zondag 15 mei 2022

Een these over de grond, de aarde

                                De grond héb je niet, nooit   


In een voor dit onderwerp willekeurige roman las ik dat iemand met een koloniaal verleden uitsprak dat hij de kolonie moest verlaten. Want hij had helemaal geen recht op de grond. De grond die anderen voeding en welvaart bracht. Niemand heeft het recht het land van een ander te bezetten. De grond, het land en de aarde, alles om hetzelfde is een onvervreemdbaar bezit in de omgekeerde zin. Grond, land héb je niet. Het verlangen ernaar kan diep en zelfs spiritueel, gelovig zijn, maar er is geen recht zonder de grond zelf en de mensen die er wonen.

De wereldgeschiedenis begint bij de grond. Waar liepen Adam en Eva en andere vroege mensen? Het gaat dan misschien om symboliek, maar dat maakt niets uit als de symboliek er wel toe doet.
    In de modernere geschiedenis, zo ook in de vele oorlogen en machtswisselingen weten de aanstormende machthebbers het heel goed. Land veroveren met de oogkleppen voor. Kijk naar Brazilië, Indonesië, de Israëlische zionistische ideologie van landjepik, het huidige Rusland dat iets ouds wil waarbij het veronderstelde nieuwe voor deze middelmatigheid totaal ontoereikend blijkt, of zie de oude kolonialen Nederland in Indonesië en België in de Congo. Steeds het machtsstreven, dat de aarde van anderen wil beheersen en er maar niet mee op weet te houden. Steeds die verhullende woorden bij deze thema’s, terwijl het om de grond gaat en de daarop gestoelde macht en machten.
    Rusland? Ik zag een beeld van een Russische tank die schoot op een stuk nagenoeg leeg land. Oeroud instinkt speelt mee. En dan de grond heilig verklaren? Mislukking.

Oud thema. In de filosofie waren zij er al, de aarde versus de hemel. Het zit inmiddels al ontelbaar generaties lang in de genen, ieder beoordeelt de maatschappelijke ornamenten, de buitenkant van het leven, aan hand van de uitstraling. De rijke uitstraling die niet anders gebaseerd kan zijn dan op het land dat bezet wordt. Uitstraling uit angst voor verlies. Terwijl vergeten wordt dat de grond dichtbij is. De mens deelt de grond zoals die bestaat, ondanks de uit historische strijd verworven, tijdelijke scheve verdeling ervan.

De angst te verliezen is groot en wordt onvoldoende begrepen. Maar de tijd speelt mee. Uiteindelijk wordt er door het egoïsme van het individu altijd verloren, en voor alle mensen samen is het nog maar de vraag hoe dit afloopt. De grond, de aarde is de basis en zal dat blijven ook.

De grond, de aarde, de natuur in de meest algemene zin van het woord, en de wereld, zij leven en floreren slechts als er een balans bestaat. Een balans die steeds weer nieuwe verschijningsvormen van zichzelf ontwikkelt. De wereld snakt naar harmonie, maar als je de woorden van vandaag hoort bestaat er in het woord ‘balans’ nog lang geen harmonie.
    De grond is de kern van alles. De aarde kan niemand voor zich alleen opeisen, althans zonder een flater te slaan. Net zoals dat van de hemel ook al niet kon. De grond, de aarde is verbonden met het leven zelf. Verantwoordelijk zijn zij en hij die er wonen, er tijdelijk verblijven. De aarde en de oorlog staan haaks op elkaar. Deze kleine metafysische uitspatting getuigt daarvan.


Stop de oorlog. Nu. 


















donderdag 28 april 2022

1 mei-viering als bijdrage aan linkse samenwerking


 – Als twee mensen bijeen komen en hun krachten bundelen, zijn zij tezamen tot meer in staat en hebben zij bijgevolg samen meer recht over de natuur dan ieder afzonderlijk. En naarmate meer mensen op deze wijze zich in hun nood hebben verbonden, in die mate zullen zij allen in hun vereniging meer recht hebben. –

Benedictus de Spinoza, Tractatus politicus (ca. 1675-1677)


