

Maar juist deze oproep wordt zo vaak genegeerd. Tal van keren wordt herhaald: ‘Proletariërs verenig je!’ Maar in eigen land lukt dat al niet, zo lijkt het. Is het niet veel te vaak een bijkomstige leuze geworden? Een slogan op het spandoek, een motto voor in een boek, een voetnoot bij de grondwet?
    Voor Marx was de noodzaak tot eenheid vanzelfsprekend. Anders bestaat er geen voldoende macht om de sociaaleconomische en politieke verhoudingen om te vormen.
    Misschien leek het wel zó vanzelfsprekend, dat vaak over het hoofd werd gezien dat het in werkelijkheid niet zomaar vanzelf spreekt. Maar eerder ook een grote ontdekking is van Marx.

De slogan moet weer meer dan een slogan worden. Verdeeldheid is er genoeg, zelfs veel te veel. De onderdrukten, die lijden onder een mondiale veelvormige grove en subtiele uitbuiting, moeten weer werken aan eenheid en solidariteit. Zoals Marx ook deed, die zag en zelf ondervond hoe moeilijk dit was.
      Eenheid smeden, en daarin ook verscheidenheid de ruimte blijven bieden, als drager van een eenheid op socialistische hoofdzaken, het is een opgave. Zeker ook nu.

Als straks bij de 200-ste verjaardag van Marx’ geboorte het herdenken weer eens losbarst, mag dus één ding niet worden vergeten: Marx’ oproep aan de onderdrukte en uitgebuite mensen tot eenheid en samenwerking, om de macht te smeden die een betere, socialistische en leefbare wereld mogelijk maakt.
      Eenheid! Wat een eenvoudig woord. Moet de praktijk nu zoveel moeilijker zijn? Hoeveel uitvluchten zijn daarvoor nodig?





Bron: Rosa Luxemburg, Karl Marx, in Rosa Luxemburg, Gesammelte Werke, Bd. 1, 1893-1905, Zweiter Halbband, Dietz Verlag, Berlin DDR 1974, pp. 369-377. De genoemde zinsneden staan op p. 370.
























dinsdag 6 februari 2018

Vrijheid als leerproces & onze stadsduif


De natuur kent voor levende wezens tal van grenzen, waar ze maar niet zomaar overheen kunnen gaan. Toch worden in de evolutie vaak aangeleerde (nieuwe) vaardigheden stukje bij beetje bewaard door ze over te dragen aan nakomelingen. Dan is er in zekere zin sprake van aangeleerde kennis die als mechanisme voortleeft, een resultaat van de evolutie.
    In de filosofie is het een oude kwestie of kennis aangeboren kan zijn of alleen maar het resultaat is van een leerproces. Zo zijn er ook in de pedagogiek, psychologie, biologie en ethologie (gedragswetenschap van dieren) er de nodige zakelijke én verhitte discussies over gevoerd. Er bestaat misschien geen aangeboren feitenkennis, maar een aangeboren herkenningspatroon of neiging tot bepaald gedrag dat het voortbestaan bestendigt, kan er wel zijn. En als dat er is, kan er ook weer beter mee geoefend worden. Is dat ook niet een ‘soort van’ kennis? En is dat niet ontstaan uit eerder vertoond gedrag van de voorouders?

In de biologie c.q. ethologie zijn veel experimenten gedaan over bestaande gedragspatronen, en in wat voor omgevingen en uiteenlopende situaties die kunnen optreden. Wat zit in de aard van het beestje en wat leert hij door het vaker te doen, dus door oefening? En als die oefening lukt, ontstaat er dan niet een groter speelveld van de vrijheid, een groter palet van handelingsmogelijkheden? De natuur stelt grenzen, maar soms verschuiven die in de interactie van omgeving en het gedrag van het dier. Het lijken wel mensen.

Dit verzin ik allemaal – natuurlijk met wat eerder gelezen literatuur in mijn achterhoofd – wanneer ik een paar stadsduiven in de achtertuin bezig zie. Het zijn er vier, maar eentje valt het meeste op.
    Die duiven zitten er normaal gesproken niet vaak. Maar wanneer eind januari het wat kouder dreigt te worden, hang ik van die kleine voedselcontainers in de tuin, met noten en zaden. Bedoeld voor de schattige zangvogels natuurlijk, maar binnen de kortste tijd bivakkeren er 2 à 4 assertieve stadsduiven in onze tuin. Ze zitten graag op een van de vogelhuisjes, houden alles in de gaten en elk vallend zaadje wordt snel opgepikt.

Eerst bleef het daarbij. Wachten, kijken en soms een zaadje pikken. Jammer voor de vinken, want op de grond ligt er zo wel wat minder. En als dan een koolmees bij zo’n container komt en wat zaadjes pikt, valt er wat op de grond. Dan komen onmiddellijk de duiven in actie. Ze anticiperen erop in hun afwachten. Hun niets-doen geeft de duiven vrijheid, want juist het geduld wordt beloond.

