zaterdag 2 mei 2020

Over Zaagjes – Zeven op één, heel normaal?


7 op 1 wat? Dit gaat over het zogeheten links-rechtsfenomeen bij aangespoelde schelpen en objecten. Links-rechts, dit keer niet over politiek.
    Van schelpdieren, de tweekleppigen, spoelen zoals elke strandbezoeker weet veel losse klepjes aan. Aangezien een tweekleppige nu eenmaal 2 kleppen heeft verwacht je dat er gemiddeld precies even veel linker- als rechterkleppen op het strand liggen. Maar op een bepaalde plaats, bijvoorbeeld het strand van Schiermonnikoog of Terschelling, blijkt dat niet zo te zijn.
      Van verschillende soorten schelpen, waaronder de zaagjes (Donax vittatus) spoelen hier meer linkerkleppen aan, dan rechter. Bijna altijd en met grote verschillen. Ook bij sommige andere soorten trouwens. De natuur trakteert de mens op heel wat wonderen.

Blijft gek, meer linkerkleppen dan rechter. Is dat wel zo? Of was het ooit een incident? Of zo ja, hoe komt dat dan? Logische vragen en naar dit verschijnsel is ook wel onderzoek gedaan.
      Als eilandbezoeker en schelpenliefhebber leek het me leuk een stukje van dat onderzoek nog eens dunnetjes over te doen. Wat vijftig jaar geleden zo was, is dat nog steeds zo? Gewoon aardig hier zelf eens goed naar te kijken, want zulke schelpjes, de zaagjes, zie je genoeg.
      Een beknopt verslag van mijn amateur-onderzoekje, wat ik tot nu toe waarnam, bespreek ik nog een keer met een kenner. Een deel van mijn rapportje presenteer ik hier. Helemaal af is dit zeker niet en er komen makkelijk nieuwe vragen naar voren.
      Dit ter inleiding bij deze blog. En o, ja, het zaagje, hoe ziet dat er nog maar weer uit?






Links-rechtsfenomeen – Zeven op één, heel normaal?


‘Van schelpdieren kan men zich afvragen wat die voor een beweging hebben, en van welke kant, als ze geen rechterkant en linkerkant hebben, hun beweging wel komt: dát ze zich bewegen is te zien. Of moet men deze klasse in haar geheel als verminkt beschouwen en aannemen dat ze zich bewegen op een manier alsof men bij dieren met poten de poten zou afhakken, zoals bijvoorbeeld de zeehond en de vleermuis? Dat zijn namelijk viervoetige dieren, maar op een gebrekkige manier.’

Aristoteles, Over dieren


Zaagjes, allemaal zaagjes. Biologisch gezegd, zijn het Donax vittatus. Voor zolang het duurt. Want momenteel worden – onder andere op basis van genetisch onderzoek – er heel wat namen van weekdieren veranderd. Verwantschappen komen en gaan.
    Maar intussen ligt het strand vol met zaagjes. Soms liggen er veel bij elkaar. Leuk om te zien en wat mee te experimenteren.
    En zo heb ik een bekend feit als uitgangspunt genomen, maar niet eerst verder bestudeerd. Gewoon ad random zaagjes rapen, vanuit een door mijzelf bedachte eenvoudige, dus mogelijk wetenschappelijk dubieuze methode. Dubieus, want bij onderzoek lees je je meestal eerst grondig in. Ik heb onbevangen gekeken, en na een paar jaar pas gekeken naar verdere literatuur en daar ook niet veel mee gedaan.
      Puur gericht op de waarneming: liggen er nu echt meer linker- dan rechterkleppen van het zaagje? Of omgekeerd?

Het was een eigen simpele methode waar ik me behoorlijk streng aan heb gehouden. Soms spoelen op de Waddeneilanden zaagjes invasiegewijs aan. Dan liggen er vaak ook meer andere soorten. Een beetje overbodig denk ik dan altijd: ‘Er liggen Noordzee-schelpen’. Natuurlijk wat ligt er anders? Exoten buiten beschouwing gelaten. Dan ligt er heel wat, en dus ook veel zaagjes. Soms per vierkante meter 30 of meer.
    Mijn methode was niet op zoek te gaan naar zaagjes, maar op momenten dat er veel zaagjes waren een flinke greep te doen. Standaard binnen ongeveer 15 meter in het vierkant zo’n 40 of meer zaagjes oprapen. Hele exemplaren maar verder geheel willekeurig. Groot of klein doet er niet toe. Alleen geen doubletten, want dat zijn verse exemplaren. Al met al heb ik meer dan tien jaar op heel willekeurige momenten zó zaagjes geraapt en meegenomen. In totaal leverde dat 26 datasets van 35 tot 100 zaagjes op.

Snelle grepen, 26 datasets na tien jaar netjes gescheiden van elkaar ingepakt in evenveel doosjes. Het verhaal gaat dus dat het wetenschappelijk vaststaat dat op de Waddeneilanden meer linkerkleppen dan rechterkleppen van de zaagjes aanspoelen. Aangezien ik regelmatig op het strand te vinden ben, vooral op Schiermonnikoog, zal het niet verbazen dat veel datasetjes daar vandaan komen.
      En ook Terschelling en Ameland ontbreken niet. Al is Ameland grotendeels buiten beschouwing gelaten, omdat op plaatsen waar veel zaagjes liggen het gaat om zandsuppleties, en deze schelpen dus niet gewoon zijn aangespoeld.

