dinsdag 4 februari 2014

De Russische geest



‘Dat alles boeide me enorm en ik vond het spannend dat allemaal mee te maken maar uiteindelijk stemde het me treurig. Gevoelens van blijdschap en verdriet lagen bij de mensen dicht bij elkaar, het ene gevoel kon bijna niet zonder het andere, en de snelheid waarmee die stemmingen wisselden, was onbegrijpelijk.’


Stemmingswisselingen in de Russische ziel. Het citaat komt uit de ‘Jeugdherinneringen’  van de beroemde Russische schrijver Maxim Gorki (1868-1936). Snappen Nederlanders iets van de Russische ziel? Dat zou vreemd zijn, want als Gorki het vaak ondoorgrondelijke ervan al aangeeft, snappen wij het dan beter?
    Het doet me denken aan een gids in Sint Petersburg een jaar of tien geleden. Na enkele dagen te hebben opgetrokken met de groep collega’s met wie ik Rusland bezocht, voelde deze hoogopgeleide keurig Nederlands sprekende man zich vrij genoeg om meer van zijn eigen gevoelens bloot te geven in een toespraakje in de bus. Dit kwam erop neer dat hij serieus betoogde niets te snappen van het historische feit dat het Westen niet onder de Russische tsaar of diens plaatsvervanger wilde leven. Eindelijk rust en vrede op de hele wereld, gezegend door de Goddelijke waarden en orde van de Russische orthodoxie, daar kan toch geen zinnig mens tegen zijn?
    Het Nederlandse gezelschap snapte er eveneens helemaal niets van. In plaats door te vragen hoe deze sociale en goedbedoelende man dit allemaal zag, werden direct tal van tegenwerpingen het gesprek ingekegeld en dit alles eindigde natuurlijk in veel hilariteit, door elkaar gepraat en ironie. Of nog iets erger dan ironie …

De gevoelens van blijdschap en verdriet waar Gorki over spreekt werken bij de Russen nog wat anders dan bij ons. Hun geschiedenis toont machthebbers die vrolijk met familieleden klinken op hun geluk, terwijl hun naasten naar de galg worden gevoerd. Warmte en woede, koesteren en geweld, kunnen die zo dicht bij elkaar liggen?
    Maar het Westen dan? Hoe lang is het geleden dat het fascisme verslagen is? Zag je daar niet vergelijkbare vreemde combinaties van tegenstrijdigheden? Niet dat alles vergeleken moet worden, maar de diepe drijfveren en hun botsingen, bestaan waarschijnlijk nog steeds, verstopt en soms komen ze aan de oppervlakte.
      Gorki schrijft deze passage overigens nadat hij enkele bladzijden ervoor heeft beschreven dat zijn opa hem eerst voor een heel klein vergrijp volledig bewusteloos sloeg, om daarna hem uren spijt te betuigen en met zijn kleinzoon te praten over zijn gevoelens en het leven.

Veel is niet te snappen, niet zo makkelijk tenminste als het op het eerste gezicht lijkt. Je kunt je ook afvragen of de Nederlandse ketelmuziek kort voorafgaand aan de Spelen van Sotsji de juiste strategie is om morele kwesties aan de orde te stellen. Als je weinig van je gesprekspartner begrijpt, heeft dat niet zoveel zin en ben je meer met jezelf bezig. Al is dat laatste op zich weer niet zo erg, want de toepassing van de mensenrechten in Nederland is ook nog wel voor verbetering vatbaar.
      Iets belangrijk vinden en de juiste manier ontdekken om iets van je mening te realiseren, zijn beslist niet identiek. Het is niet uitgesloten dat er betere wegen zijn om belangrijke doelen te bereiken.
      Gorki wordt nog steeds gelezen, al beschrijft hij scherpe stemmingswisselingen die hij zelf onbegrijpelijk noemt. Misschien wel juist daarom.






Maxim Gorki


 

Bron: Maxim Gorki, Jeugdherinneringen, Uitgeverij De Arbeiderspers, Utrecht, Amsterdam, Antwerpen 2013, p. 57.







maandag 3 februari 2014

Over de schutting


Het hele welzijnsbeleid van de regering lijkt op het over de schutting gooien van verantwoordelijkheden. De jeugdzorg met de nieuwe Jeugdwet, overheveling van AWBZ-taken en de Participatiewet: de gemeenten ‘mogen’ het allemaal gaan doen, maar wel met jaarlijks totaal zo’n 2,5 miljard minder. Daar staat dan zogenaamd een investering van 50 miljoen tegenover.
    Steeds vaker duikt bij deze ‘discussie’ de term ‘over de schutting’ op. Ik herhaal dit ook maar, ik zet als het ware mijn handtekening tegen de onverantwoordelijke aanpak van VVD en PvdA.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien mooi, welzijn en zorg naar de gemeenten. Tal van projecten lieten zien dat op wijkniveau met participerende burgers en werkers in de wijk heel veel bereikt kan worden. Maar de ene wijk is de andere niet, en als alles op een koopje moet zullen tal van mensen in de steek worden gelaten, ouderen, gehandicapten, kinderen en anderen. Er wordt misbruik gemaakt van goede en leerzame voorbeelden als men nu beweert dat ‘alles’ zomaar in de wijk kan gebeuren.