Maar één duif laat het er niet bij zitten. Althans na een paar dagen niet meer. Hij vertoont leergedrag in stapjes. Eerst eet hij met de andere vogels de bodem half kaal, dan wacht hij op de vallende zaadjes met behulp van vriend koolmees die de container doet slingeren, maar op een zeker moment zet hij een volgende stap.
      Kennelijk ziet hij dat er niet alleen zaadjes vallen door een mispikken van de koolmees, neen, de slingerbeweging van de containers veroorzaakt ook vallen van zaadjes. De duif houdt zijn kop scheef en lijkt er over na te denken. Op een zeker moment vliegt hij vrij hard naar de container, botst er lomp tegenaan en inderdaad, er vallen heel wat zaadjes.
    En dit één keer? Neen, hij gaat het vaker doen en nog wat doeltreffender.

Het duivenleerproces staat daarmee echter nog niet stil. Terwijl er normaal alleen mezen en een roodborst op de fijnmazige container zitten, bedenkt de duif dat hij het misschien ook kan. Een kraai probeerde dat ook eens, was hij daarbij?
      En jawel, met veel gefladder zien we opeens de grote duif op de kleine container. Druk fladderend, geen gezicht, maar er vallen intussen veel zaadjes op de grond. Daarna lijkt de duif zo trots als een pauw rond te lopen, maar dat zal wel verbeelding zijn.

Per saldo heeft minstens één duif in ca. 10 dagen zijn gedrag aardig aangepast aan de tuin en aan wat daar verder plaatsvindt. Is dat geen spoedcursus? In ieder geval laat het beest weer eens zien dat meer vaardigheden die bij zijn omgeving passen voor hem een beetje meer vrijheid betekenen.
      Hij kan iets wat hij eerst niet kon, misschien nog een beetje krakkemikkig, maar hij smult er wel van. Of hij slimme nakomelingen krijgt vertelt dit verhaal uiteraard niet.
      De natuur kent tal van grenzen. Vrijheid betekent hier iets meer dan netjes binnen die grenzen rondscharrelen, het is ook deze proberen aan te tasten. Grenzen verleggen.
      Is het hebzucht, is het een vrijheid uit noodzaak? De duiven in onze buurt hebben in feite helemaal geen honger. Ze hoeven niets anders te doen dan pikken, eten is er genoeg.








afwachten


veel gefladder


evaluatie




P.S. Een dag later: de duif heeft nog een methode gevonden. Op een dun takje gaan zitten boven de zaadcontainer, dan buigt het takje en komt zaad binnen snavelbereik. Of die dit ook vaker zal gaan doen? De tijd zal het leren.














zondag 4 februari 2018

Nederland, Palestijnen en Koerden, wegkijken op topniveau


Deze blogs zijn niet bedoeld om mijn ergernis weg te schrijven. Meestal laat ik thema’s een poosje liggen en wil iets aan de orde stellen dat óf gewoon leuk is, óf voor langere tijd van belang is. Maar ergernis en een structureel probleem vallen soms drastisch samen, en gewoon leuk is dat dus helemaal niet.

Destijds toen ‘ze’ in Syrië naar de wapens grepen, van verschillende kanten, heerste er in een flink deel van de Nederlandse politiek en media een soort opgewekt wegkijken. Het is ver weg en Bashar al-Assad moet toch weg, om wat voor redenen dan ook, mensenrechten of een simpel vermeend eigenbelang, en waar gehakt wordt vallen nu eenmaal spaanders. Het risico van een immense oorlog werd weggewuifd, de relatie met Irak nauwelijks genoemd en de extremistische islam was een nog wat onbekende vage bondgenoot. Een eigen alternatief had men hier toch ook niet?
      Die wereld daar zo ver weg. Toen het al veel te laat was werd het eigenlijk nog niet begrepen, wel dat we hier ook last kregen van de extreme vormen van de islam. Enzovoort, enzovoort. En o ja, gelukkig bleken er nog bruikbare hulptroepen aanwezig, de Koerden die ook vochten voor hun land en dorpen, hun waarden en hun belang.
      Met betrekking tot Syrië werd zo lang mogelijk weggekeken, tot ‘we’ hier er ook last van kregen. Ergerniswekkend, van begin af aan. Een goed standpunt, zoals een consequente lijn gericht op vrede, was nauwelijks mogelijk in de oorlogszuchtige wirwar. Er werd vooral ook niet naarstig naar gezocht. ‘Gods water over gods akker …’, weet je wel? Een vredespolitiek werd mede door deze valse start, de weigering tijdig wat te doen, onmogelijk gemaakt.

De weigering tijdig wat te doen. Mijn nieuwe ergernis zal duidelijk zijn. NAVO-partner Turkije heeft de Koerden de oorlog verklaard, en de andere NAVO-partners, zo ook Nederland, laten het volledig afweten. Dat de Koerden, een volk van zo’n vijfendertig miljoen eens haar rechten, vrijheid en politieke autonomie zal opeisen is volkomen vanzelfsprekend. Geen volk, zeker niet van deze omvang, laat zich eeuwig onderdrukken. En ook de onderdrukker is daarmee nog onvrij. Dat leerde Marx al, en het oppakken in Turkije van artsen die tegen deze oorlog protesteren bewijst dat nog een keer.
      De oorlogszuchtige en vooral domme politiek van Erdogan is een gemiste kans een ingewikkeld vraagstuk nu echt aan te pakken en op te lossen. De Westerse en Russische politiek verhullen dit, ja inderdaad verhuld achter de nieuwe kruitdampen. De NAVO wil dat Erdogan ‘een beetje oorlog’ voert. Dat waanidee lijkt dus enorm op wat in de eerste dagen van de prille oorlog in de Syrische steden ook speelde. Slachtoffers zijn er nu al te veel aan de kant van vluchtelingen, Koerden en Turken, en er dreigen nog vele bij te komen. Dat kan iedereen nu weten, dus maakt wegkijken medeplichtig.