Vooral werd mijn methode gekenmerkt door de ontspannen luiheid, die past bij het strand. Ik heb jaren de mogelijke conclusies voor me uit geschoven. Dat er feitelijk inderdaad meer linkerkleppen aanspoelen dan rechter werd snel duidelijk. Dat verder overdenken was niet eens zozeer mijn plan, en past ook niet goed bij deze methode. Het moet te maken hebben met zeestromen, windrichtingen, de vorm(en) van de schelpen, en van de zandbanken en slenken enzovoort.
      Maar wat mogelijk zwaar telt als we naar oorzaken gaan zoeken, is vanaf het strand maar in heel beperkte mate zichtbaar. Er kunnen wel veel zaagjes voor het grijpen klaarliggen, maar misschien liggen ze er al weken, aangespoeld met een heel andere windrichting en kracht dan vandaag de dag.

Dan moet je, als ook de datasetjes bekeken zijn toch ook naar de literatuur gaan kijken. Is er eerder onderzoek gedaan en is dat met (voorlopige) conclusies afgerond?
      Er is inderdaad onderzoek gedaan en verwerkt, met in ieder geval publicaties van J. Lever van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Lever experimenteerde er ook met tweekleppigen, ook al op Schiermonnikoog. Met studenten als hulp, en met aardige plausibele ideeën over wind, stroming, helling van banken, vormen van de vooroever, etc.
    Ik las dat dus, met opzet, pas voor het eerst nadat ik op basis van alle 26 setjes mijn bevindingen ben gaan opschrijven. Ordenen, wou ik al zeggen, maar dat is hier een te groot woord.
    Voor zover ik weet, deed Lever één ding niet, en ik wel: kijken over jaren, over langere perioden. Er kunnen toch in een bepaald jaar oorzaken meespelen van tijdelijke aard? Is daar iets over te zeggen? Nou, eigenlijk niet, misschien ligt dat aan behoudzucht van de Wadden, maar er is met betrekking tot het links-rechtsfenomeen een stevige continuïteit te zien op Schiermonnikoog en de andere twee eilanden waar is geraapt.

Misschien is die continuïteit niet mijn belangrijkste bevinding, maar eerder het feit dat de verschillen in aantallen tussen links en rechts zo groot zijn. Soms liggen er 3 of 4 X zoveel linkerkleppen dan rechter, maar sommige datasetjes laten een extremer verschil zien van 7 of zelfs meer dan 10 X zoveel linkerkleppen.
    Hieronder staan de setjes verzamelingen en de percentuele verschillen. Vaak ook de windrichting. Maar zoals gezegd kun je daar niet zo veel conclusies aan verbinden, daarvoor zijn de aantallen te gering en de beschrijving van omstandigheden in zee en op de vooroever te beperkt.

Er is nog iets dat vooraf moet worden bepaald. Wanneer is een klepje van een schelp eigenlijk links of rechts? Daar bestaan afspraken over, de wetenschap is er niet voor niets.
    Op zoek naar het links-rechtsfenomeen, op Schiermonnikoog en een paar keer op Terschelling en Ameland brengt je eerst bij de vraag, wat is ‘links’ en ‘rechts’ bij zaagjes?    Dit leidde – bij mij - tot enige startproblemen bij het zaagje. In ‘Schelpen van de Waddeneilanden’ lees je in de Verklarende Woordenlijst op pag. 334: ‘Linkerklep is de klep aan de linkerkant als het doublet met de rugzijde omhoog van achteraf wordt bekeken.’
    Maar wat is de rugzijde? Spontaan denk ik dan aan de lange kant, dat lijkt een rug. Echter, bij de beschrijving van het zaagje (pag. 267) lees je ‘Achterkant iets toegespitst en afgeknot.’ Afgeknot? De korte zijde blijkt dan de rugzijde, de lange kant niet. Elders kom je wel beschrijvingen van links en rechts tegen die aanhaken bij andere eigenschappen: ‘De schelp met de mantelbocht links is de linkerklep.’ Zie bijvoorbeeld op Internet: http://users.telenet.be/hugo.ollieuz/pages/bieb02.html .
    Die mantelbocht, de afdruk aan de binnenkant, is bij de zaagjes niet altijd te zien, maar vaak ook wel. Conclusie wordt dan dat als je van boven kijkt de schelp met de korte wat afgeknotte kant naar achteren moet wijzen en de linkerklep dan links zit.

Na zoveel inleiding, en het gevoel er nog niet over uitgespeculeerd te zijn is het goed nu eerst de feiten van het ‘onderzoekje’ te delen. Daarna volgen wat ‘voorzichtige’ conclusies.
    Aangezien we ook nog een soort van 0-meting hebben, is een vraagstelling om van de geraapte klepjes de omvang van de verdeling L/R vast te stellen eenvoudig. De vraag wordt dan: Stemt deze willekeurige ‘verzameling’, de 0-meting, overeen met het ‘Algemene Zaagjesbeeld’?
      Deze vraagstelling wordt dus losgelaten op de 26 datasetjes van de zaagjes, uit 2011 t/m 2019, resulterend in wat we zoals gezegd hier maar even noemen het ‘Algemene Zaagjesbeeld’. Dat is overigens niet (noodzakelijk) zo algemeen, maar slaat hier op drie Waddeneilanden in een periode van een kleine tien jaar.
      Overigens heb ik ook bij een andere soort, de Noordkromp (Arctica islandica) een vergelijkbare toets gedaan. Die laat ik in deze blog kortheidshalve geheel buiten beschouwing.


