vrijdag 31 maart 2023

Leuke wetenschap met schelpen

 

Er is tegenwoordig wel eens wat te doen over corrupte of nepwetenschap. Discussies die kunnen oplopen, mede omdat ideologisch verstopt allerlei bijbedoelingen worden meegesmokkeld. De wetenschap als crisisproduct, gestoeld op onzekerheid?
    Gelukkig bestaat er ook amateur-wetenschap die helemaal geen nep is, toetsbaar en die bovendien gewoon heel leuk is. Dat bestaat genoeg, zeker voor de nieuwsgierige jonge actieveling die bijvoorbeeld van leuke proefjes houdt.

Afgelopen zaterdag 25 maart was er een leuk voorbeeld van een mix van amateur-wetenschap en professionele aanpak. Het was de landelijke Schelpenteldag. Diverse verenigingen en instanties, waaronder Naturalis, hadden in een reeks van plaatsen schelpenliefhebbers opgeroepen een uurtje schelpen te gaan tellen. Aan de kust uiteraard, want daar liggen ze. Per vindplaats kunnen grote verschillen bestaan in soorten, hoeveelheden, fossiel of juist vers, enzovoort.
      Met het invullen van zoekkaarten – één per zoeklocatie – werden soorten en aantallen doorgegeven. Per zoekplaats 100 schelpen, liefst uit de vloedlijn. En dit onderzoek had zich verspreid tot in Frankrijk. Na het zoeken was er voor ieder gelijk een mooie gelegenheid nog een dag in de natuur te wandelen, zoals voor ons op Schiermonnikoog.

Aldus liepen wij in een vliegende storm op deze zaterdag op het tamelijk lege strand van Schiermonnikoog. Leeg van mensen, maar schelpen lagen er wel en spoelden ook genoeg aan. Vooral soorten die je anders laat liggen omdat er zoveel van zijn, waren nu welkom.
    Terug op ons onderkomen werden de schelpen – van de twee bezochte locaties apart – op een handdoek uitgestald en op naam gebracht. In ons geval veel ‘mesjes’ (Ensis leei; Amerikaanse zwaardschede) en de Halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata). Van die laatste soort lagen er wel veel op één vindplaats en veel minder op de andere die wij bezochten. Zo zie je maar, bij goed waarnemen en vergelijken valt er veel te zien!

Veel te zien, inderdaad. Een dag later op de wandeling kwamen we bij de strandopgang van Paal 5 nog enkele uitgestalde collecties tegen. Van een ander groepje afkomstig dus. Mensen die we niet kennen hadden ook gezocht en mooie uitstallingen achtergelaten. Leuke toevallige ‘ontmoeting’.
      Veel aardige kanten dus aan dit door professionals opgezette en door amateurs uitgevoerde onderzoek, los van elkaar samen wandelend van Schier tot in Frankrijk. De wetenschap, in dit geval de biologie kan zo haar inzicht in de soorten en soortenrijkdom, weer een stukje verder ontwikkelen. Beslist geen nep, de vondsten kunnen als het nodig is nageteld worden, en een dagje Schiermonnikoog is en blijft natuurlijk een heel mooie aanrader.


Strandgaper (Mya arenaria)

Op Schiermonnikoog ruim voorhanden

                                                                     
                                                       

 

 

 

 

 

 
    


vrijdag 17 maart 2023

Vrouwen in het Zwart in Groningen


Het internationale netwerk ‘Vrouwen in het zwart’ (ViZ) begon als beweging in Israël. In januari 1988, één maand na het uitbreken van de eerste Intifada, kwam een aantal Palestijnse en Israëlische vrouwen samen. Op het drukste kruispunt van Jeruzalem begonnen ze – in het zwart gekleed – demonstratie tegen de Israëlische bezetting van Gaza en de Westoever. De eerste stille wake was een feit. Er zijn nu ViZ-groepen actief in meer dan 150 steden in de hele wereld. In Nederland werd de eerste wake gehouden in januari 1990 op het Spui in Amsterdam. Momenteel zijn er in Nederland in zes steden maandelijks wakes. In Groningen is dat op de zaterdag in de oneven weken van 13.00 – 14.00 uur op het Waagplein. Zij staan hier met vrouwen èn mannen om aandacht voor Palestina te vragen, informatie te geven en folders met relevante informatie uit te delen. Je kunt altijd – onaangekondigd – meedoen aan de wakes.
Meer informatie vind je via de website van ViZ Amsterdam: www.vrouweninhetzwart.nl





