donderdag 6 september 2012

Machiavelli – Er zijn altijd twee stromingen


Verkiezingen. Volgende week weten we het: sociaal of liberaal? Wat misschien niet iedereen weet is dat hier een universele wet aan de orde is. Althans wanneer we Niccolò Machiavelli gelijk geven, en waarom niet?

Van Karl Marx is bekend dat hij de ontwikkeling van de cultuur ziet als een geschiedenis van klassenstrijd. Liefst wil hij die beëindigen met zijn socialistisch en communistisch ideaal. Vaker schrijft hij over de opheffing van de klassentegenstelling iets praktischer of wellicht realistischer. Het ‘loonsysteem’ moet definitief worden afgeschaft. In het boekje ‘Loon, prijs en winst’  roept Marx hiertoe op. De arbeidersklasse wordt definitief bevrijd als het systeem van uitbuiting wordt opgeheven.

Marx was niet uniek in zijn visie op klassenstrijd, het principiële gevecht van belangengroepen om macht, rechten, aanzien en rijkdom. Plato onderscheidt klassen en belangen, en wil ook een opheffing van destructieve tegenstellingen. Laat de filosofen de staat besturen, de wijzen. En Plato was beslist niet de eerste met zo’n idee. De oude Chinese filosoof Mozi riep op ‘de besten’ te kiezen als bestuurders van de staat. En als je naar Aristoteles kijkt, of later – als voorbeeld onder velen – naar Rousseau en Kant, er is flink nagedacht of fundamentele tegenstellingen binnen de staat en tussen staten oplosbaar zijn.
      En de invalshoek van deze oplossingen verschillen op hun beurt ook weer. Sommige ontstaan vanuit een sociaal perspectief, andere meer vanuit eigenbelang van een groep, klasse of natie.

Iets dat fundamenteel is, getuige het feit dat de vragen erover steeds terug komen, laat zich dus niet en zeker niet makkelijk oplossen. Vaak zijn er inderdaad niet alleen tegenstellingen herkenbaar maar ook een fundamentele tweeslag van posities, belangen en eigenschappen. Het gaat om macht, economische uitbuiting, moreel besef, of sociaal gevoel versus het voorop stellen van eigenbelang. Koning, adel en heersers versus het volk of voor het volk, eigen winst versus sociale welvaart, de ander als middel of vooral ook als doel, graaiende bankiers versus de kleine spaarder, enzovoorts.
      Soms zijn er scherpe tegenstellingen, soms meer gecamoufleerde en soms echt mildere tegenspraken van belangen. Sociaal of liberaal, socialisme versus liberalisme, met zijn actuele variant van het neoliberalisme, het gaat ergens om. Het kan inhalig egocentrisme versus sociaal besef zijn, of goedbedoelde accentverschillen. De richting doet er echter altijd veel toe, moreel en praktisch.

Niccolò Machiavelli (1469-1527) schreef niet alleen zijn beroemde boek ‘De heerser’. Even scherpe politieke analyses van de geschiedenis en van zijn tijd lees je in ‘Discorsi, Gedachten over staat en politiek’. Machiavelli geeft hierin onder meer een treffende kenschets van bovengenoemde fundamentele tegenstelling, wanneer hij het heeft over de strijd tussen adel en volk en over hen die deze strijd veroordelen. Machiavelli: ‘Zij (die deze strijd veroordelen) staan er niet bij stil dat er in elke staat twee stromingen zijn: die van het volk en die van de elite; en dat alle wetten die gemaakt worden in het belang van de vrijheid het gevolg zijn van wrijvingen tussen deze twee, zoals ook in Rome duidelijk het geval was.’
      De tweestrijd van posities en belangen is dus fundamenteel, dat wil zeggen, (vrijwel) onophefbaar. In alle staten is dit nu eenmaal zo, volgens Machiavelli. Hij geeft echter ook een oordeel dat verder gaat dan een feitelijke beschrijving. De tegenstelling is productief, leidt tot wetten, regels en vergroting van vrijheden.

