zondag 15 januari 2023

Henriëtte Roland Holst over de oorlog


Staat Henriëtte Roland Holst, voorheen bekende dichteres, op het punt te verdwijnen in de vergetelheid? Wanneer de kranten namen noemen van de beroemde vrouwen van de vrouwenparticipatie in Nederland, mist vaak de naam van Roland Holst-Van der Schalk (1869-1952).
    Het is niet te hopen dat de politieke historici en de letterkundigen haar vergeten. Weinig Nederlandse vrouwen hebben zo’n opmerkelijke en moreel consequente rol gespeeld als zij. In haar autobiografie ‘Het vuur brandde voort, Levensherinneringen’ kun je een hele geschiedenis nalezen. Hoe zij dichteres werd, soms geholpen door oudere dichters, hoe zij ‘bekende Nederlanders’ van haar tijd ontmoet en van hen leert, hoe zij politiek bewust werd en samen met de dichter Herman Gorter zich aansluit bij de Communistische Partij, hoe zij bij belangrijke sociale tal ontwikkelingen voorop loopt, en dan haar eigen principes nooit uit het oog verliest, en hoe zij uiteindelijke weer partijloos wordt, maar wel dicht en denkt als een ethisch bewogen strijdbare socialist.
      Haar autobiografie laat veel facetten van haar omvangrijke poëtisch werk en de politieke en filosofische publicaties zien. Voor wie dat niet genoeg is er het zeer gedetailleerde proefschrift van Elsbeth Etty.

In haar politieke leven ontmoet Roland Holst talloze toen of later bekend geworden figuren zoals Rosa Luxemburg, Luise en Karl Kautsky, Clara Zetkin, Wladimir Lenin, Lev Trotski, Angelika Balabanova en veel andere nationale en internationale figuren. ‘Ontmoeten’ is eigenlijk te cryptisch bij deze contacten. Bijvoorbeeld lijkt Roland Holsts visie over socialistische democratische massapolitiek op de visie van Luxemburg. Wat vast geen toeval is.

In september 1915 werd in Zimmerwald (Zwitserland) een politiek zeer bijzondere vredesconferentie gehouden, georganiseerd door linkse socialisten en communisten. Deze conferentie doorbrak de nationalistische ideologie. Het was midden in de Eerste Wereldoorlog, en het was verboden dat actieve personen  uit verschillende landen elkaar zouden ontmoetten. En al helemaal dat deze ook nog eens een verklaring opstelden die een vredespolitiek en socialistische koers beoogden, gericht tegen de oorlog.
    Het was maar een kleine club die deze moedige stap had durven zetten, en vanuit Nederland was er slechts één vertegenwoordiger: Roland Holst. In feite werd hier een grondslag gelegd voor de naoorlogse socialistische politiek. Vrede: ja, tussen de volkeren. Strijd: dan klassenstrijd. Voor vrijheid en socialisme. Na deze ‘illegale’ conferentie werden Zimmerwald-bijeenkomsten georganiseerd waardoor ook nieuwe politieke vormen van samenwerking ontstonden. Roland Holst was hier gangmaker en een veel optredend spreker. Vredespolitiek boven de strijdende naties uit, vredesactie in oorlogstijd!

Zimmerwald en de uitgegeven verklaring lijken misschien niet zo invloedrijk, maar vormden wel een perspectief. De bijdrage aan de Russische revolutie is er niet op gebaseerd – dat zou een te vergaande conclusie zijn – maar er was wel een verband tussen de verschillende revolutionair-socialistische politici. Het is dan ook begrijpelijk dat we een aantal ervan weer terugzien in Sovjet-Rusland in de eerste jaren na de revolutie.
      De wijze waarop dat gebeurde verschilde nogal. Maar voor een deel van de socialistische leiders was de revolutie na enkele jaren een deceptie. Machtspolitiek overheerste en er ontstonden soms moordpartijen. Zoals in maart 1921 de moord op de matrozen van Kronstadt, die juist op een beslissende manier meegeholpen hadden aan de revolutie.
    Roland Holst bezocht Rusland in juni 2021, kort na ‘Kronstadt’. Zij sprak met ‘partijgenoten’ die teleurgesteld waren in het verloop van de revolutie en de machtsstrijd er omheen. Dat gold ook meer en meer voor haarzelf. De balans opmaken. Zich kritisch afvragen, hoe het kan dat welbewuste socialisten meegaan met een systeem dat steeds meer onderdrukking nodig heeft om te kunnen bestaan.

