zondag 11 januari 2015

Driewerf Piketty (2)


Soorten kritiek op Piketty

‘Te lang hebben economen geprobeerd hun identiteit te definiëren door middel van hun zogenaamde wetenschappelijke methoden. In werkelijkheid komen die methoden vooral neer op een ongebreideld gebruik van mathematische modellen die dikwijls alleen maar ruimte innemen en de leegte van hun woorden moeten verhullen.’

Thomas Piketty (p. 689)


Wie zijn nek uitsteekt kan kritiek verwachten. Zo ook de veelbesproken Piketty, althans zijn analyse van het kapitaal in de 21e eeuw en natuurlijk ook zijn politieke voorstel om de grote vermogens structureel steviger te gaan belasten. De analyse komt erop neer dat in het Westen rijk en arm steeds verder uit elkaar zijn gegroeid, dat die kloof momenteel onoverbrugbaar is, dat dit enorme spanningen oplevert en verder op zal gaan leveren. En vooral: dat vermogens meer renderen dan arbeid, dus de genoemde ongelijkheid versterkt blijft bestaan. Vandaar het voorstel, waarvan de kans van slagen groter wordt naarmate meer landen meedoen.

Het is inderdaad niet niets en kritiek is te verwachten. Snijdt de kritiek op Piketty hout? Een greep uit de kritiekpunten:
-     Piketty zou slechts statistieken, dus feiten presenteren, geen theorie.
-     Zijn economische hoofdwetten zijn slechts wiskundige wetten, en zeggen dus (te) weinig over de economische inhoud.
-     Voornamelijk naar vermogens kijken, zoals Piketty doet, ‘vergeet’ dat er meer factoren meespelen die de vermogens beïnvloeden en omgekeerd weer door de vermogens worden beïnvloed.
-     Het verhaal zou voor Nederland niet gelden, want hier heerst meer gelijkheid.
-     De mondiale ongelijkheid zou juist afnemen door de groei van ontwikkelingslanden als China en India.
-     Piketty’s conclusies voor de toekomst zouden een slag in de lucht zijn.
-     Je kunt van het kapitalisme helemaal geen wetmatigheden vaststellen, omdat politieke, institutionele en technologische factoren ook meespelen.
-     De conclusies zouden te verstrekkend zijn.
-     De populariteit van Piketty zou slechts gebaseerd zijn op een misplaatst schuldgevoel.
-     Enzovoorts.

Maar ja, is de grote ongelijkheid geen feit? En neemt die momenteel in China en India ook niet toe? En geeft de aanpak waarin Piketty een enorm lange periode tracht te overzien geen aanwijzing in de richting van de toekomst, ook al zijn exacte voorspellingen misschien niet mogelijk? Toekomstvoorspellingen zijn met tal van methodische problemen omgeven, maar dat je vanuit de geschiedenis helemaal niets over de toekomst kunt zeggen is ook niet waar.
      En Nederland? Is het hier zoveel beter? Onderzoeker Wiemer Salverda toonde afgelopen jaar nog overtuigend aan dat de kloof tussen arm en rijk afgelopen jaren in Nederland alleen maar gegroeid is. Nederland kan niet met een luchtige zwaai Piketty’s analyse als niet relevant afdoen.
      Het verwijt dat er ‘slechts’ feiten in een statistiek worden gepresenteerd, so what? Nou, dat zegt wel degelijk heel veel. Hoe vaak wordt niet gezegd dat linkse wetenschappers zich te weinig met de harde feiten bezighouden. Als dit echt de feiten zijn, op dit moment waar, dan doen ze ertoe.
      Op zich ontkent Piketty ook niet dat meer factoren meespelen, al kun je de vraag stellen of hij dat voldoende doet. Deze vallen naar het lijkt bewust voor een groot deel buiten zijn betoog.
      Het laatste punt heeft te maken met de hier nog niet genoemde opvatting dat hij minder te bieden zou hebben dan de marxistische economische analyse en het kapitalisme niet ter discussie stelt. Hierover gaat de volgende blog. Echter, als die kritiek klopt, kan de kern van Piketty’s conclusie nog altijd wél kloppen.

