dinsdag 2 juli 2019

Kwallen en vogels van Portugal



Pas weer het geluk geproefd samen enige dagen rond te kunnen scharrelen in Portugal. Vakantie met veel zee, schelpen, vogels en nog zo wat.
     Enkele foto’s wil ik de blog-lezer niet onthouden. Een greep, er is zoveel natuur te zien, overal.





Op het strand bij Peniche lag een Portugees Oorlogsschip (Physalia physalis). Vaak een kwal genoemd, maar eigenlijk een vernuftige samenwerking van verschillende soorten poliepen.
      Waar mensen bij kwallen denken aan bang-zijn, mag dit hier zeker. Deze soort is echt gevaarlijk en heeft tentakels die tot 50 meter lang kunnen worden. Je hoort een waarneming van het gevaar te melden, maar als zo vaak denk je dan op het grote lege strand, bij wie?





Ook vervaarlijk, zeker op de uitvergroting van de foto, maar vooral heel mooi is het Bezaantje (Velella velella). Ook al een soort poliep, en in dit geval helemaal niet gevaarlijk of giftig. Zo leer je weer wat bij, want we kenden het Bezaantje nog niet.
      Even gedacht – maar fout geschat – dat het misschien een juveniel Portugees Oorlogsschip was. Niet dus. Vrij veel Bezaantjes op het noorderstrand bij Peniche. Het heeft een soort zeiltje om voort te bewegen. De natuur staat voor niets.





In Portugal kijk ik aan het strand meestal even bij de rotsen, of er nog Kleine Alikruiken (Melarhaphe neritoides) zitten. Deze kleine slakjes wonen in de spatzone van de rotsen of dijken. Dat wil zeggen vlak boven de hoogwaterlijn. In Nazaré waren ze weer makkelijk te vinden. Gewoon laten zitten, de foto is duidelijk genoeg.





In de Algarve zijn in en nabij de zoutpannen en het verdere waddengebied veel vogels te zien. Je kunt met een fototoestel in de hand hier maar moeilijk nalaten de Steltkluten (Himantopus himantopus) voor de zoveelste keer op de foto te zetten.
      Ze zijn fraai en trekken volop aandacht als zij hun nesten en jongen verdedigen. Als ze foerageren pikken ze soms klonten klei op die ze daarna met een fraaie zwiep aan de kant gooien.





Wat is dit dan? In het waddengebied vrij dicht bij de vliegveld van Faro zat deze steltloper, op z’n eentje. Hij liep even, liet zien zwarte poten te hebben, maar bleef vooral lange tijd roerloos zitten. Wie het beter weet mag het zeggen, maar ik kom uit op een Rosse Grutto (Limosa lapponica).
      Soms zie je in de Algarve zomers vaker een Grutto, maar zijn familie zit toch vooral om deze tijd (half juni) in de toendra of taiga. Het dier op de foto (foto’s) lijkt een mannetje en heeft een vrij lichte kop, misschien een vrij jong dier? Nakomertje van het vorig broedseizoen? Misschien iets voor de Grutto-experts.





Audouins kuikens, ofwel een boel kuikens van Audouins Meeuw (Larus audouinii). Op 22 juni ontmoetten we op Ilha Deserta mensen van een project die deze meeuwensoort, die daar broedt, van ringen te voorzien. Dus werden de kuikens verzameld door vrijwilligers, die na het ringen weer losgelaten konden worden.
      Dit Portugese project staat onder Nederlandse leiding. We hebben het nog niet op internet kunnen traceren. Dat is jammer, want hebben nog een paar relevante foto’s van (dode) meeuwen (vooral Geelpootmeeuwen, Larus cachinnans) op het strand genomen, nabij de kolonie van de Audouins Meeuwen. Dus wie het weet, laat het even horen.





Mevrouw Torenvalk (Falco tinnunculus) zit op een draad. Kijkt ze wel de goede kant op? Vlak boven haar zit een Groenling (Carduelis chloris). Kennelijk harmonieert het wel tussen die twee, ze zitten lange tijd elkaar positief te negeren. Een Groenling is tenslotte ook geen muis.
      Het mooie van Portugal zijn niet alleen de vogels, maar ook al die draden waar ze op kunnen zitten, dat verruimt de blik van de vogelaar.





