dinsdag 6 december 2016

‘Actief socialisme en vrijheid’ – Is zo’n boek nu nodig?


Midden in de politieke hectiek van vandaag waarin rechts populisme de wind in de zeilen heeft en principieel links meer analyseert dan strijdt en met het eigen gebrek aan doortastendheid worstelt, werk ik al geruime tijd aan een boek met de werktitel ‘Actief socialisme en vrijheid’. Hier is ook nog de niet zo vrolijke voorlopige ondertitel ‘Met de haren uit het moeras?’  bijbedacht. Als voorstudie zijn er vier essays geschreven over de utopie, het ideologisch falen van links in de jaren tachtig, en over ‘vrijheid en macht’.

Het boek zal zeker geen mooie kant-en-klare oplossingen bevatten en het duurt nog enige tijd voor het klaar is. Misschien moet de belangstellende lezer wel zo lang wachten dat de hectiek en de waan van vandaag inmiddels al wat afneemt. Als dat zo zou zijn, zijn oplossingen ook weer wat meer voor de hand liggend, al is dat de reden niet dat het met het boek nog even duurt. Het heeft weinig zin snelle, laat staan makkelijke oplossingen aan te dragen, want deze bestaan niet.

Wat die eventuele kant-en-klare oplossingen betreft sluit ik aan bij Karl Marx en Friedrich Engels, die daar niet zo van hielden. Terecht dus, naar mijn mening. Engels kon het aardig zeggen als hij het had over socialisten die te detaillistisch vooruit willen denken en allerlei systemen bedenken: ‘Deze nieuwe sociale systemen waren bij voorbaat tot de utopie veroordeeld. Hoe verder zij in bijzonderheden werden uitgewerkt, des te meer moesten zij in louter fantasieën verzeild raken.’ Dit staat in Engels’ boek ‘De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap’. Men zal misschien denken dat dit louter over het vroegere utopisch socialisme gaat, maar is het niet een meer voorkomende eigenschap onder socialisten te lang vooruit te fantaseren en het heden te veel over te slaan? Al is het omgekeerde net zo problematisch.

Het gaat hier daarom niet zozeer om het zogenaamde utopisch socialisme, maar om het denken in te vaste formuleringen over alternatieven in het algemeen. Formuleringen waarvan men niet los kan komen en waarin mensen in verstrikt raken. Bijvoorbeeld omdat de toekomst altijd anders is dan verwacht werd. Verstrikt? Dan kun je niet meer actief zijn.
    Marx en Engels veronderstellen een bepaald machtsbegrip en daar wordt bij aangehaakt. En dit vanuit een paradoxaal startpunt. Er wordt een visie op macht verondersteld, maar deze is bij hen weinig uitgewerkt. Dus: een heel centraal punt in de visie van Marx wordt té vanzelfsprekend als bekend verondersteld. En dat middenin een theoretisch kader waarvan veel bruikbaar is en vraagt om een actuele concretisering.
      Daarom is het beter nu wel verder over de machtsvraag na te denken. ‘Vrijheid en macht’ is daarom het thema, uitgewerkt naar diverse kanten. Lang niet naar alle kanten, en dat zal zeker opvallen in een wereld waar de macht zo sterk telt, ideologisch, technologisch, militair, religieus en in de mobilisatie van de massa voor de macht, met momenteel vooral een conservatief, egoïstisch-kapitalistisch en niet-humanistisch uitgangspunt.

De vier voorbereidende essays zijn beschikbaar. Het boek duurt nog even, twee à drie jaar. Verwacht van één enkel boek niet te veel. De trend vraagt om ‘snelle antwoorden’ en daar wijkt dit van af.
      Wat wel kan is iedereen oproepen na te denken over de macht van links. Dan is één ding zeker: het meest urgent als het gaat om sterkere democratische sociale macht is om veel meer en goed georganiseerd samen te werken, door de vele actieve mensen, bewegingen, partijen en vakbonden, en dat lokaal, nationaal en internationaal, zowel op sociaal, economisch als ecologisch terrein. Mét discussie, met polemiek, en vooral met respect voor de verschillende gezichtspunten binnen de linkse, socialistische en ecologische politiek. Bij allerlei acties en strijd. In en buiten verkiezingstijd. Vooral niet alleen digitaal, maar zichtbaar op plaatsen waar debat plaatsvindt. Op straat! Met meningen alleen kom je niet ver als het moet gaan om grote veranderingen en een sterke rol daarin voor links en socialistisch.