Kijkt de Nederlandse regering vandaag de dag slechts één keer helemaal de verkeerde kant op? In Israël zit de 17-jarige Ahed al-Tamimi al wekenlang gevangen. Zij zou twee militairen geslagen en geschopt hebben. Dat mag niet en wat nu …?
      De Israëlische regering wringt zich in allerlei bochten om deze detentie te rechtvaardigen, tot in het absurde. Zo kwam men zelfs op het idee te beweren dat de familie Al-Tamimi ingehuurde acteurs zouden zijn die Israël in een kwaad daglicht moeten stellen.
    Er speelt hier echter veel meer. Sinds 2000 heeft de Israël 10.000 Palestijnen in de leeftijd van 12 tot 17 jaar opgepakt en voor militaire rechtbanken gebracht (1). Momenteel zitten er honderden kinderen in Israëlische gevangenissen.
      Tal van mensen, overal in de wereld, protesteren hiertegen. Maar kan Nederland zich bij deze kwestie ook niet duidelijker en stelliger laten horen? De Israëlische politiek is op korte termijn dramatisch voor de Palestijnen, in een langer perspectief voor de hele regio, inclusief voor de joodse en andere inwoners van Israël/Palestina. De Nederlandse regering stelt zich veel te kritiekloos op ten opzichte van Israël. Het is maar de vraag wie ze daarmee voor de lange duur een dienst bewijst.

Wegkijken van wat men wel weet maakt medeplichtig. Natuurlijk kan Nederland niet alles bereiken, maar ingebed in het dorp dat wereld heet, en waar ook nog zogeheten bondgenoten bestaan, kan altijd een actieve rol worden gespeeld. En dat doet Nederland als het om eigenbelang gaat ook volop, zelfs met behulp van de luchtmacht, maar welbeschouwd toch veel te selectief. Zoals wegkijken altijd is.
Vrij dom, op topniveau.




(1) Bronnen: m.b.t. Turkije en de Koerden: diverse kranten.
Met betrekking tot Israël/Palestina vooral: The Rights Forum, website https://rightsforum.org/














woensdag 24 januari 2018

Dialectiek, een oud verhaal – Heraclitus en Parmenides


 
Heraclitus



Net als in de oosterse filosofie zijn in de oudere overgeleverde fragmenten en teksten van het westers denken vormen van dialectiek te vinden. Denken dat zich richt op het totaal of de samenhang der dingen en dat nadenkt over beweging, ontwikkeling en kenmerkende aspecten van de totaliteit. Het gaat om kernvragen waarin de mens zijn plaats in zijn omgeving probeert vast te stellen. En dat gebeurt met vallen en opstaan.

Hier kun je over lezen bij Heraclitus, de oude Griek van ca. 500 voor onze jaartelling, van wie eigenlijk maar weinig bekend is. Uit wat van hem is overgeleverd weten we dat hij zei: ‘Het zijn dezelfde rivieren waar wij in stappen en het zijn niet dezelfde; wij zijn het en wij zijn het niet.’ (1) Een stromende rivier verandert op het moment van het baden, en is dus al niet meer dezelfde. En de mens die in die rivier stapt ontwikkelt zich in die situatie, ook al is dit misschien maar weinig. Strikt genomen is hij niet meer dezelfde. Dat geldt niet alleen voor de mens, alles wat bestaat, bestaat ‘slechts’ in een staat van verandering, beweging, ontwikkeling.

Heraclitus meende ook ‘dat oorlog een verband schept, dat het rechtsbestel op twist berust en dat alles het aanzijn krijgt op basis van twist en nood.’ (2) Wat hij precies met zulke uitspraken bedoelde is niet helemaal zeker. Maar als we ook nu nog over zulke uitspraken nadenken, bespeuren we de dialectiek. De tegenstelling schept niet alleen afstand, maar (vooral) ook een verband. Immers, oorlogen en ruzies bewerkstelligen onvermijdelijk veranderingen en nieuwe verschijningsvormen bij alle deelnemende partijen.
    Let wel, het gaat dan om verandering en resultaten die verband blijven houden met de oorzaken in dat veranderingsproces. Veel eigenschappen van vroegere situaties blijven op de een of andere manier bewaard in de nieuwe situatie.

Heraclitus wordt wel de duistere filosoof genoemd. Deze duisterheid roept vragen op die mooi kunnen helpen ons denken nu een zetje te geven. Hier is kort aan slechts twee uitspraken van hem gerefereerd. In zijn ideeën blijkt echter een hele kosmologie of metafysica mee te spelen. En bovenal de dialectiek: in de verandering bestaat eenheid van alles. In de wisselwerking ontstaat ‘het aanzijn’ van de dingen, zoals de vorm en verdere effecten.

