dinsdag 15 december 2020

Vrijheid als verovering

 
‘Maar vrijheid is slechts wat men verovert.’

Clarice Lispector


Dat de vrijheid onder druk staat is buiten kijf. Is het ooit anders geweest? Aanslagen, conflicten ‘overal’ op de wereld, discriminatie en veel vormen van uitbuiting en ongelijkheid en dan vooral ook nog de pandemie stellen de vrijheid aan de orde.
      In de media verschijnen tal van artikelen. Je kunt constateren dat het niet vreemd is dat in heel de geschiedenis van de filosofie de vrijheid en het verwerven van concrete vrijheden meespelen. Sterker nog, draait niet de hele filosofie en de wetenschap om de vrijheid? En de religies?

Denken over vrijheid en praten over vrijheid. In interviews over vrijheid wordt vaak gevraagd: ‘Wat versta jij onder vrijheid?’ Een vraag, die het eerder onmogelijk dan makkelijk maakt, en vrij zelden leidt tot een vruchtbaar nieuw gezichtspunt.
      Want het onderliggende probleem is dat je vrijheid nooit helemaal kunt definiëren. Het zal bij vrijheid altijd draaien om een rijkdom aan eigen keuzes en ontwikkelingsmogelijkheden, zo nodig aangevuld met een materiële rijkdom voor de liefhebbers, of juist om een gemis aan dat alles. Voelen dat iets kan of juist niet kan. Of niet mag, geblokkeerd wordt. En dit alles in internationale en lokale kleuren en varianten, zoals vrij zijn van ziekten, leve de gezondheid, vrij zijn van overmatige drukte, leve de vakantie of de festivals en boven alles de vrede.

En dan raken de definities uitgeput, is dat nu ‘de vrijheid’? Als vrijheid iets groots is en nog altijd nastrevenswaardig, wordt dat niet door definities te klein, te dichtbij of omgekeerd juist veel te groot, te ver weg of te onbepaald gedacht?
      Houd liever op te definiëren, het helpt nauwelijks verder. Het gaat misschien om waardigheid van de mens, maar als dat vrijheid is, is toch alles wel vrijheid? Zo kom je geen stap verder, waardoor sommigen weer terugverlangen naar de oude indelingen, waarin de religie de boventoon voert. Waarin de mens de vrijheid nastreeft als een soort eeuwige levensverzekering voor de ziel en het hiernamaals of een godheid wel de inhoud ervan zal bepalen. Al dan niet (voor)beschikt voor de mens. Dan speelt de vrijheid overal en kun je er zalvende woorden over uitspreken, zonder dat dit tot een einde komt. Eeuwige vrijheid, dat is toch niets?

En dat laatste hoeft, realistisch bezien, natuurlijk ook niet nagestreefd te worden. Betekent dat een einde van de welbegrepen vrijheid? Dat doet bijna denken aan de historisch-dialectische filosofie van Georg Hegel (1770-1831), die dat welbegrepen ‘object’ vrijheid, in de verpakking van rationaliteit, tot een echt einde wil doordenken. Een redeneren dat alles omvat, dus ook de vrijheid benoemt en zelfs verwerft. Maar nogal abstract. Het kan waar zijn, maar wie wordt er gelukkiger van?
    En toch, zit Hegel niet in de buurt van een mooie opening? Kan dat redeneren niet als actie worden gezien, als een zoektocht in de bewust gekozen richting van de verdere ontwikkeling van de vrijheid?
      Hier moest ik aan denken toen ik pas bij de Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector (1920-1977) een ‘en passant’ genoemde definitie van vrijheid las, die vanuit het opstapje Hegel, en mogelijk zelfs doorredenerend naar Karl Marx (1818-1883) een belangrijk aspect van de vrijheid toont.
    Lispector schrijft: ‘Maar vrijheid is slechts wat men verovert.’ Wat je misschien ook mag ombuigen naar de meer persoonlijk geformuleerde variant: ‘Maar vrijheid is slechts wat je verovert.’