Gele Kwikstaart (Motacilla flava). Als ik zomers door Oost-Groningen fiets zie ik ze ook vaak. Deze Portugese lijkt aan de donkere kant. Dat klopt wel. De Gele Kwik kent verschillende varianten, waarbij de Iberische (Motacilla flava iberiae) wat donker uitvalt, met name de kop.
      Dat zal dan wel, in ieder geval vliegt hij mooi golvend, zoals de kwikstaarten het hier ook doen. Herkenbaar.






Strandplevier en kleintje Strandplevier (Charadrius alexandrinus). Een lange naam voor een kleine vogel. Klein maar dapper, overal in het kustgebied zagen we de Strandplevier. Lijkt iets meer aan de mens gewend dan zijn Nederlandse broeders en zusters, die ik een heel enkele keer zie op Terschelling en Schiermonnikoog.
    De volwassen vogel houdt op een dijkje in de zoutpannen zo te zien de wacht. Het kuiken doet alsof dat niet meer nodig is. Al heel parmantig loopt het al pikkend rond. Samen met twee andere, die net even de foto uitliepen.





Tot slot onze Algarve-lieveling, de Dwergstern (Sterna albifrons). Altijd fotogeniek. Soms al jagend op de foto gekregen, dit keer zat hij mooi in ruststand. Het leken er dit jaar wat minder dan in andere jaren. Hopelijk is dit in zijn algemeenheid niet waar, want deze stern vertegenwoordigt zijn sternen-ras in Portugal. Veel sterns zijn immers vooral meer noordelijke vogels.
    Net als de Strandplevier zijn het helden van het open strand. Ze broeden er en stellen zomers alles in het werk indringers te laten horen dat ze nu even moeten ophoepelen.








 







zaterdag 29 juni 2019

Franz Kafka over identiteit en uitsluiting


Wanneer veel discussie bestaat over identiteit is dat vaak geen goed teken. Want identiteit, verheven tot een soort vast gegeven, speelt mee als het gaat om uitsluitingsprocessen. Dan lijkt geen echte rationele legitimering meer nodig van de uitsluiting en kan een poging daartoe al beangstigend zijn.

Identiteit aan de orde? Daar wordt het dus meestal niet prettiger van. Zo’n honderd jaar geleden, in een vertelling – nog geen bladzijde lang – schreef Franz Kafka (1883-1924) over ‘De Gemeenschap’.
    De vertelling gaat over vijf vrienden die samenleven in een huis en daarin geen zesde persoon toelaten, moreel niet en feitelijk niet. Klinkt dit echt als honderd jaar oud?

‘Sindsdien leven we samen en het zou een vredig leven zijn als zich er niet steeds een zesde mee zou bemoeien. Hij doet ons niets, maar hij is ons tot last, dat is erg genoeg; waarom dringt hij zich op, waar hij niet gewenst is? We kennen hem niet en willen hem niet in ons midden opnemen.’
‘…, breedvoerige uitleg zou al bijna opname in onze kring betekenen, we leggen liever niets uit en nemen hem niet op.’

Niets uit te leggen dus, maar het helpt toch niet: ‘Ook al pruilt hij nog zo met zijn lippen, we stoten hem weg met onze ellebogen, maar hoe hard we hem ook wegstoten, hij komt terug.’





Bron: Franz Kafka, Metamorfose, Vertellingen, vertaald door Wil Boesten, BoekWerk, Groningen 1999, pp. 115-116.















woensdag 26 juni 2019

Politieke discussie die nooit stil zal staan


‘Dit is het begin, wij gaan door met de strijd.’ Een van de allerbekendste actieleuzes, vooral geklonken in de jaren zestig en zeventig. En de leuze klopt nog helemaal, zelfs als er even, oppervlakkig beschouwd, geen strijd te bekennen is.

Bij het referendum van de vakbonden over het pensioenakkoord gaven velen aan de keuze als opgedrongen, of zelfs als chantage te zien. Een dwangsituatie. En dat is het zeker, want de grote thema’s vloeien voort uit de klasse- en belangentegenstellingen van arbeid en kapitaal.
      Die dwingen tot actie, ook na perioden van versagen van de strijd. Die dwang komt er ook op neer dat op een zeker moment winst en verlies genomen of verworpen moeten worden. Het draait dan niet alleen om inhoud, zeker ook om de macht. Heeft de strijd de machtsposities van de werkenden versterkt, en is dat voldoende? Is er een beter perspectief van inhoud en macht voorhanden? De strijd zal inderdaad weer doorgaan, maar vanuit welk nieuw uitgangspunt? En wie reikt een nieuw goed werkend gezichtspunt aan?