Je kunt hier ook over lezen bij Parmenides, tijdgenoot en vaak een tegenstrever van Heraclitus genoemd. Van hem is net zo min een afgeronde visie overgeleverd als van Heraclitus. Het blijft dus eerder een denken mét Parmenides. Ook hij inspireert tot vragen en denken. Hij legt de nadruk op het totaal der dingen dat het totaal blijft, in die zin onveranderlijk is. Parmenides: ‘Zo moet het er helemaal zijn, of er niet zijn.’ (3)
    Uit iets wat niet bestaat kan geen bestaan voortkomen. De totaliteit is ondeelbaar; er is één samenhangende werkelijkheid. Waarnemen en denken hangen samen met de werkelijkheid, want maken er deel van uit.

Parmenides en Heraclitus zijn niet zomaar tegenpolen. De eenheid, de samenhang van het bestaande is bij beiden aan de orde. Heraclitus schrijft namelijk ook dat het wijs is de gedachte te hebben ‘dat alles één is’. (4) Beide denkers verwoorden een inzicht in de totaliteit, of een intuïtie van de samenhang van alles. En is de beweging, de verandering of zelfs de ontwikkeling van alles een werkelijke verandering? De kosmos is zo’n omvattend geheel en de mens vult ervan zo’n klein plekje, dat inzicht in de totaliteit toch maar beperkt is. Laten we bescheiden zijn over onze kennis. Verandering is wel een heel groot woord. Concrete verandering van mensen, natuur of dingen vindt plaats binnen de ondeelbare werkelijkheid, de samenhang die onophefbaar is.

Het bestaande vormt een eenheid, die gesignaleerde veranderingen en verscheidenheid daarbinnen ernstig relativeert. In ieder geval de kennis over de algehele samenhang en werking der dingen. Het accent van Heraclitus en Parmenides lijkt een tegenovergestelde. Verandering versus onveranderlijkheid. Beiden echter zien de kleinere verandering als deel van dat grotere geheel.
    En dat dit geheel door de kleine verandering verder in beweging wordt gehouden, wat zegt dat? Wat stelt dat voor? Bestaat iets alleen omdat het kan veranderen en dat daadwerkelijk doet? Kan onze logica wel vatten wat de verandering van het kleine betekent voor het grotere geheel? Kunnen van het permanente veranderingsproces de structuren, de patronen worden begrepen? Ontglippen ze ons niet net steeds weer als we de wetmatigheden trachten vast te stellen? En blijven die wetmatigheden vaak niet zo algemeen geformuleerd dat ze nog maar weinig zeggen?

De (vele) vragen naar totaliteit en verandering, alsmede naar ons beperkte inzicht hierin, zijn hiermee gesteld. Bij Plato, Aristoteles en andere denkers zullen die terugkomen. Later bij Spinoza, Hegel, Marx en Engels, en ook bij Darwin. Niet als zuivere herhaling, maar ook om steeds weer nieuwe invalshoeken te vinden om de dikwijls haast ongrijpbare werkelijkheid handen, voeten én gedachten en gevoel te geven. Dus ook om ons gedrag beter te kunnen bepalen.
    Dit gaat de mens vaak niet makkelijk af. Heraclitus: ‘Het is nodig dat mensen die naar wijsheid streven, zeer veel zaken onderzoeken.’ (5)




Bronnen:
(1) Heraclitus, Spreuken, vertaald, ingeleid en toegelicht door C. Verhoeven, Ambo, Baarn 1993, fragment 49a, p. 21.
(2) Zie Heraclitus, Spreuken, fragment 80, p. 26.
(3) Regel (B8.11) uit Parmenides’ Het gedicht ‘Over de natuur’, in Oog voor het ene, Over Parmenides van Elea, vertaling, commentaar en interpretatie door B. Schomakers, Damon, Budel 2003, p. 47.
(4) Heraclitus, Spreuken. Dit is een deel van fragment 50, p. 21.
(5) Heraclitus, Spreuken, fragment 33, p. 19.


Deze blog is grotendeels ontleend aan Jasper Schaaf, Dialectiek en praktijk, De creatieve tegenspraak, uitgeverij Damon Budel 2005, pp. 18-19. ISBN 9055736465.
Dit boek is een inleiding in dialectische filosofie. Nog te koop bij de uitgever.






Parmenides












donderdag 18 januari 2018

Murray Bookchin en het einde van wat politieke labels


In de dagelijkse omgang en in de politiek kun je niet helemaal zonder een zekere etikettering. Maar je kunt ook teveel labels hebben, plak het er maar op!
      Het zogeheten politieke debat in Nederland, zeker na het versterkte aanzwengelen ervan door allerlei rechts-nationalistische types, de media en de zogenaamde sociale media barst van de termen die stellig klinken, maar waar mensen vrijelijk ‘van alles en nog wat’ onder verstaan.

Gelukkig proberen sommige activisten en filosofen bepaalde termen die versleten klinken op te heffen, wat helaas nog niet gaat zonder er wat nieuwe tegenover te stellen. Er moet immers gecommuniceerd worden; gesproken en begrepen. Maar de nieuwe begrippen kunnen wel nauwkeuriger zijn dan de oude, of gewoon meer uitdagend. In dat laatste geval provoceren zij het denken over nieuwe waarheden, échte, die evenwel nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd.