Het kaartje hierboven laat zien van hoeveel land de Palestijnse bevolking vanaf 1946 is beroofd.




 


 


zaterdag 4 maart 2023

Leve het voorzorgprincipe, én de pacifist


1: De pacifist leeft nog steeds (in ons)
2: De uitdaging van het pacifisme
3: Drijfveren en onrecht (nog steeds)
4: Leve het voorzorgprincipe (verstandig)



De pacifist leeft nog steeds (in ons, in velen)

Pas stond het weer in de krant. Pacifisme bestaat niet meer. De pacifist is dood. Vroeger ja vroeger hadden we een Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP) en vele in de samenleving ‘loslopende’ critici van leger en militarisme. Misschien huizen daarvan nog wat restanten diep in de krochten van GroenLinks. Maar nu het zo plotseling oorlog is zie je ze niet, enkelingen daargelaten.

Zo kun je het pacifisme doodverklaren. En de vredelievende persoon zoekt het maar uit. Maar wordt er wel goed gekeken? Tegen de oorlog in Oekraïne zijn wel demonstraties, maar dat zegt nog niet alles. Vroeger had je (soms) debatten tussen communisten (CPN) en antileger activisten, dat was toch anders?
    De tijd verandert en dus de verschijningsvormen ervan. En de historische feiten. Zoals de niet te miskennen bruutheid van Rusland nu. En altijd bestaat er een zoeken naar veiligheid en beschutting in een tijd van (dreigende) oorlog. Daaruit ontstaan nieuwe vormen van denken, zoals een ethiek die niet uit zwakte denkt, maar samenwerking eist. En vooral zijn het de nieuwe samenwerkingsvormen, zoals van milieuactivisten met anti-oorlogsactivisten.
    De huidige politiek vereist: je niet neerleggen bij de karikatuur van de verdwenen pacifisten, maar benoem nieuwe vormen en toets die op hun kracht. De opheffing is er niet, de opheffende beweging ontstaat, wordt gestimuleerd, door propaganda etc. maar de omgekeerde richting ook, wie helpt mee het vernieuwde anti-oorlogsdenken nieuw leven in  te blazen, samen met de organisaties die al wél bestaan, in Nederland en internationaal?
    Het pacifisme is geen ding, maar een houding, actie, gedrag, enzovoort. Een maatschappelijke beweging. En er zijn veel soorten dienstweigering denkbaar, van heel radicaal naar meer gematigd.

Over oorlog en vrede is veel nagedacht. Het is een Scharnierpunt van het westelijk denken en van het daarbij horende rationele handelen. De filosoof Immanuel Kant streefde een ‘eeuwige vrede’ na. Zou die niet binnen handbereik zijn door de vermeende toegenomen rationaliteit van de mens? De burger als leerling van de geschiedenis.
    En inderdaad hangt de al dan niet aangetaste vredelievendheid daarmee samen. Want wat drijft het pacifisme? Menselijke emotie, zorgzaamheid, de menselijke emoties en ratio. Rationeel ligt samenwerken met de ecologie c.q. milieubeweging voor de hand. Ook heel direct: vervuiling bestrijden., maar ook verwante emoties van rechtvaardigheid spelen een grote rol. Maar de rechtvaardigheid brengt ook andere opvattingen met zich mee: tegen de agressor, versus pogingen het geweld te billijken. Daarmee komt ook sociale ethiek op de agenda. De ethiek die vaak zo sterk naar binnen is gekeerd, maar nu iedereen raakt.