De titel van de memoires van Roland Holst is heel goed. ‘Het vuur brandde voort. Want ondanks de socialistische tegenvallende en te bekritiseren ontwikkelingen is de strijd voor een betere maatschappij nog steeds nodig. Bij Roland Holst is al vroeg in haar ontwikkeling een morele, ethische interesse zichtbaar. Die lijn van denken en voelen, wordt steeds sterker na het loslaten van het sterke partij-perspectief. Het gaat in socialisme om gerechtigheid, rechtvaardigheid. Die inzet blijft tot haar dood sterk en zichtbaar.

Het Vredesactivisme is het activisme voor het leven van iedereen. Het kan – zoals vandaag de dag – oorlog zijn. Een oorlog die zelfs ontstaat terwijl vrijwel niemand hem zag aankomen. Roland Holst laat dan – als je haar hele werk overziet – duidelijk zien dat een pacifistische lijn niet losgelaten mag worden, ook al zijn nieuwe vormen ervan nodig. Dat geldt ook voor nu. Het is oorlog elders, dan speelt bewust en onbewust de indringende vraag naar morgen. Wat te doen? Wat kan of moet een hernieuwd pacifisme nu betekenen?
      Sommigen denken dat meer moderne bewapening en minder praten de oplossing, de toekomst is. Roland Holsts doordachte en creatieve werk laat echter zien, dat je dat perspectief om moet keren. Veel beter is juist te verenigen op minder wapens en op democratisch handelen, inclusief en streng controleren. Praten tot de oplossing er is. Dat dit moeilijk zal zijn doet van de waarde van deze opvatting niets af.



 

Gebruikte boeken
- H. Roland Holst-van der Schalk, Het vuur brandde voort, Levensherinneringen, Uitgeverij De arbeiderspers, Amsterdam, vierde druk, 1979.
- H. Roland Holst, Uit de diepte, Tijdgedichten, De gulden pers, Haarlem 1946.
- E. Etty, Liefde is heel het leven niet, Henriëtte Roland Holst, 1869-1952, Uitgeverij Balans.


Slotpassage uit de verklaring van Zimmerwald, september 1915.
Bron: Het vuur brandde voort, Levensherinneringen, pag. 251.

“Nooit in de wereldgeschiedenis was er een meer dringende, een hoger, meer verheven taak, waarvan de vervulling ons gemeenschappelijk werk moet zijn. Geen offer te groot, geen last te zwaar om dit doel: de vrede onder de volkeren, te bereiken.”


Twee fragmenten uit het gedicht: De vrouwen van Holland klagen aan!
24 december 1942, H. Roland Holst, Uit de diepte, Tijdgedichten, De gulden pers, Haarlem 1946

De vrouwen van Holland klagen
onze onderdrukkers aan:
“Gij harteloze tirannen,
wat hebt ge met onze mannen
en onze zonen gedaan?”

De meisjes van Holland klagen
de vreemde onderdrukkers aan:
“Wat hebt ge met onze broeders
En onze verloofden gedaan?”






 







zaterdag 7 januari 2023

Vandaag geen waarheid


Vandaag wilde ik een reeks blogs starten over ‘De actuele kracht van het Duitse idealisme’, met veel daarin over de idealistische kritiek op het empirisme en de inhoudelijke analyse van het denken over waarheid en vrijheid door Duitse filosofen als Kant, Jacobi, Fichte, Schelling, Hegel en Feuerbach.
De oorlog in Oekraïne en de repressie tegen jonge vrouwen in Iran vervullen echter met zoveel walging dat ik de ‘alledaagse filosofie’ maar even parkeer en komende tijd liever meer aandacht geef aan actuele politieke thema’s. Binnenkort een bijdrage over de Nederlandse socialiste Henriëtte Roland Holst.