Hierna volgt nu als voorschot een kort stukje uit het concept, nog verder te verbeteren. Het is geen leuke boodschap in een tijd van sterk individualisme: je moet je organiseren en actief zijn. Lastig dus, makkelijke oplossingen zijn er niet.
    De grote paradox die centraal staat: de noodzaak tot verandering en het tegelijk ontbreken van de belangrijkste voorwaarden voor die verandering. De ondertitel van dit boek ‘Met de haren uit het moeras?’  staat er niet toevallig. De bedoelde verandering vereist een veel hogere organisatiegraad van het plaatselijke en mondiale socialisme, progressief denken en massale actie, dan nu bestaat. Het verkrijgen daarvan lijkt in de huidige narcistische fase van de maatschappelijke en politieke ontwikkeling nogal een opgave. Het boek wordt slechts een kleine bijdrage het daar beter over te kunnen hebben.
      Maar dus ook: zonder te trachten die ene ware kant-en-klare oplossing te benoemen. Want die bestaat niet. Er is een breed front van handelen en denken nodig, met een grotere eenheid op centrale sociale en humane vragen. Niet alleen impliciet, vooral nadrukkelijk en actief.

De vooronderstelling is dus: Marx’ visie op de geschiedenis en de toekomst kent geen kant-en-klare voorspellingen of oplossingen. Wel echter twee elementen die ertoe doen. Het eerste element is, dat op den duur diepe vrijwel onoplosbare crises in het kapitalisme mogelijk en zelfs waarschijnlijk zijn (en niet meer dan dat). Het kapitalisme als systeem boet dan aan productieve kracht in, maar is daarmee geenszins opgeheven. Het tweede dat het proletariaat, zeg maar de arbeidersklasse, het welbewuste deel van de werkenden en werklozen, goed genoeg georganiseerd dient te zijn om in een dergelijke situatie een grote sociale stap naar voren te maken. Sociaal, socialistisch, progressief, voor alle mensen.

Waar richt zo’n stap zich dan op? Een socialistisch alternatief? Regelmatig duikt de vraag op naar ‘het socialistisch alternatief’. Het is de formulering die al sinds 1848, en misschien nog wel veel eerder, klonk. Hoe presenteer je een alternatief?
    Maar zó gesteld krijg je een antwoord van ‘eerst dit, dan dat, dan zus-en-zo, en dan kom je op den duur op die en die maatschappijvorm.’ Deze vorm van formuleren leidt (altijd) tot veel geharrewar en geruzie, want het antwoord is nooit af en zeker niet helemaal sluitend. Hoe gedetailleerder het antwoord wordt geformuleerd, des te meer de maatschappelijke werkelijkheid ervan afwijkt. De reactie daarop was vaak eerder de strijd te staken dan juist door te zetten. Toch is dat laatste beter. Immers, nieuwe strijd vergroot het blikveld en kan de discussie verbeteren. Niet alles weten hoeft niet tot passiviteit te leiden.
      Marx en Engels hebben nadrukkelijk geprobeerd de detaillistische vorm van toekomstdenken te vermijden door de meer dialectische term ‘afsterven van de (oude) staat’ in te voeren, zonder daarbij dan weer in de valkuil te trappen dat tot in de details uit te willen leggen. Hoe rationeel ook, het hielp duidelijk onvoldoende: het afsterven werd tot een soort modeloplossing gemaakt, een soort voorspelbare fase. En zo’n invalshoek weerleggen, laat dat maar aan de geschiedenis over.

Ik heb eerder – in Het speelveld van de vrijheid – de socialistische oplossing of verlossing weliswaar wat gerelativeerd, maar de uitdaging van de strijd voor een steeds grotere vrijheid geformuleerd. Dat – zal de criticus opmerken – is nog minder concreet dan een idee over de nieuwe socialistische staat.
    Jawel, maar de strijd tegen onderdrukking, uitbuiting en uitsluiting, voor volledige rechten, welzijn en zeggenschap van de arbeiders, en voor vrijheid, collectief beheer enzovoorts is meer dan vaak genoeg geschetst. In de hitte van strijd hiervoor weet men wél wat socialistisch is, en wat het beslist niet is. En tegenwoordig weet je ook zeker dat de strijd voor biodiversiteit en tegen klimaatverslechtering hier onlosmakelijk, dus als prioriteit mee verbonden is. Hieraan kan altijd resoluut worden gewerkt, ervoor gestreden, samengewerkt, creatieve vormen van realisatie worden gezocht, en kunnen collectieve en persoonlijke vrijheden worden gewonnen.
    Het ‘socialistische perspectief’ is de permanente revolutie met ijkpunten die nooit toevallig of willekeurig zijn. IJkpunten die overal ter wereld steeds weer opduiken en worden herkend. Wat dat betreft bestaat er echt wel een maatstaf tussen revolutionair en reformistisch, dus het gaan voor het volledig benutten van maatschappelijke mogelijkheden en vrijheden versus het neerleggen bij of zelfs zwelgen in het compromis.