‘Slechts’ de vrijheid veroveren. Dat ‘veroveren’ van vrijheid kan een enorme dynamiek onthullen die speelt wanneer het om de vrijheid en concrete vrijheden gaat. Je krijgt de vrijheid niet cadeau, er moet aan gewerkt of voor gestreden worden. Je moet misschien wel naar grensverleggende doelen achter de horizon van al gewonnen vrijheden kijken. Want die je al ‘hebt’ verdienen nauwelijks nog het woord vrijheid. Tenzij bestaande concrete vrijheden aangevallen, tenietgedaan of zelfs verboden worden, of een aanleiding vormen tot terreur. Dan begint de (her-)verovering opnieuw.
    Veroveren, beschikken over wat je wenste, een heel gewoon politiek begrip, maar met grote maatschappelijke en persoonlijke consequenties.

Het mooie van de uitspraak van Lispector is de dynamiek in de formulering. De dynamiek, de grote, brede toepasbaarheid, de mogelijke link met echt moeilijke situaties, gevat in een toch heel beperkte definiëring. Niet doen alsof je de vrijheid in bezit hebt, alsof er geen relatie met anderen of met de maatschappij bestaat. Het is simpel en toch zal de verovering steeds plaats moeten vinden. Je verovert iets niet zomaar.
    Het is ook een mooie uitspraak als je deze groot en maatschappelijk neemt, voor de ideeën van mensen die een betere wereld nastreven (zoals ik). De vrijheid moet veroverd worden. Maar denk niet dat dit iets is dat ook klaar is, zich ergens kant-en-klaar aandient.
      Want ‘men’ kan de vrijheid veroveren, ‘je’ krijgt haar niet op een koopje, je moet deelnemen aan de verovering. En vooral: het zal ook gaan om een psychische en morele verovering. De vrijheid vertoont zich in talloze gedaanten, waaronder heel onverwachte. Zowel in het ervaren gebrek aan vrijheid als in de rijke positief verworven vormen ervan. Vrijheid in veelvoud, maar niet automatisch, pas door verovering.

Natuurlijk denken mensen bij vrijheden vaak vooral aan een grotere schaalgrootte, van met name burgerlijke vrijheden of structurele maatschappelijke transities. Maar er liggen altijd lagen onder, waar de vrijheid historisch structureler en existentiëler speelt. Daarbij verbleekt het oppervlakkige vrijheidsidee als ‘ik zal zelf wel weten wat ik doe’, ook al hoort dat er mogelijk óók bij.
      Vrijheid is een open begrip, dat vraagt om concretisering, maar dat hoeft niet altijd worden ingevuld. Vrijheid als verovering. Ook, maar niet alleen van jezelf, de drempels overwinnen, jezelf overwinnen. Er is beslist meer te veroveren als het om de vrijheid gaat.

‘Maar vrijheid is slechts wat men (je) verovert.’ Mooi hierin dus het veroveren, dat betekent moeite doen, maar houdt het ook een inhoudelijke, kwalitatieve band vast. Het klinkt wilder dan het is, wan je kunt ook zeggen: ‘Een verovering koester je.’ Vrijheid-blijheid is het niet, dat is niet het thema van de ‘echte’ vrijheid, mogelijk wel een onderdeel ervan.
      Daarmee is vrijheid ook een bewustwording, een proces van geest en lichaam, rede en emotie. Het is dan ook een geborgenheid, een relatie, een bepaling tot iets anders, bijvoorbeeld tot een overwonnen fase van ‘minder vrijheid’. Er is het aspect van winnaar-zijn, van beklijven en vernieuwing. Daarnaast is er respect nodig. Je verbind je in plaats van dat je breekt. Er is mogelijk een band die onlosmakelijk is. Een verovering laat je toch niet zomaar los? Dat doet niemand, of ligt dat anders?