Stop de oorlog in Oekraïne







maandag 2 januari 2023

Nooit meer Hiroshima of Nagasaki waar ook in de wereld!


Al helemaal niet in Oekraïne, natuurlijk niet. Is dat reëel aan de orde dan? En waar komt deze leuze vandaan?
    Tijdens zeer massale vredesacties in de jaren tachtig van de vorige eeuw verkochten Japanse monniken een mooiklinkend belletje waarmee ze de kernbommen herdachten die op Hiroshima en Nagasaki waren gegooid. Niemand wilde nog oorlog, laat staan een kernoorlog. De grote en machtige staten de Sovjet Unie en de Verenigde Staten van Amerika sloten verdragen die gericht waren tegen verdere uitbreiding van de al zeer grote kernwapenarsenalen. Een grote stap voor behoud van vrede. Een overwinning van de toentertijd grote internationale vredesbeweging.
      Oorlog leek ver weg, ook als je niet al te naïef dacht over de bewapening. Tegelijk ontstond ‘ontspanning’ op een breder front, zoals meer ruimte voor de internationale handel.

Maar er gebeurde in samenhang met deze hectische ontwikkelingen nog meer, zoals het instorten van de socialistische eenheidsstaat de Sovjet-Unie. Onder meer door het resoluut optreden van partijleider Michail Gorbatsjov. Hij wilde de bond van Sovjet Staten niet opheffen, maar wel radicaal vernieuwen. Het vergt meer uitleg om deze hele ontwikkeling in beeld te krijgen. Maar het resultaat was onder meer wel dat een aantal voormalige Sovjetstaat zich tot zelfstandige natie verklaarden en dat de politieke samenwerking tussen die staten lang zo intensief niet meer was als voorheen. Niet iedere ‘Sovjetburger’ had daar warme gevoelens bij, maar het was wel een feit, door verdragen onderbouwd. Per saldo kwamen er tal van nieuwe organisatievormen bij, werd het oude rijk versplinterd tot min of meer zelfstandige brokken en ontstond bijvoorbeeld ook veel nieuwe armoede. Waarmee overigens bij lange na niet gezegd is wat hier relevant is.
      De huidige oorlog in de voormalige, maar nu zelfstandige Sovjetstaat Oekraïne is óók, maar niet alleen daar een voortvloeisel van. Dat rechtvaardigt echter nog geen oorlog. Geen ‘Warme’ Oorlog en ook geen Koude. Er valt veel over te zeggen, maar ik wil me hier op iets anders richten. Hoe zwaar en volstrekt immoreel het zeker is, van deze oorlog valt ook veel te leren. En dat is naast het geweld van de oorlog zelf ook een groot drama.
      Moreel, materieel, technologisch, politiek, biologisch, psychologisch, vormen van internationale samenwerking die niet altijd positief en vreedzaam zijn, het gaat om tal van facetten. De oorlog leert ook dat een actieve internationaal werkende vredesbeweging voor de komende tijden onmisbaar is. Want is er nog iets over van de ooit zo brede en omvangrijke vredesbeweging? De toekomst staat op het spel, en de aard van de vele lang niet altijd politieke krachten van nu en morgen speelt hier een grote rol bij.