Daar moet ik aan denken als ik lees over de politieke activist en filosoof Murray Bookchin (1921-2006). Een zeer boeiende man, zowel zijn leven als zijn ideeën, ook al mist hij nog in de standaardwerken over politieke filosofie.
    In zijn 85 jaar durende leven diende hij de linkse sociale politiek onder vele labels. Communist, socialist, eco-anarchist, anarchist, ex-anarchist, ecoloog, sociaal ecoloog, libertair municipalist, en nog wel meer. Het boeiende in de opbouw van deze termen is dat Bookchin zeer kritisch, antikapitalistisch blijft sleutelen aan een sociale en duurzame toekomst van de mensheid. Hij verwerpt oude ideeën als onjuist of ontoereikend, maar de rode draad, de antikapitalistische richting blijft behouden.

Van de termen die hij overstijgt behoudt hij vaak een paar goede elementen, en dat zijn bouwstenen van de meer volledige visie, waar hij ten slotte op uitkomt. Twee elementen worden vaak als een hoofdzaak van zijn ontwikkeling, agitatie en visie genoemd.
    Het eerste is het feit dat hij als sociaal ecoloog een verband onderzoekt en duidelijk benoemd tussen de onderdrukking van mensen en de onderwerping en uitbuiting van de natuur. Dat inzicht is misschien iets minder origineel dan men wel eens denkt, maar de consequente uitwerking ervan in een politieke visie die beide vormen van onderwerping in samenhang wil opheffen, is dat wel. Het is de kracht van een onafhankelijk denker. Het resulteert in een visie, een sociale ecologie die – misschien impliciet – bij ecologische en politieke activisten momenteel sterk aan de orde is.
    Het tweede is het maatschappijmodel waar hij uiteindelijk voor opteert. Dat wordt (het streven naar) een democratisch confederalisme genoemd. Dat moet worden gevormd op basis van een municipalisme, een gemeenschapsbeweging die volgens Bookchin reëel bestaat. Het gaat erom de structuur van de samenleving radicaal van onderop op te bouwen. Hij vindt dat het marxisme te veel nadruk legt op de tegenstellingen die ontstaan door de productieverhoudingen en daarmee de kracht van de lokale gemeenschappen teveel heeft genegeerd. Die kracht kan de basis vormen voor grotere en vérstrekkende samenwerking op een niet-bureaucratische en zeker niet dictatoriale manier.

De gemeenschap van netwerken is basaal. Bookchin schrijft in 1989: ‘Van enorm praktisch belang is het feit dat vóórstatelijke instituties, tradities en sentimenten, op gevarieerde wijze in bijna de hele wereld blijven leven. Verzet tegen onderdrukkende staten wordt gevoed door communale netwerken van dorpen, buurten en steden, getuige de worstelingen die we zagen in Zuid-Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.’ Die sentimenten  en waarden moeten in de nieuwe maatschappijvorm geborgd worden op een antikapitalistische manier, die vervreemding en passief consumentisme uitsluit.

De doelen zijn hoog gesteld. Het gaat om veel, om heel het maatschappelijk leven. Dit verhaal is – althans voor zover ik het zie – nog onaf. De kinken in de kabel binnen de grotere, meer grootschalige samenwerking met al haar communicatie- en machtsvraagstukken, vormen nog een groot risico in dit model. De opbouw is democratisch van onderen op gedacht. Dat is goed, maar is het niet nog sterker een antibureaucratische wisselwerking tussen de verschillende niveaus voor te stellen?
    Een zeker centralisme hoeft toch niet altijd neerbuigend, onderdrukkend of bureaucratisch te zijn? Bookchin verwijst soms naar de Griekse samenleving en filosofie, waarbij hier dan toch ook gedacht kan worden aan Aristoteles, die ongetwijfeld hier meer de noodzaak tot een balans benadrukt zou hebben, in de lijn van zijn ‘Politica’. Een balans van de macht van het lokale en andere relevante schaalniveaus. Dus duidelijk inclusief de gezochte opbouw van onderop met de reële macht van de basis.
    Anders gezegd: leidt de op grond van reële ervaringen van het socialisme ontstane afkeer van centralisme niet tot een onevenwichtigheid? Is hier sprake van een ‘overdreven’ kritiek op élk centralisme? Is het confederalisme op dit punt wel voldoende uitgewerkt?

Als een individualistisch anarchisme wordt afgewezen en communale netwerken centraal worden gesteld, zoals Bookchin doet, bestaat er nog geen volledig model voor een sociaal samenleven met de macht aan de basis. En is er zeker nog geen praktijk voorhanden hoe de economie en samenleving op grotere schaal een goede en sociale vorm krijgen en behouden. Dit kan een zwakte van het idee betekenen, maar misschien is dit eerder koudwatervrees, een gebrek aan vertrouwen in de kracht en creativiteit van de lokale gemeenschap.
      Dit vraagt om meer, zowel meer theorie als om uitvoering in de praktijk. En om meer mensen die kritisch en bewust de ingezette gedachtelijn afmaken. Niet zozeer met betrekking tot het korte revolutionaire moment, het begin, maar de lange duur, de ontwikkeling van dit model in de praktijk.

