woensdag 12 april 2017

De mens, twee zielen in één borst


De biologie is altijd leerzaam voor de sociologie en de ethiek. Denk aan het prachtige boek van Geerat Vermeij, Schelpen en beschaving. Maar ook bij Midas Dekkers kun je terecht. Dat blijkt uit het eerste nummer van het ‘FNVMagazine’  van dit jaar. Met Midas Dekkers over de evolutie, beelden over de mens, en de conclusie dat economische groei helemaal niet goed is, want die leidt maar tot ruzie.
    Ja, dat kan iedereen weliswaar zien, maar kennelijk is een bioloog nodig om wat ieder wel zou kunnen zien ook daadwerkelijk aanschouwelijk te maken. Daarom zijn boeken over evolutie zo nuttig voor politieke bewustwording over wat ‘we’ nu eigenlijk aan het doen zijn. Over de aarde, de biodiversiteit en de politieke vragen rondom oorlog en vrede, dus rondom de wijze waarop mensen denken met elkaar samen te kunnen leven.

Dekkers die spreekt over de mens als sociaal dier, het lijkt alsof je Aristoteles weer hoort: ‘Twee zielen wonen in zijn borst.’ Bij die vermeend sociale mens dus. Mensen moeten samenwerken om te kunnen overleven, heel sociaal, maar vechten elkaar ook de tent uit. Net als dieren waarvan er één een prooi te pakken heeft, die hem echter wordt misgund.
    Elkaar de tent uitvechten, alleen jezelf voorop stellen, dat gaat de wereld wel goed af momenteel. In het groot, in de wereldpolitiek, in het klein bij het eigenbelang dat in verkiezingstijd – met sausjes van mooie woorden – uitgebuit wordt om zelf aan de macht te komen. En ja, dit past dus bij die ene ziel in de borst van de mens. Biologen als Dekkers wijzen op het realisme van dat inzicht.

Kennelijk is het de kunst die andere, de ‘goede’ ziel te voeden, te versterken. Sociale eigenschappen zijn een haperende motor, maar ieder weet dat haperende motoren gerepareerd moeten worden.
      Daarvoor is inzicht nodig. Al is de mens dubbelzinnig sociaal, het op elkaar aangewezen zijn met al die mensen op één kleine wereldbol, dat aspect in onophefbaar. Maar opheffen of liever terugdringen van egoïsme en beperkt eigenbelang vergt veel inzet. De ene ziel moet zich sterk en aantrekkelijk uiten, zo nodig dus met de hulp van de inzichten van de biologie.

Inzichten uit de biologie? Nogal aantrekkelijk (maar niet heus) als je net leest over de gigantische verwoesting van het grootste koraalrif ter wereld, het Groot Barrièrerif. Dat betekent heel wat meer dan een verlies van een leuke kleurige onderwaterbezienswaardigheid. Hoeveel leven van hoeveel soorten is hiermee niet in het geding?
      Toch tonen de grotere gevolgen voor de biodiversiteit en het leven dat hier een inzicht kan ontstaan waarvan kan worden geleerd. Veel over het ecologische geheel dat in laatste instantie alle leven op onze planeet bepaalt. Oorzaak is hier de opwarming, al kunnen meer factoren meespelen.
      Je moet durven erbij stil te blijven staan, dat vraagt de sociale inborst. Niet meegaan met de mode die zegt dat teveel tv kijken je alleen maar chagrijnig maakt. Chagrijn hoeft niet, bewustwording wel.

Ontkenners zullen weer van zich laten horen en eerst er van alles bij willen slepen voor ze halfslachtig willen erkennen dat er wat aan de hand is. Juist dan blijft de biologie leerzaam. Erkenning zoeken voor de natuur als een bestaansvoorwaarde voor alle mogelijkheden van leven, in alle rijke schakeringen en samenhang.
      Daarom moet er voorzorg voor deze diversiteit bestaan. Het zekere voor het onzekere. Voorzorg, de bewijslast leggen bij de ontkenners en wegkijkers. Hele wetenschap stellen tegenover de halve.

Midas Dekkers zei ooit in een tv-programma dat je de natuur kunt bestuderen door een hoepeltje in je tuin de gooien om zo te zien hoe rijk het leven daarbinnen kan zijn. In mijn eigen tuin kan ik naar de slakken kijken en mopperen over die lange zwarte sigaren die mijn plantjes opeten. Maar welbeschouwd zitten in deze tuin minstens acht soorten kleine en grotere slakjes. In het geheel bestaat er een groter evenwicht dan wat je op het eerste gezicht ziet. Juist zo’n klein hoepeltje kan dan helpen de blik te verbreden en dat kan op veel meer manieren.

