Greenpeace voert momenteel actie tegen de ontbossing, met name die ontstaat door de vele grote bosbranden en de sloop van het woud en bossen uit winstbejag, waardoor nog meer bosbranden ontstaan. Een belangrijke actie, lijkt me, gezien het structurele geweld tegen de aarde en het leven dat hier in het geding is. Daar tegenover moet een maximale inzet bestaan de ‘doelen van Parijs’ te halen.
Steun deze actie dus, zie https://steun.greenpeace.nl/bosbranden
Deze petitie wordt door Greenpeace kort en krachtig onderbouwd. Bedrijven moeten stoppen met commercie die ten koste van de bossen gaat. Natuur, klimaat en mensen centraal. Bestaand bos goed beschermen, samen met natuuractivisten en de inheemse bevolking.
Een aantal jaren geleden schreef ik een weblog van ongeveer dezelfde strekking. Daarbij noemde ik nog een andere mogelijkheid, gericht op preventie. Kort ervoor had ik in Portugal op vrij korte afstand een (niet al te grote) bosbrand zien woeden. Om te blussen vloog een blusvliegtuig of helikopter af en aan. Nou ja, ‘af en aan’, er was kennelijk maar één toestel beschikbaar, die steeds weer water uit zee opschepte. Dat werkte wel, maar had dat niet veel sneller gekund met meer vliegtuigen?
En dat speelt nu steeds weer, met al die grote bos- en natuurbranden in de VS, Rusland (m.n. Siberië), Griekenland, Frankrijk en noem maar op. Wanneer ondanks lokale preventieve maatregelen er toch een bosbrand ontstaat, waarom zijn er dan niet veel meer blusvliegtuigen direct inzetbaar?
Ik pleit dus voor meer vliegtuigen, maar wél goede. Laat in de Verenigde Naties afgesproken worden dat elk land naar rato over goede blusvliegtuigen moet beschikken, die direct, over de grenzen, inzetbaar zijn. Zodat veel sneller en massaler geblust kan worden.
Bijkomstig voordeel is dan ook nog dat een dergelijke blus-samenwerking een internationaal karakter krijgt, dus ook het aspect van vrede voor de natuur, de mens en de dieren zichtbaar wordt, dus als vredesactie kan werken. Samenwerken voor het leven.
Kortom, een actiepunt dat met elke actie voor behoud van het woud genoemd mag worden. Tot het werkt.
zondag 22 augustus 2021
Bosbranden en helikopters – Kunnen de Verenigde Naties niet meer doen?
maandag 2 augustus 2021
Een bijzondere politieke drogreden
In de krant werd kortgeleden een Europarlementariër aangehaald die zei: ‘Vissers zijn de oudste gebruikers van de zee en daarom moeten zij een beslissende stem krijgen als er windmolenparken op zee worden gebouwd.’ Wie het was of van welke partij doet hier niet zoveel toe, want vele politici hadden dit kunnen zeggen. Klinkt niet zo gek, nietwaar?
Toch is het een drogredenering in verschillende categorieën. Er is sprake van een misleidende nadruk of van een argument ‘op de persoon’, dus een argument ‘ad hominem’. De democratische rechten van de visser worden ver boven die van de rest van het volk opgetild door het stevige ‘daarom’. De ouderdom van de professie wint het dan van de moderne rechten en plichten bij het maken van belangrijke klimaatkeuzes, die een hele toekomst voor velen kunnen gaan bepalen.
Met dit argument is iets bijzonders aan de hand. Het is een drogreden door het sterk benadrukte ‘daarom’ dat de visser boven de politiek en het volk optilt. En drogredenen gelden toch als ongerechtvaardigd? Tegelijk is het een argument dat tal van politici en burgers juist wél als waar of gerechtvaardigd zullen erkennen.
Het bijzondere van dit argument is de ingebouwde historische afweging. Oeroude gebruikers hoeven toch niet zomaar hun recht te verliezen? Ooit ons bezit of onze grond, en dus …?
Er bestaan tal van vergelijkbare constructies die niet zomaar geaccepteerd zullen worden, althans niet door iedereen, en wellicht door anderen juist weer wel, afhankelijk hoe de voorgeschiedenis meetelt. Of nog dichter bij huis, afhankelijk van het belang dat met men er vandaag de dag bij heeft.
Zo ontmoette ik een keer een Rus die heilig overtuigd was van de noodzaak de oude tsaristische idealen van een verenigde wereld onder Russische leiding een nieuw leven in te blazen. Een weldoen voor alle volkeren en ook de heer Poetin lijkt dat historische argument graag mee te laten tellen bij tal van conflicten waarin het vermeende Russische belang meespeelt. Een historische vrijbrief voor het heden.
