zondag 11 oktober 2020

Pleidooi voor linkse Basisgroepen – Tegen individualisering van de collectieve actie


‘Dit is de individualisering van de collectieve actie’, dát schoot me van de week te binnen, toen ik voor de zoveelste keer in korte tijd een petitie ondertekende. ‘Dank je dat je in actie komt’, meldt de ontvangstmail.
    ‘Nou ja, actie’, gaat er door me heen. Twee minuten actie of zo. En meestal zal geen mens weten of kijken wie er allemaal meedoen aan deze actie.

Moet je ze dan maar niet ondertekenen, ook als het om een echt prima of zelfs noodzakelijk doel gaat, en ze bovendien opgezet en ondersteund worden door respectabele linkse, socialistische of groene organisaties, of door activisten voor vrede en internationale solidariteit?
    Ik blijf ze (meestal) steunen, maar tegelijk vrees ik voor de individualisering van de collectieve actie, de solidariteit. Waar is de nodige massaliteit van de macht?
      Kortom, er spelen veel tegenstrijdigheden in de hedendaagse politiek, zeker ook uitgelokt door de dwang van de digitalisering. En dat wordt te weinig aan de orde gesteld.

In mijn boek ‘Actief socialisme en vrijheid – Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking’ concludeer ik als perspectief: ‘Laat organisaties structureel, hechter en veelzijdiger samenwerken dan nu regel is, zonder rigide te zijn.’ (pag. 155)

‘Zonder rigide te zijn.’ Dat moet er om twee redenen beslist bij worden gezegd. De linkse en socialistische beweging moet leren van 200 jaar geschiedenis en in samenwerkingsvormen veel meer dan vroeger het lef tonen verschillende uitgangspunten te accepteren van elkaar. Vanuit verschillende politieke idealen was elkaar verketteren vaak meer gangbaar dan samenwerken. Rigide dus.
      En hoe moeilijk dat ook zal zijn, nog veel meer rigide is hoe de media voorstellen tot samenwerking altijd alleen weer oppikken en beoordelen in hun zelf gefabriceerde ‘frame’. Kranten en tv denken bij samenwerking alleen maar in termen van verkiezingen, te behalen zetels en kabinetsformaties. Niet onbelangrijk natuurlijk, maar veel te rigide. Ze hebben geen enkele serieuze interesse voor goede politieke initiatieven aan de basis.

‘Aan de basis’, daar is het me om te doen. In de jaren zestig en zeventig had je op het gebied van milieu, onderwijs, universiteit, de zorg, leefbaarheid in de buurten, huuracties, vredesacties en de lokale politiek tal van zogeheten ‘Basisgroepen’ of actiecomités waarin actieve, meestal linkse mensen vanuit verschillende achtergronden samenwerkten.
      Zonder te beweren dat dit makkelijk terug kan komen, kan met een vergelijkbare beweging veel lokale en basale macht worden opgebouwd, met een creatieve uitstraling naar de verdere politiek. Waarbij organisaties, partijen, vakbonden en personen hun eigen identiteit kunnen behouden en zelfs versterken.

Op het gebied van sociale actie en het klimaat zouden nieuwe basisgroepen in dorpen en steden kunnen bijdragen mensen te verenigen onder het oude adagium ‘Eenheid in verscheidenheid’. Zeker kan dit nuttig zijn op plaatsen met een omvang die aparte organisatie van partijen en bewegingen moeilijk maakt. Deze groepen kunnen best van elkaar verschillen, met een mix van diverse grondgedachten of (partij)programma’s. Niet de identiteit voorbarig opgeven, maar eerder deze goed verder ontwikkelen in een leerzame kritische dialoog.

Dan nog kun je gerust je handtekening zetten en verder actief zijn. Maar zo help je een sociale toekomst aan een helderder perspectief, met mogelijk een welbewuste eenheid van lokaal en centraal. En ook nog van nadenken en actief handelen, actievoeren.






Boek: Jasper Schaaf, Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Doorbreek de vanzelfsprekendheid, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018, ISBN 978 94 6340 142 5.

