zondag 21 augustus 2011

Leve de ideologie!



Er bestaat een gebrek aan ideologie. Het lijkt een wat tijdsvreemde opmerking, sinds men zegt dat de ideologie is ‘afgeschaft’. Was die ooit aangeschaft? Ideologieën waren en zijn uitdrukkingen van hun tijd. Ze scheppen een kader waarbinnen debatten en sociale strijd zich afspelen. Als dat er niet is, is het debat chaotisch. Niet erg voor een poosje, wel een probleem als grote vragen moeten worden beantwoord. Zoals vragen over het bereiken en handhaven van vrede. En vragen over economie en voorspoed.

Vragen over vrede. In mijn weblogs in maart, april en mei pleitte ik tegen de wapenhandel en tegen het aanmoedigen van het wapengekletter in Libië. Er dient meer effectieve kritiek te komen op de weg van het geweld. Ook als grote veranderingen noodzakelijk zijn.

In de Volkskrant van 18 augustus legt de hoogleraar internationaal strafrecht Geert-Jan Knoops uit dat het geweld in Libië geen heilzame weg is. Het is een richting vol van onzekerheden. Niet in de laatste plaats – vind ik – omdat het gebrek aan beter uitgelegde ideologieën met zich mee brengt dat volstrekt onduidelijk is welke richting men op wil, en of die zo wenselijk is. Sociale strijd moet gepaard gaan met ideeënstrijd. Het wapengeweld suggereert dat dit overgeslagen kan worden. Een grote misvatting.

Vragen over economie. De economische crisis – of men er nu het woord recessie op plakt of niet – is enorm diep. Structureel weet niemand kennelijk hoe verder te komen. Het systeem is een rem voor zichzelf geworden. Er is geen lange positieve spiraal zichtbaar die het hele zaakje vlot kan trekken. Het wordt weer tijd echte alternatieven te bedenken, dus ook deels buiten dat systeem om. Zulke zinvolle alternatieve richtingen zijn er vast wel, maar de discussies hierover zijn enorm gefragmenteerd.

Eigenlijk is er onder al deze chaos natuurlijk wel een ideologie. Rode draad is het neoliberalisme, met daarachter en er dwars doorheen het gevaarlijke populisme. Dit neoliberalisme is in diepe crisis, getuige Europa, getuige de VS. Het wordt tijd het valse-schaamte-argument van het ‘afschaffen van ideologie’ achter ons te laten en te proberen betere antwoorden te vinden op de vragen van onze tijd. Vóór een sociale economie, voor sociale sturing waar dit de economie bevordert, voor meer materiële gelijkheid en eerlijke verdeling, en voor het werken aan duurzame vrede.

Ideologie is politiek. Het ontkennen ervan ook.

donderdag 28 juli 2011

Net als de mormonen

Sinds ik uit de gemeenteraad ben heb ik me weinig uitgelaten over Groninger thema’s. De SP-wethouder en fractie doen het immers uitstekend, ook bij lastige thema’s als het Groninger Forum en de gesubsidieerde arbeid.
Maar nu kan ik het even niet laten. D66, de partij met de vele gezichten, heeft wat bedacht. Deze partij, die zichzelf heel modern vindt, pleit vaak tegen bevoogding en regenten. Maar juist de D66ers willen soms iets te veel regelen. Precies vertellen hoe het moet, alsof mensen het zelf niet kunnen bedenken.

Het is vakantie, 1 april is al lang voorbij. Op de valreep voor het reces komt deesixtiesixtiger Erik Akkermans met een initiatiefvoorstel om straatmusici een auditie te laten doen. Zelfs het woord handhaving haalt hij hierbij uit de kast. Het staat echt op de site D66Groningen. Talent op straat wordt toegelaten en de rest moet zich stilhouden. En D66 meent op voorhand al dat er te veel opdringerige straatmuzikanten zijn. Hoe verzin je deze kletskoek? Groningen is een stad. In een stad leven mensen, ook op straat. Ze laten zich ook horen, dat hoort erbij.

Ieder ergert zicht wel eens aan gedrag van anderen op straat, ik ook. Dan zeg je wat terug of loop je door. Zo simpel is dat. D66 toont zich van haar meest kinderachtige kant. Ze vinden zelfs dat de muzikant een naamplaatje moet hebben, net als de mormonen.

Bij alledaagse dingen als muziek op straat bestaan valse noten en leuke dingen gewoon door elkaar heen. Mensen bepalen zelf wel of ze doorlopen of hiervoor even blijven stilstaan.

zondag 24 juli 2011

Lezen en schrijven, luisteren en praten

Even een soort tussenblogje. Iedereen is toch met vakantie. Maar dan wordt de blog helemaal niet gelezen, kun je tegenwerpen. Wordt de rest dan wel gelezen?
Het is niet alleen crisis in de economie en met betrekking tot de politieke geloofwaardigheid. Er zijn nogal wat culturele crisisverschijnselen. Ook over lezen en het verkopen van boeken. Er zijn uitgevers die domweg stellen minder boeken te willen publiceren. Er zijn boekhandels die ongeveer niets meer in huis nemen dan met minstens vier sterretjes gerecenseerde bestsellers. Er zijn lijstjes van lezers die gevraagd wordt wat ze op vakantie meenemen, en dan één boek noemen, vaak weer dezelfde opvallend gerecenseerde boeken.