Dit perspectief is niets als het bij discussies en analyses blijft, het is veel meer wanneer solidaire vormen van eenheid en samenwerking worden gevonden, massaal en internationaal.
    Het socialistische perspectief is helemaal niet vaag. Ieder weet wat ermee wordt bedoeld. Te veel vragen naar het ene antwoord of een bepaalde vorm kan neerkomen op afleiding van de doelen, al is het ongetwijfeld meestal niet zo bedoeld. Verkeerde vragen leiden tot verkeerde antwoorden. Het is de kunst daarvan wég te komen.
      Socialisten, activisten voor biodiversiteit, andere (linkse) activisten, in welke variant dan ook, verenig je! Niet om dat ene perspectief waarnaar je maar zoeken blijft, maar om de volle breedte van het betere sociale, humane en socialistische perspectief. Misschien geen kant-en-klaar alternatief, wel een onuitwisbaar appèl.





De vier voorbereidende essays zijn:

1 – Durven vooruit te denken (2012). Te vinden op:
https://www.marxists.org/nederlands/schaaf/2012/2012conservatisme_socialisme.htm

2 – Na de nihilistische val (2013). Te vinden op:
https://www.marxists.org/nederlands/schaaf/2013/2013nihilisme.htm

3 – Vrijheid in Karl Marx’ werk. Verschenen in het boek: Het speelveld van de vrijheid, Marx, Spinoza, overwegingen over vrijheid en macht, Twee essays, Uitgeverij Damon, Budel 2014.

4 – Het speelveld van de vrijheid, Macht, menigte, kennis en vrijheid in het licht van de filosofie van Marx en Spinoza. In het boek genoemd bij 3.

Naast deze los verschenen essays is een concept van een hoofdstuk uit het nieuwe boek verschenen op de website van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift onder de titel Marx, kritiek op de vervreemding, … en nu dan? (2016) Te vinden op:
http://www.imavo.be/vmt/16312-Schaaf.pdf


www.jasperschaaf.nl



















vrijdag 25 november 2016

Noordse cirkelschelp van Schiermonnikoog









In de natuur is veel te zien en te vinden, al in de directe omgeving. De natuur is dichtbij. Kijk gewoon goed in je eigen tuin, straat of buurt.
      Malacologie is weekdierkunde. Voor mijn malacologische afwijking/interesse ofwel de schelpenzoekerij moet ik iets verder weg. Eigenlijk is dat niet helemaal waar, want in onze eigen tuin zijn er bij goed zoeken wel ongeveer tien soorten slakken te vinden, al zul je ze waarschijnlijk niet alle tegelijk aantreffen.
      Er zijn in de tuin niet alleen van die bruine sigaren (Oranje wegslak, Arion rufus), waar de buren zo’n hekel aan hebben. Je hebt er ook fijner gebouwde slakken van soms enkele millimeters. Zo vond ik eens een Glanzende agaathoren (Cochlicopa lubrica) van enkele millimeters, die kennelijk ooit in een groter leeg huisje van een andere slak was gekropen en daar uitrolde toen ik daar naar keek, niet de slak, wel het huisje. Dat kun je dan mooi bekijken met een microscoop of vergrootglas.

Maar voor de schelpen uit de zee ga ik op zoektocht aan de Hollandse kust, Ameland en Terschelling. Wandelen, scharrelen en de ogen gebruiken. En dichterbij ligt gelukkig Schiermonnikoog. De bus naar de boot stopt ongeveer om de hoek, in de Oosterparkwijk.
      Zo gisteren weer even mooi rondgekoekeloerd op een groot vrijwel verlaten strand van Schier. Wat een ruimte, wat een meeuwen en honderden drietenen. Die meestal dribbelende strandlopers gaan in de wind soms in een prachtige waaier zitten, net wielrenners. Daartussen scharrelden bovendien nog wat steenlopers, heel benaderbaar als je rustig aan doet. En als je schelpen zoekt, doe je rustig aan, dus zijn de vogels ook dichtbij.