Iets heel simpels: kunnen mensen de maatschappij waarin zij leven veranderen? Impulsief: ja, toch. Bijna niemand gelooft echter dat je het kapitalisme kunt afschaffen. Terwijl velen helemaal niet in de weldadigheid ervan geloven. Deze paradox speelt mee als we ons afvragen wat de1 mei-viering heden ten dage nog kan betekenen. Want wat willen we eigenlijk?
    Er verschijnen veel artikelen en boeken over urgente maatschappelijke thema’s. Veel mensen willen maatschappelijke vraagstukken aanpakken en zijn betrokken, en vooral ook bezorgd. Publicaties hierover eindigen echter vaak met zinvolle kritiek, maar laten het dan vervolgens daarbij. Zelfs de scherpzinnigste researchjournalist laat per saldo de lezer doorgaans achter met lege handen. Hij moet het maar zelf ontdekken, hoe kolossaal de aangekaarte vraagstukken ook zijn. Resteert er geen taak de kritiek te verbinden aan een perspectief of handeling? Ja, het kan en moet anders, politieker, en vragen daarbij over macht en vrijheid mogen niet worden geschuwd.

Tegenover de verwarring kan een hechtere linkse en socialistische samenwerking een kracht vormen, om de discussie echt verder te voeren en een sterker politiek optreden te bereiken. ‘Vereniging’, dat is het oude pleidooi. Daar hoort veel bij, zoals vaker dan nu gebeurt het ‘eigen gelijk’ van anderen accepteren. Visies respectvol bespreken, zo nodig met stevig debat, dat echter niet loslaat, maar tracht de krachten duurzaam te bundelen. Sociaal, ecologisch en essentieel vreedzaam als kader en hoofddoelen. En een sterkere, dynamische eenheid van actie op verschillende politieke niveaus, van parlement tot het bezetten van bomen door milieuactivisten. Vice versa.

Grote lokale en mondiale vragen over politiek, economie en klimaat verdienen een sociale macht die houvast biedt. Zowel om het denken hierover als de actie in de goede richting te versterken. In woord en daad de gezamenlijkheid beproeven met bestaande en nieuwe vormen. Dus ook met het oude maar waardevolle adagium ‘Eenheid in verscheidenheid’.
    Politieke eenheid vraagt voortdurend om verankering. Mensen zijn gewend voor hun mening op te komen, maar een resoluut slotwoord waarin de kracht van de verschillende opvattingen sterk en respectvol worden benoemd is bepaald geen geaccepteerde gewoonte in ‘het debat’. De antithese wordt vaak eenzijdig vooropgesteld en blijft in de gedachten hangen. In dat geval overheerst uiteindelijk de kakofonie, wat bij grotere acceptatie van verschillende opvattingen beslist niet nodig is.

Samenwerking vraagt soms om een nederige houding, zeker ook van succesvolle politici. Omgekeerd, van ‘beneden naar boven’ bezien is dat niet zo anders. Activisme, praktisch optreden in brede zin biedt een noodzakelijke basis voor linkse samenwerking en een sterke politiek. Aan de basis en juist ook (het leren) samenwerken van groepen die óók verschillen en trots zullen zijn op dat verschil. Dat verschil kan een stuk geschiedenis zijn, maar ook een theoretisch inzicht of een grote geslaagde actie. Dan gaat het erom dat verschil niet te miskennen, maar eerder erin te geloven dat je van verschillende invalshoeken veel van elkaar kunt leren. En elkaar vasthouden in de strijd die zo nodig is. Dan zul je zien dat de sterkere actievormen én ideologie verder aan kracht kunnen winnen, terwijl tekortkomingen besproken en bijgesteld kunnen worden.

De media gaan met linkse samenwerking heel anders om. Men kijk meestal louter parlementair en is heel kortstondig geïnteresseerd in fusie-taferelen. Media benadrukken de mogelijke bundeling van linkse partijen, bonden, actiecomités en organisaties op een volstrekt andere wijze dan de activist in de straat ervaart, die bijvoorbeeld met een huuractie of vergroening actief is. Alsof alleen het parlement interessant is.
    Als samenwerking niet meer is dan een opiniepeiling of statische blik op een heel kortdurende situatie, dan heeft die samenwerking nauwelijks zin. De beginperiode van de fusie destijds van PSP, CPN, EVP en PPR tot GroenLinks leert dat ook. Het was een optelsom van ideeën waarin het lang zoeken was naar nieuwe vormen en sterkere ideeën, die breed gedragen waren. Ook omdat de actieve leden van de oude partijen meer dan eens afhaakten bij gebrek aan acties in de basis van de samenleving. Waarbij de ideologische gaten die ontstonden al snel door anderen zoals de SP werden ingevuld.

