donderdag 9 juni 2016

Democratie en universiteit


Een kop van de krant na de verkiezingen voor de universiteitsraden, kort geleden: ‘Student zit niet te springen om versterking democratie’. De opkomst was laag, nogal wisselend. Die opkomst is al jaren vrij laag, lager dan zou moeten.
      Maar deze krantenkop van De Volkskrant (3 juni) richt zich niet op de feiten. De kop is uiterst suggestief, het is een verkeerd activerende journalistiek. De kop roept de mening op dat het gros van de studenten vindt dat democratie in het onderwijs en een democratische instelling van het onderwijs er niet toe doen.
      Als experiment zou je het kunnen omkeren, om eens een andere onzinnige conclusie te provoceren: vraag alle studenten of ze tegen of voor democratie zijn. Zo veralgemeniseerd zal wel meer dan 90% vóór zijn. De enkele tegenstemmer heeft trouwens misschien wel iets verrassends te vertellen.

Is nu duidelijk dat democratisering van de universiteit en het onderwijs in het algemeen er niet meer toe doet? Als alles met verkiezingen, met scorelijstjes of met opinies na een rondje bellen wordt afgedaan, dan wel. Maar dan kan veel van ons leven inclusief de vertegenwoordigende democratie zó de prullenbak in. Als dat allemaal is opgeruimd , het dagblad er maar achteraan?
    Als het echter om inhoudelijke argumenten gaat kan en moet de democratie op tal van maatschappelijke terreinen worden versterkt. Zo ook op de universiteit en het hele onderwijs.

De acties van studenten en personeel op verschillende universiteiten vorig jaar waren fel en de eisen stevig. Die deden inhoudelijk soms sterk denken aan de democratiseringsbeweging van veertig of vijftig jaar geleden. Er is echter wel een verschil. In de jaren zestig van vorige eeuw en de jaren erna ontdekten de studenten dat zij om een vuist te maken zich vooral moesten organiseren. En dat was in zekere zin eenvoudiger dan tegenwoordig, want de druk om haastig af te studeren was minder groot dan tegenwoordig.
      Opmerkelijk en spijtig is dan ook te constateren dat de acties vorig jaar in verschillende initiatieven zijn uitgemond, maar niet hebben geleid tot een sterke organisatie van studenten en personeel. Dan vervaagt de kritiek, vervagen te eisen, en raakt men onthand wat verder te doen staat, ondanks alle goede wil en de strijdbare standpunten.

In een oude brochure ‘Aantekeningen voor een radenuniversiteit’  uit 1968 staan eisen die de studenten toen stelden. Zo wilden de studenten de centrale universitaire democratie van onderaf opbouwen vanuit de faculteiten, en de universiteitsraad moest niet alleen het universiteitsbestuur controleren, maar dit ook benoemen. En zo nodig kunnen afzetten natuurlijk.
      Eisen over de bestuursstructuur dus. Daaronder lag echter veel meer, namelijk inhoudelijke visies. Onderzoek moest duidelijk ten gunste van de oplossing van maatschappelijke problemen werken, een anti-imperialistische en vreedzame politiek ondersteunen, regionaal betrokken zijn en acties ondersteunen. Onderwijs moest voor alle maatschappelijk lagen toegankelijk en gratis zijn.
      Democratie werd op gevat als een brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet, die in de verschillende activiteiten op de werkvloer van het onderwijs tot uitdrukking moesten komen. Democratie is in zo’n visie veel meer dan weer voor één of twee jaar in een raad te mogen zitten.
      Overigens liepen ook toen echt niet alle studenten warm voor democratiseringacties. Er was sprake van een actieve voorhoede, die vaak de studie ook opvatte als een inzet voor verdere democratisering van de hele samenleving.

Onder democratisering kan ook nu veel meer verstaan worden dan versterking of omvorming van de medezeggenschapsorganen. Zoals dat studenten en docent op het kleinere niveau van de onderwijspraktijk met elkaar in persoonlijk contact kritisch bespreken hoe en welk onderwijs gegeven moet worden. Dat kan op hoog wetenschappelijk niveau, waarbij de onderzoeksprojecten en de middelen daarvoor niet meer alleen door instituten als het NWO bepaald mogen worden.
      Mits helder verantwoord moeten de onderwijsinstellingen zelf over voldoende middelen voor onderwijs en onderzoek beschikken. Dat moet de basis zijn, en vervolgens moet ook de betrokkenheid en openheid naar samenleving en wetenschap worden verantwoord.

Over de democratisering van het onderwijs is veel te zeggen. Laten de media daar een vaste rubriek voor inruimen en passiviteit predikende krantenkoppen achterwege laten. Hoe democratisch is een krant eigenlijk?