Ik ging voor de schelpen deze keer. Altijd wat te vinden. Een heel aardige vondst moet wel even onder de aandacht worden gebracht. Ongeveer bij paal 8 lag een donker en heel gaaf exemplaar van de Noordse cirkelschelp (Lucinoma borealis).
    De Noordse cirkelschelp staat in schelpengidsen, zoals het standaardwerk Schelpen van de Waddeneilanden, als zeldzaam te boek. Althans voor Schiermonnikoog, en op de stranden elders is deze meestal nog zeldzamer. Maar hij is dus – natuurlijk met het nodige geluk en een best lange wandeling – te vinden.
      Het aardige is nu dat ik dit jaar op Schier twee keer, en ook nog vrijwel op dezelfde plek bij paal 8, een exemplaar van deze schelp vond. Ik vond er een op 24 april 2016, in de avondschemer bij harde wind tussen veel schuim. Ik dacht even aan een Artemisschelp – die is ook vrijwel rond, schaars, maar niet zo zeldzaam – maar het was dus een Noordse cirkelschelp.
    Nu dus, op 24 november, hooguit een paar honderd meter van de plek waar de eerste schelp lag. Overigens zijn dit voor Schier niet mijn eerste vondsten van deze schelp, eerder één gevonden op 19 juni 2012.

Bij de zandsuppleties op Ameland was deze soort enkele jaren achtereen vrij makkelijk te vinden. Zo nam ik in 2014 er ca. tien mee, gevonden in slechts enkele dagen. Inmiddels lijkt dit weer moeilijker.
    Maar de vondsten van Schier zijn eigenlijk wel zo leuk. Op dit eiland vonden nooit zandsuppleties plaats. De schelpjes zijn gewoon aangespoeld zonder mechanische hulp. De schelpen uit de zandsuppleties van Ameland zien er trouwens vaak iets anders uit, soms iets dunner en ze laten ietsje meer licht door en zouden daarom wat minder oud kunnen zijn. Bovendien hebben ze wat scherpere lijntjes dan de schelpen van Schiermonnikoog, minder afgesleten.
    De Noordse cirkelschelp die we in Nederland vinden zijn oude, mogelijk fossiele schelpen uit het Eemien. Het Eemien is de warme periode tussen de laatste twee ijstijden, meer dan 100.000 jaar geleden.

Op de twee foto’s bovenaan de blog staat de nieuwe vondst. Op de groepsfoto hieronder staan op de eerste rij drie exemplaren uit de zandsuppleties van Ameland. Eronder staan de drie van Schiermonnikoog. Van links naar rechts de schelpen van 2012, april 2016 en de ‘nieuwe’ van 24 november 2016.
    De nieuwe vondst is natuurlijk de mooiste. Wel zwart, maar heel gaaf en een fraaie scherpe tekening van de binnenkant.









Genoemd boek: R.H. de Bruyne en Th.W. de Boer, Schelpen van de Waddeneilanden, Gids van de schelpen en weekdieren van Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog, Fontaine Uitgevers, ’s Graveland 2008.


N.B. zoek je een dergelijk boek maar is dit te duur (antiquarisch vraag men er soms nogal veel voor), dan is een andere, betaalbare aanrader:
Rykel de Bruyne, Ditte Bandini, Ameland: Schelpenrijk, Het eilandgevoel beleven met schelpen, barnsteen en fossielen, Stichting Anemoon, Lisse en KNNV Uitgeverij, Zeist 2013.












zondag 20 november 2016

Montaigne over leugenaar Trump


‘Slechts door het woord zijn we mens.’

De kranten vertellen ons dat Donald Trump een leugenaar is. In ieder geval straalt hij uit dat je met de waarheid veel kanten uit kan. Wat gaat hij in ‘godsnaam’ echt doen, zo vragen velen zich af. Ja, dat kan knap lastig worden.