Het resultaat in sterk ingekorte vorm gepresenteerd

Eerst staat in het ‘onderzoeksverslag’ het chronologisch overzicht van de 26 datasets. In deze verkorte uitgave hieronder staan de geraapte zaagjes, een deel van de datasets. Geen 26, maar eerst de 0-meting en dan chronologisch de eerste 5 datasets. En als afronding nog set Nr. 26. Deze greep uit het geheel geeft hier een voldoende beeld. De echte liefhebber mag bij mij uiteraard alles opvragen.

Als gegevens zie je set-nummer, set-grootte, (vind)plaats en tijd, windrichting, windkracht, soms ook van de dagen ervoor, geraapte aantal kleppen links en rechts, percentage en een eventuele verdere (summiere) toelichting. Geordend op datum en daarna nog een overzicht van het L/R-resultaat.
    Dus ook een soort ‘0-meting’. Van de schelpen die ik als kind met mijn ouders op de Wadden zocht, had ik één doosje bewaard, toevallig dat met de zaagjes. Aardig deze ook te bekijken en te vergelijken. Deze ‘0-meting’ telt verder niet mee, er is niet dezelfde raap-methode gebruikt en er zijn geen genoteerde gegevens van.


Nr. 0 – 0-meting. 106 expl. Onzeker wanneer en waar vandaan. Waarschijnlijk van Ameland, anders van Terschelling, en al van vele jaren geleden. Linkerklep: 79. Rechterklep: 27.
L/R, 75+25%
Toelichting: Oud doosje zaagjes, bij ‘toeval’ aanwezig in vroegere ‘verzameling’. In ieder geval van ver voor 1-10-2011. Mogelijk zaten er enkele doubletten bij die losgegaan zijn. Mogelijk destijds niet ad random, maar mooie exemplaren uitgezocht.
De onderzoeksvraag is: stemt deze willekeurige ‘verzameling’ overeen met het Algemene Zaagjesbeeld?
Wind: hier niet relevant, immers plekken en tijd niet bekend.
Nr. 0 – 108 expl., Links/Rechts 79-27 = 75+25% (3 op 1)

Nr. 1 – 35 expl., Schiermonnikoog, 30-9-2011, Ca. paal 10/11. Links 30, Rechts 5.
Wind: ZO, ca. kracht 2. 35 expl., Links/Rechts 30-5 = 86+14% (6 op 1)

Nr. 2 – 40 expl., Schiermonnikoog, 25-11-2011, fris weer, krachtige ZW-wind na twee week oostelijk en stil, Paal 11, alles dicht bij elkaar. Links 36, Rechts 4.
Wind: ZW na O. 40 expl., Links/Rechts 36-4 = 90+10 % (9 op 1)

Nr. 3 – 52 expl., Schiermonnikoog, 23-3-2012, NO-wind (ongeveer voor het eerst op deze dag, afwijkend van dagen ervoor), op dat moment veel schelpen, makkelijk 50 zaagjes te pakken, Links 38, Rechts 14. Wind: NO. 52 expl., Links/Rechts 38-14 = 73+27% (iets minder dan 3 op 1)

Nr. 4 – 37 expl., Schiermonnikoog, 29-4-2012, Oosterwind, andere uitslag links-rechts, heeft dat met oosterwind te maken? Links 8, Rechts 29. NB: er lagen nu ook andere Noordkrompen. Kan dat duiden op invloed van de windrichting (en de samenhangende stroming)?
Wind: O. 37 expl., Links/Rechts 8-29 = 22+78% (dus 1 op 3,5)
(Conclusie:) Deze set is de meest evidente afwijking van het algemene beeld.

Nr. 5 – 50 expl., Schiermonnikoog, 19 juni 2012, Paal 12 bij eb, zwakke oosterwind, wat wisselend, dagen ervoor ZW-wind. Links 36, Rechts 14.
Wind: O. 50 expl., Links/Rechts 36-14 = 72+28% (dus ca. 2,5 op 1, 5 op 2)
N.B.: Uitslag vrijwel gelijk aan dataset 3 van 23 maart 2012, zie ook de windrichting.

Tot zover de voorbeelden, de eerste 5 datasets van 26.

En voor de aardigheid nog de laatste set, Nr. 26:

26 – 63 expl., Terschelling, Boschplaat, 30-7-2019, paal 23. Er lagen op dit deel van Boschplaat veel schelpen. Wind O3, dag ervoor ZW, ca. kracht 4. Opmerkelijk: veel vrij kleine schelpen, ook de zaagjes zijn niet zo groot. Er lagen veel zaagjes. Normaal verspreid. Eindje onder de vloedlijn en enkele meters boven eblijn (het was eb). Links 54, Rechts 9.
Wind: O na ZW. 63 expl., Links/Rechts 54-9 = 86 + 14%.