Als de feiten, gestaafd over een lange periode zo zijn, wat zegt dat dan? Dat je ongelijkheid niet weg kunt poetsen, al zou er op delen van de analyse wat aan te merken zijn. Daarom staat de voornaamste, politieke conclusie nog recht overeind. Kritiek hierop kan dan ook een afleidingsmanoeuvre zijn die mensen blind wil maken voor de ongelijkheid die overal heerst.

Was 2014 het jaar van het boek van Piketty? Laat 2015 dan het jaar worden waarin echt op zijn voorstel wordt gereageerd.
    Wat was dit nog maar weer? Piketty: ‘Vermogensbelasting is een nieuw idee, dat volledig moet worden toegesneden op het wereldwijde vermogenskapitalisme van de eenentwintigste eeuw, zowel qua tarief als wat betreft de praktische kanten, waaronder de invoering van een systeem dat gebruikmaakt van automatische internationale uitwisseling van bankgegevens en vooraf ingevulde aangiften, en dat uitgaat van de marktwaarde.’ (p. 638)

Als we nu het simpel houden, is het dan niet waar dat zo’n aanpak geld oplevert, dat voor sociale en velerlei andere doelen kan worden gebruikt? En is dit hoe dan ook geen stap naar vermindering van armoede, ongelijkheid en gebrek aan kansen? Het is een politiek en ethisch standpunt of je hier voor of tegen bent. Daar kan geen redenering tegenop.
    O ja, er was nog het verwijt van een misplaatst schuldgevoel. Hoezo? Het kan toch een weloverwogen inzicht zijn dat een sociale en solidaire samenleving het beste is dat de mens kan overkomen?




Onder het motto ‘Driewerf Piketty’ drie blogs, waarvan nog twee zullen volgen:

1    De glasheldere boodschap van Thomas Piketty
2    Soorten kritiek op Piketty
3    Piketty en Marx


Thomas Piketty, Kapitaal in de 21ste eeuw, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2014, ISBN 9789023489191















zondag 4 januari 2015

Driewerf Piketty (1)


De glasheldere boodschap van Thomas Piketty

Over Thomas Piketty is heel wat te doen. De Franse regering probeert hem in te palmen door een mooie onderscheiding aan te bieden, een omgekeerde benadering is hem als onjuist of onwetenschappelijk neer te zetten.
    De Nederlandse hoofdbankier Klaas Knot heeft Piketty nog niet helemaal gelezen, hij krijgt zooooveeeel boeken op zijn bureau .…
      Ondanks dat heeft Knot er toch een oordeel over. Piketty’s berekeningen zijn soms wel erg simplistisch, vindt hij (De Volkskrant, 31 december 2014).

Iedereen vindt dus wel wat. Twee hoofdzaken staan echter fier overeind, wat men er ook van vindt en wat de politiek er verder ook mee zal doen.
    Ten eerste maakt Piketty van cijferfetisjisme weer politieke economie, een wetenschap die niet alleen abstract is, maar die de verwevenheid van economie, sociale omstandigheden en politiek op toegankelijke wijze laat zien. Bijzonder is dat hij het aangedurfd heeft een brede analyse te presenteren die zich over vele perioden en verschillende landen uitstrekt, grondig onderbouwd. Misschien niet zozeer een theorie, wel een feitelijke onderbouwing.
    Ten tweede is de boodschap, het onderzoeksresultaat glashelder: groot vermogen rendeert meer dan arbeidsinkomen en het effect is een enorme tegenstelling tussen steenrijk en arm. Ongelijkheid is een keihard feit.

Die tegenstelling bestaat, zal zich verdiepen en leidt tot een onhoudbare situatie. Dat laatste is speculatief, maar ook logisch. Je kunt gaan wachten tot het ‘zover’ is. Dat lijkt Piketty geen goed idee. De politiek moet dus weer gaan sturen, leiding gaan geven, meer gaan reguleren.
    Piketty schrijft vaak wat onderkoeld, bijna cynisch: ‘Zou het kunnen dat de toename van de ongelijkheid in de Verenigde Staten heeft bijgedragen aan het uitbreken van de financiële crisis in 2008?’ (pag. 350) Het antwoord laat zich raden.