Waarom schrijf je een blog? Als een van de redenen gaf ik in mijn eerste blog in februari de mooie verzameling weblogs van José Saramago. Je bereikt niet alleen mensen met je stukjes, je maakt ook een reeks met eigen reflecties. Minimaal aardig voor jezelf.
Of het gelezen wordt is de vraag. Ik heb zo’n negen boeken en diverse artikelen gepubliceerd, afhankelijk van wat je precies meetelt. Je hoopt op veel lezers, en dan valt het al gauw wat tegen. Soms ontdek je opeens een aantal mensen die het wél gelezen hebben. Het komt ook voor dat je uit onverwachte hoek een compliment krijgt over een boek.

Maar het is wel een vreemde tijd, de overgang naar revolutionair nieuwe media. Iedereen moet eraan meedoen. Zó is iets populair, zó wordt het alweer achterhaald verklaard, zoals virtuele levens en zelfs de weblogs. Het zoeken naar de beste vormen zal wel een poos doorgaan. De hersenen schijnen eronder te kraken, nu het geheugen door computergeheugen en informatiefeitjes wordt vervangen. Ware en minder ware zaken, ongescheiden als feitjes op het net gepresenteerd. Op den duur is dit waarschijnlijk niet vol te houden, maar zoals vroeger wordt het niet weer. Nieuwe combinaties van onzin en echte kennis worden dagelijks geproduceerd.

Per saldo valt op dat veel mensen liever zelf schrijven dan lezen wat een ander te melden heeft. Eén woord uit een mening werkt al gauw als rode lap op een stier, en leidt tot een hele tirade. Niet goed lezen, maar wel iets schrijven. Je laten horen, je te berde brengen. Bijvoorbeeld bij sommige reacties over het Groninger Forum. Vooral krachttermen en superlatieven, weinig echte discussie. Snel geschrijf, geschreven populisme. Veel mensen hebben nu al genoeg van alle geklets en getwitter, maar hoe dit beter te doseren?
Liever praten, dan luisteren, liever zelf wat schrijven, ongeacht de argumenten en de reikwijdte.

Mijn tiende boek is in een heel rustig tempo in de maak, ik ben van plan er lang over te doen. En met de weblogs ga ik in dit tempo van gemiddeld drie per maand nog wel even door. Natuurlijk hoop je op lezers. Dat was een van de doelen van deze blogs. Vaak krijg je eerder goedbedoeld enthousiasme over het feit dat je een blog heb, dan over de goed gelezen inhoud. Dat kost dan weer wat minder tijd voor de ‘lezer’. Het is mijn stijl niet mijn boeken en artikelen nog harder te promoten. Het is aardig en misschien zelfs wel van enig belang dat het gelezen wordt. Ik relativeer dat echter wel. Ook ik vind dat je meningen moet geven, een bijdrage moet leveren, maar wel onderbouwd.
Ik zal altijd blijven lezen. Niet alleen dat ene vakantieboek, maar ergens tussen de vijftig en honderd titels per jaar en daarnaast de nodige artikelen.

Reageren op boeken en blogs kan altijd. Ik beantwoord serieuze mail, zoals ik steeds heb gedaan. Contactgegevens kan ieder makkelijk op mijn website vinden.



PS – Dit laat onverlet dat behalve goed luisteren en lezen goed kijken van belang is. Op de winderige dag dat ik dit schrijf (gisteren) kijk ik even naar buiten, naar mijn tuin. Ik zie een specht in het restant van een berk hakken en twee jonge zwartkoppen vangen vliegjes in de vlinderstruik. En nog wat jonge merels en diverse mezen. Dat alles binnen een paar minuten midden in de stad. Dichtbij is veel te zien en te beluisteren.