Het boek is te koop bij de boekhandel of via internet bij de uitgever.
Ook bij ‘ondergetekende’ via een mailtje: jasperschaaf@gmail.com














dinsdag 6 oktober 2020

Rechtvaardig? Geef de Palestijnen hun grond terug

 
‘Ik zou liever hebben dat wij een redelijk akkoord met de Arabieren sluiten waarin wij stellen dat wij vreedzaam naast elkaar willen leven dan dat wij een Joodse staat zouden stichten.’

Albert Einstein 1942


Nederland vindt zichzelf vaak erg humaan, vrij en democratisch. Dat ben je echter pas als je consequent ook anderen hun vrijheid, welvaart en rechten gunt. Sterker nog, dat je solidair bent en anderen helpt hun rechten te verwezenlijken.
    En dan blijkt Nederland zo vrij nog niet, soms eerder beperkt en egoïstisch. Vanuit gebrekkige kennis en soms schaamte over wat Hitler de Joden aandeed en de passiviteit van Nederland toentertijd, vinden veel Nederlanders het vanzelfsprekend de Joodse staat Israël te steunen. Steun aan mensen die een rechtvaardige strijd voeren of aan onderdrukking lijden is natuurlijk hoogstnoodzakelijk, maar wat betreft de geschiedenis van het ontstaan van de Joodse staat houdt de interesse die strijd goed te begrijpen veel te voorbarig op. Die geschiedenis is echter uiterst problematisch.

Men denkt soms dat pas bij de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog het conflict tussen Joden en Palestijnen ontstond. Dat klopt niet. In 1896 schreef Theodor Herzl het boek ‘Der Judenstaat’  waarmee hij een grondslag legt voor de zionistische ideologie. Mede vanwege de vele Jodenvervolgingen pleit hij voor een exclusief eigen Joodse staat. Die zionistische ideologie gaat heel ver en claimt het recht in de nieuwe staat de bestaande bevolking weg te jagen. Dat standpunt is nog steeds de achtergrond van veel van de Israëlische politiek, een grondslag van de hedendaagse houding van de staat Israël.

In 1923 schreef de journalist en schrijver Vladimir Jabotinsky een artikel over de door hem voorgestane strijd voor een nieuw land voor de Joden. Hij stelde hierin: ‘Wij zullen alle zionistische kolonisatie, ook een heel beperkte, ofwel moeten opgeven, ofwel zullen wij ze moeten doorzetten tegen de wil in van de oorspronkelijke bevolking. Daarom kan onze kolonisatie zich alleen ontwikkelen onder de hoede van een grootmacht die niet omziet naar wat de lokale bevolking wil, zodat het mogelijk wordt om ons van die bevolking af te scheiden met een ondoordringbare ijzeren muur …’ (Citaat ontleend aan Catherine)

In deze passage herken je een scherp inzicht in wat de aarde, de grond, de woonplaats betekent voor volkeren. En nog steeds is dat de grondtoon bij kolonisaties in Israël, steeds als we weer horen van een nieuwe Joodse kolonie in Palestijns gebied. Het is het misbruik daarvan en de bijbehorende ideologie die bij de grote groep scherpslijpers in Israël nog altijd leidend is. Dit is dus ook niet zozeer een naïeve opvatting maar een egoïstisch, zelfzuchtig en racistisch idee. Qua ontstaansgrond misschien begrijpelijk vanuit de geschiedenis, maar daarmee beslist niet te rechtvaardigen.
      Ieder volk telt, maar het geciteerde zionistische idee gaat alleen van een vermeend eigenbelang uit, en op basis daarvan het zoeken naar de noodzakelijk bijbehorende ondersteunende militaire grootmacht. Waarbij je momenteel natuurlijk denkt aan de Verenigde Staten, en wat betreft de periode van rond de Tweede Wereldoorlog vooral aan Groot-Brittannië.

In Palestina woonden voor, tijdens en na de oprichting van de staat Israël (in 1948) een aanvankelijk vrij kleine minderheid van Joden en een overgrote meerderheid van Arabieren. Onder deze Palestijnen bestonden weer meerdere bevolkingsgroepen, religies en tradities.
    Naast de verschillende directe oorlogen, waarin de Israëli’s ruimschoots door het westen van wapens werd voorzien, bestond en bestaat de bejegening van de Palestijnen vooral uit wegjagen, treiteren en moorden. Waarbij de Palestijnse grond, de landerijen en de tuinen verpest werden en vervolgens ingepikt. Door er nieuwe exclusief Joodse kolonies te vestigen.

