dinsdag 22 december 2015

Noordhorens van de Zandmotor





Neptunea angulata



Noordhorens van de Zandmotor

Noordhorens heb je in soorten. Op Schiermonnikoog vond ik exemplaren van de Noordhoren, Gekielde noordhoren en de Slanke noordhoren (respectievelijk Neptunea antiqua, Neptunea despecta en Colus gracilus).
    In het blad Spirula van de Nederlandse Malacologische Vereniging nr. 401 van november/december 2014 staat een artikel dat deel uitmaakt van de nieuwe standaardpublicatie De fossiele schelpen van de Nederlandse kust II, deel 8, Buccinoidea. Hierin worden onder meer verschillende soorten Noordhoren beschreven. Dat kwam voor mij bijzonder mooi uit, want afgelopen weken vond ik op de Zandmotor tussen Kijkduin en Ter Heijde, ongeveer bij paal 109, twee andere soorten Noordhoren.

Op de Zandmotor is veel fossiel materiaal te vinden, schelpen en botten. Deze zijn aangevoerd met de zandsuppleties. Een paar keer per jaar ga ik hier rondscharrelen. Noordhorens had ik er tot voor kort nog niet gevonden. Maar nu, op 8 november en 14 december jl. twee vondsten.
    De eerste was met behulp van boven genoemde publicatie redelijk makkelijk op naam te brengen, een Neptunea angulata, een soort Linksgewonden noordhoren. Het is een vrij klein exemplaar, 37 mm, maar redelijk gaaf.
      De tweede is een fragment, 41 mm. Twee van de auteurs van genoemd artikel, Frank Wesselingh en Riaan Rijken, hielpen een handje deze op naam te brengen, waar ik dankbaar gebruik van heb gemaakt. Het blijkt een fragment van een Neptunea lyratodespecta, een oude rechtsgewonden soort. Deze lijkt wat op de meer recente Gekielde noordhoren (Neptunea despecta), waarvan je op Schiermonnikoog soms zowel gave exemplaren als fragmenten kunt vinden. De pas gevonden Neptunea lyratodespecta van de Zandmotor komt mogelijk uit het Laat-Plioceen of Vroeg-Pleistoceen en zou dus zo’n anderhalf miljoen jaar oud kunnen zijn. Deze soort spoelt vaker in Zeeland aan. Door de zandsuppleties nu dus kennelijk ook noordelijker. Wellicht ooit met de Oerschelde meegedreven naar de plek waar het suppletiezand is opgezogen.

Zo zoekend leer je hier steeds meer van en ben ik ook hier nog een beetje de filosoof. De kennis verfijnt zich en dat maakt nieuwe waarnemingen makkelijker. Het zoekbeeld ontwikkelt en verfijnt zich steeds verder met het zoeken. Het is dynamisch en geeft de intuïtie schwung. De Neptunea angulata zag ik maar iets boven het zand uitsteken. Een beetje, maar ik zag of realiseerde me in een flits dat ik iets opmerkte dat ik niet vaker had gezien. Het viel buiten de normale waarnemingen. Op dat moment concentreer je je op het beeld, want de aandacht is getrokken. Yes! Dit vind je niet iedere dag.



Tip: behalve de weekdierkunde (malacologie) is voor dit thema natuurlijk ook de geologie interessant. Een toegankelijke website is: http://www.geologievannederland.nl/






Neptunea lyratodespecta


















zaterdag 19 december 2015

Taoïsme, ‘Nietskunner’, Framing is niets nieuws



– Ach! Natuurlijkheid vind je bij de insecten, onnatuurlijkheid vind je bij de mens. (…) Op geforceerde wijze scheiden ze verheven en nederig, voornaam en gewoon, en werken zo meer strijd in de hand. –


De taoïstische tekst Wunengzi uit het jaar 887 geeft een kritiek op machtsmisbruik en bureaucratie. Wunengzi betekent iets als Nietskunner. Niets is niet veel, zou je denken, maar dat klopt niet. De tekst is fundamenteel, er wordt naar achterliggende factoren gekeken. Zoals naar het feit dat Confucius pleit voor het in acht nemen van juiste begrippen. De kritiek is nu echter dat juist de taal, de woorden en de indelingen een basis kunnen vormen voor machtsmisbruik en onderdrukkende regels. Indelen in begrippen betekent het forceren van natuurlijk leven.
      Volgens Nietskunner wordt zo het leven uitgeroeid. ‘En dat is de schuld van diegenen die men wijzen noemt.’ (p. 59) Dat duidt op het confucianisme. Indelen, inkaderen, classificeren en reguleren kunnen een grote belemmering vormen. Het lijkt een zeer vroege kritiek op wat men tegenwoordig ‘framen’ noemt. Nietskunner wil dit omkeren, bijvoorbeeld vanuit de liefde en zorg voor de familie: ‘Kijk, indien er geen specifieke groep mensen is om ouderlievend en barmhartig te bejegenen kun je de hele wereld ouderlievend en barmhartig bejegenen.’ (p. 74) Van het kleine verband redeneert hij zo door naar het universele.

