woensdag 20 september 2017

‘Niet meer weg te denken’ – Is dit nu een drogreden of niet?


Argumenten en valse argumenten, ze wisselen elkaar makkelijk af. Heel veel van de politiek draait op het snijvlak van beide. Ondanks de veelgeroemde democratie. Goede redenen, slechte redenen, wat is het nu precies?

Pas, begin september, liep de overleg tussen de vakbonden en de werkgevers, de bedrijfsbazen vast. Flexibilisering en ontslagrecht, beide volledig uit de hand gelopen, was het breekpunt. De werkgevers lijken dat wel prima te vinden.
    Een woordvoerder van de werkgevers zei in de media dat ‘flexibele arbeidsrelaties niet meer weg te denken zijn’.
    Laat dat maar eens bezinken. In mijn gedachten zijn ze prima weg te denken. Wat is dit nu precies, iets wat niet weg te denken is? Is het een visie op de wereldgeschiedenis? Misschien wel, inderdaad hebben werkgevers door de neoliberale hegemonie afgelopen twee decennia heel veel bereikt wat ze de eeuw ervoor waren kwijtgeraakt, de bijkans algehele macht over hun ‘personeel’. Over de werknemers, de arbeiders. In die zin is het echt ‘Historisch’. Het was gewoon lange tijd niet gelukt en nu wel, door de wind van het neoliberalisme en gesteund door de paniek van de crisis. Dit wilden en willen kapitalistische werkgevers altijd! Crisis is voor ondernemers niet alleen een risico, maar ook een kans.
    Maar dan nog, kan het argument kloppen? Je hoeft dan niets meer te doen, want wat niet weg te denken is heeft nu ook een reëel eeuwig bestaan. Of niet?
    Het gaat vooral om een wens, de ‘selffulfilling prophecy’. Je denkt het pas weg als het ook niet meer op tafel mag komen. En dat deden de vakbonden dus wel en dus beter. Spelbrekers van de drogreden. En natuurlijk bestaat er internationale concurrentie, ook zo’n veelgehoord argument. Maar daarom moeten vakbonden ook internationaal opereren en samenwerken. Inderdaad is er nog wat dat niet meer weg te denken is.
    Het is politiek en dat is wat anders dan een mystiek tijdverschijnsel. Het is kennelijk niet wat het lijkt, zoals zo vaak. De schijngestalte is slechts een klein deel van de waarheid.

En ook pas, dezelfde septembermaand. Er ontstaat een discussie in Groningen over de eventuele sloop van het bekende Cultuurpaleis ‘De Oosterpoort’.
      De plaatselijke krant getuigt van het ontluikend debat met gelijk al de nodige krachtargumenten of argumenten met een (mogelijk) misleidende nadruk. Kennelijk zijn er sloopliefhebbers die zich hier of daar al weer een nieuw cultuurpaleis voorstellen, dromen. ‘De Oosterpoort’, dat al meer dan 45 jaar niet onaardig functioneert blijkt heel goed weg te denken. Als heel de politiek het wegdenkt, is het gebouw zo gesloopt. Alleen nog even wachten op de vervanging.
    Eigenlijk zou een ware democratie vereisen dat bij het ongetwijfeld bouwkundig, duurzaamheidkundig en een beetje cultureel onderbouwde plan voor sloop verplichte tegenvisies worden geformuleerd. Wat is immers een afweging zonder alternatief? Er is sprake van een drogreden, wanneer een goed mogelijke afweging taalkundig wordt weggepoetst.

Hele en halve drogredenen, waarin de historie bij beide voorbeelden een rol speelt. Ten gunste van ‘nooit meer weg te denken’ bij de werkgevers, of van juist ‘zo snel en radicaal mogelijk wegdenken’ bij de sloop van een cultuurcentrum.