De jeugdzorg is zeker een grote zorg. Gemeenten zeggen dat zij de jeugdzorg wel voor hun rekening willen nemen, maar niet als het zó moet, met een grote bezuinigingsopdracht er direct bij. Dan nog geeft dit een vals beeld. Gemeenten kunnen zorg goed organiseren of slecht organiseren, maar makkelijk is dit nooit.
    Als we eens vergelijkenderwijs kijken naar het onderwijs. Gemeenten waren voor het basisonderwijs en voor een groot deel van het voortgezet onderwijs verantwoordelijk, maar hebben bijna allemaal hun handen ervan afgetrokken, onder het motto van verzelfstandiging en eigen verantwoordelijkheid voor de sector. Waar problemen zijn ontstaan, riepen gemeenten vervolgens maar al te vaak dat zij er niet meer voor verantwoordelijk zijn.
      Zo gauw gemeenten ontdekken dat de jeugdzorg heel complex is, vele moeilijkheden, compartimenten, verantwoordelijkheden en regels kent, en hierbij een schaarste aan de benodigde deskundigheden bestaat, zullen ze dan niet als de wiedeweerga de jeugdzorg ook ‘op afstand’ willen zetten?
      Kan een gemeenteraad die nu verantwoordelijk wordt, in zo’n korte tijd dit allemaal werkelijk overzien? Er zijn bestuurders die nu zeggen dat die gemeenteraden te weinig deskundig zijn, maar dit klinkt als het gelijk al wegduiken voor de eigen verantwoordelijkheid om een manier te vinden het wel begrijpelijk te maken. Makkelijk wordt dit echter zeker niet.

Een lang verhaal hierover leidt af. Bij alle grote operaties als het overhevelen van deskundigheden op dure en complexe gebieden, is veel aandacht, visie, draagvlak en vooral een goede inschakeling van de deskundige werkers zelf en van bewoners of gebruikers nodig. Een dergelijk situatie ontbreekt nog volledig. Daarom moeten deze operaties ook niet een jaar opgeschort worden, maar gestopt. Verplaats verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg eventueel pas naar gemeenten als alles goed draait en verwacht niet dat de gemeenten het ‘zomaar’ beter zullen doen.
      Van onderop kan veel goeds bereikt worden. Met misschien op de duur hetzelfde resultaat als nu wordt gepropageerd. Dat gemeenten het allemaal wel goed zullen doen als de bezuiniging maar wat minder worden, is echter een grote illusie, op z’n mooist een onbewezen stelling. Dat alom de participatie zal toenemen is evenzeer een schijn. Participatie of burgerkracht, in talloze verschijningsvormen, bestaat en kan nog veel beter of vaker, maar participatiedwang is nep. Er bestaat niet overal zomaar een echte welgemeende participatie, daar moet langdurig aan worden gewerkt.







zondag 19 januari 2014

Radicaal bezonnen – Sulak Sivaraksa


‘Ongelijkheid en uitbuiting leiden tot conflicten. Conflicten die we als etnisch of religieus beschouwen zijn vaak gebaseerd op klasse en zijn geworteld in de sociale structuren van het mondiale economische systeem’


Dit citaat zou van een marxist kunnen zijn die plausibel uitlegt dat veel van het geweld in het Midden-Oosten zijn ontstaansgrond op het eerste gezicht weliswaar heeft in etnische scheidslijnen en religieuze twisten, maar in werkelijkheid misschien wel voor een veel groter deel in de ongelijkheden, uitsluiting en uitzichtloosheid die het mondiale kapitalistische economische stelsel met zich meebrengt.
      Dezelfde auteur meent ook: ‘Bedrijven verplaatsen hun productievoorzieningen naar het land dat de grootste uitbuiting van arbeiders en de minste bescherming van het milieu toestaat. Lagere lonen en uitholling van de rechten van werknemers zijn de hoekstenen van het economische beleid van landen die wedijveren om het relatieve voordeel van het hebben van goedkope arbeidskrachten.’ Bovendien moeten in de geschriften van de schrijver keer op keer het neoliberalisme en de vrije markteconomie met het bijbehorende egoïsme het stevig ontgelden. Van deze wereldorde deugt helemaal niets.