Nieuwe fusiebewegingen kunnen veel leren van de eerdere, maar als een vaste maar dynamische band met de actieve basis ontbreekt zal het effect beperkter zijn dan simpele optelsommen uit opiniepeilingen suggereren. Daarmee bedoel ik niet dat voorzichtigheid de overhand moet hebben. Met een beetje utopie of een vrijheidslievend socialisme is niet zoveel mis. Het vrijheidsaspect moet bewaakt blijven en creatieve ideeën kunnen heel wervend zijn. Ze kunnen de actieve houding van ‘beneden naar boven’ versterken. Zo moet ‘socialisme’ niet zozeer opgevat worden als een vaste situatie, maar als een sociale en democratische beweging die óók bereid is democratisch verworven machtsposities te vervullen. En het moet tegelijk dicht bij ‘het volk’, de actieve, strijdbare mensen staan. Gewoon in het dagelijkse leven.

In de praktijk van het socialisme, van het ‘Het Communistisch Manifest’ tot en met de acties vandaag in de zorg, het onderwijs, de huisvesting en tegelijk in de mondiale strijd tegen oorlog en onderdrukking, komen steeds weer vergelijkbare thema’s naar voren. Deze zijn alle terug te voeren zijn tot ongelijkheid in macht, recht en eigendom. Als dat goed geanalyseerd zou worden, zou al een stap gezet zijn.
      Dan telt echt niet als enige ‘morgen fuseren’, maar wel: hoe kunnen we een sociale tegenmacht vormen die de werkenden en werklozen hun rechten én een goed inkomen geeft. Dat zijn zaken die altijd herkend worden, en óók socialistisch links bedreigen wanneer die het in de dagelijkse strijd laat afweten.
      Aldus bestaan cruciale punten die neerkomen op de noodzaak van vakbewegingen, sociale actiecomités, bewegingen tegen de oorlog, comités voor mondiale gelijkheid, etc. alle krachtig samen te werken op lokaal én parlementair niveau. Het betekent ook dat je mensen moet overtuigen door te gaan op deze niveaus hoeveel teleurstellingen een sterke overtuiging op dit punt in de weg kunnen zitten.
    Meer dan kort geleden vermoed werd bestaan er grote maatschappelijke tegenstellingen, zoals de oorlog versus de vrede, een zwaar bedreigd klimaat, onvoldoende sociale zorg, een gebrek aan huisvesting, en last but not least ook aan echt goed passend vast werk met bijbehorende rechten en collectieve voorzieningen.
      Het is weer de meimaand met de nodige festiviteiten en voor de arbeidersbeweging het hoogtepunt van de Eerste Mei. Daar wordt wel eens lacherig over gedaan. Ten onrechte. Het is een van de schaarse demonstraties die laat zien dat een eenheidsstrijd mondiaal mogelijk is, democratisch, sociaal en krachtig.

De 1-mei-viering is in de vroegere strijd ontstaan – concreet vanuit de arbeidersstrijd in Chicago in 1886 – en overgenomen door de toenmalige ‘Tweede Internationale’. Dat was een organisatie die verschillende socialistische groepen en personen steunde, in meerdere landen. Internationaal solidair.
    Samenwerken dus? Niet laten voorschrijven door anderen. Maar geef het actieve socialisme de ruimte, inclusief om te discussiëren en kritiseren, zolang dat dat geen doelen op zichzelf worden. Verschillende ideologieën zijn voor elkaar interessant, zeker in een snel veranderende maatschappij met tal van nieuwe mogelijkheden én bedreigingen. De geschiedenis leert dat ondanks de ogenschijnlijk grote verschillen steeds weer vergelijkbare punten naar voren komen.

Laat ik nu de hele partijvorming buiten beschouwing? Neen, organisatie maakt je sterker, maar er zijn ook talloze actieve mensen en studenten etc. die (nog) een andere insteek hebben. Kortlopende acties kunnen enorm mobiliserend zijn. De kunst is de bewegingen meer met elkaar te verbinden, concreet op acties en ideologische punten, inclusief het faciliteren van progressieve organisaties.
    De kranten schreven na het aftreden van Lilianne Ploumen dat de kopstukken van de PvdA wel snel de krachten zouden moeten bundelen met GroenLinks. Ja natuurlijk, als dat kan en de noodzaak gezien wordt moet je dat doen. Linkse partijen denken maar al te vaak dat hun ideologie zo goed is dat bij verkiezingen de kiezer vanzelf zal inzien dat ‘onze partij’ als enige de juiste lijn vertegenwoordigt. Maar dat werkt niet zo! En als je dat idee kunt overstijgen met een bundeling met een zeker behoud van identiteit van de deelnemende partijen, zijn er redenen om dát te doen. Maar dat (dus) zonder de overspannen inzet die de resultaten van morgen vandaag al denkt te kunnen bereiken.