Het kleine bestaat in en door het grotere geheel. Aardig is dat Dekkers in het stukje in ‘FNVMagazine’  ook radicaal overstapt van een groter naar kleiner niveau en dan weer terug.
      Zo meent hij dat te groot wonen een vorm van diefstal is. Je kunt alle woon- en leefruimte en de natuur toch veel eerlijker, beter verdelen? Zo kan de goede ziel strijden tegen de met angst en ijdelheid vervulde andere ziel, die zo gauw meent alweer tekort te komen. Bij een rationele verdeling en inzicht in de rijkdom is er slechts winst voor het geheel, dus voor ieder die daar deel van uitmaakt. Wat kom je dan tekort?
      Ondanks het realisme over het bestaan van die ene vaak duistere ziel lijkt Dekkers haast (?) een socialist. Andere verdelingen en doelen van economisch profijt, van grondstoffen, van bezit (enzovoorts), dat is toch gewoon beter?

Hallo mens, hier is je mensbeeld als sociaal en vechtend wezen. Er zal nog veel moeten gebeuren, vanuit de dialectiek van deze verdubbelde zielen. Want in het totale biologisch systeem kan het kwade overwinnen, en dat is zelfs voor een deel al gebeurd. Zie het Groot Barrièrerif.
      Het goede blijft een mogelijkheid, maar zal nooit een kant-en-klaar eindresultaat worden. Maar je bent er zelf bij. Werk aan de winkel!





Artikel: Interview van Peter Beekman met Midas Dekkers, Óns vaderland is een belachelijke gedachte’, in FNVMagazine, Magazine voorleden, nr. 1, 2017.

Genoemd boek: Geerat Vermeij, Schelpen en beschaving, De evolutionaire zienswijze van Geerat Vermeij, Nieuw Amsterdam Uitgevers 2011.









Deze gekielde loofslak – Hygromia cinctella, een exoot – eet in mijn tuin niet alleen van het loof, maar ruimt ook de restantjes op. Hoe komt hij hier? Misschien hebben buren planten uit Zuid-Frankrijk meegenomen voor hun tuin, met daarin wat ongeziene slakken? Binnen de samenhang der dingen speelt menselijk ingrijpen zo een rol. En dat dit slakje in het koudere Nederland in leven blijft zegt weer iets over de opwarming.













vrijdag 7 april 2017

Kijk, de Kleine Zwartkop in beeld










Kijk, de Kleine Zwartkop in beeld

Toegegeven, het was niet hier, maar kort geleden in Spanje, bij Álora.
    De Kleine Zwartkop (Sylvia melanocephala) is in het zuiden van Portugal en Spanje vrij algemeen. Maar dat beweeglijk kleine ding goed op de foto zetten is zomers nog wel een hele kunst.

En nu, netjes in beeld gevangen. Geen oog voor mij, hij moest dat rupsje kwijt. In een boompje zonder blad dacht deze Kleine Zwartkop kennelijk dat hij hier aan het juiste adres was. Verder echter niemand thuis.
    Te vroeg gezocht naar een nest of het nest even kwijt? Dit mannetje bracht eten mee, dat was wel duidelijk. Verder weet ik het niet, maar hoorde wel de lichte bijna vragend stotterend-tikkende roep, of hoe je dat maar zegt. Mooi lekker rupsje en dan die roep om aandacht, er is wel wat aan de hand.
    Na de wandeling iets later weer langs dat boompje. De vogel gevlogen, de aanhouder wint. Hij heeft vast en zeker de verse rups op de plaats van bestemming gebracht.



















woensdag 29 maart 2017

Palestina, oppervlakkig neutralisme en partijdigheid


Een boek dat aangekondigd wordt als een partijdig boek, moet wel goede argumenten hebben om lezenswaardig te zijn. Zeker in de boekenweek waarin veel draait om de leukigheid staat partijdigheid beslist niet bovenaan.
    Bij het lezen van het boek van Anja Meulenbelt ‘Kwart over Gaza’  blijft vooral hangen: dit is een standpunt, het is partijdig. En zo wordt het boek ook aangekondigd op de achterflap.
      Is het vreemd, zijn er ook onpartijdige boeken over politiek? Misschien wel ten aanzien van partijpolitiek of bestaan er althans pogingen hiertoe, maar in meer algemene zin kun je je toch moeilijk voorstellen dat een politiek boek helemaal geen partij kiest of daarvoor geen argumenten aandraagt. De wereld met al haar conflicten en belangen zit vol met partijdigheid.