De uitdaging van de pacifistische houding

De uitdaging van het pacifisme zal er zijn, zolang er rationele(sterflijke) wezens bestaan. Zeker wanneer de stellingen worden betrokken. Bijvoorbeeld over het verloop van de oorlog en de mogelijke bijbedoelingen van de wereldmachten, de beweging die de oorlog als het ware verdubbelt. Een zichtbare waar de doden vallen en een op de achtergrond waarin wapenfabrikanten mede bepalen hoe er gevochten gaat worden. Terecht roepen weldenkenden dan om diplomatie in plaats van oorlog. Moreel terecht, maar ook wanneer ‘ieder kan zien’ dat tussenstappen nodig zijn om de eerste diplomatie mogelijk te maken? Dat inzicht is dan precies nodig om de acties, waaronder massa-acties te laten opbloeien.
    Wapenleveranties opvoeren voor ‘de goede partij’ versus praten? Het zal bij dit punt van discussie vaak uitkomen bij een ‘én-én’. Immers, concreet gezien sluiten wapenleveranties met versterkingen niet uit dat ook de diplomatie op een hoger niveau verder gaat. Maar het omgekeerde kan ook, toename van levering van wapens om macht te vergroten. Er spelen imperialistische motieven. Ook in Nederland. Dat heet nu geopolitiek.

De diepere drijfveren en het onrecht

Vormen van pacifisme zullen altijd bestaan. Hoe dat kan? Hoe kan ‘dit’ zo onuitroeibaar genoemd worden midden in de brute ongerechtvaardigde oorlog die gaande is? De moderne media dwingen kijken af. Al proberen velen het niet te zien. Het onrecht van elke oorlog wordt gevoeld. Er ontstaat verzet uit tegen hoger geplaatsten en leiders. En er ontstaat door de digitalisering een enorme veelvormigheid van denken én wapengekletter. Wie niet wegkijkt zal proberen ‘mee te denken’, hoe walgelijk het ook is. Men denke aan het geweld tegen alle lagen van de bevolking, inclusief kinderen, ouderen, etc.
    De vele zienswijzen in het oorlogsgeweld moeten wel effecten hebben, ook veel onbedoelde. Zo zijn er diepere drijfveren. Er bestaat een enorme verwevenheid ideeën en het leven, zoals de opvoeding van de kinderen, ook in landen waar geen openlijke oorlog wordt gevoerd. Verwevenheid van functies. Een politieke discussie of filosofische beschouwing moet wel op deze verwevenheid stuiten. En in dat kader kan de pacifist zich laten gelden. Doe je niet mee? Waaraan dan wel niet?
    Opvoeding tot vrede kan zo nieuwe discussies oproepen. Er zijn goede en kwade, en helaas blijkt bij doorvragen er veel aan de hand waar je van tevoren niet over na hoefde te denken. Daarmee alleen en met anderen naar buiten treden, bijvoorbeeld in demonstraties, roept een vervolg op.
    Ethiek? Moet de goede partij winnen? Is dat reëel als een mening vormen onvermijdelijk ook uitgroeit tot het innemen van een standpunt? Begint hier de ethiek of eindigt ze hier volledig, faalt ze? De idee van dat de goede partij moet winnen, moet reëel zijn. Maar de goede partij is een veld van interacties. Als botweg één partij wint worden de potentiële klachten bij de verliezer niet meegenomen. Dan dreigt wraak het enige alles overheersende te worden.
    Pacifisme is ook de tegendruk, tegen kortzichtige standpunten over oorlog en vrede, ook bij ‘winnende’ partijen. Of over te naïeve ideeën over de ‘mooie motieven’ van strijdende partijen. De pacifist dringt aan op goede motieven. De groene activist op erkenning van de ramp voor de natuur. De filosoof op de mogelijkheden ‘de eeuwige vrede’ dichter bij te brengen.
    De pacifist is vaak een actieve figuur. Voor actie vanuit een ethisch perspectief ligt een berg aan mogelijkheden klaar. Zoals het blijven hameren op vredesmogelijkheden. Daar kan ook een valkuil bestaan. Zoals dat het geloven in de snelle overwinning de aanwezige latente vredeskrachten doen negeren.