Michel de Montaigne over Donald Trump? Beetje flauw natuurlijk zo’n titel. Toch moest ik even aan de arme Verenigde Staten denken toen ik gisteren las in de ‘Essays’  van de filosoof Michel de Montaigne (1533-1592). Mooi vertaald door Frank de Graaf, maar dit terzijde.
    Montaigne is niet alleen een heel breed georiënteerd filosoof, zijn werk getuigt van groot inzicht in het dagelijks functioneren van de mens met al zijn onhebbelijkheden en hier en daar wat minder grote dwaasheden. Hij is een knap psycholoog geruime tijd voor het vak als zodanig bestond. Altijd inspirerend om in zijn werk te lezen.

Onhebbelijkheden? Montaigne wijdt in zijn ‘Essays’  een hoofdstuk aan leugenaars. Wat te denken van leugenaars? Zo moest ik toch nog even aan Trump denken. De man waarvan velen denken dat je zelf niet liegt wanneer je hem als leugenaar betitelt.
      Nou, als dat waar is en ik Montaigne vervolgens wel geloof, krijgt de wereld nog wel wat met deze Trump te stellen. Want Montaigne maakt duidelijk dat het met de leugen zo simpel nog niet ligt. Wil je de waarheid weten, dan helpt het meestal niet de leugen alleen maar om te keren. Een omgekeerde leugen is niet noodzakelijk een waarheid, misschien zelfs nog geen deeltje ervan.

Montaigne zegt het zo: ‘Als de leugen, zoals de waarheid, maar één gezicht had, zouden we beter weten waar we aan toe zijn. Want dan zouden we het tegendeel van wat de leugenaar zegt als zeker beschouwen. Maar het omgekeerde van de waarheid heeft honderdduizend vormen en een onbegrensd gebied.’

Verschijningsvormen van de leugen. Wel honderdduizend, dat was in die tijd oneindig, inderdaad onbegrensd. Daar kan de politiek het dan mee doen, met zo’n man …
      Toch houdt Montaigne vast aan de idee dat er waarheid bestaat. En dat daar aan gewerkt moet worden. Hij schrijft ook: ‘Liegen is waarlijk een vervloekte ondeugd. Slechts door het woord zijn we mens en door het woord staan we met elkaar in verbinding. Als we zouden inzien hoe ernstig, hoe afschuwelijk liegen is, zouden we het, en met meer recht dan andere misdaden, te vuur en te zwaard vervolgen.’

Montaigne komt op voor het handhaven van de waarheid. Zijn filosofie ontstaat vele jaren voor de vele kennis-relativistische standpunten waar veel mensen van tegenwoordig zo graag in wegvluchten. Maar ook toen – al sinds de Griekse filosofie – wist men heel goed dat net als de leugen ook de waarheid niet simpel is. En tóch, heel waardevol, je moet ervoor blijven opkomen. Liegen, de bewuste onwaarheid, ondermijnt alles, het hele menselijk bestaan.
      Als een hedendaagse communicatiedeskundige of een diepdenkende existentialist weet Montaigne, ik het herhaal het graag: ‘Slechts door het woord zijn we mens.’  Dat woord moet waar willen zijn.

Als de waarheid nooit simpel is, vele kanten kent, en tot verschillende soorten ontkenningen kan leiden die niet eenvoudig begrepen kunnen worden door slechts de leugen te ontmaskeren, krijgt de wereld met Donald Trump nog heel wat te stellen. Waar gaat dit heen? Hoe daar greep op te krijgen door weldenkende mensen en activisten? Onwaarachtige politiek kan zich verhullen in, zoals Montaigne het uitdrukt, ‘honderdduizend vormen’.

Er zit niets anders op dan te blijven koersen op de waarheid. Vooral zelf niet de truc van de leugen overnemen, want daarin raakt uiteindelijk iedereen verstrikt. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit laatste ook de mooiprater Trump zal overkomen. Daarvoor is hem ‘te vuur en te zwaard vervolgen’ dan niet eens nodig.
      Hoe zou zelf de waarheid propagandistisch omkeren een doel kunnen zijn, als je bedenkt dat er wel ‘honderdduizend vormen’ van de onwaarheid in het geding kunnen zijn? En die – misschien past hier een bescheiden toevoeging – toch ook weer aspecten van de waarheid zijn of deze raken?
      Spelletjes met de waarheid is spelen met vuur. Het sterkst blijft zelf de waarheid naar voren te brengen, een positieve en sociale politiek, een sterk alternatief tegenover negativisme.