Zolang de tegenstelling sociaal en liberaal niet opgeheven wordt of kan worden, moeten socialisten en liberalen elkaar dus vooral de maat nemen, elkaars posities aanvechten en hun rechten claimen. Nu het neoliberalisme zich afgelopen decennia zo onbeschaamd heeft kunnen laten gelden, is het hoog tijd voor een beweging de andere kant op.
      Het kan binnen en buiten Nederland nog een belangrijk, maar ook boeiend gevecht worden de komende tijd. Niet makkelijk, zeker met risico’s en met moeilijk voorspelbare resultaten. Met het helder onderkennen van de tegenstelling is niets mis.







Bronnen o.m.:
- Niccolò Machiavelli, Discorsi, Gedachten over staat en politiek, Vertaald en toegelicht door Paul van Heck, 5e druk, Ambo, Amsterdam 2007, p. 103.
- Karl Marx, Loon, prijs en winst, 8e druk, Pegasus, Amsterdam 1975, p. 80.



Meer over Machiavelli, zie de weblog van 7 april 2019.






maandag 27 augustus 2012

Karikatuur als argument


Wie kent vandaag de dag Theodore Dalrymple niet? Hij is de ideoloog van rechts, die schrijft over sociale voorzieningen en het nuttige bestaan ervan betwist. Hij argumenteert echter nogal droevig. Valse generalisaties en deze vervolgens met een vette nadruk herhalen, dat is het zo ongeveer. Uit de praktijk kent hij voorbeelden van door links – bijvoorbeeld sociaaldemocraten – in het leven voorzieningen die in een bureaucratie zijn uitgelopen en waarvan gebruikers passief gebruik maken. Die voorbeelden kennen u en ik ook. Maar zeggen wij dan ook dat alle sociale voorzieningen zo werken? Dalrymple wel.

Zijn redeneerschema is ongeveer als volgt. Dalrymple start zijn betoog met een soort wetenschappelijke definitie of pakkende volzin, zodat hij lijkt op een nauwkeurig redenerend filosoof, vervolgens komt het slechte voorbeeld, daarna wordt dat geldend verklaard voor de meeste praktijken en tenslotte worden die slechte sociale praktijken nog wat keren herhaald. Afschaffen dus maar, is dan de voor de hand liggende boodschap.

Triest dat in bezuinigingstijd hiervan gebruik gemaakt wordt. Een poosje terug, 14 juli jl., publiceerde De Volkskrant een samenvatting van een stuk van Dalrymple dat verscheen in Christen Democratische Verkenningen, een blad van het CDA dus. De pakkende titel van De Volkskrant zegt al genoeg over inhoud en uitkomst: ‘Solidariteit ondermijnt compassie’. Dat doet het goed in en buiten verkiezingstijd voor wie op sociale voorzieningen wil bezuinigen.

Ook hier de geschetste argumentatiestructuur. De start bestaat uit enkele nette zinnen over ‘woorden’ die zowel een denotatie als connotatie kennen. Dan wordt vanuit Oxford English Dictionairy een definitie gegeven van solidariteit. Volgens Dalrymple moet solidariteit voortkomen uit een subjectieve identificatie met degene op wie zij is gericht. Dan volgt een verhaal over zakkenvullers in sociale voorzieningen en de gezondheidszorg, en wordt gezegd dat Dalrymples eigen ervaring is dat die subjectieve betrokkenheid ontbreekt en het vooral brutale behoeftigen zijn die zich de voorzieningen eigen maken. Ook zegt hij nog dat er ‘geen ontsnapping mogelijk is aan de opdringerige walm van goede bedoelingen.’ Het eindigt met de suggestie dat compassie, de emotie die we voelen als we anderen zien lijden, eigenlijk alleen bestaat buiten de bestaande sociale voorzieningen.