Leve het voorzorgprincipe

Voorkomen is beter dan genezen. Dat is het ‘oude’ voorzorgprincipe. Onder andere bekend uit de zorg. Maar precies ook aan de orde in het bestaan van de actieve pacifist. Pacifisme is of vergt een actieve instelling. Veel voorkomen om grotere rampen te verhinderen. Een goed principe dus dat wel altijd aan de orde is, maar nooit op een perfecte manier.
    Ook dat sluit mooi aan bij de filosofie van Immanuel Kant. Zoeken naar een principe dat stuurt en bijstuurt, voor een betere wereld. Kant is daarbij niet naïef. Hij wil rationalisme serieus nemen, zolang dat niet eenzijdig wordt genomen.
    Het Voorzorgprincipe is goed! Het is een dragende kracht voor mensen die niet de moed opgeven, hoe tegenstrijdig en asociaal de wereld heden ten dage ook mag zijn. Tijdig ingrijpen, niet wachten tot de bom barst. Dit samen met open digitale strategieën, zoveel mogelijk.
    De pacifist is niet één soort mens. Net zoals er verschillende vormen van diepgang in betrokkenheid zullen bestaan. Maar hij heeft gruwelijk de pest aan geweld. En toch, uiteindelijk leeft de actieve pacifist gewoon en alert in de massa. Zijn werkwijzen zijn collectief waar dat kan, en vooral open en democratisch. Veel nadruk op kennis die nodig is de risico’s tijdig te zien. Voorzorg moet gebaseerd zijn op echte kennis, de risicovolle consequenties niet schuwen te benoemen. En samenwerken. Pacifisme betekent dus niet dat je je mond moet houden, in tegendeel, van de mondige burger mag je wat verwachten. In ieder geval: ‘Gij zult niet doden.’



Stop de oorlog in Oekraïne








vrijdag 10 februari 2023

Karl Marx, tegen de doodstraf in 1853


    – … bestaat er niet de noodzakelijkheid (...) ernstig over de verandering van het systeem na te denken, dat dergelijke misdaden kweekt? –

Karl Marx

We leven in een tamelijk cynisch tijdperk. Kijk hoe men met mensen omgaat. Vooral de beelden elke dag van de oorlog in Oekraïne tonen het cynisme ten aanzien van de mensen, zowel ouderen als kinderen. Of denk aan de arbeidsverhoudingen onder het kapitalisme. Zijn die zo humaan?
    Bij de naam Karl Marx denkt men vaak aan zijn ideeën over een andere, socialere maatschappij. Een socialere structuur. Wat niet iedereen weet is dat Marx’ ideeën niet alleen over systeemveranderingen gaan, maar hij heel bewust ook schrijft over de alledaagse noden. En deze betrekt op het grotere systeem. Groot en klein vormen een wisselwerking. En wat is dat voor systeem dat op het kleinere niveau die misstanden veroorzaakt? Zó komt Marx over de noodzaak van verandering te spreken. De kern van Marx’ maatschappijvisie is in de maak door zijn hele werk heen.

Kranten waren er al, 150 jaar geleden. In de New-York Daily Tribune van 18 februari 1853 verschijnt een artikel van Marx dat onder meer gaat over de doodstraf, naast enkele andere politieke onderwerpen. Dat in één artikel van buitenlandse correspondenten meerdere onderwerpen worden behandeld, is in die tijd niet ongebruikelijk. Marx’ artikel is in één opzicht een mooie mijlpaal. Het is het allereerste artikel dat Marx in het Engels schrijft. Tot die tijd werden zijn stukken door zijn vriend Friedrich Engels vertaald voor de Engelstalige pers.
    Behalve dat het Marx’ eerste Engelstalige artikel is, is het niet alleen vanwege de concrete inhoud van belang. Ook algemene kenmerken van Marx’ visie komen naar voren, zoals zijn sociologische analyse, waarmee hij een grondlegger van de moderne sociologie wordt. Daarnaast valt op dat hij kort expliciet ingaat op de filosofie van Hegel. Terwijl hij de tien jaren hiervoor steeds meer over concrete politieke kwesties schrijft, is hij zijn filosofische basispositie bepaald niet vergeten.

