vrijdag 28 oktober 2016

Feuerbach, Gogol, het Midden-Oosten: Schijn als het wezen van onze tijd


Hebben Feuerbach, Gogol en het Midden-Oosten iets gemeen? Ze hebben iets te zeggen over de schijn die zich presenteert als het wezen van een tijdperk.

Ludwig Feuerbach (1804-1872) oordeelt kritisch over de cultuur, moraal en politiek van zijn tijd. Er lijkt veel vrijheid en vooruitgang te bestaan, maar er is per saldo slechts een benepen politiek-religieuze cultuur, waarin de filosofie – en dat slaat op zijn vroegere leermeester Georg Hegel – verkapte godsdienst is.
      Is er een grote vrijheid van het denken? Neen, de cultuur, religie en politiek ontkennen de waarheid, en nemen vooral de kritische boodschapper van de waarheid onder vuur. Daarom zegt Feuerbach over zijn eigen tijd: ‘Schijn is het wezen van onze tijd.’ (Zie L. Feuerbach, Das Wesen des Christentums, in Gesammelte Werke, deel 5, Akademie Verlag, Berlin DDR 1974, p. 11.)

De boodschapper onder vuur? Feuerbach schrijft in hetzelfde verband ook: ‘Ik heb ten slotte, en weliswaar al door de onverbiddelijke taal waarmee ik ieder ding bij zijn ware naam noem, een verschrikkelijke, onvergeeflijke overtreding tegen de etiquette van onze tijd gemaakt.’
    Er bestaat aldus vervreemding. De dingen zijn vaak in essentie of hoofdzaak heel anders dan wat ze lijken te zijn en hoe ze benoemd worden. Al kun je hier natuurlijk ook stevig over twisten, want wat is een essentie van iets, dat is een filosofische vraag op zich. Dat neemt Feuerbachs kritische rationele inzet echter geenszins weg. Het draait om de vraag over wat er in zijn en onze tijd werkelijk aan de hand is, of je dat kunt analyseren en het antwoord zoeken aan de hand van de feiten. Daarbij gaat het bij Feuerbach concreet om de instituties van de kerk en de knellende band met de conservatieve politiek, die een toekomst met meer vrijheid blokkeren.

Aan Feuerbach moest ik onlangs denken toen ik in het werk van de grote Russische schrijver van Oekraïense afkomst Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852) zat te lezen. In een nogal moralistisch, bijna aandoenlijk, maar prachtig geschreven kort verhaal De Nevski Prospekt beschrijft hij als conclusie het bedrog van de uiterlijke schijn van deze ook toen al beroemde straat in Moskou.
      Gogol: ‘Maar het vreemdst van al zijn de gebeurtenissen die zich op de Nevski Prospekt afspelen! O, vertrouw de Nevski Prospekt niet! (…) Alles is bedrog, alles is een droom, niets is wat het lijkt! Denk u dat die meneer in die pandjesjas van uitstekende snit heel rijk is? Absoluut niet: hij bestaat helemaal uit zijn jas.’ (Uit N.V. Gogol, De Nevski Prospekt, in Verzamelde werken, deel 1, Uitgeverij G. A. Van Oorschot, Amsterdam 2012, p. 515.)
      Na deze meneer worden nog enkele verschijnselen en personen beschreven die vooral niet zijn wat ze lijken. En denk dan niet – want dat zou de uiterste schijn zijn – dat meer licht de waarheid wel helder zou tonen: ‘Houd u in godsnaam ver, heel ver van de lantaarns! En snel, loop er zo snel mogelijk langs. U mag nog van geluk spreken als ze hun stinkende olie niet over uw sjieke jas laten druipen.’

Gogol belicht natuurlijk iets heel anders dan Feuerbach. Maar dat de schijn bedriegt, komt toch wel overeen. Juist wat zo sterk belicht wordt, verdient argwaan. De fraaie pandjesjas verbergt slechts leegte, onwaarachtigheid.
      Radicaal genomen, worden we dan niet altijd bedrogen? Dat kan in onze informatiemaatschappij niet meer voorkomen, zou je misschien denken. Vergis je echter niet. Juist veel informatie verstopt soms de waarheid erachter. Informatie kan een perfect middel zijn om de waarheid te verbloemen. Als in Feuerbachs tijd – en al lang daarvoor natuurlijk – om de waarheid zoveel te doen is, hoe moet het nu dan wel niet zijn?
      Als de informatie overmatig is, mogelijk zelfs als bewuste desinformatie ingezet, houdt die de waarheid dan niet uit het licht? Overal is informatie en communicatie, je zit er middenin, terwijl de hoofdzaken vaak niet gezien, gekend of geaccepteerd worden. Feuerbach ziet dat als maatschappelijke vervreemding en dat speelt kennelijk soms nog altijd. Veel mist of een helder licht?