Op de foto zie je de voor de telling uitgestalde dataset 8, 100 zaagjes, opgeraapt op Schiermonnikoog op 6 juni 2013 bij paal 15, binnen enkele meters in ca. 5 minuten. Het zijn 88 linkerkleppen en 12 rechter. Dus vrij extreem, meer dan 7 op 1.

7 op 1, heel normaal? Er zijn datasets bij die nog extremer zijn, drie waarin de rechterkleppen slechts 10% of minder van de opgeraapte schelpen bedroegen. Omgekeerd is er slechts één set, nr. 4 die hierboven staat, die een overwicht van rechterkleppen laat zien.
    Je kunt ook alle klepjes optellen van de 26 setjes. Dan zien we 1160 linkerkleppen tegenover 480 rechter. Vindplaatsen vooral Schiermonnikoog, maar ook Terschelling. Op Ameland is ook gekeken, maar die set is buiten beschouwing gelaten omdat het zand en schelpen uit zandsuppleties betreft, dus schelpen die niet ‘zelf’ zijn aangespoeld.
    7 op 1 of nog gekker. 1160 tegenover 480, Links 70,7%, Rechts 29,3%.

De vraagstelling die boven werd genoemd was: Stemt deze willekeurige ‘verzameling’, de 0-meting, overeen met het ‘Algemene Zaagjesbeeld?’ In percentage was de verdeling van de 0-meting Links 75% en Rechts 25 %,
Ofwel 3 op 1.
Conclusie: na 1640 zaagjes bekeken te hebben wijkt de verdeling Links/Rechts in geringe mate af van de 0-meting. Bij deze datasets is de totaalscore ook dat ongeveer 3 keer zoveel linkerkleppen gevonden worden dan rechter. Op de Wadden, Terschelling en Schiermonnikoog.

Er is verder ook nagedacht over windrichtingen en dergelijke, ter verklaring. Hierover zijn bij deze waarnemingen, deze datasets echter geen sterke conclusies te trekken. Er zijn tussen de sets veel verschillen bij diverse aspecten. En de kennis is beperkt: je weet ook niet hoe lang bepaalde massa’s schelpen al op het strand liggen of nabij de eblijn misschien dagenlang heen en weer zijn gespoeld. Bovendien speelt de toevallige aanwezigheid van degene die raapt een rol. Het was wel een mooi-weer-onderzoekje.
      De mogelijke verstrekkende verklaringen worden daarom in dit beknopte overzicht verder buiten beschouwing gelaten. Ook weer ingaan op de vele aspecten van eerder onderzoek, hoe interessant ook, valt buiten het beperkte doel hier.
      Conclusie: het links-rechtsfenomeen bij zaagjes bestaat.

In het onderzoeksverslag is ook nog een lijst opgenomen van de 26 datasets, waarin de percentages vergeleken worden. De dataset-nummers in volgorde gezet: de linkerkleppen van 26% naar 93%. Een deel van deze lijst, de 5 bovenste en onderste zijn dan:
De 5 bovenste:
Set 4 –– 39 expl., Schiermonnikoog, L/R 10-29 = 26+74% (dus 1 op 3).
Set 12 – 70 expl., Schiermonnikoog, L/R 35-35 = 50+50% (1 op 1, nauwkeurig & bijzonder).
Set 18 – 79 expl., Terschelling, L/R 42-37 = 53+47% (bijna fiftyfifty, zelden gehad).
Set 21 – 72 expl., Schiermonnikoog, L/R 39-33 = 54+46%. (klein verschil)
Set 16 – 79 expl., Schiermonnikoog, L/R 43-36 = 54,5+45,5% (niet ver af van 50-50%)

De 5 onderste:
Set 26 – 63 expl., Terschelling, L/R 54-9 = 86 + 14%. (vrij extreem verschil)
Set 8 –– 99 expl., Schiermonnikoog, L/R 87-12 = 88+12% (7 op 1)
Set 2 –– 40 expl., Schiermonnikoog, L/R 36-4 = 90+10 % (9 op 1)
Set 10 – 50 expl., Terschelling, L/R 46-4 = 92+8% (opmerkelijk: 11 op 1)
Set 23 – 69 expl., Schier., L/R 64-5 = 93 + 7% (ca. 13 op 1, de meest ‘extreme’ verhouding)


Een voorlopige conclusie – Zeven op één, heel normaal?


Dit eenvoudige onderzoek is geen concurrentie met ander onderzoek op dit thema. Maar wel is het wenselijk, al was het maar om het thema niet te vergeten, een enkele conclusie te benoemen. Het is niet af, maar wat zou het, de schelpen lopen niet weg ….