Hoe de definitieve oplossing van het Palestina-conflict ook zal zijn, als die een echte rechtvaardigheid wil benaderen, moeten de Palestijnen ‘de helft’ van hun grond en democratische machtsposities terugkrijgen. Nou ja, de helft, ik bedoel dit niet als laatste exacte afweging, maar als richtinggevend, misschien moet het wel meer dan de helft zijn.
      Het gaat om het land, het leven, de waarden en de toekomst, met als achtergrond de herinnering aan de vele doden, die voor hun soms kleine stukjes land moesten strijden tegen een grote overmacht.
    Dit perspectief kan alleen wat betekenen wanneer de Israëli’s echte humane waarden zouden willen laten gelden. En wanneer de wereld – de grote en de kleine machten –, in hun politiek niet hun (vermeende) eigenbelang, maar dat van de Palestijnen zouden laten prevaleren. Alle machten tellen hierin mee, ook de relatief kleine macht van de Nederlandse politiek en economie. Niemand kan wegkijken goedpraten.

Het wegpesten van Palestijnen en de kolonisaties gaan nog steeds door. Het Palestijns grondgebied is danig verkleind en de resten schrompelen stukje bij beetje verder in. De website The Rights Forum Nieuwsoverzicht van 22 september jl. besteedt hier ‘voor de zoveelste keer’ aandacht aan. Voor de zoveelste keer, omdat het nodig is de pesterij en het geweld te blijven noemen en daar hardop tegenin te gaan.
      In dat artikel worden tweets aangehaald van de Palestijnse Unie van Landbouwkundige Werkcomités, die gaan over het Palestijnse dorp Qaryut. In dit dorp zijn gewassen en landbouwgronden vernield doordat er onbehandeld rioolwater vanuit omliggende illegale Joodse kolonies het dorp is ingestroomd. Met opzet dus. En bij het dorp Burin zijn door Joodse kolonisten landbouwgrond en een groot aantal olijfbomen in brand gezet.

De vernietiging van vruchtbaar areaal van Palestijnen wordt systematisch ondersteund door Israëlische instanties. Soms spreekt men trots over tienduizenden bomen die door Palestijnen waren geplant en door Joodse kolonisten ontworteld zijn. Het leger speelt dan een andere destructieve rol: het in beslag nemen van honderden landbouwmachines van Palestijnen.
    De strijd om de macht, onderdak, levensonderhoud, cultuur en de waardigheid van de bewoners gaan samen met de strijd om de grond. De zionistische ideologie heeft dat goed gezien, maar het is hoe dan ook totaal in strijd met de menswaardigheid, de mensenrechten van de Palestijnse bevolking, en meer nog, ook in strijd met de belangen van de mensheid als geheel.

Dat laatste brengt ons bij andere geluiden uit de geschiedenis. Terwijl in de Tweede Wereldoorlog de zionisten steun wierven in de Verenigde Staten sprak Albert Einstein een wijzer woord: ‘Ik zou liever hebben dat wij een redelijk akkoord met de Arabieren sluiten waarin wij stellen dat wij vreedzaam naast elkaar willen leven dan dat wij een Joodse staat zouden stichten …’ (Citaat ontleend aan Catherine)
    Als naar hem geluisterd was had dit vele duizenden mensenlevens kunnen sparen. Niet alleen in Palestina, maar ook in het hele Midden-Oosten met zijn uiteen waaierende gewelddadige conflicten, die voor een deel hun oorzaak vinden in de restanten van de koloniale cultuur. Als het gaat om de kwestie Palestina moeten stemmen als die van Einstein, desnoods tegen alle verdrukking in, blijven klinken. De moed behouden en terugwinnen, solidair blijven ook waar het heel moeilijk is.
    Dat geldt ook voor Nederland, dat keer op keer weigert resoluut te zijn over de grove mensenrechtenschendingen wanneer het een schijnbaar vrije en democratische staat betreft. Het lijkt alsof de regering zich keer op keer als een klein kind laat beetnemen door een paar mooie woorden, maar ook Nederland maskeert door die houding de moedwillige schendingen. Hier bestaat een onvermijdbare verantwoordelijkheid.
    Rechtvaardig en vrij? Geef de Palestijnen met hun grond hun waardigheid terug.