De artikelen en reacties – ook voor tv – overziend blijft de fantasie van politieke leiders en het journaille toch overwegend uitgaan van recente of actuele parlementaire posities en een toekomstige parlementaire samenwerking. Als dat alles is zal dit echter al gauw blijken een incident of inbreng voor slechts enkele jaren te zijn. Een hechte samenwerking heeft veel meer body nodig, een basis waar actieve leden en andere activisten ‘werken aan de samenleving’ en de facilitering mag niet alleen top-down en ook niet alleen bestuurlijk zijn, maar eerder een sterke wisselwerking van beneden naar ‘boven en omgekeerd.’ Met regelmatig contact door alle lagen van de organisatie heen en een sterk democratische organisatie.
       Wie levert de grootste bijdrage als de samenwerking echt lukt? De parlementariër weet het echt niet per se beter dan de man in de straat of de zorgmedewerker in de gemeente die strijdt voor verbeteringen en bijvoorbeeld voor de leefbaarheid. En tal van andere voorbeelden zijn hier te noemen.
      Leve de ‘Eerste Mei.’ Weg met de koudwatervrees, een stevige bodem vormen, een fundament. Geef de leden vaak de vrije hand, steeds weer, om samen te werken en verder te komen dan voor de eenzame politicus alleen ooit mogelijk was

De ‘Eerste Mei’ is ‘dus’ een van de bepalende gebeurtenissen die kan helpen de socialistische en andere linkse ideeën te steunen. En de samenwerking te bevorderen, allereerst op de politieke hoofdzaken en actiepunten voor partijen, vakbonden en klimaatbewegingen. Lang Leve de Eerste Mei. De tegenspraak overstijgen in woord en daad.
Laat 1 mei een bijdrage zijn aan de linkse samenwerking. Een samenwerking op basis van het inzicht dat parlementair en buitenparlementair optreden elkaar kunnen versterken, en dat veel te vaak vergeten was dat andere visies dan de eigen een geëigend politiek idee kunnen vormen voor velen.




NB – Dit artikel kiest een algemene benadering. Per situatie zullen de concrete accenten verschillen. Duidelijk zal zijn dat de strijd tegen de oorlog en tegen de verslechtering van het klimaat momenteel topprioriteit zijn.




Bronnen

Deze weblog is mede gebaseerd op mijn boek: Actief socialisme en Vrijheid, Pleidooi voor hechtere linkse samenwerking, Uitgeverij Damon, Eindhoven 2018. Dit is nog te bestellen bij de uitgever, de boekhandel of de auteur per mail: jschaaf50@outlook.com.

De aanhef komt uit: Benedictus de Spinoza, (Hoofdstukken uit) De politieke verhandeling, Uitgeverij Boom, Meppel, Amsterdam 1985, p. 51. Dit boek, geschreven van (ca.) 1675-1677, is niet afgemaakt en postuum verschenen.























zaterdag 16 april 2022

Even iets opruimen & een pleidooi voor Vredesonderwijs


Gisteren rommelde ik even op zolder, op zoek naar een boek. Tussen wat oude brochures vond ik een ‘Werkmap voor jongerengroepen’ met als titel ‘Energie, bewapening, Derde Wereld’. Uitgegeven door – kort samengevat – een samenwerkingsverband van organisaties voor jongerenwerk en kritisch vormingswerk in 1983. Een prachtig document voor scholing en bewustwording uit de jaren tachtig.
    En zo actueel! Uit 1983! Terwijl nu de oorlog in Oekraïne woedt, een oligarchenkapitalisme te keer gaat tegen de bevolking van een autonoom land! Met aan het hoofd een gek geworden autocraat.
    De brochure is van 1983, de jongeren van toen zijn de (jong) volwassenen van nu. Hebben zij van dergelijke brochures niet geleerd? Het lijkt er meer op dat sommige volwassenen van toen allerlei oude, sentimentele en onrealistische ideeën uit de kast pakken. Uit angst? Waarvoor? Tekortgekomen, wat dan?
    Het oude kan nooit zonder groot verlies terugkomen. Karl Marx wees er eens op dat herhaling in de geschiedenis vaak eindigt in een klucht én een drama. Dat drama zien we voor onze ogen weer gebeuren, met zelfs de reële dreiging dat er kernwapens worden ingezet.