Wat nu dan te doen? Juist als het niet een-twee-drie duidelijk is, en je hopelijk al op je voelsprieten merkt dat er iets niet helemaal lijkt te kloppen, is het goed nog eens naar de argumenten te kijken.
    Vaak is het vrij makkelijk een werkwijze te vinden die de ‘ware argumentatie’, met zowel de onwenselijke als wenselijke gevolgen, blootlegt.

Bij de werkgeversbaas? Het gaat hier zeker ook om een krachtargument of wat daar tegenaan schuurt. Gewoon actie voeren dan maar, dan komen er reeksen van zwakke en sterke argumenten aan bod. Kracht van het woord aanpakken door de doelgerichte kracht van andere woorden, die voor veel mensen er écht toedoen. Wat er echt toe doet kan niet worden weggedacht.
      Dus: wég met de flexibilisering! Wég met door de werkgevers eenzijdig opgelegde arbeidsvoorwaarden! Je zult zien dat er heel wat ‘weg te denken’ is, waar sommige werkgevers alleen zo nu en dan nog maar een nare droom over hebben.

Bij de discussie over een nieuw cultuurpaleis? Wat is nu creatief tegenover het zo stellige afbraakwoord? Bijvoorbeeld dat de gemeente of raadsfracties een serieuze prijsvraag uitschrijven met als opdracht aan architecten en ingenieurs de mooiste, betaalbaarste, duurzaamste en anderszins prachtigste verbouwing te ontwerpen. Het slimste, mooiste en creatiefste antwoord verdient de hoofdprijs. De discussie gaat dan vast alras verder op een heel ander niveau, want dan staan er twee echte alternatieven tegenover elkaar.











woensdag 13 september 2017

De SP over klimaat en kapitaal


‘Spanning’ is het onregelmatig verschijnende tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van de SP. ‘Spanning’ is doorgaans heel lezenswaardig en een goede basis voor verdere discussie binnen en buiten de partij.
      Vreemd eigenlijk dat het blad daarvoor niet zoveel wordt gebruikt. Wat is er nu makkelijker dan zo’n uitgave te gebruiken voor thema- en discussieavonden, met leden, anderen en andere organisaties. Maar misschien gebeurt dat ook wel en weet ik dat simpelweg niet.
      Hoera, nieuw nummer uit, wat vinden we ervan en wat doen we er verder mee?

In juni verscheen een nummer over ‘Klimaat en kapitaal’. Prima stukken over de opwarming van de aarde, CO2 emissies, het Verdrag van Parijs, de urgentie snel actie te ondernemen, de tegenwerking van een concern als Shell, de samenwerking met anderen, in dit geval het beleid en de acties van Milieudefensie, het verslechterend klimaat als boosdoener in de toename van de sociale ongelijkheid, acties in het buitenland, enzovoorts. Meer dan genoeg voor een aantal debatavonden en nieuwe politieke en actie-initiatieven.
    En niet te vergeten aparte artikelen over de tegenstelling tussen kapitaal en klimaat, met prima stukken van Eduard van Scheltinga en hoogleraar sociologie Bram Büscher uit Wageningen.

Büscher legt klip en klaar uit dat er een moeilijk maar onontkoombaar scenario ligt te wachten: ‘Om echt iets aan klimaatverandering te doen moeten we de bron van het probleem aanpakken: economische groei, of beter, de accumulatie van kapitaal. Uiteindelijk betekent dit het overkomen van het kapitalisme.’
    ‘Het hoge woord is eruit’, kun je zeggen. Helder stellen dat het kapitalistische stelsel het probleem is, en dat ondanks alle kleinere acties en overwinningen, het economische stelsel en de machtsfactoren daarbinnen opgeheven moeten worden. Je weet het wel, maar hoe vaak wordt dit nog hardop gezegd? Is dit socialistisch? Ja, so what …?