Voor ‘The Rights Forum Nieuwsoverzicht’ zie https://rightsforum.org/

Bijzonder informatief boek: Lucas Catherine, Palestina, De laatste kolonie? Uitgeverij EPO, Berchem 2002.
De citaten van Jabotinsky en Einstein vind je op de pagina’s 7 en 74.
Er is een herziene uitgave van 2017, Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie. Ook verschenen bij Uitgeverij EPO.













dinsdag 15 september 2020

Vrijheden en De Vrijheid

 

In Coronatijd gaat de discussie vaak over vrijheid. Overheidsmaatregelen ontnemen burgers ‘hun vrijheid’, menen sommigen. Wat een uitdrukking. Alsof de vrijheid zomaar een ding is dat je af kunt pakken.
      Maar ja, er is natuurlijk wel minder vrijheid als je concrete vrijheden gaat benoemen en je je afvraagt of die momenteel meer of minder een rol spelen. Je moet een mondkapje op in de bus, wat je er ook van vindt.
      Anderzijds worden er juist door de pandemie nieuwe vrijheden zichtbaar. Zoals de menselijke mogelijkheid een gevaarlijk virus de pas af te snijden. Dat lukte in vroegere tijden met de pest niet. Is de mens in staat dit doen? Nooit eerder over nagedacht wellicht. Er zijn nieuwe vrijheden en inzichten aan de orde, hoeveel beperkingen tegelijk ook mogen meespelen.
      Er lijkt een soort tweedeling of interactie te bestaan tussen een impuls voor meer vrijheid versus één voor minder vrijheid. Een spanningsveld waarop de vrijheid steeds in het geding is.

Om te weten of ‘de vrijheid’ kan worden ‘afgepakt’, kunnen we beter eerst eens zien wat vrijheid is of wat er zoal meespeelt. Dan blijkt dat de vrijheid zoveel vormen kan aannemen en dus zo veelvormig in het geding kan zijn, dat een enkele definitie misschien niet verder helpt. Dan nog is een poging en paar kernbegrippen te benoemen de moeite waard.

Kernbegrippen: je kunt (hypothetisch) beweren dat bij de vrijheid over het algemeen vier aspecten meespelen, namelijk objectiviteit (1), subjectiviteit (2), het maatschappelijk geheel ofwel de collectiviteit (3), en bovendien de individualiteit of persoonlijkheid (4).
    Binnen het (speel)veld van de concrete vrijheden dat je met deze termen kunt vormen, kun je bepaalde vrijheidsmogelijkheden (of vrijheidsgraden) laten zien. Aan de hand ervan kun je bepalen waarin de vrijheden of De Vrijheid al dan niet bestaan, nog verworven moeten worden of allang een opmerkelijk hoogtepunt hebben bereikt. En bijvoorbeeld of de vrijheid sterk verandert of omgekeerd momenteel juist een stabiele factor is. Of dat de vrijheid je van kindsbeen af overkomt of daartegenover dat je er persoonlijk heel hard voor hebt moeten knokken.
      Een complexe discussie ophangen aan genoemde vier punten kan verhelderend werken, maar kan nooit alle vrijheidsaspecten omvatten. Dat is hier de pretentie niet. Wat betekenen nu deze vier termen, wat laten ze zien?