Nietskunner toont het taoïstische pad waarin afstand nemen van concrete inhoud en van vaste patronen een grote rol speelt. Overigens eindigt deze kritische tekst met een passage waaruit blijkt dat radicaal afstand nemen ook kan leiden tot onverschilligheid, en dit een gevaarlijke consequentie van deze theorie kan zijn. (zie pp. 151-152) Zo’n consequentie is misschien vergelijkbaar met Japanse oorlogsvliegers in de Tweede Wereldoorlog die een morele onverschilligheid hadden gekweekt met behulp van de praktijk van het zenboeddhisme.
      Dit sluit niet uit dat afstand nemen ook de morele betrokkenheid kan versterken. Het hangt af van de inhoudelijke invulling en uitwerking, en het behoud van een goede balans. Nietskunner zou hier aan toe kunnen voegen, dat als alles per se heel concreet moet, de moraal vervaagt. Die eis van ‘concreetheid’ wordt dan een dwangbuis, van vroeger en nu. De betere invulling moet uitgaan van zorg voor de ander, zelfs voor iedereen.
      ‘Framing’, ideologisch inkaderen en vastpinnen, is een hedendaags woord, maar er is niets nieuws onder zon.




Wunengzi, Nietskunner, Het taoïsme en de bevrijding van de geest, Vertaald en toegelicht door Jan de Meyer, Uitgeverij Augustus, Amsterdam, Antwerpen 2011.
Het motto bovenaan staat op p. 58.




















woensdag 16 december 2015

Karen Armstrong stelt het te mooi voor


In het Dagblad van het Noorden (12 december jl.) stond een uitgebreid stuk over de godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. Ze wordt een ‘autoriteit in wereldreligies’ genoemd. Zij benadrukt de kracht en het mededogen van religies en zegt onder meer: ‘Ook Mohammed zou geschokt zijn. Hij zou helemaal niets begrijpen van Islamitische Staat. Waarom die beweging zo gewelddadig en onverzoenlijk is.’
    Zeer terecht maakt ze zich zorgen over gewelddadige interpretaties van religies, en over het gebrek aan erkenning van de mogelijke sociale kracht ervan. Toch, hoe mooi bedoeld ook, ik ben het niet helemaal met haar eens.

Een paar jaar terug schreef ik ‘Godsdienstkritiek, respect en actieve tolerantie’. Hierin beschrijf en waardeer ik drie posities:
    1 – Een gefundeerd en kritisch atheïsme, ontstaan vanuit het denken van Feuerbach en Marx. Dat is kritisch, erkent de wortels van religieus denken en handelen, en kan een verweer vormen tegen reactionaire religieuze inmenging in sociale en politieke kwesties. Dit kan echter ook positief een sociaal en progressief handelen waarderen, dat op religie gebaseerd is. Dat bestaat en dat moet dan ook erkend worden. Dat kan leiden tot tolerantie op afstand, maar ook tot intensieve samenwerking in sociale kwesties en bijvoorbeeld in de strijd voor vrede. Zo luidt in het kort mijn positie, over de volgende twee denk ik kritisch.
    2 – De positie waarin een godsdienstkritiek doorschiet en koste wat kost elke religie wil bestrijden. Dat is een zinloze actie. Zijn atheïsten dan altijd zo sociaal? Dacht van niet. Dit is de positie, globaal gezegd, van de evolutiebioloog Richard Dawkins. Iets zeggen, iets vinden of principiële kritiek hebben is echter nog niet hetzelfde als bestrijden. Dawkins draaft door als een oudtestamentische profeet, met een schare volgelingen er achteraan.
    3 – De positie waarin de tolerantie doorschiet en redelijke inhoudelijke kritiek verstomt. Dat proef ik bij Karen Armstrong. In haar boek over Mohammed (2006) wordt heel wat afgevochten, maar van alles krijgt een positieve draai. Natuurlijk moet je het christendom en de islam respecteren, zolang deze de kaders van de democratische seculiere rechtsstaat aanvaarden. Maar als ik het Oude Testament of de Koran lees, zie ik wel een naar mijn mening overmatige nadruk op regels. Alsof God niet het leven, maar alleen de rechtbank heeft geschapen. Natuurlijk staan daar ook mooie passages naast.