Maar wat dan te doen? Begrijpelijk dat Büscher ook zegt dat een andere economie ‘verder uitgewerkt moet worden.’ Maar toch, zijn de ingrediënten niet al bekend? Met Marx en Engels kun je zeggen dat ‘de proletariërs’, zoals de volksmassa’s die de gevolgen van verslechtering van hun leefwereld ondergaan, zich moeten verenigen. En ten tweede dat dit in alle landen moet.
      En ten derde blijkt uit het stuk van Milieudefensie in het nummer van ‘Spanning’ dat ook milieuorganisaties weten dat een goed klimaatbeleid een sociaal beleid moet zijn. Niet alleen om de wenselijkheid ervan, maar als fundamentele voorwaarde voor een echt betere wereld en sociale samenleving. Een wereld waarin egoïstisch winstbejag een effectief klimaatbeleid niet langer blokkeert.

Is dit vaag? Dat hoeft het niet te zijn. Eendracht maakt macht. Partijen, vakbonden, milieu-, vredes-, en mensenrechtenorganisaties, tal van groepen met lokale initiatieven, laten die elkaar steeds opzoeken en op de tal van gemeenschappelijke punten die er zijn samenwerken en steun bieden. Structureel, net zo structureel als het systeem dat je aan wilt pakken. Buiten en binnen het parlement, in eigen land en ver daarbuiten.
    Of is dit te simpel? Het is ook een kwestie van gewoon doen, koudwatervrees overwinnen en elkaar heel veel informeren. Natuurlijk gebeurt dit voor een deel al wel, en waarschijnlijk zelfs beter dan een paar jaar geleden. Maar een stuk als dat van Büscher – en de andere – laten ook zien dat er veel meer aangrijpingspunten zijn voor gezamenlijkheid en solidariteit. Discussie én doen.









maandag 11 september 2017

Nogmaals het klimaat en de Wijde mantel


Feiten tellen. Maar wat bewijzen ze? In mijn blogs heb ik eerder al meer dan eens gesteld dat ook dicht bij huis de opwarming van de aarde zichtbaar wordt. Voor de mensen in orkaangebied inmiddels vanzelfsprekend.
      Maar ik kan er ook niet omheen. In mijn tuin zit een slak die vroeger alleen in warmere gebieden voorkwam en op het strand zie ik – en ik ben niet de enige – veel vaker dan vroeger de Wijde mantel (Aequipecten opercularis). Vroeger nam je mantelschelpen vooral mee uit zuidelijker streken, Frankrijk of verder, nu worden ze op het Noordzeestrand tamelijk gewoon.
      Bewijst dit veel? Als feit alleen misschien nog niet, maar het is een van de vele getuigen die een sterke aanwijzing voor de opwarming vormen. Tezamen kunnen die feiten niet worden genegeerd. De wereld verandert waar je zelf bij staat.

Die Wijde mantel blijft boeien. Het is een heel mooie schelp, die de schelpenzoeker altijd enthousiast opraapte, zo’n zeldzaamheid. En nu zie je ze vaker en in allerlei maten, op drijvende objecten vaak doubletjes van zo’n 20 mm, maar ook losse grotere exemplaren.

Kort geleden weer enkele vondsten. Van Terschelling uit wat gruis met minischelpjes thuis even onder de microscoop gekeken of daar wat aardigs in zat. Tot mijn verrassing een mini-exemplaar van een Mantelschelp. Slechts ca. 1 mm. groot, dus een juveniel in de start van zijn groeiproces.
      Zo klein dat het nog niet zeker is of het een Wijde mantel betreft, maar de kans is groot. Er bestaan namelijk ook andere soorten Mantelschelp in de Noordzee. De Wijde mantel is daarvan echter het meest algemeen. De in het gruis gevonden schelp is zo klein dat de ribben onvolgroeid zijn, wat het wat lastig maakt goed te zien welke Mantelschelp het is.
      Zo’n juveniel zegt dus wat: dat ze leven en waarschijnlijk dus opgroeien in de Noordzee. Dat was op zich al bekend, maar dat je ze in gruis vindt was voor mij nieuw. Contact met andere schelpenzoekers bevestigt deze trend. Er zijn meer juveniele Mantelschelpjes in gruis gevonden.
      De foto is wat moeilijk, de schelp is echt heel klein, als een grote zandkorrel.