Het wordt helemaal waar gemaakt. ‘Kwart over Gaza’  is een heel partijdig boek, het staat voor de rechten van de Palestijnen. Tegen alle verdrukking in, en die bestaat in talloze vormen en is overal aanwezig in Palestina. Voor de duidelijkheid, het boek kiest niet tegen Israël, maar tegen de feitelijke Israëlische politiek. Kan dat? Ja, dat blijkt.
      Nauwkeurig wordt de geschiedenis en de positie van de Joden, en de scheidslijn tussen politieke kritiek en antisemitisme besproken. Dat is precies aan de orde bij het moeilijke conflict Palestina-Israël en moét dus worden besproken.
      En ook precies dat is wat de overgrote meerderheid van de Nederlandse politici steeds trachten te omzeilen door die kritiek op de Israëlische politiek achterwege laten of door onvoldoende beargumenteerd steeds weer hun kritiek te temperen. Bijvoorbeeld door zich op de geschiedenis te beroepen en niet op de actualiteit. Of door de resoluties van de Verenigde Naties te negeren, die uitgaan van een stopzetting van geweld en van de mogelijkheid van een tweestaten-oplossing.

Zo blijft de kritiek op de illegale bezettingen door Israëli’s van Palestijnse eigendommen in de Nederlandse politiek onderbelicht of mist helemaal. Probeer dat eens in te denken door je te verplaatsen naar een ander land, waar hetzelfde zou plaatsvinden of daadwerkelijk plaatsvindt. Ach, misschien heel makkelijk, de bezetting van de Krim door Rusland, de reacties waren misschien niet adequaat, de afwijzing meestal wel overduidelijk. Toen werd nauwelijks naar de historiciteit van de Russische aanspraken gewezen. Je mag geen land van een ander volk inpikken. Helder toch?

Verschuilen veel Nederlanders vanwege de Tweede Wereldoorlog zich niet achter een verdraaid idee van schuld en boete, volgens de aloude religieuze principes van overal ter wereld, die leidt tot straf en het hopelijk opheffen van de boetedoening? De Joden hebben geleden, ja, in zo’n extreme mate dat dit vraagt om herstel, maar dat kan nooit volledig het oordeel van rechtvaardigheid in het heden bepalen, wanneer de rechten en geschiedenis van andere volkeren in het geding zijn of zelfs worden opgeofferd.
    Schuld en boete, het klassieke thema. Het werkt altijd door in het dagelijkse oordeel en in de politiek. Maar boete voor wat en voor wie, voor de schuld van Europa? Kunnen schuld en boete ook geen valse bijklank krijgen omdat de angst meetelt? Je kunt een oordeel echter niet vermijden door niets te vinden en niets te doen. Niets doen lijkt neutraler dan het is, zeker als blijkt dat je er onrecht mee laat voortbestaan.

Dat neutralisme als vals geweten neemt Meulenbelt op de korrel in haar boek. Vooral door resoluut te zeggen dat zij zeker niet neutraal is.
      Een vermeende neutraliteit die zich baseert op het onvoldoende kennis nemen van de feiten is al waarde(n)loos. En als zij gebaseerd is op onuitgesproken vooroordelen helemaal. Dat riekt zelfs naar discriminatie, al zal dat ongetwijfeld hard ontkend worden door de Nederlandse politieke partijen of politici. Men verschuilt zich dan graag achter de onmacht, niets te kunnen doen en niet weten wat wel te doen. Is de moeilijkheid einde verhaal?