Wat deze praktijk betreft is er op een bijzondere manier een begin mee gemaakt, die ook Bookchins politieke filosofie weer meer bekendheid heeft gegeven. PKK-leider Abdullah Öcalan, gevangen in de Turkse cel, heeft Bookchins werken bestudeerd en het democratisch confederalisme aanbevolen. In Rojava (West-Koerdistan) waar de bevolking van vooral Koerden het nu voor het zeggen heeft na het verdrijven van Islamitische Staat, wordt deze vorm van samenwerking en besturen praktisch toegepast.

Maar ja, de praktijk, dat deze toepassing hier en daar misschien nog niet optimaal is zegt helemaal niets over de waarde van het idee. Pionieren zonder fouten kan niet. Een veel groter risico is dat in de strijd van de grootmachten en lokale machten Rojava knel zit en verder bekneld raakt tussen de vermeende belangen van Turkije, Syrië, de Verenigde Staten, Rusland, Irak (etc.).
    Zit in die ‘wereldpolitiek’ voldoende verstand om te beseffen dat de nu ontstane situatie in Rojava veel en veel soorten nieuwe kansen biedt? Helaas is de politiek haar verstand maar al te vaak helemaal kwijt. Bookchin kan wat oude labels vér overtroffen hebben, helaas bestaan ze in de ‘oude’ internationale politiek nog volop.




Bronnen over en van Murray Bookchin o.m.:

- Roger Jacobs, Murray Bookchin en het tweede leven van de sociale ecologie, in Vlaams Marxistisch Tijdschrift, Jaargang 50, nr. 2, zomer 2016.
Op internet: http://www.imavo.be/vmt/16216-Jacobs.pdf

- Werken van Murray Bookchin op Marxists.org:
https://www.marxists.org/nederlands/bookchin/index.htm

Het citaat uit 1989 staat in Bookchins artikel Radicale politiek in een tijdperk van voortdurend kapitalisme. Te lezen op Marxists.org.




 
Murray Bookchin












donderdag 11 januari 2018

The Fugs voor Bernie Sanders


Het verstand komt met de jaren. Jawel. Sommigen varen echter blind op het cliché dat je dan ook je wilde haren verliest, politiek, van links naar rechts natuurlijk. Toch weet het bezonnen verstand vaak wel beter. Als dat al een beetje vroeg aanwezig was, is het eerder de kunst jouw idee gewoon te blijven huldigen. Huldigen is verdedigen, uitdragen, verder kritisch blijven onderzoeken en ontwikkelen. Serieus en liefst met een gezonde dosis humor, tegen het cynisme!

Zo ongeveer 1969 noemt men de tijd van Flower Power. Niet alleen muzikaal, het was ook politiek, met name gericht tegen de Vietnamoorlog en de rol van de Verenigde Staten in de wereldpolitiek. Maar al vroeg, in 1965, speelden The Fugs hun aanstekelijke poëtische en kritische nummers.
      The Fugs, in Nederland niet (meer) bekend? Foei! De Fugs waren goed en zijn dat op hun wijze nog altijd. Nog altijd politiek agiterend en poëtisch. Voorlopers van de punk worden ze wel genoemd. Nou ja, het moet kennelijk ergens bijpassen in Labeltjesland. Vergeet niet dat ze vaak met hun humor vrolijker klinken dan veel hedendaags relativisme en cabaret. Zomaar in deze tijd, anarcho-optimisten?

Pas noemde in een stukje over de ook al half vergeten groep Pearls Before Swine een van de leden van die groep The Fugs. Voor hen was het een voorbeeld van een goede band, toen zij destijds zelf begonnen.
    Gauw weer even The Fugs opgezocht. Ze zijn er nog altijd. Op YouTube staat het oude provocerende spul. En politiek uitdagen doen ze nog altijd, op hun haast onnavolgbare wijze.
      Luister maar naar het recente liedje voor Bernie Sanders. Na je dat hebt gehoord zoek je vast nog wel even verder. Enkele links staan hieronder, de rest is zo te vinden. Beetje wennen misschien, maar ’t gaat wel ergens over. Nog altijd. Kunst voor de vooruitgang.


https://www.youtube.com/watch?v=o-9IIRzR3k8

https://www.youtube.com/watch?v=b1AQ4NuJUA8

en een oudje: https://www.youtube.com/watch?v=iqG81KrROis

The Fugs hebben ook een website: http://www.thefugs.com













zaterdag 6 januari 2018

Ongelijkheid ofwel De actualiteit van de klassenmaatschappij



‘De burgerlijke maatschappij biedt met deze tegenstellingen en hun vervlechting het schouwspel van zowel mateloosheid als ellende, alsook van het fysieke en zedelijke bederf dat beide gemeen hebben.’

Georg Hegel (1770-1831)


Ongelijkheid is het duivelse hart van de kapitalistische maatschappij; hebzucht en hoogmoed vormen de ziel ervan.
      Socialisten willen het systeem van ongelijkheid opheffen. Dan heeft een nieuwe maatschappij ook een ander kloppend hart nodig. Dat houdt in ieder geval solidariteit en een bewuste sociale sturing op vele schaalniveaus in. Bewust, dit betekent dus ook dat de maatschappelijke vervreemding wordt bestreden en in hoge mate wordt overwonnen.