In mijn boek zeg ik over de derde positie: ‘Bij Armstrong zie je echter ook dat een respectvolle benadering moeilijk is. Een overdosis begrip lijkt vaak averechts te werken. In haar boek Muhammad’  leeft zij zich zo in het leven van de profeet Mohammed en het ontstaan van de islam in, dat elke kritische distantie verdwenen lijkt te zijn. De gevoerde oorlogen lijken door de context goedgepraat te worden, zonder enige beoordeling van die oorlogen zelf. Armstrong schijnt helemaal in de huid van Mohammed te willen kruipen; maar kan dat zomaar? De lezer op afstand krijgt het gevoel dat zo’n overmaat aan begrip niet begripsvol, respectvol of serieus meer is. De irritatie van de gelovige is dan begrijpelijk. Is dit wat de kritische godsdienstwetenschap toe te voegen heeft? Als je niets toe te voegen hebt, bemoei je er dan niet mee…’ (pp. 85-86)

In het artikel in het Dagblad staan ook heel zinvolle dingen, zoals over de oorzaken van oorlogen, die te vinden zijn in hebzucht en berekening. Maar Armstrong maakt het toch te mooi, geeft een rooskleurige voorstelling van zaken, is te selectief. Je hebt er echter niets aan de zaak mooier voor te stellen dan die is, door die te versimpelen.
    Ook als je tolerant en begripsvol bent, mag je nog altijd er iets van vinden en dat zeggen.




Karen Armstrong, Muhammad, Prophet for our time, Harper Press, London 2006.

Jasper Schaaf, Godsdienstkritiek, respect en actieve tolerantie, Feuerbach herlezen, Uitgeverij Damon, Budel 2010.
















vrijdag 11 december 2015

De morele staat van de wereld


Mene, mene, tekel ufarsin


Het is lijstjestijd. Het loopt tegen kerst en het oude jaar maakt de balans op. Ingrediënten zat. Over de morele staat van ons leven is veel te zeggen.
Wat dacht je van een lijstje van tien om het daar maar even bij te laten?


Een Groninger chauffeur veroorzaakt een ongeluk, de bijrijder raakt gewond, stapt even uit en de chauffeur rijdt dan maar zonder zijn passagier verder.

Een fietser rijdt zonder licht, zwaait vrolijk naar een politieauto en niemand die het ziet want het is donker.

Minister Koenders is tegen Nederlandse bombardementen op Syrië en krijgt een brief uit Amerika die hem in enkele tellen van gedachten doet veranderen.

De Verenigde Staten bombarderen in Afghanistan een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen maar ze wisten niet wat ze deden.

Onze martelende vrienden heten Saoedi-Arabië, de Islamitische Staat. Alles is relatief, het is maar hoe je het bekijkt.

Wanneer je wapens verkoopt zeg je dat ze er niet mee mogen schieten, de moraal van de gek.

Wanneer ieder helemaal voor zichzelf zorgt heet zelfs dat voortaan participatie, maar waarin is de vraag.

Het wordt warmer en warmer, het ijs smelt, het water stijgt, de bodem daalt, de Wadden verdrinken en de Nederlander mag van de VVD harder rijden op de autoweg.

De grutto’s krijgen zendapparatuur maar nog geen grazige weiden.

Onze kleinkinderen draaien voor de gevolgen op. O, heb je dan kinderen? Gelukkig Nieuwjaar.


Zie, de morele staat van de wereld. Schiet me wat te binnen. Pas was het druk op straat en iemand wilde dwars door me heen lopen. ‘Ik weet niet of dat past’, zei ik nog. Hij kwam er van achteren uit zo ongeveer en had geloof ik niets gehoord of gezien.
    Schiet me te binnen. Een keer stopte iemand op de fiets toen ik het zebrapad over wilde steken en lachte me vriendelijk toe. Zoiets vergeet je nooit.



Je bent gewogen en te licht bevonden (Daniël 5: 25-27)