Het is een goed idee van Montaigne: nooit de waarheid opgeven. Zelf nu niet vluchten in populisme en versimpeling, maar doorgronden wat het is, wat er gaande is, en welke waarheden mee kunnen spelen.
      Goed van kwaad scheiden, en dát dan behouden. Slechts door het ware woord wordt men ten slotte mens. Ook al kent het ware woord waarschijnlijk toch wel meerdere varianten.




N.B. – Dit is de derde blog over Donald Trump, zie de vorige twee.
Misschien de laatste …?


Bron: Michel de Montaigne, Over leugenaars, in Essays, vertaling van Frank de Graaf, Uitgeverij Boom, Amsterdam, Meppel 1993, p. 53. ISBN 9060098676.










Montaigne (1533-1592)













donderdag 17 november 2016

Zorgkosten omhoog door Neoliberalisme


De zorgkosten gaan omhoog, mede door het neoliberalisme. Dat ideeën en ideologieën niet onschuldig zijn wordt bewezen door de ziektekostenverzekeringen. Die gaan voor het gros van de mensen volgend jaar weer zo’n tientje per maand, dus meer dan honderd euro per jaar omhoog.
      Het zou onder meer komen door de vergoeding van duurdere medicijnen. En nog zo wat. Maar er is meer aan de hand. Zo speelt de neoliberale ideologie en haar mantra van de marktwerking een grote rol bij het hele ziektekostengedoe.
      Marktfundamentalisme, het is een vorm van extremisme waar de Nationale Veiligheidscoördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid onvoldoende tegen waarschuwt. Misschien zijn taak niet, zal hij denken, maar extreem is het wel.

De zorgpremie zou dit jaar niet stijgen, zo dacht ‘de politiek’. Maar die heeft ook besloten tot de transitie van de zorg. Eén van de gevolgen ervan is dat vormen van lichtere hulp en zorg overgeheveld zijn van de AWBZ naar de budgetten waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn én naar de zorgverzekering. Het laatste is een beweging van collectief naar particulier.
    Om die overgang soepel te laten verlopen – protesten waren er al genoeg! – betaalde de overheid tijdelijk voor de wijkverpleging nog bij, nadat deze vorm van zorg is komen te vallen onder de ziektekosten en de basisverzekering. Soepel? Soepeltjesweg moeten de verzekerden nu deze kosten voor hun rekening nemen en bouwt de regering de tijdelijke ‘versoepeling’ af.
    Soepeltjes moet ieder dus meer betalen, dát klinkt liberaal. Een soepel en toch extreem ‘vrije marktdenken’.

De hele benadering is er een van het loslaten van het solidariteitsprincipe en doorwerking van het neoliberalisme.
    De SP heeft nu een heel goed initiatief genomen om deze benadering radicaal om te keren. Weer de collectieve verantwoordelijkheid centraal stellen. De SP, 50+, Partij voor de Dieren, Piratenpartij, de FNV, nog meer organisaties en 200.000 mensen willen een Nationaal ZorgFonds, waarin onder meer de hele verzekeringsmallemolen wordt teruggebracht tot een helder en solidair stelsel, Het Nationaal ZorgFonds. Zonder eigen risico.

Ondersteuning van dit Fonds is niet alleen goed voor de eigen portemonnee – en zorg zal altijd op een of andere manier geld kosten – maar het is vooral een stap naar nieuwe sterke solidariteit, een mogelijkheid tot een eerlijker kostenverdeling en bovendien een verzet tegen het neoliberale individualisme.
      Steun het Nationaal ZorgFonds. Zonder eigen risico!



Tekenen voor het NationaalZorgfonds, zie deze link: https://nationaalzorgfonds.nl/















Extra blogje: Het doemdenken van De Groene Amsterdammer

Vijf minuten nadat ik bovenstaande blog geplaatst heb, valt De Groene Amsterdammer in de brievenbus. Ja dat lezen we. Een blad met vaak rake analyses, maar zelden een idee over oplossingen, hoe je bij kunt dragen sociale problemen op te lossen.
      Het nieuwe nummer getuigt van doemdenken. Een bijna lege pikzwarte voorkant met de leuze ‘Het einde van de liberale wereldorde’ en daarin een foto van Donald Trump. Wat een oppervlakkig pessimisme!
      Er zijn tal van acties en initiatieven mogelijk om massaal te werken aan een solidaire, zelfs socialistische toekomst. Is Bernie Sanders nu al vergeten?