Dat een onderwerp als de doodstraf aan bod komt verrast wellicht. Marx heeft evenwel een brede interesse in allerlei sociale en psychologische vragen. Meestal verbindt hij die met zijn politieke inzet. Zo schrijft hij in 1846 een vrij onbekend gebleven artikel over de ontstaansfactoren van zelfmoord bij vrouwen. Marx ziet hier maatschappelijke oorzaken en zoekt naar sociale oplossingen.
    In de New-York Daily Tribune stelt Marx in 1853 de discussie over de doodstraf aan de orde. Opmerkelijk is hoe actueel deze oude discussie nog altijd is en zijn argumenten van toen er nog toe doen. Marx bouwt voort op zijn zonet aangestipte visie op de maatschappelijke oorzaken van zelfdoding. Hij wijst erop – aan de hand van gedetailleerde statistische gegevens – dat de voltrekking van de doodstraf regelmatig leidt tot nieuwe misdaden en tot gevallen van zelfdoding.
    Van dat laatste noemt Marx het voorbeeld van een ‘gek’ uit Sheffield die met een ander over een voltrekking van de doodstraf sprak en zich vervolgens zelf van het leven beroofde. Zulke gevallen werden toentertijd vaak al heel concreet en openlijk beschreven.

Marx’ kritiek op de doodstraf is uitermate scherp en doordrongen van zijn antikapitalistische maatschappijvisie. Hij valt de ‘bloedige logica’ en ‘barbaarse theorie’ van The Times aan, die weer eens oude argumenten voor de doodstraf voor de dag heeft gehaald. Volgens Marx prijst deze krant de doodstraf en verheerlijkt de beul.
    In eigen woorden klinkt Marx’ kritiek het helderst. Hij schrijft dat The Times geen argument voor haar barbaarse theorie weet te verzinnen: ‘Het is nu eenmaal moeilijk of zelfs helemaal onmogelijk een principe op te stellen, waarmee men de rechtvaardiging en doelmatigheid van de doodstraf in een op haar civilisatie trotse maatschappij zou kunnen baseren.’i
    Dat deze straf toch bestaat heeft een politiek-repressief doel: ‘Wanneer wij openlijk over de dingen spreken zoals ze zijn en afzien van verhullende omschrijvingen, dan is straf niets anders dan een verdedigingsmiddel van de maatschappij tegen de aantasting van haar levensvoorwaarden, wat ook de inhoud daarvan mag zijn. Wat voor maatschappij is dat echter, die geen beter instrument ter verdediging kent als de scherprechter en die door het ‘leidend orgaan van de wereld’ (The Times) haar bruutheid als eeuwige wet laat verkondigen?’

In Marx’ verwerping van de doodstraf komt hij op voor de slachtoffers van het heersende stelsel. Hij levert felle kritiek op een maatschappijvorm die in haar angstige verdediging niets beters weet te verzinnen als ‘oog om oog, tand om tand.’ Daarom vraagt Marx zich af: ‘… bestaat er niet de noodzakelijkheid om in plaats van de scherprechter te verheerlijken, die één partij misdadigers opruimt, om slechts weer plaats voor nieuwe te scheppen, ernstig over de verandering van het systeem na te denken, dat dergelijke misdaden kweekt?’
    Het is een retorische vraag. Marx zet die scherp neer tegenover The Times, het leidende orgaan van het Engelse kapitalisme, de stem van het imperium.



Deze blog is een inkorting van een eerder verschenen artikel. Zie mijn boek Marx zó gelezen. Uitgeverij Damon, 2005, pp. 13-15.


Karl Marx

1818-1883