1 -    Het aspect objectiviteit. Door wetenschap, ethische reflectie, jurisprudentie en sociaalpolitieke strijd hebben regels, wetten én de ideeën over vrijheid een zekere mate van duurzaamheid gekregen. Dat is in normale situaties vooral een voordeel. Je kan en mag dan misschien heel wat, maar kent ook de grenzen.
      Toch ligt de vrijheid hiermee niet helemaal vast, er zullen altijd uitdagingen ontstaan om vrijheden van keuzes en handelen in te perken of juist te vergroten. De strijd gaat altijd maar weer door, op wisselende fronten. Met rede en recht, maar helaas is de behoefte aan meer vrijheid vaak gekoppeld aan een bestaande (politieke) onredelijkheid en onrecht.
    Vrijheid is nooit absoluut, hoe reëel ze ook kan zijn. De vrijheid kan getoetst worden, de keerzijde ervan ook. Bijvoorbeeld door de woorden te analyseren die (on)vrijheid uitdrukken.
      Denk maar eens aan de totale onvrijheid die in het verschiet ligt als de klimaat- en biodiversiteitscrisis niet overwonnen kan worden. Wég spoelen dan alle mooie woorden over ‘mijn vrijheid’ of ‘onze vrijheid’. De klimaatcrisis verkleint de bestaande vrijheid, maar de inzet die crisis op te heffen vergroot deze weer. Scherper nog kun je dit stellen: de vrijheid van de mens is ontaard in een onvrijheid, een rampzalige gijzeling, een vervreemding. Vrijheid heeft nooit slechts één kant. Komt hier een historische balans? Hopelijk, ook al is die in absolute zin ook weer tijdelijk en complex.
    Aan de vrijheid kleven verschillende aspecten die objectief genoemd kunnen worden. Zoals dat de maatschappelijke context steeds weer sterk medebepalend is voor concrete vrijheden, de feiten, de beleving ervan en de permanente inzet of strijd ervoor.
      Concretisering, concrete uitgewerkte vrijheid kan en moet ook opgeëist worden in tal van situaties. Meer zeggenschap voor werkers in het bedrijfsleven als vrijheidseis bijvoorbeeld. Dus meer ruimte voor hen om zelf te handelen en mee te beslissen. Allemaal zaken die voortvloeien uit de basale wens meer vrij te zijn. Wat een toekomst, de vrijheid kan nog oneindig groeien! Maar met welke maatstaven?

2 -     De subjectiviteit. Beperking van een keuzevrijheid die ook de eigen voorkeuren en persoonlijke levensstijl raakt, wordt danig gevoeld. Maar er speelt meer dan de wensen de bestaande vormen van vrijheid te behouden. De emotie, de (on)vrijheid wordt weliswaar ervaren, het gebrek kan krachtig worden benoemd, overschreeuwd zelfs. Een overdrijving kan hier echter dwangmatig worden, een fixatie, dus weer onvrijheid.
      Aan te raden is dan óók terug te grijpen naar (1), de objectieve kant, de analyse. Beredeneer de balans, is de situatie werkelijk zo onvrij? Toon als daar aanleiding toe is begrip voor de situatie. Erkennen van een zeker ongemak of een tekort is draaglijker dan een fixatie op ‘dat niets deugt’, de klaagzang. Keer liever het perspectief om, van sociale, economische en ecologische strijd voor een vrijheid die (al) reëel mogelijk is, zonder vervreemding.
    
3 -     Het maatschappelijk geheel. Vrijheden en onvrijheden bestaan slechts binnen een sociale inbedding. Een overmatig, maar momenteel wel reëel bestaand individualisme, verliest dit uit het oog.
      Dan raakt het spoor bijster. En resteert voor de overgeïndividualiseerde burger als morele plaatsbepaling, als ‘ziel’, dan vooral de ‘stem van de sociale media’. Dat lijkt misschien een vrijheid maar heeft geen grond. Het is een fictie die makkelijk leidt tot een moeras van ontevredenheid, klagen en vervreemding.

4 -     De persoonlijkheid. De erkenning van zowel het objectieve als het subjectieve aspect vormt de persoonlijke ruimte om zich binnen het maatschappelijk geheel te ontwikkelen. Dat kan aanvaarding inhouden, maar ook de inzet grenzen te verleggen. Vrijheden winnen of veranderen. Verlies van rechten, nieuwe opeisen. Nieuwe ruimte met nieuwe accenten scheppen. Dit kan alleen door reflectie, waaruit blijkt dat de hier genoemde factoren steeds allemaal meespelen en dat ze samenhangen.
      Dat brengt ons bij een conclusie.