Meulenbelt valt het neutralisme aan, met een kritiek op linkse partijen die weigeren werkelijk stelling te nemen en op de rechtse die bij dit conflict vergeten te spreken over internationaal recht en de mensenrechten. Daarbij speelt de grote rol van de ‘neutrale’ media: ‘En dan hebben we het nog niet over de media, die overwegend gevangen zitten in hun beroepsdeformatie van zogenaamde neutraliteit en het zoeken naar evenwicht tussen ‘twee partijen’ – ligt de waarheid tenslotte niet altijd in het midden?’ (p. 17)

De waarheid ligt in het midden? Moeten de media niet in het midden zitten? Ze moeten zich aan de feiten houden, ook wanneer dat misschien niet de plek is die de publieke opinie ‘het midden’ vindt. En ook het terechte idee van ‘hoor en wederhoor’ betekent helemaal niet dat je altijd in het midden uitkomt.
    Ja, de waarheid ligt het midden, maar pas wanneer je die gevonden hebt, en niet ‘zomaar’ ergens tussen twee partijen. In complexe situaties bestaat niet eens een waarneembaar midden, wanneer je concreet gaat kijken. Bovendien hoort ‘een midden’ een resultaat te zijn, een balans van alle relevante feiten en opvattingen, in plaats van een vooroordeel.
      Pas als er een door verschillende partijen en belangen geaccepteerd resultaat is, ontstaat een soort ‘midden’ dat extremen naast dat gevonden midden definieert. Dat is echter geen garantie dat dit voor eens en altijd het juiste midden zal blijken te zijn. De geschiedenis kent geen einde.

Meulenbelt haalt de filosoof Brian Klug aan die door Joden werd uitgescholden toen hij protesteerde tegen de aanval op Gaza in 2014. Hij schrijft: ‘Hoe kan het dat wanneer de staat Israël spreekt de hele congregatie van diaspora-Joden ja en amen zegt? Hevig met elkaar van mening kunnen verschillen en ieder toch in zijn waarde laten is toch altijd een belangrijke Joodse waarde geweest, en zou dat als het over Israël gaat niet meer mogelijk zijn?’ (p. 322)
    Deze aanklacht geldt niet alleen voor Joden, maar voor iedereen die zich betrokken voelt met de wereld waarin hij leeft. Neutraliteit heeft alleen zin in de uitzonderlijke situaties dat deze productief werkt, niet als het wegkijken en passiviteit betekent. Helemaal niet als het gaat om een land of volk waarmee zoveel mensen zeggen zich verbonden te voelen.
      ‘Verbonden voelen’ sluit neutralisme uit, en net zo goed een ongefundeerd oordeel waarin mensenrechten en volkerenrecht opeens niet meer tellen.

De feiten. De vele feiten die tellen? Hoe kom je zelf tot een oordeel? Men leze het boek en denk er eens over wat je ervan vindt. Bovendien natuurlijk nog veel meer dan dit ene boek.
    Feit is dat de Palestijnen zwaar onderdrukt worden in Palestina, dat waarschijnlijk twee staten de beste oplossing is, misschien uit gebrek aan een beter alternatief, maar dat dit alles in de politiek zonder uitstel reëel beoordeeld moet worden en om een voortdurende, consequente inzet vraagt.






Boek: Anja Meulenbelt, Kwart over Gaza, Over zionisme, antisemitisme en islamofobie, Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam 2015, ISBN 978 94 919 2110 0

Over Palestina, Israël, rechten en rechteloosheid, zie: www.rightsforum.org













dinsdag 21 maart 2017

De 3 pijlers van elke politieke partij (… en: Roemer moet blijven!)


Het Dagblad van het Noorden was er snel bij, een dag na de verkiezingen. De uitslag moet geduid worden. Dat je wat zegt is belangrijker dan wat je zegt.
    Over de partij waarvoor ik actief ben, de SP, staat er: ‘De SP verloor één zetel en heeft dus niet geprofiteerd van de neergang van de PvdA. De kans is groot dat de positie van Emile Roemer opnieuw ter discussie komt.’ Is dat zo? Ik hoor Emile al zeggen ‘Ik dacht het niet!’

Ik denk ook dat dit niet moet, op basis van de uitslag. Beter had gekund, maar de uitslag is niet slecht voor de SP, even los van het verdere politieke landschap, dat er vrij beroerd uitziet. Vooraf zag ik drie grote risico’s voor de SP, tevens ervan uitgaand dat media en politici de omvang van de vaste achterban van een partij steevast overschatten.
    Risico 1: de algemene maatschappelijke fragmentatie, verwarring en vaak beslissende maar óók onduidelijke rol van de sociale media, én de versterking van de versplinterende effecten door een groot deel van de gevestigde media.
    Risico 2: de zorg als speerpunt van de SP. Inhoudelijk volkomen terecht, maar met het risico dat andere partijen ook met voorstelletjes komen in campagnetijd. De jarenlange doordachte solidaire inzet van de SP blijft dan niet op het netvlies van iedereen.
    Risico 3: de slechte leuze ‘Pak de macht!’ Ook al is het niet erg realistisch, mensen hebben een hekel aan het woord ‘macht’. De leuze doet denken aan de leus ‘Van Agt eruit, de CPN erin!’, die in 1977 mede de ondergang van de CPN inluidde. De leuze doet hieraan denken omdat een beoogde machtswisseling centraal staat. De kiezer op straat herkent dat niet als vanzelfsprekend, die denkt vaak meer in ‘belangen’.