Feitelijk zijn er tal van vormen van ongelijkheid, segregatie en uitbuiting. Niet dat mensen als persoon niet flink zullen verschillen, het gaat hier om hun maatschappelijke rol, die van kapitalist of van arbeider, werker, producent. Waar sta je, wat doe je, wat eigen je jezelf toe, waar profiteer je van en wat gun je aan de ander? Het gaat om het systeem dat je in stand houdt of bestrijdt, en om het bewustzijn daarvan. Vervreemd of niet? Hoe en in welke mate?

De verschijningsvormen van de fundamentele ongelijkheid zijn legio. De vermogenden en bezitlozen zijn ook afgelopen jaar wereldwijd weer verder van elkaar komen te staan. De invloed op de eigen werkomstandigheden is beperkt. Vaak geldt hetzelfde voor de leefomstandigheden in de eigen buurt en wijk.
      Ongelijkheid blijkt ook uit het schrijnend voorbeeld van de woontoren die in Londen afbrandde door de hebzucht van de eigenaar en waar de gevluchte bewoners nog steeds in hotels bivakkeren. Om € 5000 te besparen op brandwerende panelen werden meer dan 50 levens geofferd. Geld en macht waren bepalend en zijn dat in de verdere afhandeling nog steeds.
      De Nederlandse loonstrook van 2018 vertelt ook heel wat. De gierigheid van het kapitaal druipt ervan af, wanneer je deze vergelijkt met de dagelijks verkondigde mantra dat het o zo goed gaat met ‘onze’ economie. En de jongeren van nu lijken te leven in een vrije digitale en feestvierende wereld, maar worden als flexibele weggooiwerker stevig uitgebuit. Zij worden geacht zichzelf te koop aan te bieden, al prijzen ze daarmee natuurlijk vooral hun breed inzetbare arbeidskracht en intelligentie aan.
      Ongelijkheid als maatschappelijk afvoerputje bestaat onder meer in de vorm van groepen verwarde mensen op straat die door de bezuinigingen zichzelf maar moeten leren redden en wanneer ze dat niet kunnen vaak aan hun lot worden overgelaten. Zij zullen nooit voorop lopen in de strijd, maar staan wel voorop in de uitdrukking, de verschijningsvormen van de ongelijke samenleving.

Ongelijkheid heeft veel met zeggenschap te maken en met het gebrek eraan. Het gaat niet om de boze kapitalist versus de sympathieke werker, maar om het systeem dat mensen steeds tegen elkaar uitspeelt en vernieuwingen óók toont als hernieuwde uitbuiting.
    Een structuur die verdeeldheid zaait schept identiteiten. Wil je dus verschillende identiteiten leren kennen, dan moet de ontstaansgrond ervan ook worden begrepen. Die liggen altijd voor een groot deel in de maatschappelijke verhoudingen. Dus een ontstaansgrond die verdeeldheid zaait en het menselijk bewustzijn inkadert, dus beperkt, moet tegelijk goed begrepen worden. Dat is lastig, paradoxaal, het vraagt om een oplossing van ‘met de haren uit het moeras ….’

De filosoof Georg Hegel schreef in zijn boek ‘Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie’ – mede op basis van studie van Britse economen – over het ontstaan van grote vervreemding door de opkomende industrie. Daardoor werden mensen, vooral jongeren, losgerukt uit hun eigen (boeren)milieu. Hegel is heel kritisch maar ziet geen duidelijke oplossing en wil de rol van de (conservatieve) staat niet ondermijnen. Hij denkt (haast) revolutionair, maar roept niet op tot revolutionair handelen.
      Karl Marx gaat hier op Hegel door, maar ánders: zelf doen, zelf actie ondernemen, proberen de wereld te veranderen, in een dubbele beweging van bewustwording en structurele maatschappelijke verandering. Interactie van denken en doen, die beide opheft, verbetert, tot nieuwe vormen voert.

Vrijheid staat haaks op ongelijkheid. Gelijkheid zonder vrijheid is nooit de werkelijk gezochte gelijkheid, want het gaat om het leven, de rechten en de ontwikkelingsmogelijkheden van de mens.
      Marx’ doel is nooit een van te voren precies bedachte structuur van een heilstaat, maar de opheffing van vervreemding, zodat de mens zich vrij kan ontwikkelen, waarbij als voorwaarde vooral de onderdrukkende structuren moeten worden bestreden. Marx veronderstelt grote vrijheidsmogelijkheden voor de mens, die echter nog door onderdrukkende structuren, diep economisch en psychologisch ingebed, worden geblokkeerd.

De vervreemde mens is een verscheurd wezen – zowel als persoon als levend in ongelijke sociale klassen – dat zich niet volledig kan herstellen, zolang de maatschappij dat verhindert.
      Ongelijkheid tot in de wortel bestrijden, dat is de radicale trek in Marx’ werk. Marx is hierover enerzijds zelfverzekerd, in theorie is het probleem oplosbaar, nu de praktijk nog. Tegelijk is zijn werk – je zou bijna zeggen principieel – onaf, want er zijn steeds praktische maatschappelijke aspecten die verder onderzocht, blootgelegd en aangegrepen moeten worden.