5 -    Wat leert ons dit?
Er is een punt (5) nodig dat benadrukt dat er een overkoepeling bestaat. Overkoepeld doordat al deze (vier genoemde) aspecten op elkaar inwerken.
    Niets, ook het vrije denken niet, is helemaal zichzelf. Er zijn externe factoren die de genoemde aspecten (1 t/m 4) mogelijk maken en helpen vorm te geven. Er is verbinding tussen alle aspecten. Vrijheid blijkt een verhouding te zijn, een verhouding tot iets bereikbaars of juist onbereikbaars.
      Het geheel is dynamisch, dialectisch of hoe je het ook maar wilt noemen. Dan is er dus steeds verandering. Dat veranderingsproces impliceert dat je voorzichtig moet zijn over ‘de vrijheid’ absolute uitspraken te doen. Er is altijd analyse nodig met erkenning van het meespelen van de vier genoemde aspecten.

In de filosofie was en is de kwestie van de vrijheid altijd aan de orde. Dan stuit je steeds weer op de samenhang en dynamiek, en de poging daarbij passende woorden te vinden.
      De filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) zag de vrijheid als hét kenmerkende van de mens, vooral de beslissende keuzevrijheid en zelfbeschikking van het individu. Maar hij zag de andere kant ook, de worsteling die ontstaat door die keuze. Deze stuit op de objectieve realiteit, bijvoorbeeld van de politieke situatie, oorlogen, hongersnood of het bestaan van sterke diametraal tegengestelde standpunten.
    Of zie Karl Marx (1818-1883) die er bij herhaling op wijst dat een land dat een ander land (koloniaal) onderdrukt door deze onderdrukkingsrelatie principieel onvrij is. De onderdrukker is onvrij. Hij is met ketenen gebonden aan het onderdrukte land en de mensen die er wonen. Wat zo vrij lijkt voor de rijke bezitter, en mogelijk onder een bult van mooie woorden en plechtige ceremonies over vrijheid wordt bedolven, blijkt juist een grote, principiële beperking, een onvrijheid.

Laten we ook vooral de oeroude Chinese filosofen niet vergeten. Zij zeiden: ‘Vrijheid betekent dat je iets voor een ander mag doen.’ Die ander kan de kwetsbare persoon zijn die jou vraagt een aantal persoonlijke vrijheden voorlopig op te schorten om voor hem of haar een veilige leefsituatie te creëren.
      Jouw (echte) vrijheid stelt in deze visie niet zozeer jouw persoonlijke belang voorop, maar eerder de relationele (onbaatzuchtige) samenleving met anderen. Een goede samenleving is vrij. Het bereiken ervan ongetwijfeld vooralsnog vooral een strijd.
      Deze vrijheid is in Coranatijd aan de orde. De oude Chinezen bedachten er dus al een filosofie bij. Geniet van de concrete vrijheid en dus de mogelijkheden die je wel hebt. Maar steeds met de blik op de ander die de pandemie hoopt te doorstaan. Je bent ook vrij je handelen in te perken waar dat wenselijk is. Welbeschouwd blijft er dan nog heel veel over.

Vrijheid omvat veel, in principe alles, net zo goed als dat de vrijheden altijd gekoppeld zijn aan beperkingen. Dat een overheid zomaar ‘de vrijheid’ van het volk kan afpakken kan theoretisch wel zo zijn, maar nadere analyses zullen laten zien dat de vrijheidsmogelijkheden, dus de grotere vrijheid ook dan nog altijd in het verschiet ligt. Ook al zal de ontwikkeling daarnaartoe steeds opnieuw een verder liggend perspectief blijven tonen. Hinderlijk onbereikbaar? Er blijft altijd een punt op de horizon. Dat is paradoxaal het enig altijd blijvende. Zolang er mensen zijn, die dit punt zullen benoemen.