Een marxist? In het boeddhisme bestaat een netwerk van geëngageerde boeddhisten, het INEB. Dit wordt onder andere actief ondersteund door de Dalai Lama en Thich Nhat Hanh. De wellicht meest uitgesproken geëngageerde boeddhist, tevens medeoprichter van deze organisatie is Sulak Sivaraksa uit Siam (vaak Thailand genoemd). Van hem zijn genoemde citaten.
    Sivaraksa gaat heel gedetailleerd in op misstanden die er zijn en is heel uitgesproken over hoe een eerlijke en duurzame economie eruit moet zien.

Een boeddhist dus, niet iemand die het bij woorden laat, maar zijn hele leven actief was voor sociale rechtvaardigheid. Hij nam nimmer een blad voor zijn mond, moest na de militaire coup van 1976 in ballingschap en werd later gearresteerd omdat hij de koning bekritiseert en daarmee een politiek taboe doorbreekt.

Sivaraksa’s politieke visie gaat diep in op maatschappelijke vragen en hij presenteert klip en klare oplossingen. Als boeddhist pleit hij voor inzicht, wijsheid en harmonie met de natuur, als basis voor maatschappelijke verandering. Hij staat kritisch tegenover kennis, zoals die in de kapitalistische cultuur gepresenteerd wordt, kennis die vaak louter instrumenteel is.
    Je kunt zeggen dat er dus een flink verschil bestaat tussen hem en marxisten, die omgekeerd eerder vanuit de structuur redeneren als basis voor verdere culturele vorming en individuele ontwikkeling. Dat is dan een accentverschil. Marx pleit ook voor bewustwording als hefboom voor verdere verandering en Sivaraksa wil ook een structurele omslag.
    Verschillende richtingen moet je niet één hoop gooien. Door dat niet te doen kunnen ze meer van elkaar leren.





De citaten komen uit: Sulak Sivaraksa, Wijs en duurzaam, Een boeddhistisch geïnspireerde economie, Uitgeverij Asoka, Rotterdam 2010, resp. pp. 83 en 39.

Een eerder verschenen boek is: Sulak Sivaraksa, Zaden van vrede, Een boeddhistische visie op maatschappijvernieuwing, Uitgeverij Asoka, Rotterdam1997.

Zelf schreef ik: Boeddhisme en betrokkenheid, Kan de Boeddha-dharma bijdragen aan een marxistisch georiënteerde inzet van maatschappelijke betrokkenheid, Eigen beheer (uitgeverij Dialectiek), Groningen 2000.


Voor de website van het netwerk van geëngageerde boeddhisten, het INEB, klik hier.











zaterdag 18 januari 2014

Opwarming - Een kleine dialectiek van de natuur


Friedrich Engels (1820-1895) schreef tussen 1873 en 1883 aan een ‘Dialectiek van de natuur’.  Het had een dik boek kunnen worden, maar wat er ligt is een dikke vracht teksten en fragmenten, die niet tot een definitief geheel is samengesmeed. Niet echt af dus, maar wel een reflectie op de ontwikkeling van de wetenschap in deze periode waaronder de chemie, fysica en biologie. Een dialectiek, het gaat vooral om interactie, beweging en ontwikkelingswetten.
      Het is ook een voor die tijd zeer interessante ontmoeting van de dialectische filosofie, moderne natuurkunde en de evolutieleer, waarbij de vraag gesteld kan worden of dialectiek en evolutie uiteindelijk grotendeels of helemaal op hetzelfde neerkomen. Een aardige vraag om nog eens over te buigen. Dat er verwantschap is, en heel de dialectiek nog niet de prullenmand in hoeft, is duidelijk, maar dat is eigenlijk té algemeen gezegd.
    Engels ziet de dialectiek als wetenschap van de samenhang der dingen, met daarin tegenspraak, beweging en ontwikkeling als ‘motor’, waarvan je een systematische reconstructie kunt maken, een soort systeem à la Hegel, maar dan realistisch, materialistisch. Ook de moderne wetenschap vraagt om systematiek, anders kunnen tal van deelverschijnselen niet goed verklaard worden.