Opmerkelijk is dat bij het referendum het om de inhoud ging, op zich terecht, maar er betrekkelijk weinig over de macht is gesproken. Maar gevoeld werd hij wel! Veel vakbondsleden stemden voor het behaalde akkoord, met verstand en intuïtie wetend dat soms het behaalde resultaat het sterkste is of lijkt. Wijzend op de inhoud, terecht kritisch en vaak afwijzend was er echter nauwelijks sprake van een verder reikend actieperspectief, de strijd om verdere versterking van de machtspositie met reële mogelijkheden nu nog meer resultaat te behalen. Feiten, inhoud, het doet ertoe, maar niet zonder meer. Jammer, maar realistisch.
    En als de macht nog niet toereikend is, telt de leuze weer. ‘We gaan door met de strijd.’

Grote politieke thema’s nu zijn en waren de transities in de zorg, het pensioen (en de lonen) en het klimaat. Ook de zorg kende een drastisch doordrukken van een rechts bezuinigingsbeleid. Vastgelegd in schijnbaar harde wetten. Met de pensioenen gaat dit nu gebeuren. Het klimaat ‘komt er aan’. De milieubeweging is nu al sceptisch. Terecht. Gaat de klimaatwet echt leiden tot de noodzakelijke verandering en betalen de vervuilers voldoende?
      Alweer noodgedwongen dringen nieuwe keuzes of zelfs chantage zich op. Als je het aan ‘de vervuilers’ overlaat, komt er dan überhaupt iets terecht van klimaatverbetering? Voldoende?

Maar we gaan door met de strijd. Na de transities in de zorg, ingegaan in 2015/2016, worden nu alweer tal van lapmiddelen uit de kast gehaald om feitelijke tekortkomingen die schreeuwen om een aanpak dan toch maar weer op de agenda te zetten. Zeker wanneer druk en actie ontstaat, en dat speelt nu permanent. Denk bijvoorbeeld aan de jeugdzorg, waar de uitvoering zichtbaar stagneert en gemeenten onvoldoende kennis en middelen hebben. Iets vergelijkbaars zal ook gebeuren met de pensioenen en het klimaat.
      Wat breed gevoeld wordt krijgt op een zeker moment zijn uitwerking. Maar niet zonder strijd, actie en organisatie.

Chantage of niet, de klassentegenstellingen roepen steeds weer nieuwe beginpunten en strijdvormen op. Daarbij is het nodig niet te vergeten dat de strijd natuurlijk om de inhoud gaat, maar ook om politieke macht. Zonder visies op de macht, op de noodzaak van grote democratische sociale macht, wordt een strijd, hoe terecht ook inhoudelijk, onnodig van haar kracht beroofd. Wat wordt het vervolg? Is dat duidelijk? Wat is er mogelijk?
      De politieke discussie komt hoe dan ook, altijd weer terug. Omdat de situatie dat afdwingt, je kunt het chantage of klassenstrijd noemen, het gebeurt.














zondag 2 juni 2019

Post van Darwin aan Marx. Draaien zij zich nu om in hun graf?


‘Ofschoon onze onderzoeksgebieden zo verschillend zijn, hoop ik dat wij beiden hartstochtelijk naar de uitbreiding van de wetenschap verlangen en dat dit per slot van rekening zonder twijfel het geluk van de mensheid zal dienen.’


Woorden van Charles Darwin. Aan Karl Marx, een brief van 1 oktober 1873. Twee universeel denkende wetenschappers kort ‘in gesprek’ in een bedankbrief. Waar ging het om?
      Marx stuurde Darwin ‘Het kapitaal’ toe. In 1873, waarschijnlijk dus de tweede druk van het eerste deel, dat toen net uitkwam. Darwin bedankt Marx hiervoor en verwoordt een verwantschap.

Karl Marx en Friedrich Engels waren geweldig onder de indruk van Darwins werk. Marx stelde zelf bij verschillende gelegenheden dat de basis van Georg Hegels dialectiek, de alles omvattende dynamiek der dingen, niet in de eerste plaats in het denken, maar in de materiële werkelijkheid, dus zeker ook in de levende natuur moet worden gezocht. Darwins evolutieleer bewijst nu deze ontwikkeling als de enig ware. Zijn theorie overtreft volledig alle statische beelden van de werkelijkheid.