Tegelijk zijn er ‘parallelle’ ontwikkelingen die de zaak van oorlog en vrede diep raken. Zo kun je spreken van een vermaatschappelijking van de oorlog, terwijl paradoxaal de vorm waarin de oorlog uitgevochten wordt heel klassiek lijkt, met houwitsers, loopgraven, sluipschutters enzovoort. Daarbij zijn er ook nog in tal van maatschappelijke velden ‘sprongen’ vooruit’ aan de orde die de bewapening, communicatie, voorbereiding enzovoort raken. En of je het nu hebt over technologie, wetenschap, natuur, biotechnologie, gezondheidszorg, politieke visies, weerbaarheid, vrijheid en solidariteit, op al deze terreinen heeft de moraliteit een uiterst zwakke positie als het gaat om kwesties van oorlog en vrede. De Koude en de Warme oorlogen. Het leek (?) ondenkbaar dat grote oorlogen nog zouden uitbreken, terwijl de wapenen al opgesteld werden. Bovendien zijn alle genoemde terreinen van technologie en natuur enorm in ontwikkeling, met daarbij ook weer tegengestelde tendensen, zoals het feit dat communicatietechnologie ‘gedemocratiseerd’ is, beschikbaar is voor Jan en Alleman.
    De wetenschapsontwikkeling en technologie zullen veel nieuwe vormen van bewapening mogelijk maken. Er spelen veel factoren die nergens tot rust lijken te komen. Zoals de oorlog in Oekraïne laat zien wat nieuwe technieken als drones en computergestuurde luchtafweer vermogen, het laat vooral zien dat enorme machten en krachten op tal van terreinen – zoals net genoemd – snel kunnen worden opgeroepen. Soms openlijk, meer waarschijnlijk in het geniep.
      Het klinkt wat vreemd en ongelofelijk misschien, maar je kunt stellen dat de technologische ontwikkeling nog in haar kinderschoenen staat. Er zullen daarin tal van prachtige uitvindingen worden gedaan die niet altijd een nuttige, maar vaak vooral ook machtswellustige reacties en vondsten opleveren. Je kunt daarom stellen: ‘De vrede en de democratische vrijheid zijn naast de opwarming van de wereld dé grote vraagstukken van ‘deze tijd’.
      In brede zin, op vermoede en onvermoede terreinen. En het heeft weinig met persoonlijke instelling alleen te maken. Het is niet per se optimistisch en pessimistisch, de feiten zijn vaak al leidend om een hele niet vermoede ontwikkeling vol in het daglicht te zetten. Denk aan de digitalisering, de drones enzovoort.

Wat roepen de nieuwe oorlogen op? Enerzijds nog veel meer bewapening en ontwikkeling van nieuwe soorten bewapening. Anderzijds de beweging daartegen, de vredesbeweging en politiek, die voor lastige vragen komen te staan. Wat kan een vredesstrijd in de huidige ontwikkeling nog betekenen? In ieder geval dat vredeskrachten, organisaties en partijen hun verdeeldheid of versnippering moeten overwinnen door samenwerking. Om pal te kunnen staan tegenover sterke economische en politieke krachten.
    Nuchter beschouwd moet er een vredesbeweging bestaan, zowel om bewapening en verspilling te bestrijden, maar óók om politieke bewegingen te sturen naar een moreel acceptabele, democratische richting.

Wat bestaat momenteel nog op dit vlak? De oproep ‘realistisch’ te bewapenen zal zonder meer klinken, wat men er ook van vindt. Inbannen daarvan is dan een doel, wanneer de doelmatigheid van bewapening overschreden wordt? Maar dat kan niet als er ook geen realistische tegenkrachten bestaan, of op het militaire vlak of in morele zijn. En die zullen heel wat weerstanden moeten overwinnen, op een vreedzame manier, die beklijft, maar waar goede vormen niet zomaar voorhanden zijn. Daarbij lijkt het uitgesloten hier resultaten te bereiken als naast ‘pacifistische doelen’ niet samen opgetrokken wordt met de kritische milieubewegingen. Hun item is dezelfde toekomst.

Van belang is vreedzame anti-bewapening bewegingen als PAX en Stop de Wapenhandel te steunen. Zulke bewegingen drijven op meer krachten in de samenleving dan misschien lijkt en het elan van de jaren tachtig komt in een tijd verbrokkeling anders naar voren. Zulke vormveranderingen zijn op zich geen probleem, het is nooit anders geweest. Over Stop de Wapenhandel en PAX, zoals over hun werkwijzen, pleidooi voor veel strengere controle op wapenexport, wetenschappelijk onderzoek, internationale samenwerking, werken aan ‘inclusieve vrede’ en dergelijke is veel te vinden op de websites van beide organisaties. Zie de link van beide onderaan deze blog.