Kijk eens naar het Midden-Oosten, het complex van oorlogen, dat – naar mijn mening – veel weg heeft van het karakter van ‘onze’ Tachtigjarige Oorlog. De oorlog die in feite een onderdeel vormde van de Europese Dertigjarige Oorlog (1618-1648).
      Het karakter van hiervan was: veel strijd om grenzen en het veiligstellen van belangen, nieuwe afpalingen, waarbij nieuwe staten ontstaan en grenzen opnieuw worden verlegd, opvattingen en religies worden verketterd en andere de overhand zoeken, dus politiek en religie sterk ideologisch vervlochten zijn, beeldenstormen georganiseerd worden om de massa op te zwepen, dus cultuurvernietiging, enzovoorts. En op het persoonlijk vlak enorm veel leed bij mensen die buiten hun wil in de jarenlange strijd worden betrokken, slachtoffer zijn. Of die de oorlogen worden ingezogen, gedwongen standpunten in te nemen, waar ze eigenlijk niets mee hebben. Of gedwongen worden te vechten tegen hun buren, waarmee ze altijd op goede voet stonden. Oorlogen die slechts bij volledige  uitputting op de langere duur lijken te kunnen stoppen.

Het is een mening, het kan anders zijn. Let maar goed op bij meningen die met veel kracht en stelligheid naar voren worden gebracht. Zit daar niet een luchtje aan, net als aan de lantarenpalen van Gogol?
    Dat idee komt bij mij regelmatig op als ik in de media lees over de vraag of het nog mogelijk is Bashar al-Assad voor het Internationaal Strafhof te Den Haag te brengen. Je kunt het daar lang over hebben, maar onderliggend bestaan een aantal vragen, waaronder de vraag of juist hij en niet iemand anders of eerder veel meer mensen in het Strafhof thuishoren.
      Alle leiders bijvoorbeeld. We zouden dan een hele optocht zien van leiders in deze oorlogen. De Russen die met hun optreden in Afghanistan de regio destabiliseerden, de Amerikanen die met hun inmenging destijds Al Qaida en de Taliban leven inbliezen, de inval in Irak, de Turkse rol met de opmerkelijke of liever geniepige metamorfoses, de Saoedi’s, en inderdaad net zo goed ook al-Assad.
      En nog vele anderen, ook de kleinere oorlogshitsers. Wordt zo’n rechtspraak, ook al is het doel alle verdriet en destructie te vergelden, zo echter niet een show, een schijnvertoning die afleidt van de vraag hoe daadwerkelijk vrede te krijgen en te behouden?

Door vooral regelmatig al-Assad te noemen lijkt de rol van het Westen uit beeld te worden gehouden. Dan is het manipulatie, ondersteund door dagelijkse beelden van de vermeende goede eigen rol en het toedekken van het gebrek aan pogingen tot begrijpen van de visies en emoties die aan de andere kant spelen, de positie van de tegenpartijen. Dan blijft de rol van het Westen sterk uit beeld. Het Westen dat meehielp Libië als staat om zeep te brengen en dat inzake Syrië eerst ‘vrolijk’ toekeek met het idee dat het eerste geweld wel zou leiden tot een situatie die hun belang wel zou dienen, en dus niets of veel te weinig deed. Het Westen dat dus wat Syrië betreft ook zelf in de val van de schijn van de gemakkelijke verandering trapte, waarin het bedrogen uitkwam. Bij dit alles speelt ook nog de export van vele wapens, waaraan aardig verdiend is. Nou ja, aardig? Op dit punt kan men de huidige oorlog trouwens ook met de Tachtigjarige Oorlog vergelijken. Eerst de winst, dan de moraal.
      De herhaalde bewering dat al-Assad voor het Strafhof zou moeten verschijnen, leidt af van het hier en nu, met een vage schijn dat de oorlog al spoedig zal zijn gewonnen. Voor het Strafhof komen dan zoals gebruikelijk de verliezers, wie dat zijn wordt dan schijnbaar op voorhand bepaald.

