vrijdag 11 december 2015

De morele staat van de wereld


Mene, mene, tekel ufarsin


Het is lijstjestijd. Het loopt tegen kerst en het oude jaar maakt de balans op. Ingrediënten zat. Over de morele staat van ons leven is veel te zeggen.
Wat dacht je van een lijstje van tien om het daar maar even bij te laten?


Een Groninger chauffeur veroorzaakt een ongeluk, de bijrijder raakt gewond, stapt even uit en de chauffeur rijdt dan maar zonder zijn passagier verder.

Een fietser rijdt zonder licht, zwaait vrolijk naar een politieauto en niemand die het ziet want het is donker.

Minister Koenders is tegen Nederlandse bombardementen op Syrië en krijgt een brief uit Amerika die hem in enkele tellen van gedachten doet veranderen.

De Verenigde Staten bombarderen in Afghanistan een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen maar ze wisten niet wat ze deden.

Onze martelende vrienden heten Saoedi-Arabië, de Islamitische Staat. Alles is relatief, het is maar hoe je het bekijkt.

Wanneer je wapens verkoopt zeg je dat ze er niet mee mogen schieten, de moraal van de gek.

Wanneer ieder helemaal voor zichzelf zorgt heet zelfs dat voortaan participatie, maar waarin is de vraag.

Het wordt warmer en warmer, het ijs smelt, het water stijgt, de bodem daalt, de Wadden verdrinken en de Nederlander mag van de VVD harder rijden op de autoweg.

De grutto’s krijgen zendapparatuur maar nog geen grazige weiden.

Onze kleinkinderen draaien voor de gevolgen op. O, heb je dan kinderen? Gelukkig Nieuwjaar.


Zie, de morele staat van de wereld. Schiet me wat te binnen. Pas was het druk op straat en iemand wilde dwars door me heen lopen. ‘Ik weet niet of dat past’, zei ik nog. Hij kwam er van achteren uit zo ongeveer en had geloof ik niets gehoord of gezien.
    Schiet me te binnen. Een keer stopte iemand op de fiets toen ik het zebrapad over wilde steken en lachte me vriendelijk toe. Zoiets vergeet je nooit.



Je bent gewogen en te licht bevonden (Daniël 5: 25-27)