Of de Chinezen noemen soms de (ongeveer) honderdjarige koloniale onderdrukking in redeneringen die erop neer komen dat de volkeren aan de randen van China de hegemonie van dat land blijvend moeten erkennen. Herstel van wat eens bestond. Het leidt tot sociale strijd op basis van vroegere historische en politieke frustraties.
Of neem het argument dat veel Israëli’s hanteren als basis van het recht Palestijnen van hun land te verdrijven. Herstel van was eens bestond of slechts gedroomd was? Het land was al van ons ook al waren we er nooit geweest.
Het historische argument is dus enerzijds een drogreden over wie wat mag zeggen over een vroegere of bestaande situatie die de toekomst zou moeten bepalen. Anderzijds duidt het op realistische overwegingen, die sterk kunnen zijn, maar nog niet direct een juist moreel of technologisch oordeel inhouden, omdat er nog meer – hogere, urgentere, meer algemene, of morele – aspecten tellen. Daarbij spelen macht en recht vaak ingewikkeld mee.
Veel redeneringen kun je ook omkeren en zo kun je bijvoorbeeld het oude verloren recht historisch diskwalificeren. Belangen mogen toch meetellen, mits in de juiste proportie bezien? Misschien ontstaat de best belegen boterham voor de vissers van Nederland voorlopig wel door mee te werken aan offshore activiteiten, gericht op de nabije toekomst van velen.
Al met al herkennen we in bovengenoemde uitspraak aspecten van de drogredenering én een politiek veel gebruikte vorm van historische accentuering en (sentimenteel) overtuigen. ‘Onlogisch’ is dus niet hetzelfde als ‘betekenisloos’. De belangen van de vissers moeten meegewogen worden bij de maatregelen die zich richten op het aanpakken van de klimaatcrisis, maar wel met het juiste gewicht tussen alle meespelende belangen, de bijzondere en de algemene.
De logica of retorica toont haar rijkdom hier in een drogreden die soms deels toch opgaat, in ieder geval vaak wel aanspreekt, dus politiek effect heeft. De slimme politicus of activist zal hier rekening mee houden.
En hopelijk toont de oudste gebruiker van de zee zich een waardige gebruiker.
woensdag 21 juli 2021
Woke denken, nepnieuws en de waarheid? Een aards perspectief van Joseph Dietzgen
Over de waarheid is veel te doen. Maar ook kun je je afvragen, is er werkelijk veel nieuws onder de zon?’ De waarheid heeft altijd te maken met veranderingen in de kennis en het denken. En over veranderingen moet je het per definitie wél hebben.
Zo ook over Woke denken, Nepwaarheden of nieuwe maatschappelijke Visies, hoe waar of onwaar die eigenlijk zijn. Daarvanuit over meer algemene waarheden en de grotere samenhangende waarheid als perspectief. Ze komen onvermijdelijk aan bod, dwingend of juist met een afnemende kracht. Zowel de kijk op de – naar jouw mening? – sympathieke kant, als op het verwerpelijke. Of over het duurzame en het vergankelijke. Of over eraan meedoen of het bestrijden.
De vormen zijn misschien nieuw, het verschijnsel van de strijd om de waarheid is oeroud. Mensen moeten immers dealen met de werkelijkheid die ze aantreffen en die hen vormt, inclusief de met ideologie gevulde taal van de opvoeding of anders wel de media, breed gelezen, waarvan de kennis gedeeld en becommentarieerd wordt. Ook de kennis die algauw voor een deel of helemaal onhoudbaar blijkt.
Er valt veel over te zeggen. Maar let op, er zit altijd een politieke kant aan. Met kennisinhouden, visies en waarheden kan gemanipuleerd worden, misschien niet voor lange tijd, maar dan nog wel op een invloedrijke manier. Kennisinhouden blijken vaak ook morele inhouden – of deze inhouden genererend – positief, verwerpelijk of iets ertussen.
Genoeg om over na te denken. Het gaat om kennistheorie in de brede zin van het woord. Denk aan Aristoteles, Descartes, Kant of Popper. Daarover gaan ook de geschriften van de leerlooier en autodidactisch filosoof Joseph Dietzgen (1828-1888). Hij was van mening dat het revolutionaire socialisme – toen onder de titel ‘sociaaldemocratie’ – zich juist ook met theorie en met name kennistheorie bezig moet houden. Want het denken is vervreemd, zoals aangetoond door Ludwig Feuerbach (1804-1872) en Karl Marx (1818-1883). En die vervreemding moet worden doorbroken, want die schaadt de eenheid in de strijd.