Het overzicht, over ongeveer tien jaren, bevestigt het beeld dat bij zaagjes die aanspoelen op de drie genoemde Waddeneilanden structureel de linkerklep domineert. De tellingen zijn niet significant qua aantallen, maar dat er structureel iets het verschil bepaalt, is wel duidelijk. Ook als dit bezien wordt over een groter aantal jaren, los van de jaargetijden e.d.
      Verder kijken? Dan moet gelet worden op de vormen van de schelpen, de kusten, de banken, de stroom richtingen etc. en dat liefst over een groter gebied dan de Nederlandse Waddeneilanden. Ook onderzoeken of de ontbrekende rechterkleppen elders misschien massaal aanspoelen.
      De verschillen L/R zijn hier zo groot dat het fenomeen te (relatief) groot en opmerkelijk genoemd kan worden, om naar slechts één oorzaak te zoeken. Waarschijnlijk interacteren verschillende oorzaken.
      Het grootste verschil bij de zaagjes die hier geraapt zijn laten een verhouding van 13 op 1 zien. En een verhouding van 3 tot 7 op 1 lijkt heel normaal. Is dat zo? En moeten de oorzaken niet wat meer inhouden dan een symmetrie-verschil van de schelpen? De vraag kan gesteld worden, niet meer dan dat hier.

Met de gevonden data zijn wel wat speculaties over de rol van de windrichting mogelijk. De gegevens zijn echter te beperkt om hier ver in te gaan. Roept dit alles interesse daarnaar op, dan moet zeker het eerdere werk van J. Lever erbij betrokken worden. Dan komen ook andere aspecten aan bod, zoals de vorm van zandbanken, de vooroever, andere locaties en gesteldheden, en dergelijke. Ook de leeftijd van de schelpen kan een vraag zijn. Veel hebben een wat ouder aanzien en komen die dan van (veel) verder weg? Hoeft niet, maar kan wel?
      Kortom, zoals met elk onderzoek, het is slechts een stap, om vervolgens verder mee te gaan.

Dit eenvoudige links-rechts-‘onderzoek’ was dermate leuk dat een conclusie kan zijn dat kinderen met het Links-Rechts-fenomeen een aardig experiment kunnen uitvoeren, en dat die waarschijnlijk positief werkt voor hun interesse in de natuur. Educatieve winst door het L/R-fenomeen!
    Datzelfde geldt voor het onderwijs. Ik heb zelf bij lessen sociologie waarin vragen over de aard en methoden van de wetenschap speelden – zoals de vraag ‘Wat is empirie?’ of hoe toets je een probleemstelling? – studenten wel eens met de datasets laten oefenen. Je kunt er heel praktische onderzoeksvragen en methodologische vragen bij stellen.

Aan het begin van dit ‘verslag’ werd Aristoteles geciteerd. Dat fragment gaat als volgt verder:

‘Schelpdieren bewegen zich wel, maar doen dat tegen hun natuur: ze zijn niet beweeglijk van aard, alleen gemeten aan dieren die op hun plaats blijven en vastzitten zijn ze beweeglijk maar gemeten aan dieren die zich voortbewegen zijn ze onbeweeglijk. …’ (pag. 202)

Om zo toch maar weer met een groot denker te eindigen bij een klein stukje biologie ofwel een eenvoudige kijk op de wetenschap van de zee en de zeestromingen.






Bronnen:

- Aristoteles, Over dieren, vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Rein Ferwerda, Historische Uitgeverij, Groningen 2000, p. 202.

- R.H. De Bruyne, Th W. de Boer, ‘Schelpen van de Waddeneilanden’. Over zaagjes zie p. 267. De Verklarende Woordenlijst m.b.t. definities linker- en rechterklep op pag. 334-335.

- Over links & rechts bij schelpen, zie ook:
http://users.telenet.be/hugo.ollieuz/pages/bieb02.html.

- Over het onderzoek van J. Lever c.s., zie E. Gittenberger c.s., ‘Het links/rechts fenomeen bij Spisula in Noordwijk (Mollusca, Bivalvia, Mactridae), in tijdschrift Spirula, nr. 349 (2006).
Te vinden op internet. In dit korte artikel worden meerdere publicaties van J. Lever c.s. genoemd.























dinsdag 14 april 2020

Eén en slechts één prioriteit is de hoogste prioriteit

‘De complexe verstrengeling van oorzaak-gevolg relaties leidt ertoe dat iedere ingreep in het systeem op vele aspecten invloed heeft.’ (1)


Eigenlijk overbodig te zeggen. De prioriteit is het hoogste wat men nastreeft, het woord zegt het al. Je kunt prioriteiten of voorkeuren gaan ordenen, maar het woord prioriteit dwingt af te zeggen wat eerst komt, wat het laatst komt, wat het belangrijkste is en wat niet.
      Zinvol, nuttig, belangrijk, het belangrijkste, het gaat om de top van de rangorde. De prioriteit is een maatgevende uitspraak.
      Tal van woordentrucs kunnen afleiden van het maken van een echte rangorde, gebruik dan ook de term prioriteit niet.

In zekere zin valt in de ecologie de prioriteitsbepaling weg, want daarin gaat het om de samenhang der dingen, waarin elk stukje een beetje van het geheel bepaalt. Elk stukje deelt dan in de prioriteit als het gaat om het bestaan van alles.
    ‘De complexe verstrengeling van oorzaak-gevolg relaties leidt ertoe dat iedere ingreep in het systeem op vele aspecten invloed heeft. (…) Een ecosysteem kan eigenlijk gezien worden als één grote complexe machine. Als er aan één wieltje wordt gedraaid verschuift in principe alles’ (1) Zo is – volgens dit citaat – de wereld één dynamiek, waarin het leven ontstaan is en in haar vormverandering steeds opnieuw ontstaat.