Dat de natuur de filosofie uitdaagt om over samenhang en interactie na te denken, is op zich geen nieuws. Maar als we dit bezien in het licht van urgente milieuvragen blijkt wel hoe belangrijk het is over de samenhang na te denken en vooral dat je hier heel specifiek (concreet) naar moet kijken. Het boek ‘Gewapende vrede, Beschouwingen over plant-dierrelaties’  geeft hier belangrijke, maar ook ‘leuke’ voorbeelden van, met een uitleg wat de interacties tussen planten en dieren kunnen betekenen voor beleid, duurzaam beheer en het bevorderen van overleving van diersoorten.

Boeiende interacties volop. Vaak liggen relaties net iets anders dan je op het eerste gezicht geneigd bent te denken. Wordt door de opwarming alles warmer? Niet zonder meer. Macro-opwarming kan in sommige situaties leiden tot afkoeling in het micro klimaat, soms met grote gevolgen. Door opwarming en meer vocht kunnen er weelderige vegetaties ontstaan met meer schaduw, zodat eronder juist een afkoeling plaatsvindt, wat voor bijvoorbeeld warmteminnende dagvlinders een probleem is.
      Het verloop van de verstoring is dan misschien anders, ter plekke zelfs tegengesteld dan je als leek verwacht, maar per saldo verminderen de aantallen en mogelijk ook soorten vlinders. Daarbij kunnen dan meerdere interacties tegelijk in het geding zijn, zoals vanwege het tijdstip waarop planten en rupsen groeien, waarbij mismatches ontstaan door de effecten van de globale opwarming. Een soort die het in Nederland moeilijk heeft door de afkoeling van het micro-klimaat is bijvoorbeeld de Kommavlinder (Hesperia comma).

Een belangwekkend aspect is de relatie van opwarming en de co-evolutie van planten en dieren. De huidige opwarming gaat relatief snel. Van elkaar afhankelijke planten en dieren zullen zich vanwege de opwarming proberen aan te passen om te overleven, maar kunnen dat niet altijd in hetzelfde tempo. En als verschillende factoren in een veranderd complex systeem veranderen kan een gebied minder dan voorheen geschikt worden voor bepaalde dieren, zoals zangvogels. Bijvoorbeeld wanneer voedsel voor hun jongen te vroeg of te laat beschikbaar is, anders dan voorheen. Opwarming kan dus tot grote problemen in de co-evolutie leiden. De ene soort verandert, de andere kan het (nog) niet bijbenen en komt in de problemen.
      Afstand kan ook een rol spelen. Bij vlinders komt het voor dat een bepaald gebied minder geschikt wordt om te leven en elders een geschiktere biotoop ontstaat, maar dat de afstand tussen het oude en nieuwe gebied te groot is, zodat de vlinder dat nieuwe gebied niet of moeilijk kan bereiken. Dat leidt tot vragen over natuurbeheer. Moet je ingrijpen en zo’n vlinder dan verplaatsen?

Ecologische boeken als ‘Gewapende vrede’  zijn boeiend en leerzaam. Als je denkt in interacties in systemen, in samenhang, dan zie je dat snelle oordelen vaak tekortschieten.
      Pas zei iemand tegen me: ‘Ach, met die opwarming valt het nu toch wel mee, en er wordt nog steeds over geredetwist.’ De voorbeelden laten zien, dat als je zó denkt de veronderstellingen te algemeen zijn. Preciezer kijken naar interacties levert meer kennis op. En helaas, door de opwarming staat de biodiversiteit op korte termijn zeker onder druk.

Kortom, je kunt hiervan leren dat je concreet moet kijken en niet lichtvaardig over de opwarming mag denken. De snelheid is relatief groot en veel van elkaar afhankelijke factoren zijn tegelijk aan verandering onderhevig zijn, met risico’s  voor de biodiversiteit.
      ‘Gewapende vrede’, de dialectische titel duidt al op de vele spanningsvelden én relaties die in de natuur bestaan, die het voortbestaan mogelijk maken én bedreigen. Het ingrijpen van de mens maakt hier deel van uit.





Er is veel literatuur over ecologie en biodiversiteit. Zie o.m. de website van de KNNV Uitgeverij.
Hier gebruikt: J. Schaminée, J. Janssen, E. Weeda, Gewapende vrede, Beschouwingen over plant-dierrelaties, KNNV Uitgeverij, Zeist 2011.

In dit boek:
Over de verhouding macro-opwarming/micro-afkoeling, zie pag. 10, 108-109 en 123-124.
Over problemen in co-evolutie door opwarming, zie pag. 97-98, 119 en hoofdstuk 7.

Over de kommavlinder in Noord-Nederland zie o.m.: G. Bergsma e.a. (red.), Dagvlinders in Fryslân, Het vluchtige vastgelegd, Friese Pers Boekerij & KNNV Uitgeverij, Leeuwarden, Utrecht 2000.






Kommavlinder (Hesperia comma)