Daarom noemt Dietzgen de kennistheorie een ‘eminent socialistische aangelegenheid’. Voor zaken die kennis, de waarheid en de ideologie betreffen moet men niet wegkijken, maar juist de valse waarheden blootleggen, met name wanneer zij afleiden van de wereldse zaken van de arbeidersklasse, zoals de uitbuiting, onderdrukking en ongelijke kansen. Verkeerd denken kan de politieke strijd belemmeren, en er zijn juist arbeiders (activisten) nodig met een geschoold bewustzijn om samen de politieke en ideologische strijd aan te gaan.
In de tekst ‘De grenzen van de kennis’ uit 1877 gaat Dietzgen hierop in. Het is een van zijn meest krachtige teksten. Daarom is in deze blog ervoor gekozen een flinke passage daaruit weer te geven. Dietzgen gaat uit van het principe van één samenhangende wereld, die in de geschiedenis steeds verder subjectief én objectief wordt verkend en gekend.
De hele tekst kan men vinden op https://www.marxists.org , de Nederlandse versie. Daar is deze passage aan ontleend.
Wil je liever naar de (oorspronkelijke) Duitse versie, die is bv. te vinden in Joseph Dietzgen, Schriften in drei Bänden, Band II, Akademie Verlag, Berlin (DDR), 1962, pp. 49-60. De passage is daarin te vinden op pp. 50-52.
Hieronder volgt, zonder verder commentaar, een uitgebreid citaat uit een van de werken van Joseph Dietzgen, speciaal zijn dialectische, materialistische visie op de ideologische belemmeringen van de waarheid:
“
De sociaaldemocratie streeft niet naar eeuwige wetten, blijvende inrichtingen of vastgeroeste vormen, maar in het algemeen naar het heil der mensheid. Geestelijke verlichting is het onontbeerlijke middel daartoe. Of het kenvermogen begrensd, d.w.z. ondergeschikt is, of de wetenschappelijke onderzoekingen ware begrippen, waarheid in hoogste vorm en laatste instantie opleveren, of slechts armzalige “surrogaten” die het onbegrijpelijke boven zich hebben – de kennistheorie is dus een eminent socialistische aangelegenheid.
Alle overheersers die het volk hebben uitgebuit, ondersteunden hun gezag tot op heden door een hogere zending, door een afstamming door de gratie Gods, door heilige zalven en metafysische wierook; en hoewel zij meermalen de verlichting, de vrijheid van religie, de politieke vooruitgang en de kritische filosofie in de mond hadden, wisten zij heel goed dat zonder “iets hogers”, iets onbegrijpelijks, zonder iets bovennatuurlijks, al was het dan maar een “zedelijke wereldorde”, de teugels hun zouden ontglippen waarmede het volk in bedwang gehouden en aan hen het genot van buit en van macht verzekerd wordt.
Men begrijpe mij goed en niet alsof de sociaaldemocratie in strijd met de zedelijke wereldorde zijn zou! Ook wij toch willen de wereld zedelijk ordenen, maar wij willen de orde niet van boven af, maar van onderen op hebben, d.w.z. wij willen zelf die orde scheppen, zonder daarvoor, noch voor het behoud daarvan een hogere fantasterij of “grenzen der kennis” te gebruiken. Integendeel, het is zelfs een voorname sociaaldemocratische plicht het aan deze verkeerde wereld bekend te maken dat mijn, uw en zijn verstand, in verhouding tot het onmetelijk gebied der wetenschap, armzalige instrumenten zijn en dat daaruit volgt, dat ieder persoon zijn werkkring moet beperken; maar dat, daarentegen, het kenvermogen van het menselijk geslacht weer zo absoluut helder en onbegrensd, weer zo onmetelijk is als de vraagstukken zijn die hem de natuur ter oplossing voorlegt. De armzaligheidstheorie, de leer van het begrensde mensenverstand is het laatste overblijfsel van de religieuze humbug. Wie, in overeenstemming met het sociaaldemocratisch program, de bevrijding der arbeidende klasse door de arbeiders zelve najaagt, moet het dwaze hopen en verlangen, het wijsgerige passen en meten, in zoverre het op een andere wereld betrekking heeft, geheel afleggen.
“
maandag 12 juli 2021
Veel of weinig praten over het klimaat?