Als het leven er eenmaal is, streeft het naar voortbestaan. Aristoteles en Spinoza wezen hier al op, Darwin, Wallace en hun tijdgenoten legden de principes en mechanismen bloot van al die draaiende wieltjes, dat gaf een enorme impuls aan de biologische wetenschap die nog altijd volop in ontwikkeling is en tal van nieuwe ontdekkingen doet.
    Helaas betreffen die ontdekkingen ook in hoge mate de kwetsbaarheid en het verval van het ecosysteem. Tal van soorten sterven uit. Dat is nooit anders geweest en op zich geen probleem als er weer soorten ontstaan en deze ontwikkelingen in balans zijn. Maar dat is het momenteel nu juist niet.
      Er is door de klimaatverandering en aantasting van de biodiversiteit zelfs sprake van een mogelijk uitsterven van de helft van alle soorten op aarde aan het eind van deze eeuw. (1) De helft, dat betreft duizenden soorten. Ja, je leest het goed: de helft.

Dat gebeurt door toedoen van de mens, door de opwarming, het vernietigen van biotopen en arealen, vervuiling enzovoort. En van de andere kant benaderd gaat het hier tegelijk ook om ingrijpende effecten vanuit die aangetaste natuur op de mens. Diverse schrijvers wijzen momenteel bij de coronacrisis op de destructieve houtkap van het tropisch regenwoud. Dat wijkt voor landbouw, waarmee – samen met andere nadelen van deze ontbossing – ook het risico van infectieziekten groeit. (2)

De balans is zoek en raakt nog verder weg, waarbij – onder andere door evolutie – nieuwe, ongekende levensvormen ontstaan. Deze kunnen bedreigend zijn, terwijl juist levensvormen die bescherming boden onder druk staan en mogelijk verdwijnen.
    Daarmee is de mens, de mensheid in het geding als bestaand wezen, inclusief zijn ontwikkelde levens- en cultuurvormen. Het is daarom een algemene zaak hier massaal verzet tegen te plegen, want alle mensen en heel de wereld zijn in het geding.
    Dat zegt iets over prioriteiten en de uiterste prioriteit. De sociale vragen naar leven en werk, die op hun beurt een basis zijn voor het ontstaan van verantwoordelijkheid voor de leefomgeving, zijn afhankelijk van het bestaande leven in zijn veelvormigheid, dus inclusief een grote biodiversiteit. Culturele en morele diversiteit en biodiversiteit grijpen op elkaar in.
      Deze complexe verstrengeling moet blijven bestaan en kans krijgen zich steeds verder te ontwikkelen.

Het is basaal, en daarom altijd prioriteit. Over prioriteiten wordt vandaag de dag flink nagedacht. Veel mensen willen hierover praten, het is nu immers allemaal zo onzeker?
      Wat wordt de postcorona tijd? Wat brengt ze, en vooral welke politieke en economische keuzes moeten worden gemaakt nu de crisis en de bestrijding ervan zo groot en diep is? Zowat iedereen denkt erover na en praat erover, want ieder heeft ermee te maken. En dat komt algauw neer op het bedenken van allerlei prioriteitstellingen, waarbij belangen sterk en langdurig kunnen botsen, ook politiek. Botsen, door de impact van de crisis, maar ook door een egoïstisch korte termijn eigenbelang.
      Met het risico van het recht van de sterkste, zoals bij crises veel te vaak gebruikelijk was. Recht en macht uitgeoefend door het grote kapitaal in al zijn vormen. Dat laatste niet te verwarren met de gewone ondernemer die onderneemt en in veel gevallen maatschappelijk sociaal denkt en goed is voor zijn personeel. Die verdient zo nodig onder passende voorwaarden in of na de crisissituatie steun. Dan valt mogelijk een privébelang goed samen met een maatschappelijk belang. Dat is heel wat anders dan de rol van speculanten die aan de crisis verdienen. ‘Verdienen’ in de zin van ongepast profiteren.

Het zijn bij crises vaak de sterken, de rijken, het kapitaal dat snoept, subsidies en belastingvoordelen binnensleept en overmatig profiteert. Dikwijls met allerlei drogredenen erbij, waarmee ze op tv de talkshows helpen vullen.
    Al gauw tekent zich weer eens een strijdtafereel van de ongelijkheid af, tussen rijk en minder rijk of tussen louter eigenbelang versus sociale en solidaire standpunten. Bijvoorbeeld wanneer het om beleidsprioriteiten of verdeling van subsidies (etc.) gaat.
      De rijkaard kan best een beetje sociaal zijn, maar een groot deel ervan kiest maar al te vaak in de eerste plaats voor een vermeend eigenbelang. De kansloze daarentegen moet ook zijn plek veroveren, maar kan dat niet alleen, hij is afhankelijk van de maatschappelijke structuur, de politieke standpunten en de kracht van de vakbeweging. Het risico bestaat dat (mondiaal) vele armen zullen sterven, omdat er geen werk voor ze is, geen zorg voor ze bestaat, en dat zij politiek niet als prioriteit gezien worden. Helaas is dit nog de praktijk van alledag.
     Ook dat is basaal, het betreft het concrete leven van de mens in het hier en nu, én het leven in zijn algemeenheid.