Heeft de SP-lijsttrekker deze risico’s goed gepareerd? Ja, en dat is knap. Emile Roemer straalde rust uit, stelde de zorg aan de orde, maar niet alleen dat, en ging op andere punten rustig in, zodat het nauwelijks opviel dat beleidspunten als migratie, klimaat en bijvoorbeeld de discussies over ‘referenda ja of neen’, inhoudelijk matig uit de verf kwamen.
      Media als tv en kranten stellen een socialistische partij nooit centraal in de verkiezingen, de SP ging hier nu heel zelfbewust mee om. In acties op straat, aan de deuren én waar het wel kon in de media.
      Moet Roemer weg? Ik dacht het niet, maar alle risico’s zijn ook na de verkiezingen nog niet van tafel.

Bij diverse gelegenheden heb ik gesteld dat elke politieke partij die duurzaam en invloedrijk wil zijn, op drie pijlers berust. Zakt één pijler weg, dan zakt in kortere of langere tijd die partij weg.
    Welke zijn deze drie pijlers dan? 1 – betrouwbaarheid, 2 – activiteit, 3 – ontwikkelend verhaal.
    Er zijn verschillende woorden voor, en deze pijlers werken op elkaar in. Een overdreven verhaal ondermijnt de betrouwbaarheid. Een sterk activisme zonder verhaal bestaat niet. Enzovoort. Vul het maar in met wat voorbeelden.

De drie pijlers kun je kort uitleggen:
      Betrouwbaarheid: doen wat je belooft, grondig terugkoppelen waar dat niet lukt. Ook bestuurlijke betrokkenheid tonen en staan voor de zaak. En net zo goed in kleine dingen, hulp bieden waar dat kan en terug blijven komen zolang er problemen zijn.
    Activiteit: actief optreden, overal en regelmatig waar de mensen zijn. Activisme, presentatie en communicatie. Eigen actuele werkwijzen ontwikkelen en er zijn wanneer het nodig is.
    Ontwikkelend verhaal: zonder scholing, discussie, ideologische reflectie, nieuwe standpunten bij nieuwe vragen verschrompelt het eens zo enthousiast vastgestelde verhaal. Het partijprogramma moet regelmatig tegen het licht worden gehouden: principes vasthouden en ontwikkelen, nieuwe vormen en taal ontdekken, actuele politieke vragen beantwoorden en internationale solidariteit. Ook het benoemen van structurele veranderingen die nodig zijn om concrete vooruitgang mogelijk te maken. Vernieuwing en ontwikkeling: samen met leden. En met de bevolking, in wijken, buurten, dorpen én op de werkvloer in de bedrijven.
    Deze punten lijken logisch en toch blijken de pijlers kwetsbaar te zijn. Alle drie tegelijk onderhouden is een hele kunst. En de driepoot valt om als één pijler breekt.

In 2002 schreef ik het artikel ‘Geen smoel geen functie’. Het was een kritiek op de ideologische afgang en het zwelgen in het compromis, waarvoor de PvdA bij de verkiezingen van 15 mei 2002 was afgestraft. Van 45 naar 23 zetels. Het was echter ook een kritiek op de partij waar ik zelf toen lid van was, de NCPN. Die weigerde een goed partijprogramma te formuleren, waardoor ze stuurloos was en nauwelijks meer activiteiten kon ontwikkelen.
    In dat artikel haalde ik Marx aan, die schreef: ‘Inderdaad staat de internationale belijdenis van het programma nog oneindig diep beneden die van de vrijhandelspartij.’ Conclusie onder meer: ‘Het socialisme ondermijnt zichzelf, wanneer het zijn gezicht, zijn solidaire politiek en zijn op de toekomst gerichte visie, kortom zijn politieke programma verliest.’