Goed kijken, waarnemen is als het lezen van de natuur en de verdere omgeving. Begin juli zag ik twee rupsen in de tuin op Helmkruid. Dit is een wat onopvallende plant die ik laat staan, ook omdat die veel hommels aantrekt. De rups blijkt hier niet toevallig op te zitten, want het is de Helmkruidvlinder (Shargacucullia scrophulariae), een nachtvlinder. In het zuiden van het land schijnt deze meer voor te komen dan bij ons, maar is nu dus aardig noordelijk opgeklommen. Een mooie bijdrage aan Kleurrijk Groningen in mijn voortuin.

donderdag 14 juli 2011

Een risicovolle grensoverschrijding

In mijn weblog van 26 april schrijf ik over de visie van Jos van der Lans over ‘Welzijnswerk nieuwe stijl’ dat het risico bestaat dat de slogan ‘Eropaf!’ gekaapt door overheden wordt als middel om het werk over de schutting te gooien onder het motto dat de burgers, vrijwilligers en het restant aan sociale instellingen verantwoordelijk zijn.’ Het was wat vriendelijk gezegd, want ook bij Van der Lans zelf tekende dit risico zich al af. Dat risico is dat het er steeds meer naar toe gaat dat ieder het zelf maar moet uitzoeken en dat alleen bij heel zichtbare kwetsbaarheid en overlast nog wat gedaan wordt. Inclusief repressie in plaats van hulp, in een kil neoliberaal klimaat.

Welzijnswerkers die serieus zaak maken de burger met zijn vragen centraal te stellen en zo veel mogelijk ieder verantwoordelijk willen laten voor hun eigen leven en handelen, kennen het lastige grensgebied tussen ‘te veel’ en ‘te weinig’ aandacht, zorg of ondersteuning. ‘Te veel’ leidt tot betutteling en ‘te weinig’ laat mensen in de steek. Ertussen loopt geen heldere grens, wel is er een grensgebied waarin steeds afgetast moeten worden wat het beste is. Er bestaat geen methodiek die voor alle gevallen de oplossing biedt. Soms moet je initiatiefrijk en doortastend zijn, soms juist afstand nemen, soms wijkgericht werken en soms is maatwerk nodig van een heel andere soort.

Het bekende boek van Hans Achterhuis ‘De markt van welzijn en geluk’ (1979) passeerde in de jaren tachtig deze grens door vrijwel alle welzijnswerk, zorg en hulp als betuttelend neer te zetten. Misschien ongewild was het lange tijd de ideologische denkmantel voor veel bezuinigingen op welzijn en zorg. Nu grote bezuinigingen op welzijn en zorg, op de WMO, de AWBZ en de sociale werkvoorzieningen aan de orde zijn, bestaat het risico dat het verhaal van Van der Lans een neoliberale dekmantel wordt. Met daarbij de groeiende belangstelling voor iemand als Theodore Dalrymple. Het cliché wordt dan dat aandacht voor de medemens algauw leidt tot het ontnemen van diens verantwoordelijkheid.

In hun essay ‘Burgerkracht, De toekomst van het sociaal werk in Nederland' (april 2011), geschreven op verzoek van Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, pleiten Nico de Boer en Jos van der Lans voor het idee dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van hun sociale bestaan. Ja natuurlijk, vrome wens, zij het in te hoge mate individualistisch van toon. De aandacht wordt té ver afgeleid van mensen die minder goed zijn in het daadwerkelijk nemen van hun eigen verantwoordelijkheid. En ook té ver af van lokale situaties waar een sluitende aanpak gewoon nog heel lastig is gebleken, om wat voor reden dan ook. En té ver van situaties waar verantwoordelijke burgers en professionele werkers samen het sociale en culturele leven op een aantrekkelijk manier ontwikkelen.

Een discussie komt enigszins op gang, bijvoorbeeld in het naar mijn mening goede weerwoord van Ard Sprinkhuizen c.s. in TSS, Tijdschrift voor sociale vraagstukken (juli-augustus 2011). Zo wijzen zij o.m. op het effect van de verdere legitimering van bezuinigingen op welzijnswerk. De huidige politiek serveert generalistisch heel dit werk af. Zo staat ook in TSS (mei 2011) hoe in Rotterdam het opbouwwerk over de hele linie zwaar onder druk staat. Wie garandeert dat er iets goed voort terugkomt? Wie garandeert dat de werker onder al de nieuwe labels nog van elkaars werk leren en het werk zich zo verder ontwikkelt? Los zand, hapsnap, dát is het risico. Een overtijds postmodernisme.

De bezuinigingen op sociale voorzieningen onder de neoliberaal Rutte gaan hard door. De bijbehorende mantra is de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Mensen die zich echt verantwoordelijk voelen en gemakzuchtige clichés doorzien moeten daarentegen het grensgebied waarin sociaal werken noodzakelijk of wenselijk is goed bewaken. Ga je die grens over, dan is de zorg en vaak ook de wél mogelijke (partiële) zelfstandigheid van veel mensen in het geding. Eigen verantwoordelijkheid bestaat niet simpelweg voor 0 of 100%.

Er is wel een grens, een grensgebied, waarbinnen vele vormen van sociaal werk nodig zijn. Dus bestaat helaas ook de mogelijkheid van een grensoverschrijdende visie, die – gevoed door teleurstelling? – misschien even een wenkend perspectief lijkt. Het is echter een vals perspectief.
Valse perspectieven gaan vaak gepaard met karikaturen en stevige retoriek. Zo spreekt men nu over een rot welzijnsbestel. Dat is zwaar overdreven en beslist geen stap vooruit.