Van klein naar groot. Vorige week een dag op Schiermonnikoog geweest. Daar vond ik twee keer een Wijde mantel. Flinke exemplaren, 34 en 38 mm breed. Tot voor kort vond je ze meestal duidelijk kleiner.
      Ze zien er fris uit, misschien meegelift op een drijvend object, maar ze kunnen net zo goed uit de Noordzee komen. Op dit Waddeneiland zijn dit jaar overigens nog veel meer van deze soort gevonden.

Dat de snelle opwarming ook zichtbaar wordt en de vastgestelde feiten leiden tot discussie, heeft voordelen. ‘Met de neus op de feiten’, kun je zeggen. Misschien helpt het ander ecologisch gedrag en een resolute op biodiversiteit gerichte politiek te vormen. Met hoge prioriteit, over de hele linie en op grote schaal.
      Op grote schaal? Het is een leuke dialectische gedachte dat deze zandkorrel, dit kleine schelpje van 1 mm daartoe een bijdrage kan leveren.


















donderdag 7 september 2017

Objectiviteit en subjectiviteit in media en politiek


Ongeveer een week lang woedde in de media een klein debatje over het al dan niet uitzenden van de film ‘Jesse’. De omroepen BNN-Vara vonden de film niet objectief genoeg, maar het was eigenlijk gewoon de politieke druk van rechts en uiterst rechts die de omroepen de moed ontnam gewoon hun documentaire te vertonen. De wirwar leidde tot wat beperkte voorstellingen in het land en van nu zal het een gewone film zijn zoals zo vele.
    Nu de kruitdampen wat zijn opgetrokken en de inhoud van de film niet tot grote acties of scherpe discussies leidt, lijkt het allemaal weer snel vergeten.

Toch zijn er achterliggende vragen die van belang zijn, en die voor het gemak vaak maar snel overgeslagen of weggepoetst worden. Want de reden de kant-en-klare film maar gauw op te bergen was de kritiek dat deze niet objectief was, dat die partijdig was. Dan rijst de vraag: hoezo? Zijn de media niet altijd óók partijdig en behalve objectief ook niet net zo goed subjectief?
    Grote woorden objectiviteit en subjectiviteit, neutraliteit versus partijdigheid. Een medium – krant, tv, website – dat midden in de samenleving staat, kan dat helemaal neutraal zijn, en moet je dat willen? En hoe vind je dan dat zuivere neutrale midden tussen partijen, uitgesproken meningen en initiatieven?

Deze vragen zijn zo oud als de politiek en zij zullen altijd blijven bestaan. Je zou het kort kunnen oplossen, lijkt het, door naar wat feiten te wijzen. Kan een krant wel ‘zuiver’ objectief, feitelijk en onpartijdig zijn? Maar dan leest niemand meer die krant, dat wordt veel te gezapig.
    En in tegendeel, kranten weten dat al lang en lossen het op door naast de feiten columns, commentaren en politieke visies van de (hoofd)redacteur te plaatsen. Dat is al eeuwen zo, maar het verschil is wel dat dit sterk toegenomen is. De helft van de kranten en media wordt gevuld met columns en dergelijke, en die beoordelen weer de feiten van vandaag en gisteren, en zelfs op die stukjes reageert een andere columnist weer met de volgende opinie. Subjectieve opinies dus genoeg, en ze gaan ook over harde of juist omstreden feiten. Het is een wirwar, mix en interactie van subjectiviteit en objectiviteit.
      Conclusie: media, kranten, welke dan ook, zijn niet onpartijdig, nooit slechts zuiver feitelijk en neutraal, ook al zijn er grote verschillen in de kwaliteit van de gepresenteerde feiten én meningen.