Tien jaar later. Op mijn weblog van 17 september 2012 noemde ik de drie pijlers ook, in iets andere woorden. Alweer na de verkiezingen. Een vriend vroeg me: ‘Wat is volgens jou de oorzaak van de enorme leegloop van GroenLinks?’ Dat was te verklaren vanuit de drie pijlers, die onder vergelijkbare titels werden genoemd: 1 – principes, 2 – langdurige betrouwbaarheid, 3 – goede campagne.
    Conclusie toen: GroenLinks heeft nauwelijks principes meer en daarom nog maar een beperkte vaste achterban. Met andere woorden: het verhaal, de sterke toekomstgerichtheid was ingestort. Het wegvallen van het verhaal zal een langzamer effect hebben dan het stopzetten van alle activiteiten, maar werkt wel door. Zonder verhaal geen actie, en waar en waarin kun je dan nog je betrouwbaarheid tonen? Als één pijler wegvalt, beïnvloedt dit de andere.
    Als je toen ex-leden sprak en vroeg waarom ze opgestapt waren bij GroenLinks ging het meestal algauw over losgelaten principes, bijvoorbeeld bij kwesties van bewapening en bombardementen.

Dan de verkiezingen van vorige week. Veel mensen zullen de sociaaldemocraten altijd hebben gezien als een partij die in crisistijd voor de collectieve sociale voorzieningen opkomt. Afgelopen vier jaar niet meer, althans zo wordt het effect van het beleid gevoeld. Dan is de betrouwbaarheid in het geding. Een pijler die wegvalt. Voor de meer beleidsmatig denkenden: waarom werd in de economische crisis geen Keynesiaanse politiek gevoerd, ‘zoals altijd’? Zie nu Portugal, dat dit wel weer probeert te doen, dat werkt vooralsnog goed.
    Omgekeerd: de Partij voor de Dieren heeft een consequent verhaal en wordt ervoor beloond. GroenLinks, kennelijk wijzer van de situatie van 2012, heeft nu juist een inspirerend verhaal willen vertellen. Met wel een levensgroot risico het niet waar te kunnen maken, waarmee de betrouwbaarheid weer in het geding komt. Maar vooralsnog is daarmee niets aan de hand.
    De SP heeft in de campagne de sterke punten goed benut en de zwakkere redelijk gepareerd. Maar de pijler van ‘het goede verhaal’ is niet op alle fronten erg sterk momenteel. Bij kwesties over vluchtelingen en migratie, vragen rondom racisme, vragen over de arbeid en arbeidstijdverkorting, over ideeën van deze en gene over de vorm van de moderne democratie, en helemaal over de voor het leven fundamentele vragen over het klimaat hoort de SP vooraan te staan, vooraan te lopen, actief en reflexief. Dat is nu niet zo of is onvoldoende zichtbaar. Het partijprogramma moet niet steeds ter discussie staan, maar wel permanent in discussie zijn.

Drie pijlers? Het is een model. Als je de verkiezingen neemt als de opname van de stand van zaken, blijken zulke pijlers steeds een kernpunt. Je kunt je hier dus ook op richten. Zijn ze stevig? Verzwak je er één van, dan verzwak je alle.
      En Marx, zie het citaat hierboven, heeft wel een actueel punt: de liberalen hebben hun zaakjes vaak beter voor elkaar dan de socialisten. Actie, betrouwbaar zijn en een werkelijk goed verhaal, ze horen bij elkaar. En vergis je niet, mensen willen meer over de toekomst horen dan ‘Realpolitiker’ vaak denken. Met een beetje utopie is niets mis, al is het de kunst dan nog betrouwbaar te blijven. Als realisme daarentegen betekent dat er niets verandert, blijft iedereen natuurlijk thuis zitten.
      Het is altijd zo dat een socialistische en echt linkse partij structurele veranderingen wil en daarom veel meer moet bewijzen dat een partij van de behoudzucht. Dat is logisch, de voorgestane verandering heft het bestaande op. Althans voor een deel en zeker in de ervaring van mensen met bepaalde gevestigde en voor hen privé zo gunstige belangen. Daar staat dan de solidariteit tegenover, die leeft in alle drie pijlers.
      Een verhaal moet je wél vertellen.






Genoemd artikel: ‘Geen smoel, geen functie’ in: Jasper Schaaf, Marx, zó gelezen, Uitgeverij Damon, Budel 2005, pag. 112-117. Het Marx-citaat staat in Marx’ kritiek op het programma van Gotha.

De genoemde weblog uit 2012 staat nog gewoon op internet.