Deze blog biedt beslist geen complete analyse of definiëring van De Vrijheid, de vrijheid, de vrijheden en allerlei andere mogelijke concretiseringen die horen bij dit onderwerp.
    Dat vrijheid zoveel verschijningsvormen en meetellende factoren kent neemt niet weg dat op een concreet alledaags niveau de zelf ervaren vrijheid door feiten, overheden, burgers of regels hinderlijk beperkt kan worden.
      Subjectief, dus ook lastig, maar het hoeft lang niet altijd de ramp te zijn die sommigen menen te ontwaren. In een groter kader bezien is het misschien juist een voordeel, een kans op een volgende slag vóór (de) vrijheid.
    Wees zuinig met de vrijheid die er al is en roep niet te snel dat die ‘verdwenen’ is of ‘zomaar’ – zonder voldoende reden – van je wordt afgepakt. Al komt de sociale en persoonlijke strijd voor verdere vrijheid en gelijkheid in verschillende verschijningsvormen nog vaker terug dan je lief is, koester de vrijheid die er al is.
      Die strijd gaat wel door. Het is onvoorstelbaar dat dit niet zo zou zijn. De vrijheid is geen ding, maar een steeds weer te verwerven en nader in te richten verhouding.






Meer reflecties over vrijheid, aan de hand van Spinoza en Marx, vind je in:

Jasper Schaaf, Het speelveld van de vrijheid, Marx, Spinoza, Overwegingen over vrijheid en macht, Uitgeverij Damon, Budel 2014, ISBN 9789460361937

Jasper Schaaf, Actief socialisme en vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018, ISBN 9789463401425

Te bestellen bij de auteur, de boekhandel en de uitgeverij, zie www.Damon.nl

















zondag 6 september 2020

Blauw – Kleur van de planeet


Stukje blauw. De aarde, blauwe planeet. Blauw door het vele water. Door de zuiverheid van water.
      Laat de blauwe kleur gerust dominant blijven, samen met groen, de natuur en misschien wat politiek, rood. Blauw is dominant, in allerlei bewoordingen is dit vaak genoeg gezegd.

In het voorjaar zag ik Blauwtjes in de tuin, een kleine vlinder. Ze vliegen nogal vlug, maar waarschijnlijk waren het Boomblauwtjes (Celastrina argiolus). Klein, maar een heldere lentebode.
      Hun blauw valt op, bijna zo sterk als van een van onze blauwe vogels, de IJsvogel (Alcedo atthis). Die trouwens ook al zo vliegensvlug is. En wat rechtlijnig, zie zijn vlucht.

Blauw trekt aan. Blauw is een teken van zuiverheid en rationaliteit. Is de ratio te kil? Het logisch denken is wél een primaire menselijke activiteit. Althans dat wil men graag en het zo houden. De waarheid? De zuiverheid van de redenering wordt kennelijk bovenaan geplaatst.
      Tal van religieuze uitingen in verschillende culturen laten dat zien, in religieuze objecten, gebouwen en rituelen. Op zoek naar zuiverheid. Teveel symboliek heeft echter een prijs, waardoor de andere tinten toch even hard zullen meedoen, misschien als tegenpool, als contrast. Maar de esthetiek blijft. Blauw is fris, blauw is mooi.

Blauw trekt inderdaad aan. Ook historisch. Eeuwenlang heeft men gebruiksvoorwerpen blauw geëmailleerd om ze duurzaam en schoon te maken. De oude Egyptenaren en Kelten konden dat al doen en deden het.
      Blauw staat dan voor duurzaamheid. ‘Opa en oma’ gebruikten potten en pannen met een prachtige helder blauwe kleur. Of soms gewolkt grijs emaille als gladde bescherming van de pan. Maar liefst het heldere blauw, eeuwenlang dezelfde kleur.

Heeft blauw iets oneindigs? Een open geschiedenis? Blauw is niet kil, niet altijd hetzelfde, vaak afwisselend in tinten en intensiteit. Het Wereld Natuur Fonds voert campagne om plastic uit de zeeën te verwijderen. Campagnekleur: blauw. Dat past bij de diepe, transparante zee.
      Schone zee, niet vertroebeld. Mooi dat er zoveel kleuren zijn die vallen binnen het spectrum van het menselijk gezichtsvermogen. Blauw bestaat hier, in veel sprekende vormen en ervaringen.




Blauw emaille uit de keuken



De einder, streep in het blauw