In deze stappen is dan het volgende gebeurd: enkele voorbeelden worden leidend gemaakt voor alle sociale gedrag. Binnen de instituties is alles slecht en het goede moeten we dus zelf daarbuiten zoeken. Het betoog neemt je verleidelijk mee. Maar vergeten wordt dat solidariteit niet alleen subjectief is, maar ook een objectieve kant kent. Alle mensen kunnen problemen krijgen, dus waarom zou je niet gezamenlijk naar oplossingen zoeken? Binnen de zorg bestaan ongetwijfeld bekritiseerbare voorbeelden, maar zeker ook veel positieve. En waarom zou solidariteit tegenover compassie staan? Mensen kunnen ook werken in de zorg omdat zij zich echt betrokken voelen met anderen en graag dat werk voor die anderen doen.

Sociale voorzieningen moeten zowel betrokken als doelmatig zijn. En compassie en solidariteit bestaan op tal van plaatsen, ook in vrijwilligerswerk en voor de eigen familie of buurt. Maar dat solidariteit altijd compassie ondermijnt is gewoon onzin. Beide begrippen hebben namelijk veel met elkaar te maken. Mensen zitten in het leven in het zelfde schuitje, ze hebben elkaar dikwijls nodig. Sociale collectieve arrangementen kunnen daaraan bijdragen. Bovendien kunnen mensen hierop beroep doen als de eigen omgeving niet in staat is voldoende zorg of hulp te bieden, en dat past in een beschaafde wereld. Wanneer het CDA het maatschappelijk middenveld wil promoten is dat prima. Ze kunnen dat beter doen zonder de valse generalisaties en eenzijdigheden van Theodore Dalrymple. Compassie en solidariteit gaan prima samen!


donderdag 23 augustus 2012

Klokken luiden valt nog niet mee

Zelfstandig nadenken en verantwoordelijkheid nemen maakt mensen kwetsbaar. Neem de klokkenluider. Vandaag wordt longarts en hoogleraar Piet Postmus ontslagen door de Raad van Bestuur van het VU-ziekenhuis, het VUmc in Amsterdam. Erkend wordt dat hier grote zorgen bestaan over de veiligheid van  patiënten, maar degene die het zegt moet boeten. Al heeft hij misschien levens gered. De wereld staat bij het hedendaagse management veel te vaak helemaal op z’n kop. Er mist fatsoen, er heerst eigenbelang.

In het parlement heeft Ronald van Raak (SP) deze zomer een initiatiefwet ingediend, die klokkenluiders rechtsbescherming en financiële ondersteuning moet bieden. Uitstekend initiatief. Belachelijk natuurlijk dat zoiets moet, maar maatschappelijk zeer noodzakelijk. Vandaag blijkt immers weer dat de misstanden bij het hebben van een deskundige en verantwoordelijke mening en er nog voor uit komen ook, nog lang niet zijn opgelost.



vrijdag 17 augustus 2012

Waar is de werkelijkheid?


Wil je weten waar de werkelijkheid gebleven is? Op buienradar. De realiteit van wolken en buien die heel Nederland met grote interesse volgt. Komt er zo’n bui in je richting, dan berg je maar!
Zo loop ik op een mooie dag op het strand, beetje wind, niet koud en om het eiland wat wolken. Mooie luchten. Geen kip te zien, dat wil zeggen, heel wat minder badgasten dan je vroeger zag op zo’n wat frisse maar mooie uitnodigende dag.
Best te begrijpen. Buienradar lijkt een boel nattigheid te voorspellen. Het blijft echter bij virtuele regen. Verderop zijn wat buien zichtbaar, hier zeker niet, in het zonnetje.

Buienradar mist geen dag van de moderne Nederlander. Het zijn actieve buien. Altijd even kijken, al zit je de hele dag op kantoor. Komt de natuur zo maar bij je binnen. Eigenlijk is het dan altijd vakantie en weet je die buien toch maar knap te ontwijken.

Welbeschouwd loop ik niet helemaal op mijn eentje op het strand. Hondenbezitters moeten er wel op uit. Hond gaat voor bui. Geheid nat dat die wordt als die de zee ziet, dat maakt dus niet veel uit.
Uren later dringt de zon verder door in de collectieve hersenpan en verschijnen wandelaars. Buienradar vervreemdend? Lekker rustig wordt het er soms van.