Een vraagstuk van belang is ook  dat de meer moreel reflecterende takken van wetenschap als filosofie, politicologie, economie, sociologie en psychologie op het gebied van de wapenwedloop momenteel vaak maar magertjes afsteken bij de exacte wetenschappen. Wat dat betreft moet de filosofie ook meer verzakelijken, meer goed onderzoek en analyses bieden over politieke terreinen. De Westerse filosofie zit daarentegen nog te veel gevangen in overheersend individualistische items, terwijl de maatschappij die daar de basis voor kan bieden bedreigd wordt.

De daadwerkelijk uitgebroken oorlog in Oekraïne zet de moraal, wetenschap en bezinning over de wereld en ook bestaande organisatievormen, zoals de Verenigde Naties, ontnuchterend terug in de tijd. En natuurlijk bestaat of kan dat helemaal niet, het is onze tijd, met daarin onze actuele krachten én daartegenover egoïsme. Egoïsme en egocentrisme als het gaat om ‘hebben’, macht, om veel soorten al dan niet schaarse grondstoffen en om toepassingen van breed inzetbare kennis. Dus gaat het kortom om pogingen huidige en toekomstige generaties van hun ontwikkelingsperspectief, hun democratie en vrijheid te ontdoen. De dynamiek van het leven ondermijnd. Dan heerst de droom van de dictator en zijn onderdrukkingssysteem.
    Sociale vooruitgang en een sterkere Verenigde Naties vereisen een sterke Vredesbeweging. Deze wereld in chaos verdient een sterke tegenbeweging, sterk strijdbaar, democratisch en internationaal. De armoede, emigratiebewegingen en de klimaatcrisis versterken dat beeld, die noodzaak. Oekraïne betekent nu ook vervuiling. Er bestaan dus grote tegenspraken op de wereld die kleiner en kleiner lijkt te worden bij de opgaven waarvoor we staan. Die we ondanks alles aan moeten grijpen.

Vredesbewegingen, klimaatbewegingen, vakbonden en partijen zullen elkaar in de strijd treffen. Dát kan een verenigde grote macht betekenen. Maar ook bestaat een risico dat vanuit verschillende posities geen gelijktijdige sterke massa-acties plaatsvinden. In dit precaire veld de massa’s meenemen op basis van gezamenlijke én eigen analyse en bewustwording is dan een opgave. Veel kan er verloren zijn, maar er is geen reden alles als verloren te gaan beschouwen.
    Om realistisch te zijn moet je óók optimist zijn. Leven op deze planeet kan niet anders betekenen dan dat je (paradoxaal) optimist moet zijn, of anders het maar moet zien te worden. Daarom is de eenheid van linkse, sociale en democratische krachten geen luxe maar een noodzaak. Niet per se in massieve organisaties zoals voorheen, maar vooral ook in de basis, in democratische strijdbare actievormen, ver weg en in de eigen straat.
      Beschouw deze reflectie maar als Nieuwjaarswens 2023. Voorop staat: Stop de Oorlog in Oekraïne. En niet alleen versus atoomwapens, maar veel breder. Stilstaan bij de bovengenoemde Japanse monniken die op hun belletje schreven: – Nooit meer Hiroshima of Nagasaki waar ook in de wereld! –
      Je moet hopen dat dit een brede opvatting is, universeel, steeds weer. Het is maar een klein Japans belletje. Laat het verder klinken dan Japan.