De werkelijk gerealiseerde of nagestreefde vrijheid – bijvoorbeeld van het volk dat onderdrukt en uitgebuit wordt – wordt degelijk gevoeld, herkent, vaak ook door de anderen die er heel wat anders onder verstaan of dat beweren. Zoals de rijke die toch emotioneel wordt wanneer de arme zijn recht(en) claimt en de rijke op zijn manier zich op zijn verworven vrijheid beroept. Men vindt de claim plat, ongepast of iets dergelijks, maar het gaat wel degelijk om een ‘noodzakelijke’ vrijheid en de botsing tussen tegengestelde deels op te heffen vrijheidsclaims.
      Alle vormen van vrijheid zijn niet in één definitie te vangen. Het kan nu eenmaal niet, het zit in de aard van het beestje. Vrijheid volledig definiëren kan niet, want de vrijheid zal intussen al een verdere stap zetten. En zo’n stap, een actie of procedure, kan men als een verovering zien. Het is niet alle vrijheid maar wel een belangrijk aspect.
      Achter de horizon van een bereikte vrijheid doemt de idee op van een nog verder reikend perspectief, waar ook het gemis aan vrijheden een risico vormt, bijvoorbeeld als aanslag op de persoonlijkheid of de natuur, en door veiligheidsrisico’s. Dan speelt de vrijheid in haar tegenspraak, als vergissing, en de mens speelt ‘Rupsje Nooitgenoeg’, nooit tevreden, terwijl wat er (nu) is al zoveel mogelijkheden biedt. Ontevreden daarover?

Hoe dan ook: vrijheid is een verhouding, op een speelveld dat zelf ook in beweging is, en dat blijft. Over vrijheid valt zoveel te zeggen, Dit klopt (dus) wel, maar pas na concretisering en vervolgens te zien hoe algemeen deze concretisering toepasbaar is. ‘Opstijgen naar het concrete’, zou Marx zeggen. Concreet en écht begrepen, doorgrond, aanvaard, en toch nog als ontwikkeling, verandering. Op naar de volgende verovering van de vrijheid.
    Maar uiteindelijk beslist het totaal, ook de totale mensheid. Dat is ingesloten in de conclusies, dus ook de ander zien, erkennen, zo nodig helpen. Dat is een concretisering die Rosa Luxemburg (1871-1919) goed zag, getuige haar kernachtige uitspraak: ‘Vrijheid is altijd de vrijheid van de andersdenkenden.’
      Dát perspectief moet meetellen, anders is de vrijheid geen echte, nog veel te beperkt, in wezen egoïstisch. Wat voor vrijheid kan egoïstisch zijn?

    In recente artikelen over vrijheid, die vaak gaan over de botsingen tussen bepaalde burgerlijke vrijheden – en de neerslag daarvan in wetten of rechten – worden de bredere perspectieven zoals Lispector en Luxemburg die zien vaak miskent. Vrijheid moet veroverd worden, en dat altijd met het perspectief van de ander voorop, dus nooit als bijkomstigheid.
    Echte vrijheid is vrede. Dat is ook ‘een’ definitie. Alsjeblieft! Vrede is vrijheid.

Over vrijheid kun je nooit uitgepraat raken, zeker als je een sociale politieke intuïtie hebt. Dat is inherent aan het woord, de kleine en de grote vrijheden, de andere kant van de beperkingen, botsingen van rechten en belangen, en andere negaties.
    Vrijheid = mogelijkheden openen, en wat kan er niet geopend worden! Veroverd, en veel meer dan alleen voor jezelf. Er op een respectabele manier gebruik van maken. Gericht op de vrijheid van de ander en de ontwikkelingsmogelijkheden van de natuur.




Bronnen:
Clarence Lispector, Alle verhalen, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, Antwerpen 2019, p. 549.
Rosa Luxemburg, Zur russischen Revolution, in Gesammelte Werke, deel 4, Dietz Verlag Berlin (DDR) 1979, p. 359.


N.B. Hoewel ik geloof dat dé definitie van vrijheid niet kan bestaan, door de inhoud van dit begrip, geef ik in mijn boek ‘Het Speelveld van de Vrijheid’ (Uitgeverij Damon) een reeks begripsbepalingen met betrekking tot (politieke) vrijheden. Zie de ‘definities’ in Hoofdstuk 8, pp. 138-143.