Energie, bewapening en Derde wereld. De laatste term is tegenwoordig helaas vervangen door ‘vluchteling’, maar in wezen duiden de drie woorden op de grote vragen van onze tijd. Waarmee we nog lang niet klaar zijn. Menselijk en pedagogisch gezien is een pleidooi op zijn plaats de goede oude dingen te bewaren, zoals de lieve vrede, een sterk energiebeleid om het klimaat ‘te redden’, en nog meer op te komen voor de ontheemden uit de landen waar hun akkerland verdroogt.
    1983, vredesvorming, vredesonderwijs. Misschien is dit een goed ijkpunt om de politiek en strijd van nu eens wat vaker mee te gaan vergelijken. Om de spiralen van geweld te keren en solidair te zijn met vluchtelingen. De moed nooit opgeven als het hierom gaat.





 

 

Op zoek naar organisaties tegen de oorlog?

Zie bijvoorbeeld:

Stop Wapenhandel

PAX








dinsdag 5 april 2022

Klimaattechneuten gezocht

 
De klimaatonderzoekers van de Verenigde Naties, het IPCC, hebben in het zoveelste rapport nogmaals de vinger op de zere plek gelegd. Of beter, geen zere plek, maar heel het leefklimaat is bezig vast te lopen in een groot drama, waar iedereen, alle overlevende soorten – planten, dieren en mensen – mee te maken krijgen. Of eenvoudig gezegd: er moet nu en komende tijd heel veel gebeuren om de opwarming te stoppen. Vrijwel onmogelijk, maar de aarde is een schuitje waar we met z’n allen in zitten. Varen, drijven of zinken? Je zegt het maar.

Doorzeuren hierover helpt niet. De vele initiatieven die in de startblokken staan, net uitgekomen zijn of al in de maak zijn, zijn alle nodig, inclusief een zeer doortastend overheidsbeleid.
      Doortastend? Een kolencentrale die toch niet dicht zou gaan, omdat er nu veel mee verdiend kan worden? Een dergelijke houding en beleid moet direct volkomen ‘uit de tijd’ verklaard worden. Direct overheidsingrijpen moet dan maar de oplossing bieden. Het klimaat vraagt om een ander, nieuw, hoger niveau van trefzeker handelen.

Op het niveau van de burger, de nieuwe woontoestanden thuis, is veel financiële en technologische ondersteuning nodig in de veranderingsprocessen. Dát schiet me in de eerste plaats te binnen, als ik over het IPCC-rapport lees. In beroepen van technologische vernieuwing, zeg maar die van de monteurs, en voor de nieuwe duurzame voorzieningen van leven en zorg, zeg maar die van de verpleging, zijn tal van nieuwe voorzieningen, werkplekken en maatregelen nodig. Concreet kunnen je zeggen dat het beroep van de toekomst op Mbo- en Hbo-niveau vooral te vinden is bij jongeren die op een professioneel niveau en gemotiveerd ‘goed sleutelen kunnen’. Met daarbij een goed salaris, veel deskundigheid en met inzicht in de noodzakelijke veranderingen.

Dit biedt extra kansen voor het onderwijs en andere vormen van scholing. En dat niet alleen, er zijn hier bij doortastend handelen ook grote kansen voor de vakbeweging. Werven onder jongeren, hen ook arbeidsrechtelijk stevig scholen en het hele ‘loongebouw’ inclusief reële medezeggenschap goed positioneren.

De IPCC-rapporten moeten heel serieus te nomen worden. Als dat gebeurt zullen de vragen uit de samenleving veelvuldig en veelzijdig zijn. Het is zonneklaar dat er dan veel nieuw geschoold personeel nodig is om de verandering tot in de huiskamer en de tuin door te voeren. Het vergt bovendien doortastende deskundige leiding aan deze processen.
      Op verschillende niveaus van beleid en uitvoering moet snel veel gebeuren. Helaas is ook in dat opzicht nog een lange weg te gaan. Twijfel die veranderingen uit te voeren verdient een sterk en genuanceerd tegenantwoord. Per saldo is nog veel mogelijk, de tijd daarvoor is rijp. Varen, drijven of zinken? Je zegt het maar.






Verrassende vormen in de natuur behouden

Onlanden bij Groningen