Sinds Machiavelli en Hegel (en meer filosofen) weten we dat de macht in hoge mate het recht bepaalt. Niet zo vreemd, wanneer de politiek de wetten smeedt. Consequentie is wel dat met deze realistische inschatting van de verhouding van macht en recht vooral de verliezers voor het tribunaal komen. Zelden of nooit de overwinnaars of de sterkste machten, dus niet president George W. Bush, die met de inval in Irak de hele regio voor decennia in brand zette, wel bijvoorbeeld al eerder de verliezers van de herverdelingsstrijd in Joegoslavië.
    De potentiële verliezers haken het liefst af bij deze rechtspraak. Afrikaanse landen treden terug uit dit Strafhof, wat moreel en juridisch uiterst dubieus is gezien de begane (oorlogs)misdaden, maar wel te begrijpen. Hiermee komt een deel van de waarheid aan het licht. Duidelijk wordt bevestigd dat recht onder gespannen verhoudingen sterk van de macht afhangt.
      De grote mogendheden VS, Rusland, India en China doen niet eens mee aan het Strafhof en zullen dat voorlopig ook wel zo willen houden. Zij willen eenzijdig bepalen wat recht is, of in ieder geval hun eigen belangen zwaarder laten wegen. Nauwelijks verhuld nog en des te cynischer. De term internationaal bij het Strafhof wordt zo wel erg klein en benepen ingevuld door de zuivere machtspolitiek.

De schijn van recht en rechtvaardigheid verdoezelt de eenzijdigheid van het oordeel en staat haaks op het ook belangrijke juridische principe van gelijke behandeling. Waarmee ik niet bedoel de zin van het Strafhof als middel volledig ter discussie te stellen, maar wel de nog volkomen ontoereikendheid van dit middel in een wereld die nauwelijks een begin maakt haar grote economische en vredescrises op te lossen.
    Het gaat in het Midden-Oosten om een bikkelharde oorlog voor het eigenbelang en geopolitieke invloeden voor de langere termijn. Er staat onmatig veel op het spel. Economische crises hebben regeringen onzeker gemaakt, en dus doen ze ‘rare’ dingen. Weten de leiders überhaupt nog wat ze doen, kennen ze de consequenties voor de langere termijn? De presidentsverkiezingen in de VS leggen het bedroevende niveau van de leiders bloot, vanuit de uiterlijke schijn wordt soms toch nog een waarheid onthuld.
      Verhuld worden echter niet zozeer de wapens, wel de belangen die erachter zitten en de inconsequente houding van regeringen over wapenproductie en handel. En wat hen echt interesseert aan moraal en recht.

Schijn is het wezen van deze tijd. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Vredesacties blijven te beperkt door de mist die opgetrokken wordt, en vooral door veel nadruk te leggen op de rechtmatigheid van een dubieuze inzet. Alleen praten en nog eens praten, en helemaal stoppen met vechten is werkelijk rechtmatig en doelmatig. Dat geldt voor alle partijen. Dat men weinig ten bate van oplossingen zou kunnen doen is ook een schijnbewering.
      De hierboven genoemde idee van een vergelijking met de Dertigjarige Oorlog houdt onder meer in dat de oorlogen moeilijk te af te stoppen zijn, door de breed uitwaaierende oorlogsdynamiek zelf. Maar dat is wel kennis die men vroeger misschien niet had, maar tegenwoordig wel. Daar kan men wat mee doen, veel intensiever dan nu gebeurt, en zonder nog schijnmanoeuvres uit te voeren.
      Wat bovendien wel zeker is, is dat er geen overwinnaars zijn, al zullen sommigen dat zelf wel zo willen zien en roepen ze dat om het hardst. Het appèl de vijand te berechten terwijl de situatie daar niet rijp voor is, geeft een schijn van recht, terwijl allereerst de oorlog moet worden gestopt, alle geweld.






Over Feuerbach schreef ik eerder, met name over zijn godsdienstkritiek.
Zie J. Schaaf, Godsdienstkritiek, respect en actieve tolerantie, Feuerbach herlezen, Uitgeverij Damon, Budel 2010, ISBN 9789055739943