Relevante websites:
    https://stopwapenhandel.org
    https://paxvoorvrede.nl




Stop de Oorlog in Oekraïne

 














dinsdag 13 december 2022

Friedrich Engels over realistische politiek


Wat is het vooruitzicht voor 2023? Het gaat er momenteel in de wereld lang niet overal prettig aan toe. Oorlog in Oekraïne, talloze vluchtelingen uit diverse streken op zoek naar onderdak, bestaansrecht en werk. Benepen reacties alom, waarbij politici zich al te vaak bereid tonen aan te haken bij het platste populisme, verpakt als ‘realisme’.
    Intussen wordt de crisis erkend, voor het gemak soms maar aangeduid als gascrisis, want om het Russische gas is veel te doen. De SP pakt het moment, nu het kan, met een grote actie gericht op het nationaliseren van de energie giganten. ‘Nationaliseer onze energie.’
      Kan dat zomaar? Erkend wordt door de socialisten dat er veel macht voor nodig is en dat het de vraag is of die gemobiliseerd kan worden onder ‘het volk’. Maar je weet het pas als je het echt probeert. En juist die inzet ontbreekt zo vaak.
    Dus waarom niet? Je kunt je ook te klein maken en doen alsof socialistische initiatieven alleen voor de langere termijn van waarde zijn en dat de voornaamste bezigheid is af te wachten. En bovendien is voor de hele klimaatcrisis met alles erop en eraan enorm veel macht nodig, om te veranderen op ingrijpende schaal. Kortom je kunt er maar beter vanuit gaan dat vérgaande eisen deel uitmaken van een grote beweging van verandering. Ook al is nog lang niet duidelijk welke vorm die beweging gaat aannemen naast de acties van vele strijdbare jonge en oudere klimaatactivisten.
    Het doet me denken aan Friedrich Engels die zich heel genuanceerd kon uitdrukken als het ging om de toekomst van het socialisme, maar ook in verschillende situaties opriep flink door te pakken. Je bent toch geen socialist om praatjes te verkopen? In 1891 schreef Engels een inleiding voor Marx’ boekje Loonarbeid en kapitaal,  uit 1847. Marx was toen al overleden. Engels eindigt de inleiding met een beroep op de socialisten om realistisch te zijn. De tegenstellingen die ontstaan door het kapitalisme brengt de maatschappij in een steeds idiotere situatie. Dat meent hij stellig en zo brengt hij dit ook. Er moet nu wat gebeuren.

Friedrich Engels:
' De splitsing van de maatschappij in een kleine, overmatig rijke klasse en een grote, bezitloze klasse van loonarbeiders maakt dat deze maatschappij in haar eigen overvloed stikt, terwijl de grote meerderheid van haar leden nauwelijks of in ‘t geheel niet beschermd is tegen de uiterste nood. Deze toestand wordt met de dag ongerijmder en – overbodiger. Hij moet uit de weg worden geruimd, hij kan uit de weg worden geruimd. Een nieuwe maatschappelijke orde is mogelijk waarin de huidige klassenverschillen zijn verdwenen …'

Engels vult de gewenste maatschappelijke orde niet precies in. Men leze het boek. Maar hoe ver weg is dit? Het citaat kan bijdragen aan bezinning op redelijke ideeën over de toekomst. Vóór de natuur, het klimaat, de vrede, tolerantie en een passend werk en inkomen voor echt iedereen, mondiaal. Opheffen, die gesplitste, diep verdeelde maatschappij, ja ook dat moet mondiaal. Niets doen is geen optie, alles hangt samen, dat moet je onder ogen zien. Maar Engels’ socialisme heeft het toen toch ook niet gered? Ja dat is zo, maar wegvluchten kon toen al moeilijk en is nu nog moeilijker. En wie zegt dat het resoluut opruimen van ‘oude rommel’ niet op een vreedzame democratische wijze kan plaats vinden?
    Gelukkig Nieuwjaar 2023, een jaar dat vaak beroep zal doen op ieders gezond verstand, én vraagt om een verder ziende blik.







Het citaat is ontleend aan: Friedrich Engels, Inleiding bij Karl Marx Loonarbeid en kapitaal, vijfde, verbeterde en vermeerderde druk, Uitgeverij Pegasus, Amsterdam 1971, pag. 16.
De inleiding van Engels is van 1891, Marx’ tekst is van 1847. Latere correcties van de tekst uit 1847, na verschijnen, zijn er van Marx en Engels, op basis van o.m. Marx’ Het kapitaal.



STOP DE OORLOG IN OEKRAÏNE