Piketty is constructief zonder naïef te zijn. Wat er moet gebeuren is lastig, dat er wat moet gebeuren is helemaal niet lastig in te zien. Zijn voorstel, een pakket van mogelijke voorstellen, is helder: grijp zo internationaal als maar mogelijk is in en belast de zeer hoge vermogens meer dan nu, en dat structureel. Het lost niet direct de crisis op, het zorgt wel voor verdelingen die als eerlijker zullen worden ervaren.

Alle verbale geweld van critici die melden dat zijn analyse slechts statistiek is en zijn economische hoofdwetten slechts wiskunde, kunnen het feit van de grote ongelijkheid in vermogens en de rendementen ervan niet wegmoffelen.
    Het is goed te beginnen waar begonnen kan worden. De boodschap is glashelder, het voorstel ook, al kan er op diverse wijze op gevarieerd worden.
    Nu de politieke wil nog. Links versus rechts bestaat nog in de politiek. Ieder zal zijn keuze maken. De praatjes eromheen kunnen dat niet verhelpen.




Onder het motto ‘Driewerf Piketty’ drie blogs, waarvan nog twee zullen volgen:

1    De glasheldere boodschap van Thomas Piketty
2    Soorten kritiek op Piketty
3    Piketty en Marx



Thomas Piketty, Kapitaal in de 21ste eeuw, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2014, ISBN 9789023489191












maandag 22 december 2014

Pimpelmees – Je weet niet wat je niet ziet


Naar buiten kijken, grijze boel. Wat langer kijken, valt het weer mee, want daar is de pimpelmees. Ze zitten hier genoeg. Prachtige kleurige vogel. Zie maar.
    Er zijn mensen die niet weten hoe een pimpelmees er uitziet. Zo’n klein ding, is daar wat aan te zien? Een reden misschien om nog eens goed te kijken.
    Alle pimpels lijken op elkaar. Je ziet niet of het een dame of een heer is. Dan weet je echter nog niet wat je niet ziet. Het informatieve boek van Tim Birkhead, De zintuigen van vogels, deelt mee dat pimpelmezen ultraviolet licht kunnen waarnemen. Het vrouwtje ziet heel goed wat een mannetje is. Ze verschillen wel degelijk. Dat had ik er nog nooit aan gezien.
    Hetzelfde boek heeft ook nog een ondertitel, Hoe voelt het om een vogel te zijn? Geen idee hoe de door mij bekeken pimpels zich voelen. Al is ook dat niet helemaal waar. Ze zijn altijd aanwezig, zo gauw de pinda’s in de tuin hangen. Zij weten wat ze zien en lijken zich hier op hun gemak te voelen. Met die pinda’s voelen ze zich wel gezien, lijkt me. Overigens gaat Birkhead een stuk subtieler in op de verrassende zintuigen van vogels.
    Ongetwijfeld zien de pimpels nog veel meer onvermoeds. Dat kun je ook leren van zijn neefje de koolmees. Recent onderzoek wijst uit dat koolmezen zich conformeren aan gedrag van soortgenoten en er aldus sociale normen en tradities ontstaan die tijdsbestendig zijn (De Volkskrant, 4 december 2014). Bij het ontstaan van voorkeuren blijkt dan kleurdominantie van de groep een rol te spelen. Je moet er maar opkomen. Maar is het zo vreemd, doen mensen zo anders?
    Zo zetten de pimpelmezen aan het denken, zodat we hopen op een bont 2015.




Boek: Tim Birkhead, De zintuigen van vogels, Hoe voelt het om een vogel te zijn? Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2013, ISBN 9789023477242


De foto is ontleend aan internet. Een pimpelmees uit mijn tuin zal die nog een keer vervangen.













zondag 21 december 2014

Van ‘over de schutting’ naar ‘na ons de zondvloed’


Al weer vrij lang geleden schreef ik: Het hele welzijnsbeleid van de regering lijkt op het over de schutting gooien van verantwoordelijkheden. De jeugdzorg met de nieuwe Jeugdwet, overheveling van AWBZ-taken en de Participatiewet: de gemeenten ‘mogen’ het allemaal gaan doen, maar wel met jaarlijks totaal zo’n 2,5 miljard minder. Daar staat dan zogenaamd een investering van 50 miljoen tegenover.
    Inmiddels is het bijna 2015. Alles zou op orde moeten zijn. Terecht bestaat hier gerede twijfel over. Hoogleraar Jeugdbescherming Ido Weijers schrijft in het net verschenen winternummer van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken dat de decentralisatie van de jeugdzorg zal leiden tot een ‘ongelofelijke verspilling en bureaucratie.’