Met de achterliggende vragen stuit je op veel meer. Hoe verhouden objectiviteit en subjectiviteit zich eigenlijk tot elkaar? Dan duik je in de kennistheorie, de wetenschapsfilosofie en de politieke filosofie.
      Daar zijn in het verleden felle discussies over geweest en hier en daar nu ook vast nog wel. Ook vanuit politieke stromingen, zoals hegeliaanse en marxistische varianten versus de meer positivistische, empiristische of constructivistische.

De termen objectief en subjectief staan over het algemeen in relatie tot elkaar. Iets is niet helemaal objectief of subjectief. De werkelijkheid zoals mensen die kennen is een constructie, maar geen willekeurige constructie. Eenvoudiger: iets is niet een los feit, maar een waargenomen en bereflecteerd feit, dus al gekleurd in en door de min of meer perfecte waarneming. En door het er over te hebben worden de feiten verder belicht en onderzocht, en wordt ook de opinie hierover verder gevormd. Dat vormt een trend, een ontwikkeling, die onstuitbaar kan zijn en veel nieuws kan produceren.
      Denk maar eens aan het uiterst subjectieve apparaat ‘de computer’, volledig een menselijke uitvinding, die een ontwikkeling heeft gestart die niet af te remmen is, hele werelden blootlegt en tal van objectieve én subjectieve aspecten aan de orde stelt. Objectief en subjectief blijken hier, zoals altijd, innig vervlochten, een wisselwerking.

Het feit roept een beoordeling op. Een beoordeling vraagt al gauw om verder onderzoek. Niets is alleen maar objectief of subjectief. Je kunt veel over de wereld of over de politiek fantaseren, en toch blijkt in die fantasie heel wat mee te spelen dat op ervaringen in de materiële wereld is gebaseerd.
      Je kunt zeggen, beperk je tot de feiten, en dan blijken verschillende mensen verschillende dingen te zien of belangrijk te vinden, ze moeten dus communiceren over die feiten, over hun interpretaties en over de vraag hoe het toch kan dat ze het zo anders zien of beoordelen binnen die ene werkelijkheid. Zie je het niet?

Maar is dan alles relatief? Wel in de zin van relationeel, dat alles in samenhang bestaat, wat dus ook geldt voor de hardste feiten en de gevoeligste en meest betrokken meningen. Maar niet relatief in de zin dat je met een feit alle kanten op kunt.
      De communicatie en het onderzoek leggen in dat hele proces wel degelijk materiële, realistische aspecten bloot die er in de huidige stand van zaken nu eenmaal zijn. Dat is zo, zolang we op deze ene wereld rondlopen en dus geconfronteerd worden met aspecten ervan, inclusief ervaren of veronderstelde ‘wetmatigheden’ ervan.

Over het klimaat kunnen meningen verschillen, maar een overmaat van feiten dwingt de mens bepaalde meningen aan te nemen en andere te verwerpen. Zo moet dat gaan. Dan blijkt het soms te traag te gaan, die doorwerking van de wisselwerking van objectiviteit en subjectiviteit.
      Die wisselwerking hoeft niet altijd vlekkeloos te verlopen, discussiemogelijkheden en strijdpunten zijn er nog volop. Dat men onwelgevallige feiten niet wil horen, dat dus de subjectiviteit óók vervormt.

Was alle gehannes over de film ‘Jesse’ nu nodig, was het vruchtbaar? Het gaat hier natuurlijk om een politiek standpunt, dat is weer eens duidelijk gebleken. Omroepen en kranten kunnen dat ook gewoon erkennen. Nieuwsprogramma’s zitten – ook in Nederland – vol met opinies. Erken dat, en breng standpunten wat langer en fundamenteler voor het voetlicht, meer dan alleen de korte ‘quotes’. Dat is relevanter dan het verbieden van een film of iets dergelijks.
      Neutraliteit van media? Bij het woord neutraliteit moet je oppassen. Neutraliteit is vaak niet wat het lijkt of zegt.






Over subjectiviteit en objectiviteit schreef ik o.m. in Dialectiek en praktijk, De creatieve tegenspraak, Uitgeverij Damon, Budel 2005.