Marx en Engels lezen Darwins ‘Het ontstaan van soorten’ meer dan eens en spreken er vaak met elkaar over. Marx noemt dat boek ‘ganz famos’, schitterend.
      Engels schrijft, met betrekking tot het dialectisch denken: ‘Hier moet men in de eerste plaats Darwin noemen, die de metafysische natuurbeschouwing de geweldigste stoot heeft gegeven door te bewijzen dat de hele organische structuur – planten en dieren, en daarmee ook de mens – het product is van een ontwikkelingsproces dat miljoenen jaren heeft geduurd.’

Engels was van plan een ‘Dialectiek van de natuur’ te schrijven. Het is immers de tijd van de grote ontdekkingen op het gebied van de biologie, de antropologie en de natuurwetenschappen, alle met geweldige maatschappelijke consequenties. Zijn die in één materialistisch dialectisch systeem samen te vatten?
      Marx en Engels zagen een grote verwantschap met hun eigen visie op de geschiedenis. Engels’ plan is niet volbracht, het was nogal een opgave. Alle consequenties van Darwins visie en van andere vooraanstaande natuurwetenschappers goed te doordenken vergde meer dan op dat moment mogelijk was, áls het al kan.

Hoe dacht Darwin eigenlijk inhoudelijk over Marx? Had hij daar een mening over? Mijn nu – binnen het bestek van deze blog – beschikbare bronnen schieten tekort, ik weet het niet. Vindt hij inhoudelijk ook dat Marx’ revolutionaire visie bijdraagt aan het geluk van de mensheid? Een mooie onderzoeksvraag. Over sociaal-darwinisme is veel geschreven, maar dat geeft nog geen antwoord op deze concrete vraag.

Maar dat Marx met Darwin het ontwikkelingskarakter van de natuur onderschrijft en daarmee tegelijk de noodzakelijkheid van veel ruimte voor biodiversiteit erkent, lijkt na wat al gezegd is een open deur.
    Dan kun je stellen dat ‘zich omdraaien in hun graf’ weliswaar niet past bij de evolutieleer, maar er toch volop reden is dat toch te doen. De beeldspraak als waarschuwing. In de zeer aan te raden Nieuwsbrief Nature Today van 24 mei jl. staat namelijk: ‘De Europese Unie ging in 2011 van start met een robuuste strategie die de achteruitgang van de biodiversiteit een halt moest toeroepen. Per 2020 zou de EU aantoonbare stappen hebben gezet naar ecologisch herstel. Uit een analyse van Birdlife International – waarvan Vogelbescherming de Nederlandse partner is – blijkt nu dat daarvan vrijwel niets terecht is gekomen.’

Als je dat ‘door de ogen’ van Marx en Darwin leest kan deze conclusie niet anders dan grote ongerustheid oproepen. De ontwikkeling van de aarde, heel de natuur en de toekomst van de mens zijn aan de orde.
      Luister naar de wetenschap! Je hoeft niet per se alle details te kennen, wel de kern ervan begrijpen, dat het voortbestaan en de ontwikkelingsmogelijkheden van heel veel soorten in het geding zijn.
      Overduidelijk, luister naar Darwin en Marx tegelijk. Biedt alle ruimte voor ontwikkeling, voor biodiversiteit. Er moet een echt robuuste strategie worden uitgevoerd, zonder dralen, in eigen land en overal.
      Niet slechts besproken dus, maar daadwerkelijk uitgevoerd.













Opmerking: het citaat van Darwin ontleen ik aan een Russische biografie van Marx die ik – met wat ik nu aan materiaal bij de hand heb – niet voor 100% kan staven. Daarom laat ik de bronnen hier verder achterwege. Overnemen vraagt dus om hetzelfde voorbehoud. Wil je verder zoeken om alle bronnen te checken? Zie dan vooral ook de MEGA (Karl Marx, Friedrich Engels Gesamtausgabe, Berlin, etc.) Aan de MEGA wordt nog steeds gewerkt. Ik weet daarom niet of de onderhavige correspondentie in de al gereed zijnde delen verschenen is. Over verdere discussies over evolutie, wereldbeschouwing, arbeidersbeweging, socialisme, sociologie, geschiedenis etc. bestaat op zich veel literatuur.

Voor de website van Nature Today met tal in interessante links over natuur en biodiversiteit, zie: https://www.naturetoday.com/intl/nl/home