Corona. De corona omhelst ons. Zonder menselijke ingrepen zou ze er niet zijn. Een ‘wake-up call’? De wekker loopt af. Hoe vaak druk je die weer in en draai je je om? Wégkijken, daar komt dat op neer.
    De beide invalshoeken die in het geding zijn, de klimatologische of biologische, en de concrete sociale werkelijkheid, blijken verschillende zijden van dezelfde medaille te zijn. De ecologische, sociale en economische situaties vragen om een gedeelde prioriteit. De miljarden die beschikbaar komen moeten omgezet worden in concrete doelen en projecten. Dat de zorg en de hele publieke sector versterkt moeten worden zullen mensen momenteel vanzelfsprekend vinden, en dat personen en bedrijven die maatschappelijk ertoe doen gesteund moeten worden ook wel, maar wil dit echt toekomstgericht zijn, dan is een ‘paraplu’ erboven nodig: een zeer doortastend, goed toegerust en veelvormig klimaat- en ecologisch beleid. Verdere klimaatverslechtering en vernietiging van de biodiversiteit ondermijnt de basis van een goed en normaal leven van de wereldbevolking.

Het kan niet zo zijn de economie als het eerste te zien, en vervolgens los ervan weer eens naar de natuur met al haar problemen te kijken. Eerder moeten alle maatregelen ook aan het ecologisch beleid getoetst worden om zo spoedig mogelijk krachtige win-win situaties te bereiken. Voor voldoende middelen moeten bovendien het grote kapitaal en overmatige vermogens aangesproken worden.

Wanneer keuzes niet eenzijdig, maar juist sociaal, solidair en creatief zijn kan de uitwerking van de huidige coronacrisis veel nieuws, én tal van nieuwe inzichten opleveren. Het is met betrekking tot het economisch beleid en milieubeleid dan geen kwestie van én-én, maar alles in samenhang zien en navenant handelen. Niets meer toelaten dat het milieu bederft, en wél veel ruimte geven aan initiatieven die sociaal en ecologisch sterk zijn.
    Dit – de vorige zin – is dan een criterium dat voor de verlichte liberaal tot en met de radicale anarchist, en alle socialisten, ecologische activisten en vakbonden daar tussenin, een politieke maatstaf kan betekenen. Een maatstaf voor acceptatie of verwerping, en voor actie vóór of tegen. Waarmee ze samen kunnen optrekken. Dat zou een positieve kracht betekenen, voor de korte en zelfs voor een heel lange termijn.

Draaien aan wieltjes. De mens kan niet anders. Het vergt veel bewustwording. Een sociale bestaansbasis is niet alleen een mensenrecht, maar ook een noodzakelijk deel van een verantwoorde mondiale ecologische politiek.
      De leefbare wereld voor ieder mens, voor dieren en ander leven, en de emancipatie van iedere persoon is de hoogste prioriteit der dingen.







Bronnen. Bij mijn blogs schrijf ik veel uit het hoofd, en worden soms één of enkele citaten verwerkt uit een boek of artikel dat ik in dezelfde periode las en die bij het onderwerp informatief of inspirerend kunnen zijn. Bij deze blog zijn (beknopt) gebruikt:
– (1) Marten Scheffer, Jan Cuppen, Vijver, sloot en plas, KNNV Uitgeverij, Zeist 2017. Citaat en verwijzing, pp. 29 en 6. Het gebruikte citaat is van algemene strekking. Deze veldgids voor het zoetwaterleven biedt veel meer en beschrijft een geweldige hoeveelheid soorten, die te vinden is in de Nederlandse plassen, sloten en poelen. Dat zijn de concrete feiten van de biodiversiteit, dicht bij huis. Deze gids is een aanrader.
– (2) Sanne Bloemink, Corona, Van reservoir naar gastheer naar mens, ‘Het is niet de schuld van de vleermuis’, Artikel in De Groene Amsterdammer, 9 april 2020, pag. 20-23.


Deze blogs over Filosofie, Politiek en Natuur worden ongenummerd gepubliceerd, sinds 2011. Dit is de 500ste.















woensdag 8 april 2020

Vluchtelingen in de knel


Deze blog is beslist niet spectaculair of origineel. Een uitgekauwd onderwerp, zullen velen wellicht denken. Ik wil alleen maar zeggen dat midden in de coronacrisis het onderwerp ‘vluchtelingen’ óók centraal in de belangstelling moet staan, en vraagt om resoluut handelen en solidariteit. Zeker ook vanuit de politiek. Er wordt te veel wég gekeken.

Terwijl binnenkort weer op alle mogelijke manieren de schrikbarende concentratiekampen en uitmoorden van de joden door het Duitse fascisme in de Tweede Wereldoorlog herdacht worden, leven veel vluchtelingen, veel mensen, veel families in situaties die vergelijkbaar zijn.
    Vergelijkbaar? Mag je deze situaties van verschrikking wel met elkaar vergelijken? Je mag ze niet op één hoop gooien, en al helemaal niet vanuit een vergelijking ellende en onderdrukking relativeren, maar je kunt omstandigheden waarin mensen leven en sterven, en dat leven zelf, wél vergelijken. Zeker als alle informatie hierover openbaar en bekend is.