Naarmate 2015 naderde kwam in de discussie steeds meer nadruk op het tijdsaspect. En juist hier weet Staatssecretaris Martin van Rijn wel raad mee. Zijn mantra is dat het ‘wel goed’ komt. Rechtspraak over het behoud van de thuiszorg waarin de grote kans op het verlies van het recht op diezelfde thuiszorg procedureel wordt fijngesteld, juicht hij toe. Je kunt er verbaasd over zijn, want deze rechtsgang richtte zich op het eerste gezicht juist tegen zijn beleid. Toch is het precies wat hij wil, de zorg en alle procedures erbij moeten nu op lokaal niveau worden uitgevochten.

Van Rijn is een slimme maar technocratische ambtenaar met nu een openlijk politieke rol. Hij weet dat onder druk ‘alles vloeibaar’ wordt. Althans kan worden. Hij geeft geen krimp en stelt dat elke discussie nu precies de bedoeling is.
      De druk ligt bij de gemeenten. Gemeentebesturen en hun ambtenaren voelen zich verantwoordelijk en werken zich te pletter. Hetzelfde gebeurt of gaat gebeuren door de instellingen en werkers in sociale wijkteams en dergelijke. En dan nog door familie en ‘vrijwilligers’ die onverwachte taken toebedeeld krijgen.

Dus onder druk wordt alles vloeibaar. Na alle gesputter volgt toch nog een succes? Neen, dat ligt toch anders.
      Ongetwijfeld worden diverse experimenteel beproefde nieuwe en goede methoden gebruikt. Dat is op zich heel wenselijk en begrijpelijk. Maar het zijn wel de werkers, de vrijwilligers, buurtgenoten en familie die alle zorg en welzijn moeten realiseren. Die zullen door de bezuinigingsopdracht op grenzen stuiten.
      Ook nieuwe methodes van zorg en welzijn moeten vaak in één-op-één-situaties worden uitgevoerd. En dat niet als start en experiment, maar in een jarenlange dagelijkse zorg. Dat kost moeite, daarin ontstaan nieuwe afbreukrisico’s, dat moet je maar vol zien te houden. Per saldo is te voorzien dat er meer ‘mankracht’ nodig is dan de WMO en zorgbudgetten toestaan.

Van Rijn gelooft in de maakbaarheid door de druk die alles vloeibaar maakt. Hij is realistischer dan de grootste realist. Het moet nu eenmaal, het onvermijdelijke, het beoogde resultaat. Best wel de beste zorg, maar het voornaamste uitgangspunt blijft het financiële kader, niet die zorg zelf.
      Het is voor hem ook tijdmanagement. Mensen zien dat niet, hij wel. ‘Over de schutting’ betekent dus ook ‘na ons de zondvloed’. Het moet nu eenmaal gebeuren.

In deze denkwijze is Van Rijn een meester. Toen van de week het klasje Rutte-Samsom met de handen in het haar zat en het met de Zorgwet echt niet meer wist, was het – zo wordt gezegd – juist Van Rijn die als enige de ‘oplossing’ vond. Lukt het niet in het parlement dan worden de voornaamste onderdelen van de wet ‘gewoon’ in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld.
      Vaarwel democratie. En natuurlijk zal dat in de toekomst nieuwe strijd en problemen opleveren. Het resultaat en het financiële kader zijn echter meer heilig dan de democratie en de loyaliteit van de meewerkende partijen.

Het is niet niets. Het is een wijze van denken. Het is partieel rationeel. Het is geen onverschilligheid over de zorg zelf. Het is een technocratisch idee van ‘het moet nu eenmaal’ en die onvermijdelijkheid moet nu eenmaal door iemand worden gerealiseerd. Het is niet leuk, je bent zelf een slachtoffer. Wat klagen mensen over de zorg, ik ben zelf ook slachtoffer. Ik kan niet anders.
    Toch is het een manier van politiek bedrijven die vraagt om een massaal en democratisch antwoord.