Klassen, de structureel verschillende rollen in de kapitalistische ontwikkeling, bestaan dus. Ook al zien deze klassen er in de privépersoon uiterlijk totaal anders uit dan ten tijde van Marx. Het maatschappelijk leven toont nog altijd veel overeenkomstige ongelijkheid. Wil de wereld veranderen dan zullen mensen in een gezamenlijke beweging zowel de vervreemding moeten aanpakken, als de structuur die steeds weer leidt tot vervreemding.
    Zal dit ooit lukken? Er is hoop. Niemand zegt dat deze gezamenlijke radicale progressieve beweging niet kan bestaan uit kleinere onderdelen die op den duur aan kracht, omvang en diepgang kunnen winnen. Het kapitaal heeft ook niet in één dag zijn hegemonie verworven.

Ongelijkheid tussen groepen, klassen, en in macht, zeggenschap en rijkdom. Zij bestaat volop. Kranten ‘brengen’ hierover slechts het nieuws, vaak in feite vervreemdend, want ze leren de mensen de ongelijkheid voor kennisgeving aan te nemen. Deze gewenning is ook een vervreemding.
      Marx zou eerder willen dat kranten een stap verder gaan. Moet dat wat waar is niet leiden tot een adequate actie? Benepen objectivisme kent hij niet, eerder ‘een dialoog’ tussen het blootleggen van feiten én de oproep tot een passende reactie. Wat dus neerkomt op een interactie van objectiviteit en subjectiviteit, met voor beide invalshoeken een grote uitdaging.
    In zo’n veranderingsproces zullen vele waarheden vervluchtigen. Wat eens een vaste identiteit leek, kan een fase in een emancipatieproces blijken. Wat dat betreft staat er heel weinig vast. Dat is geen reden de veelvormige ongelijkheid niet te bespreken en te bestrijden. In het hier en nu.





Bron citaat van Hegel: Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie, § 185, p. 193, vertaling Willem Visser, Uitgeverij Boom, Amsterdam 2014.





Georg Hegel


Karl Marx












dinsdag 2 januari 2018

Goudvinken op kantoor en in de boom


Met Nieuwjaar hoor je nog eens wat. Geknal bedoel ik niet, maar op visite. Hieronder zie je een foto van een goudvink (Pyrrhula pyrrhula), een mannetje. Helaas was ik er een paar weken geleden net niet snel genoeg bij om zo’n foto te nemen, dus maar even geleend. Foto’s van goudvinken heb ik wel genomen, meestal in het bos, maar dan vaak wat op afstand.
    Een paar weken geleden zat in de achtertuin op de vogeldrinkbak opeens een pontificale goudvink. De rode borst naar mij toe. Achter het huis staat een boom waar eens in de zoveel jaar een clubje goudvinken foerageert. De zaden of de nieuwe al wat uitlopende knoppen zijn lekkere hapjes voor deze vinken. Altijd op dezelfde boom. De buren achter kijken makkelijk in die boom, maar wij hebben de drinkbak.
      De goudvinken zaten ongeveer een week in ons buurtje. In de stad is heel wat natuur te zien, dat blijkt altijd maar weer.

Zo blijkt mijn familie ook vaak goudvinken te zien, maar dan op het werk. De prachtvink als uitdrukking van de bureaucratie. Op het ziekenhuis loopt volgens het personeel een ‘goudvink’ rond. Die vinkt de punten van het protocol af en betuttelt de collega’s vanuit een hogere salarisschaal. ‘Trek een schone jas aan, je loopt al dagen in een vuile.’ Dat moet mooi werk zijn, afvinker, goedbetaald een ander vertellen wat die moet doen. Goudvinken heb je dus in soorten.
    Of in een andere grote organisatie. Daar kennen ze de afdeling ‘Vinken en Kruisjes’. Ook niet officieel natuurlijk, maar de werknemers weten precies waar die zit. Een groeiende afdeling, de goudvink is in de organisatie een vruchtbare vogel. Alhoewel, als zo’n goudvink komt koekeloeren of iedereen wel volgens opdracht aan het werk is en dan trots als een pauw rondloopt, denk ik misschien eerder aan een goudhaan. Maar ja, dat zijn maar kleine vogeltjes.

Zo blijkt er ornithologisch heel wat te doen in de hedendaagse bureaucratie. Ieder kent de goudvink. Er lijkt nog heel wat personeel vrij rond te vliegen dat nog voor het echte werk in te zetten is bij een ‘krimpende arbeidsmarkt’.
      Ondertussen hebben onze goudvinken de boom bij de achterburen verlaten. De vrijheid van de goudvink blijkt groter dan die van de bureaucraat. Laat dat maar zo blijven. Een gelukkig Nieuwjaar zonder vinkjes en kruisjes.






Pyrrhula pyrrhula






P.S. Wat is de goudvink, de vogel, toch vriendelijk. Direct nadat deze blog was gepost, waren ze weer terug in hun boom.
En ook daarna kwamen enkele weer terug. Op 17 januari lukte het de onderstaande weliswaar niet perfecte, maar wel vrij duidelijke foto's in de achtertuin te nemen. Mooi, zo'n 10 dagen voor de Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming (27 en 28 januari). Dan mogen ze ook even komen langsvliegen.