maandag 18 januari 2016

Rosa Luxemburg en de vogels


‘Zo vandaag opeens dat roodborstje, dat mij slechts in het begin van mei een paar maal had bezocht. Ik weet niet of je van dit vogeltje en zijn gezang wat meer weet, ik heb het – zoals zo vele andere – pas hier goed leren kennen en houd er onvergelijkelijk veel meer van dan van de veelgeroemde nachtegaal. De schallende voordracht van de nachtegaal is me veel te primadonna-achtig, is te veel ingesteld op het publiek, daverende triomfen, verrukte lofuitingen.’


Over deze roodborst schrijft de revolutionaire socialiste Rosa Luxemburg (1871-1919) in een brief in juni 1917 aan een vriend. Ze heeft ‘hier’ de vogels leren kennen. Dat ‘hier’ is de gevangenis.
      Het grootste deel van de Eerste Wereldoorlog brengt de kritische revolutionaire Luxemburg door in de gevangenis. Anderhalf jaar na deze brief zal ze – samen met Karl Liebknecht – vermoord worden door reactionaire militairen, een opmaat tot het nationaalsocialisme.

Luxemburg is een voorbeeld van een politica en denker die altijd zelfstandig denkt en haar ogen open houdt. In de gevangenis doet ze tal van waarnemingen, leert de natuur vanuit haar beperkte ruimte kennen en de uiteenlopende verschijnselen sterk waarderen. Haar contact met spinnen, vlinders, een wesp en ‘zo vele’ vogels betekent voor haar, gevangen als ze zit, een belangrijk deel van de overgebleven vrijheid. Vrij denken en in de kleinste ruimte zien wat er allemaal bestaat.

Ze stond bekend als fel en misschien rechtlijnig, veel verwachtend van de massa die in opstand moet komen. Zij was met velen solidair én vaak uiterst kritisch, ook naar de voorlieden van het socialisme met aanzien, zoals Eduard Bernstein, Otto Bauer konden ervaren. En midden in de Russische Revolutie was Luxemburg solidair, en tegelijk kritisch met betrekking tot een aantal maatregelen van Wladimir Lenin en Leon Trotski. Kritiek ging bij haar altijd om de politieke zaak, niet om de persoon.
      Kritiek hoort bij de politiek en zeker bij de revolutionaire socialistische politiek, meende zij. Dat dus socialistische politici ter rechter- of ter linkerzijde kritiek konden krijgen was voor haar niet vreemd. Het ging niet slechts om die ene juiste lijn, maar om wat waar was op dat moment, of volgens de meest actuele inzichten die er dan waren. Politiek is altijd ook kritiek, vice versa.

Uit haar brieven komt een sterke vrijheidsdrang naar voren. Wanneer zij van februari 1915 tot november 1918 vrijwel de hele tijd in de gevangenschap doorbrengt vanwege haar kritische politieke houding, schrijft ze onder meer brieven die veel zeggen over haar persoonlijke levensinstelling en socialistische mensvisie.
      Onder alle omstandigheden moeten mensen trachten hun waardigheid en morele vrijheid te bewaren. Over het gevangen zijn klaagt ze nauwelijks, wel spreekt ze keer op keer over allerlei vogels, vlinders en insecten alsof het haar nabije vrije vrienden zijn, haar levende contrast met het gevangenschap. Dat sommige anderen in deze tijd vaak angstig of benepen zijn en klagen, kan ze moeilijk verdragen.

Luxemburg was niet ijdel, sommige anderen wel. Daarom krijgt de nachtegaal met zijn luidruchtige ijdelheid er van langs in een mooie beeldspraak, al kan de vogel het ook niet helpen. Eigenzinnig was ze wel, een waarachtige persoonlijkheid, een mens. Dat beeld komt naar voren in de vele brieven die zij schreef in gevangenschap. Ze heeft een soort direct contact met de natuur, met name de vogels, haar vogels … Het lijkt om een mensbeeld te gaan wanneer zij schrijft over vogels.
      Welke politieke richting kan dit evenaren? Alhoewel, Jean-Jacques Rousseau schreef over planten, die kon er ook wat van. De natuur is een thema op zich dat bij meer filosofen en politici een rol van betekenis speelt.

In Luxemburgs brieven uit de gevangenis treden heel wat vogels en insecten op. De hommel en de koolmees: ‘… innerlijk voel ik me in zo’n stukje tuin als hier of in het veld te midden van hommels en gras veel meer op mijn plaats dan – op een partijcongres. Jou kan ik dat alles immers wel zeggen: je zult niet direct verraad aan het socialisme ruiken. Je weet, ik zal toch naar ik hoop op mijn post sterven: in een straatgevecht of in het tuchthuis. Maar mijn diepste ik behoort meer aan de koolmezen dan aan de ‘partijgenoten’. (p. 97)
    Observeren lukt soms ook, 24 maart 1918, Breslau: ‘Er gebeurt namelijk in dit voorjaar iets merkwaardigs: de vogels zijn allemaal ongeveer 1- 1½ maand te vroeg aangekomen. De nachtegaal was al op 10 maart hier, de draaihals, die pas eind april komt, lachte al op de 15e en zelfs de wielewaal, die men de ‘Pinkstervogel’ noemt en die nooit voor mei komt, fluit hier al sinds een week voor zonsopgang in de ochtendschemering! Ik hoor ze allemaal van verre uit de tuinen van het gekkenhuis.’ (p. 125)

    Veel vogels, men leze de brieven. Vogels zijn een bron van geluk en van wijsheid. ‘Nu ben ik zelf als koning Salomon: ik versta ook de taal van de vogels en de dieren. Natuurlijk niet, alsof ze menselijke woorden gebruikten, maar ik begrijp de meest uiteenlopende nuances en gevoelens, die ze in hun geluid leggen. Slechts voor het ruwe oor van een onverschillig mens is vogelzang altijd een en hetzelfde. Als men van dieren houdt en begrip voor ze heeft, vindt men een grote veelzijdigheid van uitdrukking, een complete taal.’ (p. 102)





Bron: Rosa Luxemburg, Brieven, Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 1958.
Het citaat bovenaan is van pag. 239.

Dit boek is antiquarisch nog goed verkrijgbaar. Zie bv. ‘Boekwinkeltjes.nl’

Er bestaat een goede editie van de verzamelde werken van Rosa Luxemburg, uitgegeven door Karl Dietz Verlag, Berlin.








Rosa Luxemburg