Een nogal relevante vraag. Een ogenschijnlijk eenvoudige vraag, die talloze uiteenlopende antwoorden op zal leveren. Tegelijk mooi voor de vakantie. De natuur krijgt in deze tijd aandacht genoeg, lijkt het, en moet de gewone burger – u en ik – zich daarover nu veel zorgen maken?
Mijn blogs overziende schenk ik de laatste tijd iets minder aandacht aan het klimaatvraagstuk dan voorheen, met maar één reden. Ik heb er veel aandacht voor en al gauw lijkt het vanzelfsprekend dat anderen dat ook wel zullen hebben. En dan is er al heel wat – te veel? – aandacht voor klimaat, de natuur, de biodiversiteit, de alternatieven enzovoorts. Veel? Werkt dat de inzet voor het klimaat positief in de hand?
De vraag is hoeveel mensen werkelijk overzien wat de enorme impact van de totale klimaatverandering zal zijn op het totale leven, ook op de negatieve kanten van het leven, zoals de ongelijke verdeling van welvaart of het voeren van oorlogen om de macht die de grondstoffen kan toe-eigenen. Dat doet er nogal toe, het betreft waarschijnlijk zelfs antwoorden op vragen over wie er nog kan leven op de overvolle en vaak leeggeroofde plekken op en van de aarde.
De vraag ligt er nu altijd. Is er aandacht genoeg of juist veel te veel, zoveel dat de aandacht murw geslagen is? ‘We merken het vanzelf wel’, en dat soort vervreemdend gedrag, vluchtgedrag.
Als je zelf veel met milieu, klimaat, leefbaarheid (noem maar op) begaan bent en nog sterker als je meedoet aan de vele klimaatacties lijkt het vaak vanzelfsprekend. Maar dat is het niet. Grote massa’s mensen hebben nog nooit aan een actie meegedaan en weten nauwelijks van het bestaan ervan. En mensen hebben vaak een matig middellange-termijn-geheugen en verbinden politiek niet of slechts negatief met hun eigen leven, laat staan met de bredere vragen eromheen.
Als er nu alle tijd was, was het simpel, de jeugd heeft de toekomst, en moet de verandering ‘dan maar’ teweegbrengen. Maar minimale kennis van natuur en klimaat brengt al het bewustzijn met zich mee, dat de tijd om alles in voldoende mate te doen, te veranderen, simpelweg ontbreekt.
Het klimaat, het is té basic, het raakt alles. Het vraagt naast alle belangrijke juridische acties en massaprotesten om een permanent verhaal dat mensen bij de les houdt. Het vraagt dan ook om een milieu/klimaat-pedagogiek, een slimme, doortastende en faciliterende (integrale) aanpak. Het klimaat, de gevolgen, ze vormen veel bedreigingen, reëel. En daarom moeten er vormen komen van nieuwe vanzelfsprekendheid, veel verder reikend dan het bewustzijn van de deskundigen en de allang betrokkenen.
Natuurlijk speelt het directe materiële aspect ook mee. Mensen helpen en belonen wanneer ze bijdragen aan verduurzaming. Het aspect van klimaatrechtvaardigheid dus. Maar dat kan nooit het hele verhaal zijn. Het klimaat raakt alle wetenschappen, alle concrete leven en ook nog eens de moraal en filosofie.
Het is een groot risico dat door (vermoeiende) herhalingen en afhaken er te veel gezwegen wordt. Zwijgen over het klimaat kan niet, het is je eigen leven en dat van alle anderen. Daarom is dit nodig: een brede aansprekende pedagogiek van het klimaat te vormen, overal aanwezig, maar ook steeds op te frissen om afhaken vóór te zijn. Het gaat om een zeer moeilijke opgave, met feiten te onderbouwen, maar die ook vraagt om moraliteit, wereldbeschouwing en durf.
Op lokaal niveau is het dan vaak mogelijk een dergelijke pedagogiek met wijkopbouwwerk (enzovoort) te verbinden. Door ‘samen te doen’ blijkt meer mogelijk dan voorheen. Zie de vele wijkprojecten met tuinieren en het vergroenen van buurt en wijk, daar kan heel goed het grotere verhaal van het klimaat bij worden verteld. Door te doen zie je meer.
De vraag blijven stellen: hoe kan de klimaatkritiek scherp gehouden worden? Lokaal ben je dan nog lang niet klaar, want de vraag is altijd, tegelijk, lokaal en mondiaal: ‘Wat gaan we nu zonder dralen daadwerkelijk doen?’