Als ik kijk naar het kamp Moria op Lesbos, naar Idlib, naar Gaza, waar de bewoners vluchteling in eigen land zijn, en naar andere landen, dan moet toch helder zijn dat middenin de coronacrisis juist mensen geholpen, gered en zorg moeten krijgen. Dat overheden en de EU zich extra moeten inspannen vluchtelingen naar een land te brengen waar ze veilig zijn, zorg krijgen en weer naar de toekomst moeten kunnen kijken.
    Je kunt hier veel invullen, doe dat maar, wacht niet op nog een keer uitleg over hetzelfde. Over dat wat glashelder behoort te zijn.

Gelukkig zijn er acties, al zijn ze met te weinig en te weinig vanuit overheden. De politiek kijkt te veel weg, onder meer uit angst voor het rechtse populisme. Maar er valt hier niets te relativeren. Initiatieven die helpen verdienen steun.
    Die acties, welke zijn dat dan? Deze blog is een appèl, iedereen kan dit invullen. Ik geef hieronder enkele organisaties en internetlinks. Gelukkig zijn er meer. Uiteraard is dit slechts een keuze uit de vormen van solidariteit, waar andere keuzes en accenten mogelijk zijn.

Momenteel gaan er veel stemmen op die zeggen dat na de coronacrisis de wereld zal (moeten) veranderen. Jawel, maar hoed je ervoor hier te lichtzinnig over te denken. De kans bestaat dat sommigen alleen naar het eigen hachje, zoals naar de eigen economische belangen (enzovoort) willen kijken. Stel daar als prioriteit tegenover: los het op, los het echt op, geen eenzijdige keuzes!
      Er kan meer gebeuren dan nu gebeurt, als de politieke wil er zou zijn. Solidariteit bestaat echter alleen als universeel beginsel, hoe zeer dat ook samenhangt met lokale initiatieven. Eigen belangen dienen is op zich niet verkeerd, maar dat wordt het wel als ze die van anderen onnodig schaden en er geweigerd wordt te kijken naar het grotere geheel. En dat gebeurt dus ook wanneer weg worden gekeken van het vluchtelingenvraagstuk.

Een echte verandering moet de problemen die bestaan en die groot zijn helpen aanpakken. Nu en morgen: laat de vluchtelingen niet in de kou staan. Help waar het incidenteel kan, verander waar het structureel moet.
    Vluchtelingen uit de knel. Een wereld zonder zoveel vluchtelingen, zelfs helemaal zonder vluchtelingen, dat moet het doel zijn. Dat komt niet vanzelf dichterbij, dat vraagt aandacht, politieke moed en actie. In alle tijden, dus ook in deze tijd, hoe complex het ook is.





Enkele initiatieven, directe hulp en achtergrondinformatie:

Stichting Vluchteling:
https://www.vluchteling.nl/nieuws/2020/4/coronaprojectenwereldwijd

Artsen zonder grenzen
https://www.artsenzondergrenzen.nl/

The Rights Forum
https://rightsforum.org/

Stichting Groningen-Jabalya
https://www.groningen-jabalya.com/
















maandag 6 april 2020

Pronte grutto’s in het weiland


Grutto’s zijn alweer ongeveer een maand terug in Nederland, in Groningen wat later dan in het westen van het land, geloof ik. Maar ze zijn er. ‘Heb je ze al gezien?’, werd me enkele keren gevraagd. Jawel, en ze wilden op de foto ook.

Over de grutto is veel te doen. Terecht. Alarm is hier geen overdreven reactie. De grutto’s hebben het moeilijk. Moeilijk goede foerageer- en broedplekken, vochtige weilanden en dergelijke te vinden, plekken waar ze ook nog predatoren van het lijf kunnen houden.
      Die liggen overal op de loer. De vos in het land en de kat op de boerderij een eindje verderop. Ja, de kat verstoort de biodiversiteit. De kat moet in quarantaine.

Grutto’s komen er vaak wel kabaal makend aanvliegen, in een soort stuiterende snelle vlucht, maar de kuikens die groot groeien en wegvliegen zijn met veel te weinig.
      Zo stelt SOVON dat er om de Nederlandse populatie op hetzelfde peil te houden in 2019 13.000 jongen nodig waren, die opgroeiden tot ‘vliegvlug’, het waren er feitelijk ongeveer 9000, dus 4000 te weinig. Tel dat door over enkele jaren en ieder snapt het drama dat zich onder de grutto’s afspeelt.
      De grutto, de vogel die een paar jaar geleden uitgeroepen werd als Nederlandse ‘Nationale Vogel’. Lijstjes en prijsjes brengen nog geen geluk.

Dat hoeft niet te belemmeren de fraaie vogels te tonen als ze op de foto willen. Met een beetje geluk en rust lukt dat. Hieronder zie je een paartje dat wel op de foto wilde, ten westen van de stad, Groningen.
    Aan dit paartje zal het niet liggen. Het loopt er pront bij.




Cijfers SOVON zie:
https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/rap_2020-03_jonge_gekleurringde-gruttos-2019-2.pdf